Ritme

“Terima kasih.”
Ik heb geleerd te bedanken voor wat ze me hier geven in een taal die ik nog niet beheers. Al vroeg in de morgen verlaat ik de losmen om op mijn fiets een nieuwe dag te betrappen. De geluiden van krekels en ongedierte rond mijn slaapplek gunden me niet langer rust. Terwijl de ochtend belicht wordt komt mijn lijf langzaam opgang. Het ritme van de tropen. Trager, voller en gedirigeerd door licht en donker. Alles dat kruipt in de zwarte nacht zoekt een goed heenkomen. Alles wat vliegt in het aanbrekend licht gaat opzoek naar de trage vertrekkers. De kakofonie van gekrab, gekruip en getjilp gaat over in een symfonie van fluitconcerten. Met elke pedaalslag wordt mijn huid beproefd door de aanzwellende warmte van de zon. Het is zeven uur in morgen. Ik plak.
Aan het eind van het dorp staat een tent. Zoals de muziektent in het dorp waar ik vandaan kom. In deze tent zit een man. Naast hem staat een weegschaal. Hij tuurt naar de zee. Er is niets te zien aan de trillende grens tussen lucht en water. De uiteinden van de horizon worden licht gebogen aan het zicht onttrokken. Hij lijkt te wachten.
Ik vraag me af waarop en besluit bij hem te gaan zitten. Knik ik hem toe. Ik weet niets om hem voor te bedanken dus ik zwijg. Meer woorden ken ik nog niet. Ik kijk met hem mee.
Verdorde palmbladeren waaien langs het zanderige pad. Een vrouw met een kind in een draagdoek doet de was bij een waterput. Een aapje aan een lange ketting haalt kokosnoten uit een boom.
De man schuifelt heen en weer. In de verte van de zee duiken bootjes op. Vissers. Binnen mum van tijd ruikt de muziektent naar hun waar. Het oordeel van de man met de weegschaal weegt zwaar. Ieder koopt en verkoopt zijn deel.
vissersdorpMaleisie
De status quo herstelt zich net zo snel als hij verdween. Ik heb de dag doorgebracht op de visafslag. Met het vallen van de avond keer ik terug naar de losmen waar ik vanochtend uit vertrok.
Ik verheug me op de maaltijd. Verse vis, vermoed ik.
Het daglicht gaat uit.
De krekels kondigen mij aan.

Letters

“In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, amen”.
Met een plof sloeg hij het dikke boek dicht en knipoogde naar me voordat oma aan het gebed begon. Het toetje, yoghurt, gele vla en aardbeien op zware siroop, moest wachten. Het lag zwaar op de maag weet ik nog. Iedereen aan tafel sloot de ogen behalve opa en ik. Biddend trok hij gekke bekken naar me en we deden allebei ons best niet in de lach te schieten. Daar was oma niet van gediend.
Als zesjarige raakte ik in de ban van dat dikke boek.
“Verzin je dat allemaal zelf opa?”
“Nee jongen,het staat in dit boek geschreven en ik lees het voor”.
Wat me opviel was de enorme hoeveelheid letters op een kleine oppervlakte. Het flinterdunne papier leek er loodzwaar van te worden. In de groepjes letters zat een verband waar ik de vinger niet op kon leggen. Het meest intrigeerde me de ruimte tussen de regels. Soms gescheiden door een onmetelijk uitgestrekte witte vlakte voor er weer een nieuwe begon. Ik vulde in naar eigen inzicht. Fantaseerde goedaardige monsters met kamerbrede gekartelde vleugels die er tussendoor vlogen en de letters door elkaar gooiden.

