Waanzin

Ter gelegenheid van de nationale boekenweek werd er een wedstrijd uitgeschreven voor ultrakorte spreuken en verhalen. Het thema was ‘waanzin’. Een deskundige jury beoordeelde ruim 450 inzendingen en koos er negen uit waar het publiek op mocht stemmen. Je voelt hem aankomen, de winnaar was:

tegeltjes wijsheid

Déjà vu

De lucht achter de voorruit is strak blauw. Zinderend stroomt de warmte uit een slecht functionerende airco. “Almost cut my hair”, zingen Crosby, Stills, Nash en Young. De man en de vrouw weten niet meer zeker uit welk jaar. Tegen een achtergrond van een gortdroog en glooiend landschap kruipt hun huurauto naar de Portugese kust. Alle ramen open. Terug in de tijd.

Een kampvuur op het strand.
De zoete lucht van wiet .
Geluiden van de zee.
“I lost my heart in Milfontes”, D-mineur, een lastig akkoord.
A capella zonder harmonie.
Alcohol als dissonant.
Hun dochter moet hier ergens verwekt zijn.
Gisteren, negentien jaar geleden.

In gedachten verzonken drukt de vrouw op de shuffleknop van de cd speler. ‘Our House’ geeft haar verleden kleur. “Wat heeft ze hier in godsnaam nou te zoeken”, vraagt ze zich hardop af met een bozige ondertoon in haar stem. “Wat zochten wij hier eigenlijk?”
Hij is er ook nieuwsgierig naar. Misschien had hij eerder iets moeten zeggen over zijn gevoel. Geen twee weken moeten wachten. Hun dochter was immers op vakantie. Laat dat kind toch van zichzelf zijn.
Ze draaien de asfaltweg af. “Volg de borden Cercal maar, het is de N262”.
Het trillende landschap heuvelt langs de voortbewegende auto. Boerenerven met Don Quichot molens aan de rand. Magere lome honden in de schaduw. Boomgaarden vol rijpend fruit van de zon.
Het is zomer.

“Ficamos com tempestade e chuva”, klinkt het uit de radio. “We krijgen regen en onweer”, zucht ze . “Sinds wanneer spreek jij Portugees?”, vraagt hij verbaasd.
“Van Jorge”, zegt ze terwijl ze het landschap bestudeerd.
“Jorge”, herhaalt hij.
De knokkels van zijn hand aan het stuur kleuren langzaam wit. Hij had zijn inzichten over de vrije liefde drastisch herzien na die zomer. Krassen op zijn ziel.
Ze nemen een binnendoor weggetje en als ze stofwolken achterlatend de Rio Mira kruisen begint het hem te weer dagen.

Porto Nuovo del Milfontes, aan de monding van de Rio Mira, is gegroeid.
In tegenstelling tot wat de folders beloven heeft het toerisme haar al wel ontdekt.
Hotel Mar e Sol biedt uitzicht op de rivier die hier een zee bereikt.
Verlaten en zanderig spoelt het water heen en weer. Een lang deinend lint van vissersbootjes wacht tot het tij keert. Wit geschilderde huisjes in smalle straatjes weerkaatsen de hitte van de zon.
Op een parkeerplaats langs de kade staat een volkswagenbusje uit de tijd van Crosby en consorten. Uitbundig beschilderd, een overduidelijk trofee van de plaatselijke surfscéne.
DSC_0231

Ze hebben de invloeden van het zilt proberen weg te schilderen. Gemixt met roesttinten. “Don’t laugh…your daughter may be in this van!”, staat er op de zijkant gekalkt.
Hij hoopt dat ze het niet gezien heeft.

“Hoi Mam, hoi Pap!, wat een super verrassing!”
Hun uitgesproken woorden van ongerustheid bereiken haar niet. Haar schaterlach en levenslust geven af als ze gaan eten in een visrestaurant direct aan de kust. Ze zijn gerustgesteld en opgelucht drinken ze de koele plaatselijke wijn. Ze heeft een verlegen Portugese jongen meegenomen en stelt hem voor als haar nieuwe vriendje.
“Meu nome é Jorge, zegt hij timide handenschuddend.

Boven de muziek uit klinkt het zachte gerommel van opkomend onweer.

Een Amsterdams terras

ysbreeker

Eten met mijn schrijfclub. We zijn neergestreken op het terras van de Ysbreeker aan de Amstel. Oevers met herenhuizen uit een rijk verleden met elkaar verbonden door een magere brug. Tweewielers slingeren zich een weg door het verkeer. De route van veel sloepjes die door mijn blikveld varen lijkt alcoholcontroles op het water te rechtvaardigen.
Het Amsterdam van nu fietst en vaart.

Onze cursus is al op vakantie maar wij hebben afgesproken om elkaar blijvend te stimuleren in onze liefdevolle worsteling met de letteren. We spreken de waarheid over de kwaliteit van elkaars schrijven. Daarna schenken we nog eens bij om te overleggen hoeveel we hiervan aankunnen. In de avondzon hoor ik ze soms praten, mijn schrijfgenoten.

