Onder Jannen

Waarom heten al die mannen Jan?
Ik heet Jan, mijn vader heette Jan, mijn opa heette Jan. Zo ging dat in mijn kringen. Ik ben de laatste Jan in mijn geslacht. Meisjes namen het over en er was niemand die klaagde. Ik behoor tot een uitstervend lijntje Jannen.
Big deal, wie doet dat nou niet? Uitsterven.
Alles is eindig.
Ik besteedde er geen aandacht aan.

Fietste tegen een berg op en fotografeerde een spandoek.
Jan, stond erop.
“Jan was here”, stond ook op de weg en ik leerde een andere Jan kennen.
Ik voelde me onder Jannen.
Echte Jannen.
spandoekJan
Ik kijk een beetje om me heen.
Er ligt een enveloppe op de mat.
Er zit een uitnodiging in.
Voor het lidmaatschap van een club.
Ik mag, als ik wil, als ik durf, lid worden van een club.
Aspirant lid, de Jantjes heten de eerstejaars.
Pas daarna het grote werk, de Jannen.
In de begeleidende brief staat dat de ballotage commissie aanvankelijk wat huiverig was om de uitnodiging te versturen omdat het helder was dat ik er niet aan toe was, dat lidmaatschap. Nu ik de vraag gesteld heb waarom al die mannen Jan heten is de postkamer geactiveerd en ligt het aanbod op de mat.
Aspirant lid.
Ik denk erover na, twijfel, huiver.
Ik ken ze slechts van horen zeggen.

Deze club Jannen deinst nergens voor terug.
Ze leven het leven dat ze willen, ze voelen de pijn, ze lachen hard, ze bruisen soms wild.
Ze beschermen hun dierbaren op onorthodoxe wijze en als ze een ding gemeen hebben dan is het wel dat ze hun hart volgen en niets anders. Ze denken na over wat er is, niet over wat er was of wat er komt.
Ze schrijven.
Het is een schrijfclub.
Ik moet mijn eigen pen meenemen, mijn eigen papier, moet mijn eigen teksten maken.
Wat ik schrijf mag ik zelf bepalen.
Of het een boek wordt of slechts gebundelde letters is aan mij.

Ik kijk wat verder om mij heen.
Dacht dat die brief alleen voor mij was.
Of in ieder geval dat alleen echte Jannen hem konden krijgen.
Wat een absurde gedachte.
Ik leer dat de commissie alle namen kent maar gewoonweg niet iedereen uitnodigt.
Ik heb de Jannen gezien die me uitnodigden.
Maar ze waren er alleen voor de ontvangst.
Daarna moet ik het zelf doen.
Ik twijfel.
Dat is niet erg.
Jannen durven dat.

Zelfspo(r)t

Ter voorbereiding op de triatlon van Almere trainde ik me suf. Mijn hoogzwangere vriendin bezag mijn inspanningen en liet me liefdevol begaan. Ik liep de marathon van Rotterdam en deed mee aan een heuse moddertocht met de fietsamateurs eerste klasse in België. Fietste mijn longen uit het lijf om ervoor te zorgen dat ik niet met de gedubbelde renners het douchekot moest gaan opzoeken.
Zij pufte met me mee. Alle inspanning is relatief.
fiets-tegen-boom
Met een groep belegden we een trainingskamp op het eiland Lanzarote. Goede trainingsomstandigheden en een mooie gelegenheid om foto’s te maken voor het Deense merk Principia dat ik in Nederland promootte. Hiertoe organiseerden we een fotoshoot op het dak van ons hotel met een Amerikaan die ‘the fridge’ genoemd werd. Zijn postuur deed die bijnaam eer aan. Hij was een ex-football speler en had al aan veel triatlons meegedaan maar het was hem nog nooit gelukt het looponderdeel te voltooien.
De koelkast speelde hem parten.
“I wanna start a healthy sport career”,zei hij. Het gebeuk op zijn gestel en de gebroken ledematen was hij zat. Een frêle Deense triatlete verzorgde de styling van de foto’s en zette hem in de juiste houding op zijn fiets. Zijn uitzinnig gespierde bovenbenen moesten in een strak lycra pak precies naast de bovenbuis van zijn frame uitkomen. Enthousiast probeerde ze zijn enorme lijf goed uit te laten komen op het celluloid. Ze liet geen detail ongemoeid.
“Karen, did you just touch my dick?, vroeg hij enigszins geschokt.
“I am afraid i just did”, sprak de rood aangelopen styliste, “so sorry but it’s hard to miss”.
Het werden prachtige foto’s.
‘Principia, we are not the only ones using oversized tubing’, luidde het onderschrift.