letters1

Met mijn benen bungelend over de rand van de kade zaten we te vissen op zondagmiddag. Mijn vader en ik. Het amen van de dominee had lang op zich laten wachten die ochtend en ik verlangde naar ruimte. Bevrijding van de harde beklemmende kerkbanken. Het water in de gracht was bedekt met kroos en we vingen niks.
“Kunnen vissen lezen pap?”
Met de punt van mijn bamboe hengel oefende ik letters in de groenige drab. Letter voor letter tekende ik langzaam een uitnodiging voor de onzichtbare zwemmers om mijn middag te versieren. Als er bijna ‘eten’ stond waaide de wind mijn boodschap uit elkaar. De letters vervormend tot fantastische monsters die zich sierlijk door het glooiende groene landschap bewogen.
Eén keer bleef de boodschap hangen. Geconcentreerd schreef ik met mijn penseel drie zwarte letters op het groene papier. Van linksonder naar rechtsboven en met een krul recht naar beneden, een lusje naar rechts op het eind.
Dan bovenaan beginnen, naar beneden en met een bocht weer recht omhoog en dezelfde weg terug. De laatste letter als de eerste. De wind was mij goed gezind. Wat begonnen was als een minuscuul fluisterwoordje waaierde langzaam uit tot een schreeuw van formaat.
“Waar leer jij dat soort woorden?”, vroeg mijn vader boos.
Ik had het mijn oudste zus tegen hem horen zeggen.
‘Lul’, dreef schuldig door de gracht.
Zoveel ruimte was er niet tussen de regels.

Entrepreneur

Bedachtzaam krijg ik antwoord op de vraag wat hij tegenwoordig doet.
Ik heb hem al een tijdje niet gezien en heb gereageerd op zijn uitnodiging.Iets met wijnproeven heb ik onthouden en ik spoedde me met opvallend veel zin naar huize V. Dit zegt iets over de heerlijke gastvrijheid die ik daar altijd ervaar maar het zegt ook iets over mij. Het is een aankondiging die me in gedachten al van verre over de tong piest. Het huis is vol met onbekende mensen die vrolijk babbelend en licht gespannen afwachten wat er gaat komen. De drie lange tafels met daarop glazen, servetten, spuugemmers, formulieren en pennen staan uitnodigend tussen de koffiedrinkers in. De in aluminium gehulde flessen maken kennismaken eenvoudig.
Nieuwsgierigheid laat zich gemakkelijk delen.

Hij zegt me vaak dat hij voor zichzelf wil beginnen. Iets ondernemen waar zijn wereld, onderwijs aan op zijn zachtst gezegd speciale portretten, nog niet aan gedacht heeft. Het gat in de markt.
Het blijkt zo simpel nog niet. Vanuit mijn gezichtsveld bekeken is ie echter allang de ondernemer die hij zegt te willen worden. Inventief en omzichtig omspringend met de beperkingen die zijn werkomgeving hem oplegt. Zich ontworstelend aan de middelmatigheid door een frisse en uitdagende blik op alles rondom hem. Ik verdenk hem ervan dat hij in zijn eentje de afdeling ondernemen van het ROC verbouwd en van nieuwe inzichten voorziet.

“Mensen…mensen!, als ik even de aandacht mag?”.
Vanuit Tsjechië heeft hij een aantal wijnen meegenomen die gekeurd moeten worden. De entrepreneur in spé heeft het snode plan opgevat om de goede wijnen uit die streek te gaan importeren en wil het kaf van het koren scheiden met deze bijeenkomst. Op tafel staan tien witte en tien rode wijnen in folie met een nummer. De bedoeling is om in samenspraak met tafelgenoten de mate van genieten die bij elke slok hoort weer te geven. We zijn enthousiast en zetten het op een proeven.

De gesprekken met hem zijn eigenlijk nooit af maar worden altijd onderbroken door de factor tijd. Soms pikken we ze maanden later gewoon weer op en voegen de nieuwst verworven inzichten eraan toe. Er zit een soort lijn in. Langzaam kruipen onze eindjes nader. Het is net als met samen gaan fietsen wat we nog steeds niet doen. Omdat we mannen zijn praten we eeuwig over hoe weinig we trainen .
Bang om eraf gereden te worden.

