Op doorreis

Ik ging op avontuur door een gat in de heg. Via de achtertuin opzoek naar mijn buurmeisje Nelleke. Gehavend vond ik haar. Mijn schrammen werden liefdevol schoongemaakt en beplakt met Mickey Mouse pleisters door haar moeder. Mijn huilen gesmoord in ranja met een rietje en mijn tranen gedroogd met een schaaltje Nibbits. Daarna ging ik door de voortuin weer naar huis.
Ik sprak Nelleke vijfenveertig jaar later bij de tachtigste verjaardag van mijn moeder. Ze was samen met haar dement geworden moeder en kwam een taartje eten. We haalden verhalen uit een oude doos. Als ik bij haar logeerde moest ik om mijn moeder huilen. Ik wilde altijd naar huis maar ben gek genoeg nooit door het gat in de heg terug gekropen.
Ze zei: “Ik woon alweer een aantal jaren in datzelfde huis, bij mijn moeder, de heg is weg. Er staat een degelijke houten schutting. We hebben niet zoveel contact meer met de buren. Maar we kwamen er weleens”. Giechelend wees ze op haar moeder en kneep in mijn arm.
“ Moeder had het gat in de heg gevonden”.

Ik ben zes jaar en mijn vader gaat dood. Alles is zwart, de gordijnen zijn dicht en ik gluur door een kier naar de kist die opgeslokt wordt door een grote zwarte auto. Ik ben ’s avonds in bed bij de buren. Ik huil. Ik huil om mijn moeder.
Ik ben twaalf en ga met de zeeverkenners op kamp naar Nigtevecht. Een volle dertienkommazeven kilometer van ons huis. Zeilen, eigen potje koken, slapen in boten. Nog voor de eerste avond valt wordt ik opgehaald door mijn nieuwe vader. Ik heb heimwee. Ik huil. Ik huil om mijn moeder.
Ik ben vierentwintig en stap in een vliegtuig. Ik laat alles achter me en ga op wereldreis.
Ik weet niet waarheen. Ik ga fietsen.
Ik weet niet voor hoelang. Ik ga fietsen.
Ik weet niet of ik terugkom. Ik ga fietsen.
Ik zit in New York op een stoeprand en eet een hotdog. Die stond op mijn to do lijst voor als ik er eens zou zijn. Mijn tranen smaken zout in the big zure appel.

bigapple2

Na bijna twee jaar en een heleboel wereld fiets ik weer naar huis.
Het gevoel ergens vandaan te moeten komen om ergens heen te kunnen gaan.
Onrust tot in het diepst van mijn vezels. De status quo vermijdend.
Ik reis van hier naar daar en van daar naar daarginder. Ik wil niet naar mijn moeder. Permanent op doorreis. Soms met heimwee naar waar ik vandaan kom.
Maar nooit genoeg om om te keren.

(je kunt de volledige versie van deze spoken word tekst ook beluisteren).

Goldrushzus

neilyoung

“Neem jij ‘m maar, ik hoef ‘m niet meer.” Telkens hoor ik je weer in mijn hoofd. Dit keer zijn het de klanken uit de autoradio die het je laten zeggen. Dan geef je ‘m aan mij. 

Neil Young’s LP, After the Goldrush. 

Mijn beeld van vrijheid op de voorkant. Neil in zijn oude groezelige jas met cowboylaarzen en een hoed die je niet kunt zien. Hij loop zijn wilde toekomst tegemoet. Mijn leven in. Ik ben Neil Young. 

Je bent het huis uitgegaan en laat je kamer aan mij na. Thuis wordt dit ‘het hok’ genoemd. Ik ben vijftien en denk dat vrijheid, behalve Neil Young, uit vierkante meters bestaat die je van jezelf kunt maken door een deur achter je te sluiten. Tot dan heb ik altijd het kleinste kamertje gehad. ‘Het hok’ is een verbouwde volière waar een eindeloze zee in schuilt.  

Denk ik.  

Het bastion van waaruit jij jouw vrijheid bevochten hebt. De voor mij zo duistere ruzies voerde met onze ouders en jouw vriendjes die je meenam. Neil Young was jouw vriend. Hij was altijd een wilde gozer die zich niets aantrok van de bestaande conventies. Daar hadden we er thuis genoeg van. Telkens als je weer een andere Neil meebracht en er na korte tijd knetterend afscheid van genomen had galmde de zanger door het hok. 

“Yes, only love can break your heart, try to be sure right from the start”. 

