Zelfspo(r)t

Ter voorbereiding op de triatlon van Almere trainde ik me suf. Mijn hoogzwangere vriendin bezag mijn inspanningen en liet me liefdevol begaan. Ik liep de marathon van Rotterdam en deed mee aan een heuse moddertocht met de fietsamateurs eerste klasse in België. Fietste mijn longen uit het lijf om ervoor te zorgen dat ik niet met de gedubbelde renners het douchekot moest gaan opzoeken.
Zij pufte met me mee. Alle inspanning is relatief.
fiets-tegen-boom
Met een groep belegden we een trainingskamp op het eiland Lanzarote. Goede trainingsomstandigheden en een mooie gelegenheid om foto’s te maken voor het Deense merk Principia dat ik in Nederland promootte. Hiertoe organiseerden we een fotoshoot op het dak van ons hotel met een Amerikaan die ‘the fridge’ genoemd werd. Zijn postuur deed die bijnaam eer aan. Hij was een ex-football speler en had al aan veel triatlons meegedaan maar het was hem nog nooit gelukt het looponderdeel te voltooien.
De koelkast speelde hem parten.
“I wanna start a healthy sport career”,zei hij. Het gebeuk op zijn gestel en de gebroken ledematen was hij zat. Een frêle Deense triatlete verzorgde de styling van de foto’s en zette hem in de juiste houding op zijn fiets. Zijn uitzinnig gespierde bovenbenen moesten in een strak lycra pak precies naast de bovenbuis van zijn frame uitkomen. Enthousiast probeerde ze zijn enorme lijf goed uit te laten komen op het celluloid. Ze liet geen detail ongemoeid.
“Karen, did you just touch my dick?, vroeg hij enigszins geschokt.
“I am afraid i just did”, sprak de rood aangelopen styliste, “so sorry but it’s hard to miss”.
Het werden prachtige foto’s.
‘Principia, we are not the only ones using oversized tubing’, luidde het onderschrift.

Wat zich gedurende het seizoen al aangediend had kwam langzaam maar zeker naar de oppervlakte. Een hardnekkige blessure aan mijn linkerbil die met geen drie spuiten cortisonen te temmen was. Ik moest rust houden om erger te voorkomen.
Dat lukte niet want ik werd er knettergek van. En mijn vriendin ook. Ik trainde aangepast door om in ieder geval een zekere mate van geestelijk welzijn te garanderen.
Voor de wedstrijd bedacht ik met mijn vriend Rini een systeem waarbij ik direct van het parkoers in de auto afgevoerd kon worden mocht ze tijdens de wedstrijd bevallen.
Sportverdwazing.
Met een pieper toog ik elke dag aan het werk want de bevalling was aanstaande. Ik bezocht de winkel van een klant die de kassa open liet staan waardoor er een piepje afging. Ik rende, moord en brand schreeuwend, de winkel uit in de veronderstelling dat de vliezen gebroken waren. De winkelier in opperste verbazing achterlatend.
Mijn vriendin sloot haar negen maanden topsport af met de bevalling van onze eerste dochter op de avond voor die triatlon. Ik ben niet gestart.
Verlossing kent vele gedaantes.

Popupshop

“De NS wenst u een prettige voortzetting van uw reis”.
Galmend klonk het staccato van de omroeper door de stationshal van Utrecht Centraal. Hakken geselden de traverse om op tijd de trein te halen die van een ander perron vertrok dan aanvankelijk was aangekondigd. Changement du decor.