Met een auto bonkend en stuiterend op de limieten van de vering is hij teruggekomen van vakantie. Tjokvol wijnen uit het nieuw beloofde land. Het avontuur spuit zo ongeveer uit zijn oren wanneer hij verteld over de wijnboeren en de mensen die hij ontmoette. Hij houdt van mensen. Hij houdt van wijn. Bij de proevers slaat na verloop van tijd echter de werkelijkheid toe. Her en der een frons nadat het glas aan de lippen gezet is. De spuugemmers raken gevuld.
wijnproeverij
Als hij alle evaluatieformulieren verzamelt heeft laat hij zien uit welk hout er bij hem thuis gesneden wordt. De entrepreneur verklapt een geheimpje.
Te midden van de in folie gehulde flessen zitten twee AH huiswijntjes verstopt.
Die vindt hij zelf niet echt lekker maar ze zijn een goed referentiepunt om te zien of wat je ver haalt dat wel is. Een bewonderend geroezemoes stijgt op uit de aandachtige menigte. De kwaliteit van onze papillen staat op het spel. Met een groots gebaar ontdoet hij de categorie d’hors van hun omhulsels.Het even heel stil voordat er een kakofonie van verwarring losbarst.
Het uitgelezen gezelschap van wijnkenners heeft de sloeber van Albert Heijn uitgeroepen tot winnaar in zowel de rode als de witte variant. Met glimmende ogen strijkt hij de hand over zijn kin en neemt een beslissing die hem tekent. Hij wordt geen wijnboer. Volgend jaar weer gewoon op vakantie naar dat prachtige land.
We nemen er eentje op.

Roesje

Ik kom bij. Langzaam worden de mistige contouren van een kamer geplooid tot herkenbare lijnen en vormen. Tussen wegzakken en helder zijn door besef ik dat de operatie klaar is. Ingesnoerd lig ik in een soort grote broek die me behoed voor verkeerde bewegingen zodat mijn lijf kan wennen aan mijn nieuwe heup. Binnen handbereik hangt een zakje met een pompje eraan. Navraag leert me dat dit morfine betreft tegen de pijn. Die is wel te doen maar morfine ontbreekt nog op mijn lijstje van verdovende ervaringen. Ik gebruik het pompje en geef zo kleur aan de verder saaie kamer. Herkenbare lijnen en vormen vervagen en ik keer terug naar mistige contouren. Er speelt een muziekje door mijn hoofd.

Ik haat ziekenhuizen. Kotste vroeger elk ziekenhuis onder. Men verdacht mij van epilepsie maar het bleek met een hoge gevoeligheid te maken te hebben. Zo dweilde ik menig hospitaal door opzoek naar een uitweg. Eenmaal naar buiten gesleept knapte ik weer op. Ik werd eens geopereerd aan mijn neus. Toen ik bijkwam stond mijn vriendin aan het bed en keek me bezorgd aan. “Mijn god, als dat maar weer goed komt”, sprak ze. Ik vroeg onmiddellijk om een spiegel en deelde haar vrees. Rocky in het kwadraat. Maar het kwam goed, mijn neus stond weer recht en ik wankelde het ziekenhuis uit.

Zwakke heupen. Het zit in de familie. “Het heeft niet echt geholpen dat u zoveel gesport heeft”, zei de chirurg tegen me. Ik ben er de man niet naar om om te zien in wrok. Mijn opa liep al zolang ik hem kende met een stok. Hij moet helse pijnen gekend hebben en ik besef nu dat de momenten die we deelden voor hem een verlichting betekenden. Ik nam altijd een stevige borrel mee. De medische wereld boekte sindsdien vooruitgang en ik hoef nog maar een week of zes met krukken te lopen. Zelfs de noodzaak voor die borrel is er niet meer. Ik doe niet alles uit noodzaak.

De kliniek waarin ik herstelde is een oud Gents herenhuis waar vroeger een Italiaans restaurant in was gevestigd. De man en vrouw die nu de kliniek bestieren waren vroeger de eigenaren. In de kelder is de ruimte voor de fysio en het zwembad. Dan twee verdiepingen kamers en bovenin het Italiaanse restaurant waar je alleen via een trap kunt komen. Dit bevorderde het herstel aanzienlijk. Leerde traplopen met krukken in no time. Ik nam op de eerste dag de lift naar beneden voor oefeningen in het zwembad. Bij binnenkomst zag ik de verbaasde blikken die men mij toewierp toen ik mijn badjas uittrok en ik werd teruggestuurd. In de roes van resten morfine was ik vergeten een zwembroek aan te doen. De fysiotherapeute die mijn been behandelde keek me meewarig aan. Ze probeerde mijn olifantsbeen van vocht te ontdoen. “We zijn het wel gewend mijnheer”, zei ze,”den Hollander is over het algemeen iets ambitieuzer”. Ik deed teveel en kon te weinig. Het restaurant op de bovenste verdieping liet op zich wachten. Daar ben ik niet goed in, wachten. Ik droomde van fietsen door weidsheid, lang wandelen in eindeloze bossen en grote borden spaghetti.