Ik tikte een oude suède jas, lichtbruine afgetrapte cowboylaarzen en een rafelige Stenton op de kop. Mijn strijd kon beginnen. Het duurde even voor ik ermee op school verscheen. Als coole dude moest ik de horde pap en mam nog nemen.  

Dat was gemakkelijker dan voor jou want ik, ik bevond me after the goldrush. De jouwe. 

Er waren al gebaande paden. 

Ik heb mijn auto geparkeerd en luister het nummer helemaal af. 

Net zolang tot ik je voel wegebben.  

Want van jouw vrijheid wil ik zolang mogelijk genieten. 

Beschermende kleding

Beschermende kleding.

De deur sloeg achter hem dicht. Bewegingloos nam hij de ruimte in zich op. Langs het plafond en de muren zag hij het vage schijnsel van blauwe zwaailichten. De Bijenkorf was leeg. Hij luisterde naar de stilte. Sieraden lichtten op onder halogeenlampen, stropdassen kleurden de kledingrekken. Zomerjurkjes die je aan twee kanten kon dragen deden hem denken aan wulpse meisjes paraderend langs terrassen. Het merk was hem ontschoten.

Voorzichtig kwam hij in beweging en bedacht dat deze opdracht veel tijd zou gaan vergen. Vanaf de linkerzijde van de ruimte werkte hij systematisch speurend de uitstallingen af. Zweet gutste langs de binnenkant van zijn vizier. Tegen de regels in zette hij zijn helm af. Men had de airco uitgezet en ondanks het ontbreken van de gebruikelijke drukte stond de bedompte ruimte hem tegen. Onplezierig om in rond te lopen. Hij had een hekel aan winkelen. Zijn vrouw zou zich in de hemel wanen.

Nadat hij de herenafdeling gecontroleerd had ging hij even zitten.Twee in Armani gehulde mannen staarden hem bewegingsloos aan. Zo’n shirt, daar was hij al een hele tijd naar opzoek. Hij trok zijn beschermende kleding uit en ontdeed de man van zijn textiel. Als gegoten. Om zich heen kijkend viel zijn oog op Hugo Boss. Prachtige pantalons. Zonder erbij na te denken pakte hij zijn maat uit het rek en liep naar de paskamer. Tevreden met het weerkaatste resultaat riep hij ‘Tadaah!’ tegen niemand in het bijzonder en schaatste op zijn sokken naar de schoenenafdeling. Lichtbruine van Buuls. Maat 43. Puntgaaf.

Goedkeurend genoot hij van zijn spiegelbeeld toen hem een tikkend geluid opviel.
Hij realiseerde zich dat er nog een mooi passend polshorloge bij moest zoeken. Dan zou hij strak en goed gekleed naar buiten lopen. Zijn vrouw zou opkijken van zijn tijdloze keuze.
De gedachte deed hem glimlachen. Het zou inslaan als een bom.

beschermende kleding

Hallo lezer,

Ik ben erachter gekomen dat ik al besta. Wilde als unieke Jan Eikelenboom mijn schrijven van een plek voorzien en wat blijkt; Ik ben er al.

Dus heet ik hier anders. Romheen, oftewel R. Omheen.

Hij  schrijft met bochten, slingers, vertelsels en verzinsels overal omheen. Soms om de dagelijkse beslommeringen heen, soms om zijn hart en zijn gevoel.

Omdat rechtdoor altijd nog kan. Want telkens als hij weer een regel probeert te dichten, bloeit er weer een nieuwe open.

foto (1)

jan eikelenboom

Schaduwfietsen, bocht 15.

(Dit is een publicatie uit het boekje ‘Schaduwfietsen’, dat ik schreef naar aanleiding van de dood van mijn vriend Rini Brienen. We fietsten de Alpe d’Huez op omdat hij dat, een maand voor zijn overlijden, graag wilde. Een verslag van een vriendschap in 21 bochten).

bocht15-bord

“Wat een briljante naam voor jullie team, Jan”, zegt de man tegen me in het voorbijfietsen. Team “Op karakter” staat er op mijn rug.
“Dank je”, roep ik terug, “we moeten het toch ergens mee doen hè, talent hebben we namelijk niet!.” Tegelijkertijd schiet me te binnen hoe het komt dat iedereen die iets naar mij en Rini roept onze namen weet. We hebben een deelnemersplaatje voorop de fiets waar ze opstaan.