Wat zich gedurende het seizoen al aangediend had kwam langzaam maar zeker naar de oppervlakte. Een hardnekkige blessure aan mijn linkerbil die met geen drie spuiten cortisonen te temmen was. Ik moest rust houden om erger te voorkomen.
Dat lukte niet want ik werd er knettergek van. En mijn vriendin ook. Ik trainde aangepast door om in ieder geval een zekere mate van geestelijk welzijn te garanderen.
Voor de wedstrijd bedacht ik met mijn vriend Rini een systeem waarbij ik direct van het parkoers in de auto afgevoerd kon worden mocht ze tijdens de wedstrijd bevallen.
Sportverdwazing.
Met een pieper toog ik elke dag aan het werk want de bevalling was aanstaande. Ik bezocht de winkel van een klant die de kassa open liet staan waardoor er een piepje afging. Ik rende, moord en brand schreeuwend, de winkel uit in de veronderstelling dat de vliezen gebroken waren. De winkelier in opperste verbazing achterlatend.
Mijn vriendin sloot haar negen maanden topsport af met de bevalling van onze eerste dochter op de avond voor die triatlon. Ik ben niet gestart.
Verlossing kent vele gedaantes.

Popupshop

“De NS wenst u een prettige voortzetting van uw reis”.
Galmend klonk het staccato van de omroeper door de stationshal van Utrecht Centraal. Hakken geselden de traverse om op tijd de trein te halen die van een ander perron vertrok dan aanvankelijk was aangekondigd. Changement du decor.

popupshop

“En wat nou als ik dat gouden klokkie wil laten vermaken?”
De vraag bleef hinderlijk hangen in de slow motion van bedenktijd.
“Nog groter?”, siste Aaron tussen zijn tanden terwijl hij de omgeving goed in de gaten hield. Zijn ogen schoten schichtig heen en weer.
“Dan zoek je me maar weer op.”
Het is bijna onvoorstelbaar, bedacht hij vol afschuw. Knoesten van handen aan polsen die de omvang hadden van een stevige berk. Kon hij niet gewoon wat minder gaan eten en drinken? De vetzak vrat in een maand waarschijnlijk het bruto nationaal product van een gemiddeld ontwikkelingsland bij elkaar. De dikke man gaf echter niet de indruk genoegen te nemen met Aaron’s oplossing.
“En wat nou als ik je niet kan vinden?”
Vertwijfelt om zich heen kijkend hupte Aaron van de ene voet op de andere.
“Luister, luister,luister!, ik ben altijd hier te vinden op de traverse. Eerste herenplee rechts. Iedereen kent me. Ik ben gewoon straight man”.
De dikke man leunde amechtig hijgend tegen de deurpost van de toiletingang. Zweet drupte van zijn hoofd en het boord van zijn gekreukte witte overhemd kleurde langzaam donker. Hij had een bundeltje geld in zijn linkerhand, beduimeld door zijn bezwete handen.
“Ik heb geen klokkie maar ik heb de tijd,” zei de dikke man, “ik wil een betere prijs.”
Als door een adder gebeten veerde Aaron op.
“Dan koop je maar wat minder eten. Of ga bewegen in plaats van mij te stalken. Houdt je meer over, jij vuile afknijper. En ik ook.”
“Ik wil dit als aanmoedigingscadeautje voor mezelf”, sprak de dikke man gejaagd ademend.“Maar sinds ik opgehouden ben met roken komen de kilo’s er echter aan als een gek.”

Aaron was het zat. Hij walgde van de dikke man. En van zichzelf.
Zijn geldgebrek was het enige dat hem hier in deze vunzig vieze omgeving bracht.
Hij had hier niet op gerekend. De deal was immers rond, de dikke man had ja gezegd. Geen tijd voor fratsen of gedoe. De prijs was ernaar. Zijn gejatte goedje was het zeker waard.
“Als ik zo lang moet wachten gaat de prijs omhoog in plaats van naar beneden”.