Soms ben ik blij dat er van allerlei dingen twee zijn. Het is handig dat we twee handen hebben. De akoestiek verbeterd aanzienlijk bij beschikbaarheid van twee oren. We omarmen warmer met twee armen. Minder blij wordt ik van het besef dat ik twee heupen heb. Over een maand is de andere aan de beurt. Ik heb mijn hoop gevestigd op een pompje.

Ben and Jerry

“Laten we een weekend weggaan, dan vragen we Lynn en Mitchel mee. Kunnen we lekker wandelen voordat jij die wedstrijd hebt, de accommodatie is spotgoedkoop”.

In Breckenridge, Colorado verzinnen ze een experiment met een triatlon waar ik aan meedoe. Het is een wintersportoord dat in de zomer hevig haar best moet doen om te overleven. De protserige en blinkende Amerikaanse skigebieden in de Rockies staan me soms tegen.
Door de volgorde om te keren wil men de race een apotheose bezorgen in en rond hun nieuwe zwembad. Dit pakt nogal anders uit dan beoogd.
De studiegenoten en mijn vriendin gaan mee en op de heenweg geeft ze hen uitleg over ons verblijf.
“We’ve rented a condom, zegt ze al kaartlezend naast me in de auto, “ and it fits all four of us”.
In de binnenspiegel zie ik twee paar ogen groot worden en na wat taalkundige verwarring is de hilariteit compleet. ‘Condo’ blijkt de juiste afkorting voor het appartement dat we gehuurd hebben. We passen er inderdaad gemakkelijk in met vier personen. Amerikanen denken nu eenmaal anders over ruimte. Als je in hun land geweest bent begrijp je hoe dat komt.
Wij leven in Nederland op een postzegel met heel veel mensen.

De wedstrijd begint met tien mijl hardlopen een berg op en af waarna het fiets traject van 65 mijl over een pass naar het zwembad leidt. De organisatie heeft buiten de omstandigheden gerekend. Het is koud en bovenop snijdt een sneeuwstorm door de getrainde ledematen van de schaars geklede atleten. Hoe ik beneden kom weet ik niet. Ik moet elke 5 kilometer afstappen om nog bloed richting mijn handen te krijgen want ik kan niet meer remmen. Bij aankomst in het zwembad ben ik volledig bevroren en zoek hevig rillend mijn weg.

sneeuwfietser-900

Als ik met de fietsschoenen nog aan verdwaasd in het verwarmde bad ronddobber zie ik om mij heen mijn diepgevroren lotgenoten drijven. Niemand is meer in staat tot bewegen en we proberen niet te verdrinken tijdens het ontdooien. Men besluit het zwemmen als onderdeel voor de uitslag te schrappen en ik eindig verrassend hoog. Zwemmen is mijn zwakste onderdeel.
De winnaars van deze race gaan de rest van het seizoen door het leven als Ben and Jerry.

Herenslip en mannensok

(We volgen Martin, een doodgewone jongen van de Veluwe. Hij is van het type twaalf baantjes, dertien ongelukken maar redt zich op geheel eigen wijze. Dit is deel 1 van een serie verhalen die in de toekomst uitgebreid wordt. Martin is momenteel werkzaam als de jongste reporter van een lokaal nieuwsblad. Dit is zijn eerste reportage vanaf locatie).

Verrassend afzwemmen
Beekbergen, gisteren.