Bewustzijnsvernauwing slaat langzaam toe.
Het begint warm te worden en de zon brand behoorlijk waardoor factor 50 regelmatig gesmeerd moet worden. Ons oog valt op een onbemande grote gele parasol en op een hekje gaat Rini eronder zitten. Ik neem een foto van hem met op de achtergrond het bordje van de bocht.
‘1025 meter, Peter Winnen’ staat erop.
“Ik denk niet dat hoe hard je ook traint, je ooit nog in de buurt komt van de tijden van die jongens”, zegt hij met een licht ironische ondertoon in zijn stem.
“Ik vermoed dat je gelijk hebt, het record staat op iets van 37 minuten geloof ik, van Marco Pantani en Lance Armstrong was een seconde langzamer als ik me goed herinner”.
“Wat is jouw record hier eigenlijk?”, vraagt hij, het zoveelste sportreepje wegkauwend.
“1 uur en 3 minuten”.
“Mmm, niet slecht maar dat is wel een kilootje of 25 geleden of niet dan?”
“Klopt, de zwaartekracht is niet echt mijn vriend meer”, zeg ik.
“Ik ga niet meer aan die training beginnen denk ik, kom sowieso niet meer door de dopingcontrole tegenwoordig”. Met een grote slok uit zijn bidon spoelt hij de nasmaak van het reepje weg.

Igor Obu, heette hij. De man die rond onze beursstand moest gaan stuntfietsen. Een gekke lange Oostenrijker die de zwaartekracht tart op een minuscuul BMX fietsje. Leuk en spectaculair om naar te kijken als hij via een springschans het luchtruim kiest. Zo hoog dat hij een geluidsbox vanaf het plafond van de Brabanthallen in Den Bosch onbedoeld naar beneden kopte. Gelukkig droeg hij een helm. Touché.
“Waar zit ie eigenlijk?”, vraagt Rini terwijl we de weg door de gangen van het hotel zoeken.
“Kamer 52, ik heb de receptie even laten bellen, hij weet dat we eraan komen.”
“Beter, want zoveel tijd hebben we niet meer voordat hij aan de bak moet, de sukkel zal zich toch niet verslapen hebben?”
Ik klopt aan en de deur zwaait open. In de deuropening verschijnt Igor die op zijn beste Oostenrijks zegt dat hij eraan komt, nog even iets aantrekken. We kijken elkaar aan en zijn ineens klaar wakker.
Op de achtergrond beweegt een wel heel erg schaars geklede dame door de kamer onder het uitroepen van Igor’s naam.
“Igor,liebchen! Wohin gehst du?”.
Zo te horen is ze nog niet toe aan de andere plannen die Igor vandaag zonder haar heeft. Rini aarzelt geen moment.
“Der kommt mit uns!”, roept hij de vrouw glimlachend toe, “wir sollen gut fur ihm sorgen”.
Langzaam en uitdagend met haar heupen wiegend beweegt de vrouw onze kant op. Haar ontblote borsten ontnemen ons enigszins de adem als ze de deur in ons gezicht dichtsmijt.
“Rot op domme lul”, voegt ze Rini in het Nederlands toe door het snel kleiner wordende kiertje.
Als Igor zich losgeweekt heeft en bij ons achterin de auto zit informeert Rini vriendelijk of Igor ook een vriendin heeft. Het antwoordt is bevestigend. Ze is in Oostenrijk.

index

http://www.bol.com/nl/p/schaduwfietsen/9200000030577461/
(De opbrengst van ‘Schaduwfietsen’ komt geheel ten goede aan het KWF).

Regels

regels

Er gonzen regels door mijn hoofd. Ik probeer ze te dichten maar telkens bloeien ze weer open. Woorden, in volgorde van betekenis.
Vanuit mijn kamer overzie ik het terras van café Witteveen. Ik zou in bed moeten liggen, het is al donker maar ik kan de slaap, zoals zo vaak met deze hitte, niet vatten en sta dromerig te strijken.

Schuif de tijd voor me uit
en maak de toekomst terwijl
ik vasthoud wat er is

Sleep de tijd achter mij aan
en maak de toekomst terwijl
ik loslaat wat er was

Ik heb de tijd
en maak
de toekomst
terwijl
schuifelend en slepend
zich
heden en verleden
op een rijtje
laten zetten

Door het open raam golven geluiden naar binnen. Ze nemen discussies die buiten tussen wazige wolken rook en dikke tongen gevoerd worden met zich mee. Logica blijkt eens te meer een zwaar overgewaardeerd begrip. Onder de toenemende invloed van spiritualia groeit mijn plezier in het gladstrijken van kreukels en kronkels. In flarden bereiken Schumacher en prins Friso de hemelpoort waar ze mogen opwarmen van hun ijskoude noodlot. Zoete geuren van gedoogd rokersgenot dwarrelen langs mijn verlichte venster.