popupshop

“En wat nou als ik dat gouden klokkie wil laten vermaken?”
De vraag bleef hinderlijk hangen in de slow motion van bedenktijd.
“Nog groter?”, siste Aaron tussen zijn tanden terwijl hij de omgeving goed in de gaten hield. Zijn ogen schoten schichtig heen en weer.
“Dan zoek je me maar weer op.”
Het is bijna onvoorstelbaar, bedacht hij vol afschuw. Knoesten van handen aan polsen die de omvang hadden van een stevige berk. Kon hij niet gewoon wat minder gaan eten en drinken? De vetzak vrat in een maand waarschijnlijk het bruto nationaal product van een gemiddeld ontwikkelingsland bij elkaar. De dikke man gaf echter niet de indruk genoegen te nemen met Aaron’s oplossing.
“En wat nou als ik je niet kan vinden?”
Vertwijfelt om zich heen kijkend hupte Aaron van de ene voet op de andere.
“Luister, luister,luister!, ik ben altijd hier te vinden op de traverse. Eerste herenplee rechts. Iedereen kent me. Ik ben gewoon straight man”.
De dikke man leunde amechtig hijgend tegen de deurpost van de toiletingang. Zweet drupte van zijn hoofd en het boord van zijn gekreukte witte overhemd kleurde langzaam donker. Hij had een bundeltje geld in zijn linkerhand, beduimeld door zijn bezwete handen.
“Ik heb geen klokkie maar ik heb de tijd,” zei de dikke man, “ik wil een betere prijs.”
Als door een adder gebeten veerde Aaron op.
“Dan koop je maar wat minder eten. Of ga bewegen in plaats van mij te stalken. Houdt je meer over, jij vuile afknijper. En ik ook.”
“Ik wil dit als aanmoedigingscadeautje voor mezelf”, sprak de dikke man gejaagd ademend.“Maar sinds ik opgehouden ben met roken komen de kilo’s er echter aan als een gek.”

Aaron was het zat. Hij walgde van de dikke man. En van zichzelf.
Zijn geldgebrek was het enige dat hem hier in deze vunzig vieze omgeving bracht.
Hij had hier niet op gerekend. De deal was immers rond, de dikke man had ja gezegd. Geen tijd voor fratsen of gedoe. De prijs was ernaar. Zijn gejatte goedje was het zeker waard.
“Als ik zo lang moet wachten gaat de prijs omhoog in plaats van naar beneden”.

Het bundeltje geld wisselde van hand maar niet van eigenaar.
Iemand moest hem adviseren in godsnaam weer te gaan roken.

Beschermende kleding

Beschermende kleding.

De deur sloeg achter hem dicht. Bewegingloos nam hij de ruimte in zich op. Langs het plafond en de muren zag hij het vage schijnsel van blauwe zwaailichten. De Bijenkorf was leeg. Hij luisterde naar de stilte. Sieraden lichtten op onder halogeenlampen, stropdassen kleurden de kledingrekken. Zomerjurkjes die je aan twee kanten kon dragen deden hem denken aan wulpse meisjes paraderend langs terrassen. Het merk was hem ontschoten.

Voorzichtig kwam hij in beweging en bedacht dat deze opdracht veel tijd zou gaan vergen. Vanaf de linkerzijde van de ruimte werkte hij systematisch speurend de uitstallingen af. Zweet gutste langs de binnenkant van zijn vizier. Tegen de regels in zette hij zijn helm af. Men had de airco uitgezet en ondanks het ontbreken van de gebruikelijke drukte stond de bedompte ruimte hem tegen. Onplezierig om in rond te lopen. Hij had een hekel aan winkelen. Zijn vrouw zou zich in de hemel wanen.

Nadat hij de herenafdeling gecontroleerd had ging hij even zitten.Twee in Armani gehulde mannen staarden hem bewegingsloos aan. Zo’n shirt, daar was hij al een hele tijd naar opzoek. Hij trok zijn beschermende kleding uit en ontdeed de man van zijn textiel. Als gegoten. Om zich heen kijkend viel zijn oog op Hugo Boss. Prachtige pantalons. Zonder erbij na te denken pakte hij zijn maat uit het rek en liep naar de paskamer. Tevreden met het weerkaatste resultaat riep hij ‘Tadaah!’ tegen niemand in het bijzonder en schaatste op zijn sokken naar de schoenenafdeling. Lichtbruine van Buuls. Maat 43. Puntgaaf.

Goedkeurend genoot hij van zijn spiegelbeeld toen hem een tikkend geluid opviel.
Hij realiseerde zich dat er nog een mooi passend polshorloge bij moest zoeken. Dan zou hij strak en goed gekleed naar buiten lopen. Zijn vrouw zou opkijken van zijn tijdloze keuze.
De gedachte deed hem glimlachen. Het zou inslaan als een bom.

beschermende kleding

Kamer 23.

Voor de zoveelste keer werd ze overvallen door dezelfde gedachte. Ze lag hier opgesloten in een long. Een muffe, slecht doorbloedde, zwartgeblakerde long. Zo een die de verpakking van zijn pakje Lucky Strike sierde, haar nachtwaker. Deze kamer deed gekke dingen met haar. Of misschien was het gewoon wel de wiet die ze samen rookten. In zijn armen voelde ze zich veilig en gewild.

