Zink met me weg

Een liedje

De activiteiten van Romheen met La Zona nemen astronomische vormen aan. Meer dan we ons vier maanden geleden hadden kunnen voorstellen in ieder geval. De festivals die we bezochten, de voorstellingen die we gaven geven richting aan de dingen die we doen. Waar we heen gaan? We bezinnen ons erop en gaan je verrassen. En onszelf.

zinkmetmewegAfb

Getuige

getuigeGetuige

 

Hoe vaak heb jij

je kop al niet gestoten

tegen

voorschriften

en wetten

onvermurwbaar

al vanaf de tijd dat

mammie ‘mag niet’

tegen je begon te blèren

 

als voorloper der handhavers

van richting, snelheid en hokjesgeest

 

soms echter kan

een simpel bord

getuigen

van de vrije denker

die er is geweest

Jacqueline Maertens(4)

Ik zocht geen ander. In de zeven jaar die ik met Corné was vervolgden we ons pad waarvan ik, zoals ik al eerder zei, denk dat het een ongeluk in slow motion is geweest. Ontkenning in het kwadraat. Zoveel dingen waar we omheen dansten dat ik uiteindelijk het gevoel had op eieren te moeten lopen om hem niet kwaad te maken. Teveel langverwachte momenten die nooit kwamen.
Een einde heb ik er nooit aan kunnen maken. Dat moest Corné doen. Ik hou mezelf voor de gek met de gedachten dat alles goed gekomen zou zijn. Als hij dat ongeluk met die nootjes niet gehad had. Ik was als verlamd en niet in staat iets te doen. Maar dat deed niemand die er die avond bij was. Dat deed niemand. Niemand.

shit-759386_640

Ik mis hem. Dat vind ik gek van mezelf. Niet dat ik hem mis, maar dat ik hem nu mis, op deze manier. Dat het zo voelt. Ik heb jaren met hem geleefd waarin er veel momenten zijn geweest dat ik mij erg alleen voelde. Ik mistte hem dan erg. Wetend dat hij uit was met de jongens en genoot van de vrijheid die hij zich toegeëigend had. Ik voelde me verlaten en alleen. Nu is hij weg. Het missen is anders. Vermengd met schuldgevoel als een niet te smoren antwoord op de boosheid die ik voelde. Ik wenste hem dood. Het voelt vreselijk dit voor mezelf te erkennen maar het is de waarheid. De waarheid. Het is waar. Ik was klaar met alle leugens en verzwijgen. Wat onschuldig leek in het begin en wat ik wegwuifde als onwennigheid is gedurende onze relatie gewoon geworden. Hij hield me erbuiten. Buiten de dingen die hij beleefde. Buiten zijn gevoel.
Ik vraag me af waarom ik daar zo graag bij wilde horen. Ik denk dat hij me niet genoeg waardering toonde. Hij gaf me, net als iedereen, cadeautjes maar vertelde me nooit dat hij me geweldig vond om wat ik deed. Ik heb me geprobeerd te ontwikkelen door weer naar school te gaan, maar ik weet nu dat ik dat alleen maar deed om iemand te worden waarvan ik dacht dat hij haar geweldig zou vinden. Dat was ik niet. Niet dat dit wat uitmaakte. Ik weet niet of Corné me daardoor leuker vond of niet. Hij heeft er nooit iets over gezegd. Ik kreeg er ook niet meer cadeautjes door. Na een jaar Nima-A ben ik ermee gestopt. Ik was er wel klaar mee. Cijfers zijn nooit mijn ding geweest. En het eigen ondernemerschap al helemaal niet.

Jacqueline Maertens(3)

Toen we elkaar later die avond in ‘De Waagh’ tegenkwamen, was hij één en al vriendelijkheid. Ik toonde zo weinig interesse in hem als ik maar kon.
‘Ze is geen concurrentie voor je hoor’, zei hij in het voorbij lopen.
Ik moet niet begrijpend hebben gekeken want hij hield zijn ontblote linker pols omhoog. Ik haatte zijn verzwijgen. In tegenstelling tot bij onze eerste ontmoeting kon ik niet ophouden met de kleren van zijn lijf te scheuren als ik naar hem keek. Ik projecteerde alles, wat er niet geweest was in mijn eerdere relaties, op hem. Dat is me wel vaker overkomen. Ik geloof dat ik net als iedereen ben. Op een roze wolk leer je niets. En als je denk er vanaf gevallen te zijn, zit je er nog middenin. Ik heb de neiging mezelf dat erg kwalijk te nemen, dat langzame leren.
Het is altijd, allemaal mijn eigen schuld. Daar betaal ik soms een hoge prijs voor.
Corné was mijn hoofdprijs. Tegen beter weten in knoopten we onze einders weer aan elkaar.