Ik smeed mijn ijzer omdat het heet is en leg een strak gestreken blouse op de zitting van de stoel.
Zoals gewoonlijk loopt het uit de hand buiten bij café Witteveen.
Als een ware stamgast dient ook deze vrijdagnacht de ME zich aan. Men is klaar met gedogen. Uit een donkerblauwe getraliede overvalwagen springt een enorme herdershond.
In plaats van de luidruchtige menigte toe te happen gaat het dier in een aanperkende tuin zijn blijkbaar hoognodige behoefte zitten doen.

Net als de bezoekers van nachtelijk café Witteveen; schijt aan alle regels.

Groen licht

Er loopt een klasje

over straat

De juf voorop

In de klas loopt

Ferdinand

Ferdinand luistert

naar de geluiden van de stad

naar het suizen van de wind

naar het kraken van hagelslag

in zijn hoofd

Hij vind de juf wel aardig

maar ook een beetje dom

Ze loopt al de hele weg

te roepen

kijk voor je uit

kijk uit

kijk voor je

Ferdinand denk dat de juf

eigenlijk tegen zichzelf spreekt

zijzelf ziet haar toekomst

niet meer

maar herinnert zich

nog wel

dat ze er eentje had

Hij wil de juf graag helpen

als ze weer begint over vooruitkijken

geeft hij antwoord

U moet zelf eens meer vooruitkijken

zegt Ferdinand

De juf zwijgt

en kijkt hem aan

het licht springt op groen

niemand in de rij beweegt

groenlicht

Ferdinand kijkt om zich heen

twee toeristen kijken naar hem

ze zijn verzot op elkaar

dat ziet hij zo

Tijd

Als tijd
alle wonden
heelt
waar
blijft ie dan
die tijd?

Waar blijft de tijd die alle wonden heelt, de pleister in dimensies verband legt om begrip, verklarend wat de mens is.

Waar blijft dat noodverband
mitella van verloren tijd
nooit achterhaald meer wordt
zelfs niet door spijt

Niet illegaal, niet op recept
nergens meer verkrijgbaar
alleen in tijden uitgedrukt
lijkt beterschap wel haalbaar

Tijd, ongrijpbaar klereding
chirurgisch echt onfeilbaar
precies als ik het niet meer snap
wordt beterschap verklaarbaar

snelweg to heaven

Is tijd een haven om in aan te leggen?

Zou geweldig zijn als je even de ankers uit kon gooien. Er is geen haven. Slechts de menselijke behoefte aan te leggen en te genieten van de status quo.

Daar is niks mis mee, we maken het allemaal weleens een eiland als een status quo. Palmboom, wit strandje, parasolletje uit een glas met ijsblokjes, een silhouet in tegenlicht.

Niet meer verder, heel even stil. Alsof mijn wensen me niet meer willen. Wanhopig begrijpend wat verleden heeft bewezen over wat de toekomst brengen gaat. Een futiele poging tot begrip van aards bestaan. We begrijpen niks. Ik begrijp niks.

Tijd is met me op de loop, ik loop achter, ik loop mee, ik loop voor.
Ik wordt gerelateerd aan tijd.
Alles wat ik doe is tijdelijk.
Ik tik langzaam voort naar de eindigheid.
Wind me op en ik loop af.

Ik heb de tijd.

Kamer 23.

Voor de zoveelste keer werd ze overvallen door dezelfde gedachte. Ze lag hier opgesloten in een long. Een muffe, slecht doorbloedde, zwartgeblakerde long. Zo een die de verpakking van zijn pakje Lucky Strike sierde, haar nachtwaker. Deze kamer deed gekke dingen met haar. Of misschien was het gewoon wel de wiet die ze samen rookten. In zijn armen voelde ze zich veilig en gewild.

Eenmaal losgelaten in de eenzaamheid van deze ruimte werd ze meegezogen door de long. De muffe, slecht doorbloedde, zwartgeblakerde long. De gordijnen werden tentakels en slingerden zich als slijmerige slierten weefsel om haar heen. Trokken haar met zich mee de kwaadaardig pulserende ruimte in. Dekens veranderden in een zwarte aanslag die zich aan haar hechtte. Het hoogpolig tapijt werd de bekleding van haar waanbeeld dat bij iedere gierende ademhaling kromp en daarna weer uitzette. Grijze vijandige rook likte onder de deur door.

