Veluwe

Vrije natuur

wind waait er
bomen ruizen
zon beschijnt de net
gedouchte aarde

Mensen
van een ander continent
bekijken ons grootste
kleine park
en glimlachen

Ik drink koffie
voor mijn deur
beluister timmermannen die
een huis van dak voorzien
waarvan ik eerst vermoedde
dat het leger schieten oefende

Onderweg
door de natuur

staat een straaljager
bij een museumschuur

ingehaald door
konvooien groen

boven mijn hoofd
draait een chinook
een vrije kuur

rondjes, rondjes, rondjes
in de natuur

Zink met me weg

Een liedje

De activiteiten van Romheen met La Zona nemen astronomische vormen aan. Meer dan we ons vier maanden geleden hadden kunnen voorstellen in ieder geval. De festivals die we bezochten, de voorstellingen die we gaven geven richting aan de dingen die we doen. Waar we heen gaan? We bezinnen ons erop en gaan je verrassen. En onszelf.

zinkmetmewegAfb

Spetterende finale bij Poëziecafé Het Park Binnen!

Romheen met La Zona
Op dinsdag 16 mei is er alweer het laatste poëziecafé voor de grote vakantie. De organisatie gaat aan het werk voor een even spetterend festival Het Park Vertelt in Park Hartenstein op 27 augustus. Pas in oktober doen we de deur van het café weer open.
Een spetterende finale, want de band plus dichter ”Romheen en La Zona” treedt op, een uur lang nog wel. La Zona maakt muziek op gevoel, over gevoel en met gevoel. Jazzy grooves, Latijns Amerikaanse vleugjes, tinten van hardcore, freestyle, ze spelen het allemaal met hun band bestaande uit drummer Sander Roerdink, bassist Ronnie van Silfhout, gitarist Barend van der Pol en saxofonist/klarinettist Erik Laarman. Romheen, Jan Eikelenboom, schrijft. Teksten, verhalen, poëzie en proza. Op gevoel, over gevoel en met gevoel tussen de regels. Op het timbre van zijn stem wordt je weggevoerd naar de horizon van jouw voorstellingsvermogen. Met nummers uit het leven zoals ‘Misverstand’, uit de liefde zoals ‘Mijn hart’, uit de krochten van het bewustzijn zoals ‘Splinters’ laten ze zien en vooral horen dat muziek en teksten volledig in samenspraak zijn.
Verder: Jan Buunk, lid van het dichterscollectief ”de Omsmeders” uit de Achterhoek en in 2013 gekozen tot ”dichter des Achterhoeks”. Laatste dichtbundel is getiteld: ”Tussentaal en tegentijd”.
En Alfred Valstar uit Ermelo, dichter en taalkunstenaar. Gaf drie dichtbundels uit, de laatste heet ”Seizoensgebonden”. Plus Sander Essers die wij kennen als dichter-troubadour uit onze eigen gemeente Renkum en die zich herdoopt heeft als Doctor Anders. Hij is voedingskundige en doctor in de landbouw- en milieuwetenschappen. Hij kreeg na een reorganisatie bij de universiteit ongewild veel vrije tijd. Zingt, begeleidt zichzelf op de gitaar en volgde de Paul van Vliet Academie voor kleinkunst. Samen met jan Eikelenboom en Bianca Hendriks trad hij op tijdens de afsluitende avond in 2016 rond het thema ”humor”.
Natuurlijk een open podium en zeker en vast een drankje bij alle gezelligheid tussendoor. Klik hier voor agenda

Gelijk

schaamte

‘Wat is de wereld toch klein en wat en toeval dat ik je uitgerekend hier tegenkom!’
Vanuit zijn niemandsland kijkt hij me glunderend aan met zijn brede glimlach en heldere ogen.
Ik heb hem uitgenodigd maar dat is hij vergeten.
‘Riet, Riet, kijk eens wie hier ook is, wat is de wereld toch klein!’
Zijn vrouw kijkt me verontschuldigend aan en legt haar hand op mijn arm.
‘Hij weet het niet meer, ik ben alweer een week met hem thuis maar hij vraagt nog steeds waar zijn koffer is en wanneer we gaan. Waarheen? Hij heeft geen idee.’