Voor Corné bestond roze niet. Daar was hij te berekenend voor. Hij woog zijn belangen af en handelde ernaar. Ik was gekomen in plaats van een ander, en ik zag toen nog niet in dat er uiteindelijk in mijn plaats ook weer een ander zou zijn. Dat maakt Corné niet perse slecht. Het maakt mij blind. Het is allemaal mijn eigen schuld. Eigen schuld. Schuld.
Hij was een geweldige lover. Niet alleen door de verschroeiende seks die we deelden maar vooral ook door alles wat er omheen hing. Telefoontjes, sms’jes, bloemen, cadeautjes, tripjes. Niets was hem te gek, en ik zwierde door de stad aan zijn arm alsof er geen morgen meer was.

Af en toe was Vera er. Ze leefde bij haar moeder en kwam alleen als het echt niet anders kon. Corné hield van haar maar maakte nooit genoeg tijd, om dit echt te laten zien. Het leek alsof hij de affectie, voor degenen waar hij van hield, vervormd had in een eindeloze stroom cadeautjes waar niemand op zat te wachten.
De enige keer dat ik hem heb zien treuren, was twee dagen nadat hij op Schiphol zijn ex en Vera had staan uitzwaaien. Ze gingen naar New York om haar carrière als model een nieuwe boost te geven bij een groot modellenbureau, en Vera ging mee. Haar eigen nieuwe toekomst tegemoet.
Corné was een tijdje onvindbaar, en dook na een dag of wat weer op in ‘De Waagh’. Ongeschoren, met een flinke kegel, hing hij aan de bar. In zijn rood omrande ogen zag ik het ongeloof over de gebeurtenissen en proefde de wanhoop op zijn lippen toen ik hem kuste.
‘Zeg er liever maar niks meer over’, sprak hij zachtjes met een rafelig randje in zijn stem.
‘Jij en Johnnie moeten me maar troosten.’ Hij hield zijn lege glas omhoog in de richting van de barkeeper. We hebben er nooit meer over gesproken, afgezien misschien van een opmerking, die me op een of andere manier is bijgebleven.
‘Weet je’, zei hij, terwijl zijn krullen mijn blote buik kriebelden en zijn handen abstracte figuurtjes maakten boven de verkreukelde lakens.
‘Als je kinderen wilt zul je een ander moeten zoeken.’

johnnieWalker

Jacqueline Maertens(2)

Hij vertelde me, veel later, dat hij tijdens gesprekken met mij altijd verdronk, in mijn grote bruine ogen. Dat hij zijn eten niet meer proefde, als hij met me at. Hij vond mij om op te eten.
Hij vleide en verleide me. Wist wat ik wilde horen. Ik wilde niets liever dan al zijn aandacht. Al zijn aandacht. Zijn aandacht.
Een kleine tattoo dook af en toe op, onder zijn linker mouw vandaan. Ik kon niet ontcijferen wat er stond, vier letters aan de binnenkant van zijn pols. Ze waren slechts kort onderwerp van gesprek. Dat kwam eigenlijk vooral door de intensiteit van de ontmoeting, die aanleiding was om een relatie met elkaar te beginnen. Dat eerste etentje dus. We aten Thais en gingen volledig in elkaar op. Ook later op de avond.
‘areV’ las ik op z’n kop, hij zei dat het zijn moeder was. Ik zuchtte van verrukking en vergat het verder. Ik denk dat ik toen niet in staat ben geweest om anders te handelen of te beredeneren wat er gebeurde.
Heb me overgegeven aan de roze storm die verliefdheid met zich meebrengt, en die voortraasde, tot ik erachter kwam wie Vera was. Ik meen me te herinneren dat ik, toen hij in de loop van de ochtend na die avond van de Thai weg was gegaan, nagedacht heb over de combinatie met hem. Iets in mij waarschuwde me. Ik geloof dat ik dacht dat het over jezelf niet verliezen ging, maar de tintelingen in mijn lijf overstemden die gedachte in ruime mate.