De Beekse lagere schooljeugd kreeg gisteren in het zwembad van Hotel “de Wipselberg” aan de Wipselbergerweg naast de gelegenheid om af te zwemmen ook nog een ongeplande voorlichting.
“Er was niets bijzonders aan de hand”, spreekt de nog licht aangedane mevrouw Ten Böhmer op de vraag van uw verslaggever ter plaatse hoe dit alles heeft kunnen gebeuren. “Het was een afzwembijeenkomst als alle anderen totdat er een deur open ging en er een vrouw naar binnen stapte die gevolgd door een man spiernaakt het zwembad in sprong. Ik hoorde de juf nog roepen: Geen bommetje!” Naar het verdere verloop van de gebeurtenissen gevraagd legt haar man, De heer Ten Böhmer van slagerij Ten Böhmer uit de Loofgroenstraat in Beekbergen, uit dat het voorval ertoe heeft geleid dat het bestuur van zwemvereniging “Altijd blijven drijven” morgen in spoedzitting bijeenkomt om de situatie te bespreken en naar verluidt ook om enkele van haar leden te royeren wegens onzedelijk gedrag. Ook buigt het bestuur zich over de vraag of er voor de gedupeerde kinderen een herkansingsmogelijkheid geboden wordt dan wel of er voor deze gelegenheid een uitzondering gemaakt wordt en er aan alle kinderen een diploma geschonken wordt. Overleg met de landelijke zwemfederatie zal hierover in de loop van de volgende week uitsluitsel bieden.
Hiernaar doorgevraagd door uw doortastende verslaggever blijkt dat enkele van de toekijkende ouders bij het afzwemmen niet hebben geaarzeld om zich van hun eigen textiel te ontdoen en de struise jonge dame en haar metgezel het bad in te volgen. De naastgelegen sauna schijnt hierna toneel geweest te zijn van meer losbandigheid dan menig Beekse toekijker voor mogelijk had gehouden. Het is uw verslaggever opgevallen dat van de aanwezigen slechts de kinderen buiten zijn gaan spelen omdat er van diploma’s halen geen sprake meer was en dat hun ouders en grootouders allen, gekleed dan wel ontkleed, de natte ruimte niet verlaten hebben. Volgens ingewijden heeft het voorval in totaal zo’n uur of drie in beslag genomen waarvan, aldus een toevoeging van de altijd oplettende mevrouw Ten Böhmer, en zijn er slechts zo’n 25 minuten besteed aan de reguliere zwemles.
De plaatselijke autoriteiten, die uiteindelijk door het management van Hotel “de Wipselberg”gewaarschuwd zijn, zijn nog bezig vast te stellen of er over gegaan kan worden tot vervolging wegens het verstoren van de openbare orde en indien dit het geval is, door wie. Van de vrouw en haar metgezel die algemeen gezien worden als de aanstichters van deze ongehoorde losbandigheid ontbreekt ieder spoor. Omdat uw verslaggever ter plaatse altijd volledigheid nastreeft dient hier nog te worden vermeldt dat er ook een positief geluid was over de alternatieve diploma uitreiking. De grootmoeder van Jorrit Verbrugge uit de Weteringstraat laat desgevraagd weten dat ze de plaatselijke autoriteiten wat kinderachtig vindt in hun reactie. Ze kreeg er zelf wel een glimlach van om de lippen, zo benadrukt ze desgevraagd, ik citeer hier: “zoveel passie laat zich nou eenmaal niet met het badwater wegspoelen”. Ook grootvader Ten Böhmer liet zich niet onbetuigd door tijdens dit interview op de achtergrond de meezinger ‘het carnaval is nakend’ in te zetten.