Het bundeltje geld wisselde van hand maar niet van eigenaar.
Iemand moest hem adviseren in godsnaam weer te gaan roken.

Op doorreis

Ik ging op avontuur door een gat in de heg. Via de achtertuin opzoek naar mijn buurmeisje Nelleke. Gehavend vond ik haar. Mijn schrammen werden liefdevol schoongemaakt en beplakt met Mickey Mouse pleisters door haar moeder. Mijn huilen gesmoord in ranja met een rietje en mijn tranen gedroogd met een schaaltje Nibbits. Daarna ging ik door de voortuin weer naar huis.
Ik sprak Nelleke vijfenveertig jaar later bij de tachtigste verjaardag van mijn moeder. Ze was samen met haar dement geworden moeder en kwam een taartje eten. We haalden verhalen uit een oude doos. Als ik bij haar logeerde moest ik om mijn moeder huilen. Ik wilde altijd naar huis maar ben gek genoeg nooit door het gat in de heg terug gekropen.
Ze zei: “Ik woon alweer een aantal jaren in datzelfde huis, bij mijn moeder, de heg is weg. Er staat een degelijke houten schutting. We hebben niet zoveel contact meer met de buren. Maar we kwamen er weleens”. Giechelend wees ze op haar moeder en kneep in mijn arm.
“ Moeder had het gat in de heg gevonden”.

Ik ben zes jaar en mijn vader gaat dood. Alles is zwart, de gordijnen zijn dicht en ik gluur door een kier naar de kist die opgeslokt wordt door een grote zwarte auto. Ik ben ’s avonds in bed bij de buren. Ik huil. Ik huil om mijn moeder.
Ik ben twaalf en ga met de zeeverkenners op kamp naar Nigtevecht. Een volle dertienkommazeven kilometer van ons huis. Zeilen, eigen potje koken, slapen in boten. Nog voor de eerste avond valt wordt ik opgehaald door mijn nieuwe vader. Ik heb heimwee. Ik huil. Ik huil om mijn moeder.
Ik ben vierentwintig en stap in een vliegtuig. Ik laat alles achter me en ga op wereldreis.
Ik weet niet waarheen. Ik ga fietsen.
Ik weet niet voor hoelang. Ik ga fietsen.
Ik weet niet of ik terugkom. Ik ga fietsen.
Ik zit in New York op een stoeprand en eet een hotdog. Die stond op mijn to do lijst voor als ik er eens zou zijn. Mijn tranen smaken zout in the big zure appel.

bigapple2

Na bijna twee jaar en een heleboel wereld fiets ik weer naar huis.
Het gevoel ergens vandaan te moeten komen om ergens heen te kunnen gaan.
Onrust tot in het diepst van mijn vezels. De status quo vermijdend.
Ik reis van hier naar daar en van daar naar daarginder. Ik wil niet naar mijn moeder. Permanent op doorreis. Soms met heimwee naar waar ik vandaan kom.
Maar nooit genoeg om om te keren.

(je kunt de volledige versie van deze spoken word tekst ook beluisteren).

Goldrushzus

neilyoung

“Neem jij ‘m maar, ik hoef ‘m niet meer.” Telkens hoor ik je weer in mijn hoofd. Dit keer zijn het de klanken uit de autoradio die het je laten zeggen. Dan geef je ‘m aan mij. 

Neil Young’s LP, After the Goldrush. 

Mijn beeld van vrijheid op de voorkant. Neil in zijn oude groezelige jas met cowboylaarzen en een hoed die je niet kunt zien. Hij loop zijn wilde toekomst tegemoet. Mijn leven in. Ik ben Neil Young. 

Je bent het huis uitgegaan en laat je kamer aan mij na. Thuis wordt dit ‘het hok’ genoemd. Ik ben vijftien en denk dat vrijheid, behalve Neil Young, uit vierkante meters bestaat die je van jezelf kunt maken door een deur achter je te sluiten. Tot dan heb ik altijd het kleinste kamertje gehad. ‘Het hok’ is een verbouwde volière waar een eindeloze zee in schuilt.  