Aan het eind van de grote tafel waaraan we zitten hebben drie vrouwen plaatsgenomen. De meer dan middelbare leeftijd wordt bestreden door frivole mantelpakjes, veel decolleté ,make-up en lippenstift maar bovenal door brillen. Een van de vrouwen draagt een bril met een dik roze montuur en zet hier overheen haar fel blauwe zonnebril op als ze de menukaart probeert te lezen. Het past niet goed waardoor ze een soort dubbel glas-in-lood venster op haar hippe oude hoofd heeft. Ze is het grootste gedeelte van de tijd bezig om de brillen in de goede volgorde van en op haar hoofd te zetten en ze daar te houden. Het gebrek aan varifocus houdt haar fit.

Ik heb een hamburger besteld. Net als op een reguliere cursusdag wanneer ik met mijn dochter eet bij Burgerzaken. Macht der gewoonte. Als ik mijn kaken in de sappige dode koe zet komt er een mannetje aanlopen. Zijn uiterlijk, kleding en voorkomen doen me ineens beseffen hoe goed ik het heb. Ik veeg de ketchup uit mijn mondhoek wanneer hij langzaam langs de tafel dichterbij komt. Ik heb wat kleingeld in mijn zak. Opborrelende gedachten over de daklozen opvang hier in de hoofdstad en het gebrek aan adequate middelen om hier op een menselijke manier uitvoering aan te geven spelen door mijn hoofd. Met uitgestoken hand loopt hij naar een van mijn tafelgenoten en vraagt: “Is deze vrij?” Hij pakt de stoel en gaat naast ons aan de grote tafel zitten. Besteld een hamburger en een Belgisch biertje, neemt de krant en verdiept zich in de waanzin van de dag.
‘Gezonde leefstijl voorkomt dementie’, kopt het dagblad.

Ik denk na over de bril die ik opzet als ik in Amsterdam ben.
Een beetje meer varifocus kan geen kwaad geloof ik.

Animaalstroom

Mijn hond Kai is zes jaar oud. Het is een Duitse herder met het imago van een killer en het zelfbeeld van een Jack Russel. Mijn dochter vroeg erom. Ze voelde zich niet meer veilig alleen in huis en ik zag mijn kans schoon op een setje tandjes.

“Krijg ik een leuk klein hondje pap?”Dat was de vraag van mijn andere dochter. 12 jaar geleden. Het werd een Jack Russel met een lief image en het zelfbeeld van een herder. Ik heb twee dochters en twee honden. Mijn vrouw heeft niets met dieren en mijn dochters zijn inmiddels het huis uit. De honden niet, ze leven nog. Vroeger wilde ik altijd een hond. Ik zeurde er erg om. Nu ben ik daar niet zeker meer van.

Ik woon buiten waar het gewoon is om dieren te hebben. Tenminste, dat vond mijn vader. Ik hield van mijn vader maar daarin kun je ook te ver gaan. “Mijn tuin is jouw tuin pap”, zei ik toen hij in een appartement ging wonen en ik zijn ontreddering besefte. Hij kon niet leven zonder tuin en dieren. We bouwden een volière voor vogels en kippen en een hok voor konijnen.

Mijn vader is inmiddels dood. Alle dieren zijn er nog. Mijn vrouw heeft niets met dieren en mijn dochters zijn het huis uit. Je vraagt je nooit af hoelang een kip leeft. Of een konijn.

.working on a dog's life

Schuilen

Ik bevind me in het mooiste gebouw van Arnhem.

Zegt de man van de Gelderlander.

Het auditorium op de hoogste verdieping

is het toneel van Thomas Verbogt.

Het uitzicht is een brug tever.

Verbogt praat er geïnspireerd doorheen.

Herbouwd oorlogsverleden in mijn blikveld doet

me verlangen naar bescherming.

Wegkruipen of armen om mij heen.

Iets in mij wil schuilen.

Voor bommen en granaten,

voor verleden zonder toekomst,

voor Charly , pennenvruchten en  voor hartzeer.

Toen ik bij het gebouw Rozet aankwam bleek ook

de bibliotheek geopend.

Voor de deur wijst een jongetje van een jaar of tien,

aan de hand van zijn vader, op het grote roze aardvarken.

Het ligt er, hufterproof, aan de overkant van de straat.

“Als het oorlog is”, zegt het jongetje,”is dat echt de beste plek om te schuilen.

Onder zijn linkeroor, daar ben je veilig. Daar kan je echt niets gebeuren”.

Zijn vader beschermd hem tegen de gevaren van de draaideur en loodst hem naar binnen.

Kort wachtend in de regen tot ze binnen zijn en kijk naar het grote roze oor.

Ik vermoed een kleine boekenwurm die zojuist ‘Oorlogswinter’ gelezen heeft.sneeuwfietser-900