Voor eventuele informatie omtrent deze gebeurtenis en/of vragen cq. opmerkingen kunt u terecht bij de redactie van dit blad. Of via het u bekende mailadres van uw verslaggever M. Hoogmoed(het mailadres is van het inmiddels failliete Cafetaria “de Vork” in Hoenderloo maar functioneert nog wel).
Mocht u, of iemand in uw naaste omgeving informatie hebben betreffende een groen met roze Björn Borg herenslip en een rode linker mannensok(inscriptie: ‘L’) dan graag reageren via mijn directe telefoonnummer 0653935137(bij voorbaat dank voor uw discretie).

zwembadWipselberg

Foto: Bureau Hoogmoed, Hoenderloo, all rights reserved. Retouchering: Fabian Ten Böhmer. De redactie van uw plaatselijk weekblad heeft uit overwegingen betreffende de discretie haar uiterste best gedaan om de individuen op de foto onherkenbaar te maken. Indien u iemand op de foto toch nog herkend wordt u vriendelijk verzocht contact op te nemen met de plaatselijke autoriteiten.
Verslag: Martin Hoogmoed.

Café du pecheur.

“Nou…sprekend zijn vader! Zoals ie daar staat op dat podium, vindt je ook niet?”

Ik twijfel even of ik mijn fiets wel tegen de juiste gevel geparkeerd heb om bij te komen van de afgelegde kilometers. Terwijl ik me op een barkruk hijs als betrof het de Col du Bonhomme bedenk ik puffend dat die Fransen wel erg gemakkelijk van wal steken tegen wildvreemden.

“Hoe hij alle geblaat en gemekker van zich af laat glijden is gewoon bewonderenswaardig! En dan ook nog stoïcijns zijn punt blijven maken zonder als een olifant door de porseleinkast te denderen. Encroyable…! Adolphe Sr. was daar ook heel erg goed in hoor maar ik geloof warempel dat junior hem naar de kroon aan het steken is. De jonge leeuw brult en grauwt luider dan zijn vader!”
De man buigt zich naar me toe en tikt me op de arm.
“Ook niet onbelangrijk; als ie met zijn manen schudt gaan ook de vrouwtjes opletten hè.”

Het café zit vol met louter mannen.Tussen zijn regels door bestel ik mijn koffie en beluister de bewondering in de woorden van de Fransman.

“Hoor hem nou toch weer eens tekeer gaan tegen tous le monde. Ze zullen van goeden huize moeten komen hoor. Als junior eenmaal zijn prooi ruikt is er weinig meer dat hem tegenhoudt. Als hij ergens zijn tanden inzet, verscheurd hij zijn tegenstanders met huid en haar en vecht zich een weg naar de top van de apenrots. Superbe! Likkend aan hun wonden kunnen ze niet anders dan afdruipen”.

Het rumoer van de aanwezige mannen in de kroeg overstemd het enthousiasme van mijn belager wanneer de gemoederen ietwat verhit raken. Ik probeer mij afzijdig te houden en lepelend van mijn café au lait vraag ik me af met welk een plaatselijke grootheid we hier te maken hebben die toch ten minste legendarisch bij leven moet zijn.

“Ik wordt er gewoon emotioneel van die man als een vis in het water zijn ding te zien doen. Het is daarom dat ik geen gelegenheid voorbij laat gaan om hier aan te schuiven”.
“Maar, wat is het precies dat u hier doet?”,vraag ik bedeesd.

Onze blikken kruisen.Zijn dikke borstelige wenkbrauwen bewegen omhoog.
“Maar mijn beste!”, spreekt hij ferm, “het is van het grootste belang dat de zaken goed geregeld worden in dit dorp. Daarom hebben we elke maand deze bestuursvergadering.”
De man pakt zijn pet van de toog en draait zich langzaam om.
“Die junior daar”, zegt hij wijzend op de brullende leeuw, “is de voorzitter van onze hengelvereniging!”
cafe du pecheur
Ik wacht de stemming niet verder af en na een kort afscheid vervolg ik mijn tocht door het rustieke Franse platteland.
Hier gebeurt gewoon nooit iets.

Onder Jannen

Waarom heten al die mannen Jan?
Ik heet Jan, mijn vader heette Jan, mijn opa heette Jan. Zo ging dat in mijn kringen. Ik ben de laatste Jan in mijn geslacht. Meisjes namen het over en er was niemand die klaagde. Ik behoor tot een uitstervend lijntje Jannen.
Big deal, wie doet dat nou niet? Uitsterven.
Alles is eindig.
Ik besteedde er geen aandacht aan.