Denk ik.  

Het bastion van waaruit jij jouw vrijheid bevochten hebt. De voor mij zo duistere ruzies voerde met onze ouders en jouw vriendjes die je meenam. Neil Young was jouw vriend. Hij was altijd een wilde gozer die zich niets aantrok van de bestaande conventies. Daar hadden we er thuis genoeg van. Telkens als je weer een andere Neil meebracht en er na korte tijd knetterend afscheid van genomen had galmde de zanger door het hok. 

“Yes, only love can break your heart, try to be sure right from the start”. 

Ik tikte een oude suède jas, lichtbruine afgetrapte cowboylaarzen en een rafelige Stenton op de kop. Mijn strijd kon beginnen. Het duurde even voor ik ermee op school verscheen. Als coole dude moest ik de horde pap en mam nog nemen.  

Dat was gemakkelijker dan voor jou want ik, ik bevond me after the goldrush. De jouwe. 

Er waren al gebaande paden. 

Ik heb mijn auto geparkeerd en luister het nummer helemaal af. 

Net zolang tot ik je voel wegebben.  

Want van jouw vrijheid wil ik zolang mogelijk genieten. 

Beschermende kleding

Beschermende kleding.

De deur sloeg achter hem dicht. Bewegingloos nam hij de ruimte in zich op. Langs het plafond en de muren zag hij het vage schijnsel van blauwe zwaailichten. De Bijenkorf was leeg. Hij luisterde naar de stilte. Sieraden lichtten op onder halogeenlampen, stropdassen kleurden de kledingrekken. Zomerjurkjes die je aan twee kanten kon dragen deden hem denken aan wulpse meisjes paraderend langs terrassen. Het merk was hem ontschoten.

Voorzichtig kwam hij in beweging en bedacht dat deze opdracht veel tijd zou gaan vergen. Vanaf de linkerzijde van de ruimte werkte hij systematisch speurend de uitstallingen af. Zweet gutste langs de binnenkant van zijn vizier. Tegen de regels in zette hij zijn helm af. Men had de airco uitgezet en ondanks het ontbreken van de gebruikelijke drukte stond de bedompte ruimte hem tegen. Onplezierig om in rond te lopen. Hij had een hekel aan winkelen. Zijn vrouw zou zich in de hemel wanen.

Nadat hij de herenafdeling gecontroleerd had ging hij even zitten.Twee in Armani gehulde mannen staarden hem bewegingsloos aan. Zo’n shirt, daar was hij al een hele tijd naar opzoek. Hij trok zijn beschermende kleding uit en ontdeed de man van zijn textiel. Als gegoten. Om zich heen kijkend viel zijn oog op Hugo Boss. Prachtige pantalons. Zonder erbij na te denken pakte hij zijn maat uit het rek en liep naar de paskamer. Tevreden met het weerkaatste resultaat riep hij ‘Tadaah!’ tegen niemand in het bijzonder en schaatste op zijn sokken naar de schoenenafdeling. Lichtbruine van Buuls. Maat 43. Puntgaaf.

Goedkeurend genoot hij van zijn spiegelbeeld toen hem een tikkend geluid opviel.
Hij realiseerde zich dat er nog een mooi passend polshorloge bij moest zoeken. Dan zou hij strak en goed gekleed naar buiten lopen. Zijn vrouw zou opkijken van zijn tijdloze keuze.
De gedachte deed hem glimlachen. Het zou inslaan als een bom.

beschermende kleding

Hallo lezer,

Ik ben erachter gekomen dat ik al besta. Wilde als unieke Jan Eikelenboom mijn schrijven van een plek voorzien en wat blijkt; Ik ben er al.

Dus heet ik hier anders. Romheen, oftewel R. Omheen.

Hij  schrijft met bochten, slingers, vertelsels en verzinsels overal omheen. Soms om de dagelijkse beslommeringen heen, soms om zijn hart en zijn gevoel.

Omdat rechtdoor altijd nog kan. Want telkens als hij weer een regel probeert te dichten, bloeit er weer een nieuwe open.

foto (1)

jan eikelenboom