Wanhopig probeerde ze haar opkomende hoestbui te bedwingen. Rood aangelopen van de ingehouden spanning zag ze lijdzaam toe hoe de deur steeds boller kwam te staan van de onstuitbaar drukkende rook erachter. Met een enorme kracht vloog hij open en door de druk werd ze uit bed geslingerd. Onbeheersbaar knalde de vaporeuze overval door de verstikkende ruimte. Haar cellen geselend tot in de kleinste uithoeken van de kamer waar bloedsporen langs de plinten drupten. Met de ogen angstig wijd open gesperd zocht ze zich ruggelings crawlend een weg tussen de resten van rottend weefsel dat zich via de poten van het bed een weg omhoog baande. Het beddengoed langzaam veranderend in een smeulende puinhoop. Het werd haar langzaam zwart voor ogen. Zijn armen en goddelijk lichaam leken verder weg dan ooit. Ze wist zeker dat hij zou komen. Hij zou haar redden. Met haar laatste krachten beroerde ze de knop.

lange-lege-het-ziekenhuisgang-9096510

Het rode lampje op het display lichtte op. Opkijkend uit zijn studieboek zuchtte hij zacht.  Kamer 23. Jezus, al de derde keer vannacht.

Dat ze van hem droomde vond hij op een of andere manier wel vleiend.Hij hield vaak haar hand even vast als ze er met rode koontjes over vertelde.  De wiet gaf haar de rust die ze nodig leek te hebben. Hij was er alleen nog niet achter waarom ze telkens uit bed viel. Stiekem fantaseerde hij daarover. Met zijn gebruinde linkerhand tikte hij het display tot rust en sjokte de lange kille gang in.

Eerst plassen, ze kon wel even wachten.

Gemalen bonen

Kantoor. Iedereen druppelt binnen in een vakantiesfeertje. Het merendeel der collega’s is al vertrokken met de kinderen richting de zon en er heerst een vrije lossere sfeer. Het lijkt of er ruimte is voor andere dingen dan de stand van zaken in de dagelijkse ratrace.

“Kom even zitten, wil je koffie?” Iedereen verlangt naar de koffie op maandagmorgen. Alsof een paar slokken ons doen inzien dat het ontdekken van cafeïne de grootste zegening voor de gejaagde mensheid is. Geurige gemalen bonen als duiding van levensstandaard en comfort.
De conciërge is ook op vakantie maar heeft een briefje achtergelaten.
‘Koffiemaken voor dummies’, heeft hij bovenaan geschreven. Volgens instructie zet ik de koffiemachine aan en vraag me af waarom die dingen geen apparaat meer heten. De lichtjes gaan branden, het vertrouwde geluidje van de spoeling weerklinkt.
‘Periodieke schoonmaak apparaat’, verschijnt er in een klein schermpje. Dus toch een apparaat. De handleiding voor dummies voorziet niet in de schoonmaak instructies dus ik ga, licht chagrijnig van deze rauwe onderbreking van het vakantiegevoel, opzoek naar de echte handleiding.

Het is maandagochtend. Ik slaap nog. Mijn verstandelijke vermogens nemen in rasse schreden af. Ik weet het niet. Wat ik ook bedenk als oorzaak van mijn onvermogen, ik snap niets van de koffiemachine. Ik lees de handleiding en begrijp niet waar de fabrikant het over heeft. De logische volgorde van water bijvullen, kalktabletten toevoegen, spoelen en knopjes indrukken ontgaat mij. Het ‘In een handomdraai’, gaat niet over mijn bemoeienis met dit apparaat. De collega’s worden ongeduldig en ik steeds chagrijniger. Het is ernstig. De vakantiesfeer verpest. De weekendverhalen worden al verteld met de regenbuien erin en mijn humeur is ontdaan van de zonsopgang die voor de koffie nog gloorde aan de horizon.
Een uur later doet ie het. Lekkere, heerlijke, geurige gemalen bonen koffie. Iedereen is het erover eens. Geen zonnige weekend belevenis op maandagmorgen zonder koffie. Goudbruin gebrande verhalen. Ik voel me een held en een sukkel tegelijk. De huldiging blijft uit.

Rond tienen komt de werkster binnen. Ze draagt een pruik vanwege haar chemo behandelingen en ziet er vermoeid uit. Ik denk na over een handleiding voor dummies en vraag haar hoe het gaat.
“Met mij wel goed, maar met mijn broer niet. Hij heeft vliegende kanker en neemt van de week een spuitje. Of volgende week, hij wil zijn kinderen nog zien”.
“Kom even zitten, wil je koffie?”

gemalen bonen