Fietste tegen een berg op en fotografeerde een spandoek.
Jan, stond erop.
“Jan was here”, stond ook op de weg en ik leerde een andere Jan kennen.
Ik voelde me onder Jannen.
Echte Jannen.
spandoekJan
Ik kijk een beetje om me heen.
Er ligt een enveloppe op de mat.
Er zit een uitnodiging in.
Voor het lidmaatschap van een club.
Ik mag, als ik wil, als ik durf, lid worden van een club.
Aspirant lid, de Jantjes heten de eerstejaars.
Pas daarna het grote werk, de Jannen.
In de begeleidende brief staat dat de ballotage commissie aanvankelijk wat huiverig was om de uitnodiging te versturen omdat het helder was dat ik er niet aan toe was, dat lidmaatschap. Nu ik de vraag gesteld heb waarom al die mannen Jan heten is de postkamer geactiveerd en ligt het aanbod op de mat.
Aspirant lid.
Ik denk erover na, twijfel, huiver.
Ik ken ze slechts van horen zeggen.

Deze club Jannen deinst nergens voor terug.
Ze leven het leven dat ze willen, ze voelen de pijn, ze lachen hard, ze bruisen soms wild.
Ze beschermen hun dierbaren op onorthodoxe wijze en als ze een ding gemeen hebben dan is het wel dat ze hun hart volgen en niets anders. Ze denken na over wat er is, niet over wat er was of wat er komt.
Ze schrijven.
Het is een schrijfclub.
Ik moet mijn eigen pen meenemen, mijn eigen papier, moet mijn eigen teksten maken.
Wat ik schrijf mag ik zelf bepalen.
Of het een boek wordt of slechts gebundelde letters is aan mij.

Ik kijk wat verder om mij heen.
Dacht dat die brief alleen voor mij was.
Of in ieder geval dat alleen echte Jannen hem konden krijgen.
Wat een absurde gedachte.
Ik leer dat de commissie alle namen kent maar gewoonweg niet iedereen uitnodigt.
Ik heb de Jannen gezien die me uitnodigden.
Maar ze waren er alleen voor de ontvangst.
Daarna moet ik het zelf doen.
Ik twijfel.
Dat is niet erg.
Jannen durven dat.

Zelfspo(r)t

Ter voorbereiding op de triatlon van Almere trainde ik me suf. Mijn hoogzwangere vriendin bezag mijn inspanningen en liet me liefdevol begaan. Ik liep de marathon van Rotterdam en deed mee aan een heuse moddertocht met de fietsamateurs eerste klasse in België. Fietste mijn longen uit het lijf om ervoor te zorgen dat ik niet met de gedubbelde renners het douchekot moest gaan opzoeken.
Zij pufte met me mee. Alle inspanning is relatief.
fiets-tegen-boom
Met een groep belegden we een trainingskamp op het eiland Lanzarote. Goede trainingsomstandigheden en een mooie gelegenheid om foto’s te maken voor het Deense merk Principia dat ik in Nederland promootte. Hiertoe organiseerden we een fotoshoot op het dak van ons hotel met een Amerikaan die ‘the fridge’ genoemd werd. Zijn postuur deed die bijnaam eer aan. Hij was een ex-football speler en had al aan veel triatlons meegedaan maar het was hem nog nooit gelukt het looponderdeel te voltooien.
De koelkast speelde hem parten.
“I wanna start a healthy sport career”,zei hij. Het gebeuk op zijn gestel en de gebroken ledematen was hij zat. Een frêle Deense triatlete verzorgde de styling van de foto’s en zette hem in de juiste houding op zijn fiets. Zijn uitzinnig gespierde bovenbenen moesten in een strak lycra pak precies naast de bovenbuis van zijn frame uitkomen. Enthousiast probeerde ze zijn enorme lijf goed uit te laten komen op het celluloid. Ze liet geen detail ongemoeid.
“Karen, did you just touch my dick?, vroeg hij enigszins geschokt.
“I am afraid i just did”, sprak de rood aangelopen styliste, “so sorry but it’s hard to miss”.
Het werden prachtige foto’s.
‘Principia, we are not the only ones using oversized tubing’, luidde het onderschrift.