Ze ontmoetten elkaar een leven geleden en deelden dat wat lief heet en ook dat wat voor leed door moet gaan. Pas nu, aan de andere kant van het spectrum, komen ze elkaar tegen. De zorg voor hem valt haar zwaar. Ze zijn mijn buren en aangeschoven bij een try out van mijn voorstelling. Achter hen zitten mijn schoonouders, hun situatie lijkt een kloon van de mensen die voor hen zitten. Hij is inmiddels ook meer dan twee derde van zijn leven vergeten en het juk dat op haar schouders rust is soms verpletterend. In een gesprek tussen de twee mannen is de een 64 en weet de ander zijn leeftijd helemaal niet meer. Een tip helpt, beide weten ze hun geboortedatum nog; 1928.
De dementie van beide mannen maakt het tastbaar; dat we onderweg zijn naar een einde. ‘Allemaal!’, zou Adelheid Roosen met een theatraal gebaar zeggen. Deze mannen leven nog, weliswaar in een steeds kleiner wordende wereld die hen keer op keer verrast, maar ze leven nog. Niet dat ze er enorm aan vast houden, ze hoeven gewoon niet zoveel meer dus ook niet dood. Om hen heen neemt de wereld een vorm aan waarin ze de velden of wegen niet meer herkennen. De een zoekt constant zijn geld dat in een film op repeat maar blijft verdwijnen. De ander stapt relaxt thuis het trapgat in omdat hij in een ver verleden gelijkvloers gewoond heeft. Hoe breekbaar ook, slechts een blauwe buil op zijn voorhoofd is zijn deel. De kaarten zijn geschud en dat blijven ze.
We spelen een nummer dat gaat over stilstaan bij het idee dat we ergens heengaan. Terwijl ik de woorden uitspreek vormen zich andere gedachten. In mijn blikveld zit de een zich nog zichtbaar te verkneukelen over het feit dat we elkaar hier toevallig tegengekomen zijn terwijl de ander een dutje doet. Een venijnige saxofoonsolo maakt hem wakker en ik weet het.

Ik weet dat als je alles vergeet er niets meer is om bij stil te staan.
Ik weet dat je verloren bent als achter elke deur die open gaat de wereld zich om je heen sluit in plaats van je omarmt.
Ik weet dat er geen houvast meer is als elke stap, elk woord en elke gedachte die je hebt toevallig is. De letters van het scrabble spel waarmee je eerst het leven kon verwoorden liggen permanent omgekeerd voor je neus. Er schiet je geen maakbare volgorde meer te binnen. De wereld is niet groot.

Het is het gelijk van mijn buurman.

Getuige

getuigeGetuige

 

Hoe vaak heb jij

je kop al niet gestoten

tegen

voorschriften

en wetten

onvermurwbaar

al vanaf de tijd dat

mammie ‘mag niet’

tegen je begon te blèren

 

als voorloper der handhavers

van richting, snelheid en hokjesgeest

 

soms echter kan

een simpel bord

getuigen

van de vrije denker

die er is geweest

Lentesleuren


Ik zie een man zijn wilgen knotten

Na verloop van tijd zijn het er drie
Mannen die hun wilgen knotten

 Ik zie een man zijn bomen planten

Na verloop van tijd zijn het er twintig

Bomen in de grond

 De was leunt buiten

tegen wind
Voorop de fiets bij mam
Een kind
Een puber steekt
Zijn hand uit
Niemand die hem pakt

 Ik zie een man zijn hond uitlaten

Na verloop van tijd zijn het er tien
Honden aan een strakke riem

Viervoeters sleuren
Hem de lente in