Eenmaal losgelaten in de eenzaamheid van deze ruimte werd ze meegezogen door de long. De muffe, slecht doorbloedde, zwartgeblakerde long. De gordijnen werden tentakels en slingerden zich als slijmerige slierten weefsel om haar heen. Trokken haar met zich mee de kwaadaardig pulserende ruimte in. Dekens veranderden in een zwarte aanslag die zich aan haar hechtte. Het hoogpolig tapijt werd de bekleding van haar waanbeeld dat bij iedere gierende ademhaling kromp en daarna weer uitzette. Grijze vijandige rook likte onder de deur door.

Wanhopig probeerde ze haar opkomende hoestbui te bedwingen. Rood aangelopen van de ingehouden spanning zag ze lijdzaam toe hoe de deur steeds boller kwam te staan van de onstuitbaar drukkende rook erachter. Met een enorme kracht vloog hij open en door de druk werd ze uit bed geslingerd. Onbeheersbaar knalde de vaporeuze overval door de verstikkende ruimte. Haar cellen geselend tot in de kleinste uithoeken van de kamer waar bloedsporen langs de plinten drupten. Met de ogen angstig wijd open gesperd zocht ze zich ruggelings crawlend een weg tussen de resten van rottend weefsel dat zich via de poten van het bed een weg omhoog baande. Het beddengoed langzaam veranderend in een smeulende puinhoop. Het werd haar langzaam zwart voor ogen. Zijn armen en goddelijk lichaam leken verder weg dan ooit. Ze wist zeker dat hij zou komen. Hij zou haar redden. Met haar laatste krachten beroerde ze de knop.

lange-lege-het-ziekenhuisgang-9096510

Het rode lampje op het display lichtte op. Opkijkend uit zijn studieboek zuchtte hij zacht.  Kamer 23. Jezus, al de derde keer vannacht.

Dat ze van hem droomde vond hij op een of andere manier wel vleiend.Hij hield vaak haar hand even vast als ze er met rode koontjes over vertelde.  De wiet gaf haar de rust die ze nodig leek te hebben. Hij was er alleen nog niet achter waarom ze telkens uit bed viel. Stiekem fantaseerde hij daarover. Met zijn gebruinde linkerhand tikte hij het display tot rust en sjokte de lange kille gang in.

Eerst plassen, ze kon wel even wachten.

Déjà vu

De lucht achter de voorruit is strak blauw. Zinderend stroomt de warmte uit een slecht functionerende airco. “Almost cut my hair”, zingen Crosby, Stills, Nash en Young. De man en de vrouw weten niet meer zeker uit welk jaar. Tegen een achtergrond van een gortdroog en glooiend landschap kruipt hun huurauto naar de Portugese kust. Alle ramen open. Terug in de tijd.

Een kampvuur op het strand.
De zoete lucht van wiet .
Geluiden van de zee.
“I lost my heart in Milfontes”, D-mineur, een lastig akkoord.
A capella zonder harmonie.
Alcohol als dissonant.
Hun dochter moet hier ergens verwekt zijn.
Gisteren, negentien jaar geleden.

In gedachten verzonken drukt de vrouw op de shuffleknop van de cd speler. ‘Our House’ geeft haar verleden kleur. “Wat heeft ze hier in godsnaam nou te zoeken”, vraagt ze zich hardop af met een bozige ondertoon in haar stem. “Wat zochten wij hier eigenlijk?”
Hij is er ook nieuwsgierig naar. Misschien had hij eerder iets moeten zeggen over zijn gevoel. Geen twee weken moeten wachten. Hun dochter was immers op vakantie. Laat dat kind toch van zichzelf zijn.
Ze draaien de asfaltweg af. “Volg de borden Cercal maar, het is de N262”.
Het trillende landschap heuvelt langs de voortbewegende auto. Boerenerven met Don Quichot molens aan de rand. Magere lome honden in de schaduw. Boomgaarden vol rijpend fruit van de zon.
Het is zomer.

“Ficamos com tempestade e chuva”, klinkt het uit de radio. “We krijgen regen en onweer”, zucht ze . “Sinds wanneer spreek jij Portugees?”, vraagt hij verbaasd.
“Van Jorge”, zegt ze terwijl ze het landschap bestudeerd.
“Jorge”, herhaalt hij.
De knokkels van zijn hand aan het stuur kleuren langzaam wit. Hij had zijn inzichten over de vrije liefde drastisch herzien na die zomer. Krassen op zijn ziel.
Ze nemen een binnendoor weggetje en als ze stofwolken achterlatend de Rio Mira kruisen begint het hem te weer dagen.