Telefonerend, druk met zijn handen wapperend en zwaaiend, reed hij zijn matzwarte BMW door Oud Zuid. Ik zweefde mee in de stoel naast hem.
Had ik al gezegd dat hij praatte met zijn handen als het onderwerp van gesprek een beetje geheimzinnig werd? Ik weet niet meer precies waar we reden toen hij ineens de auto parkeerde.
‘Ik moet je nog iets vertellen’, sprak hij voor zich uit toen hij de verbinding verbroken had. Langzaam stroopte hij zijn linkermouw op en toonde me de vier letters.
‘Ze is mijn moeder niet.’
‘Ze is jouw moeder niet?’vroeg ik verbaasd.
‘Wie zijn moeder is ze dan?’
‘Ze is niemand zijn moeder, ze is negen jaar.’
‘Negen jaar?’
‘Ja, ze is mijn dochter.’
Ik herinner me nog dat ik naar hem keek terwijl hij zijn manchetknoop dichtdeed en de auto weer startte. Ik weet niet meer wat ik gezegd heb. Of ik iets gezegd heb. Gezegd heb. Ik weet nog dat ik uit de auto wilde stappen, maar Corné was al gaan rijden en leek niet meer op mij te letten. Alsof hij zojuist een formaliteit had afgehandeld. Ik tuimelde tijdens die korte rit van een roze wolk, terug op aarde alhoewel ik niet meer weet hoelang de rit werkelijk duurde. Twee of twintig straten verder stopte hij voor het gebouw van een lagere school, en tikte met zijn vingers ritmisch op het stuur, met de muziek mee. Daar ben ik uitgestapt. Ik heb zijn dochter die dag niet gezien.

iphoneJan 144

Jacqueline Maertens

(je leest een introductie van de laatste hoofdpersoon, zie ‘voorpublicatie’ voor de anderen)

Overrompeld. Ik was niet verdacht op de wervelwind die plotseling mijn kant op blies toen hij onaangekondigd kwam opdagen aan het grand café ‘de Waagh’. Vanuit mijn ooghoek ving ik een glimp op van zijn entree, en aangetrokken door zijn luide schaterlach kon ik mijn zintuigen niet meer van hem afhouden. Met een zelfverzekerde tred kwam hij binnen. Zijn korte diep zwarte krullen dansend op het boord van een nonchalant dichtgeknoopt crème wit overhemd.
‘Waar kijk je naar?’
Mijn vriendin had het gebrek aan focus op haar verhaal in de gaten, en draaide zich een beetje om zodat ze kon zien wie de onderbreking op zijn geweten had.
‘Mmm-mmm, goeie kop!’, zei ze glimlachend.

Dat het een eerste ontmoeting betrof waarover ik zojuist vertelde, is misschien wat overdreven. Ik heb hem toen helemaal niet gesproken, dus in die zin was er van een ontmoeting geen sprake. Heb ik iets over weggeblazen gezegd? Dat klopte namelijk wel. Ik heb, onder het nuttigen van enkele Bacardi cola’s, ongegeneerd mijn ogen uitgekeken. Visueel gefeest tijdens het schouwspel, dat zich voor mij afspeelde. Mijn rechter hersenhelft maakte overuren.
Hij bleek Corné van der Reijt te heten en was het epicentrum van een groepje studentikoze blaaskaken van middelbare leeftijd, die elkaar de loef afstaken met opschepperige verhalen en vernederende kwinkslagen. Ik schatte hem halverwege de veertig en hing net als dat groepje, zij het op enige afstand, aan zijn lippen als hij het woord kreeg. Het woord nam is eigenlijk een betere omschrijving. Het leek alsof de mensen om hem heen slechts iets zeiden als intermezzo van zijn, gereserveerde, spreektijd.
Hij gebruikte zijn handen als hij sprak. Luid gesticulerend als hij een wetenswaardig geheim in de oren van het gezelschap om hem heen fluisterde. Hij had mooie grote handen. Verzorgde nagels. Later zei ik altijd tegen hem dat hij van die lekkere klauwen had.
Ik klemde dan mijn kaken op elkaar en siste tussen mijn tanden. Hij hield ervan als ik aan hem zat, en lovende woorden over zijn lijf fluisterde.
Ik besefte pas veel later, toen we een relatie hadden, dat hij me betovert heeft. Gewoon door er te zijn. Of, misschien beter gezegd, dat ik me heb laten betoveren. Daar in die kroeg. Hij viel pardoes midden in mijn wens, als vader van de gedachte. Ik wilde hem helemaal, en helemaal voor mijzelf. Ik weet niet meer zeker of we oogcontact gehad hebben die eerste keer. Ik wil geloven van wel. Mijn vriendin had hem met haar ogen al een paar keer uit de kleren geholpen, en hem aangeklampt in het voorbijgaan.
‘Ik heb hem alleen maar iets over jou en jouw auto verteld’, zei ze met een glimlach, ‘maak je borst maar nat want hij is niet getrouwd, heeft geen kids en is echt sexy as hell’.
Het kaartje,dat ik later die avond onder de ruitenwisser van mijn felrode mini cabrio vond, was van hem. Natuurlijk was het van hem. Met dank aan mijn vriendin. Hij had me tijdens het uitvoeren van de act tussen de zijnen wel degelijk gade geslagen. Desinteresse geveinsd. Er stond iets achterop.
‘Ben benieuwd of je ook rode wijn lust bij een etentje.’

mini cabrio