Wat zich gedurende het seizoen al aangediend had kwam langzaam maar zeker naar de oppervlakte. Een hardnekkige blessure aan mijn linkerbil die met geen drie spuiten cortisonen te temmen was. Ik moest rust houden om erger te voorkomen.
Dat lukte niet want ik werd er knettergek van. En mijn vriendin ook. Ik trainde aangepast door om in ieder geval een zekere mate van geestelijk welzijn te garanderen.
Voor de wedstrijd bedacht ik met mijn vriend Rini een systeem waarbij ik direct van het parkoers in de auto afgevoerd kon worden mocht ze tijdens de wedstrijd bevallen.
Sportverdwazing.
Met een pieper toog ik elke dag aan het werk want de bevalling was aanstaande. Ik bezocht de winkel van een klant die de kassa open liet staan waardoor er een piepje afging. Ik rende, moord en brand schreeuwend, de winkel uit in de veronderstelling dat de vliezen gebroken waren. De winkelier in opperste verbazing achterlatend.
Mijn vriendin sloot haar negen maanden topsport af met de bevalling van onze eerste dochter op de avond voor die triatlon. Ik ben niet gestart.
Verlossing kent vele gedaantes.

Popupshop

“De NS wenst u een prettige voortzetting van uw reis”.
Galmend klonk het staccato van de omroeper door de stationshal van Utrecht Centraal. Hakken geselden de traverse om op tijd de trein te halen die van een ander perron vertrok dan aanvankelijk was aangekondigd. Changement du decor.

popupshop

“En wat nou als ik dat gouden klokkie wil laten vermaken?”
De vraag bleef hinderlijk hangen in de slow motion van bedenktijd.
“Nog groter?”, siste Aaron tussen zijn tanden terwijl hij de omgeving goed in de gaten hield. Zijn ogen schoten schichtig heen en weer.
“Dan zoek je me maar weer op.”
Het is bijna onvoorstelbaar, bedacht hij vol afschuw. Knoesten van handen aan polsen die de omvang hadden van een stevige berk. Kon hij niet gewoon wat minder gaan eten en drinken? De vetzak vrat in een maand waarschijnlijk het bruto nationaal product van een gemiddeld ontwikkelingsland bij elkaar. De dikke man gaf echter niet de indruk genoegen te nemen met Aaron’s oplossing.
“En wat nou als ik je niet kan vinden?”
Vertwijfelt om zich heen kijkend hupte Aaron van de ene voet op de andere.
“Luister, luister,luister!, ik ben altijd hier te vinden op de traverse. Eerste herenplee rechts. Iedereen kent me. Ik ben gewoon straight man”.
De dikke man leunde amechtig hijgend tegen de deurpost van de toiletingang. Zweet drupte van zijn hoofd en het boord van zijn gekreukte witte overhemd kleurde langzaam donker. Hij had een bundeltje geld in zijn linkerhand, beduimeld door zijn bezwete handen.
“Ik heb geen klokkie maar ik heb de tijd,” zei de dikke man, “ik wil een betere prijs.”
Als door een adder gebeten veerde Aaron op.
“Dan koop je maar wat minder eten. Of ga bewegen in plaats van mij te stalken. Houdt je meer over, jij vuile afknijper. En ik ook.”
“Ik wil dit als aanmoedigingscadeautje voor mezelf”, sprak de dikke man gejaagd ademend.“Maar sinds ik opgehouden ben met roken komen de kilo’s er echter aan als een gek.”

Aaron was het zat. Hij walgde van de dikke man. En van zichzelf.
Zijn geldgebrek was het enige dat hem hier in deze vunzig vieze omgeving bracht.
Hij had hier niet op gerekend. De deal was immers rond, de dikke man had ja gezegd. Geen tijd voor fratsen of gedoe. De prijs was ernaar. Zijn gejatte goedje was het zeker waard.
“Als ik zo lang moet wachten gaat de prijs omhoog in plaats van naar beneden”.

Het bundeltje geld wisselde van hand maar niet van eigenaar.
Iemand moest hem adviseren in godsnaam weer te gaan roken.