Porto Nuovo del Milfontes, aan de monding van de Rio Mira, is gegroeid.
In tegenstelling tot wat de folders beloven heeft het toerisme haar al wel ontdekt.
Hotel Mar e Sol biedt uitzicht op de rivier die hier een zee bereikt.
Verlaten en zanderig spoelt het water heen en weer. Een lang deinend lint van vissersbootjes wacht tot het tij keert. Wit geschilderde huisjes in smalle straatjes weerkaatsen de hitte van de zon.
Op een parkeerplaats langs de kade staat een volkswagenbusje uit de tijd van Crosby en consorten. Uitbundig beschilderd, een overduidelijk trofee van de plaatselijke surfscéne.
DSC_0231

Ze hebben de invloeden van het zilt proberen weg te schilderen. Gemixt met roesttinten. “Don’t laugh…your daughter may be in this van!”, staat er op de zijkant gekalkt.
Hij hoopt dat ze het niet gezien heeft.

“Hoi Mam, hoi Pap!, wat een super verrassing!”
Hun uitgesproken woorden van ongerustheid bereiken haar niet. Haar schaterlach en levenslust geven af als ze gaan eten in een visrestaurant direct aan de kust. Ze zijn gerustgesteld en opgelucht drinken ze de koele plaatselijke wijn. Ze heeft een verlegen Portugese jongen meegenomen en stelt hem voor als haar nieuwe vriendje.
“Meu nome é Jorge, zegt hij timide handenschuddend.

Boven de muziek uit klinkt het zachte gerommel van opkomend onweer.

Een Amsterdams terras

ysbreeker

Eten met mijn schrijfclub. We zijn neergestreken op het terras van de Ysbreeker aan de Amstel. Oevers met herenhuizen uit een rijk verleden met elkaar verbonden door een magere brug. Tweewielers slingeren zich een weg door het verkeer. De route van veel sloepjes die door mijn blikveld varen lijkt alcoholcontroles op het water te rechtvaardigen.
Het Amsterdam van nu fietst en vaart.

Onze cursus is al op vakantie maar wij hebben afgesproken om elkaar blijvend te stimuleren in onze liefdevolle worsteling met de letteren. We spreken de waarheid over de kwaliteit van elkaars schrijven. Daarna schenken we nog eens bij om te overleggen hoeveel we hiervan aankunnen. In de avondzon hoor ik ze soms praten, mijn schrijfgenoten.

Aan het eind van de grote tafel waaraan we zitten hebben drie vrouwen plaatsgenomen. De meer dan middelbare leeftijd wordt bestreden door frivole mantelpakjes, veel decolleté ,make-up en lippenstift maar bovenal door brillen. Een van de vrouwen draagt een bril met een dik roze montuur en zet hier overheen haar fel blauwe zonnebril op als ze de menukaart probeert te lezen. Het past niet goed waardoor ze een soort dubbel glas-in-lood venster op haar hippe oude hoofd heeft. Ze is het grootste gedeelte van de tijd bezig om de brillen in de goede volgorde van en op haar hoofd te zetten en ze daar te houden. Het gebrek aan varifocus houdt haar fit.

Ik heb een hamburger besteld. Net als op een reguliere cursusdag wanneer ik met mijn dochter eet bij Burgerzaken. Macht der gewoonte. Als ik mijn kaken in de sappige dode koe zet komt er een mannetje aanlopen. Zijn uiterlijk, kleding en voorkomen doen me ineens beseffen hoe goed ik het heb. Ik veeg de ketchup uit mijn mondhoek wanneer hij langzaam langs de tafel dichterbij komt. Ik heb wat kleingeld in mijn zak. Opborrelende gedachten over de daklozen opvang hier in de hoofdstad en het gebrek aan adequate middelen om hier op een menselijke manier uitvoering aan te geven spelen door mijn hoofd. Met uitgestoken hand loopt hij naar een van mijn tafelgenoten en vraagt: “Is deze vrij?” Hij pakt de stoel en gaat naast ons aan de grote tafel zitten. Besteld een hamburger en een Belgisch biertje, neemt de krant en verdiept zich in de waanzin van de dag.
‘Gezonde leefstijl voorkomt dementie’, kopt het dagblad.

Ik denk na over de bril die ik opzet als ik in Amsterdam ben.
Een beetje meer varifocus kan geen kwaad geloof ik.