Poëzie op vrijdag

Profielfoto

Teveel van toen
voor eigentijds
te zwaar wegend
voor verlichtend

Te niet
voor welbespraakt
te open
voor wel dichtend

Te veel
voor veel te weinig
serieus in plaats
van geinig

Te lang
voor kort
te vol
voor inhoudsloos

Te krullend
om te stijlen
te hard, te snel
soms zelfs wat liefdeloos
voor al dat mooie frêle

Te luid
voor stilte
te zwijgzaam
voor vertellen
te zwart wit
voor alle kleuren
te zacht
voor hard
te groot
voor klein
teveel dat
moet gebeuren
Te lang
om kort
bij stil te staan
te langzaam
voor de snelheid
te hoog
voor laag
te dik
voor dun
te averechts
voor
eens zijn.

profielfoto

Meneer van IJkelenburg

“Nee hoor mijnheer, dat wordt hier allemaal voor u gedaan”, zegt ze op mijn vraag of ik me van tevoren had moeten douchen met desinfecterende shampoo. Het antwoord lucht me op. De geur van die roestbruin gekleurde rotzooi zit voor eeuwig in mijn reukgeheugen verankerd. Het doet me denken aan de lange ziekenhuisgangen die me als klein kind paniekaanvallen bezorgden. In België, zes jaar geleden, moest dat wel. Ik stond te janken onder een douche van Lysol voordat ik een nieuwe heup kreeg. We zijn zes jaar verder en schrijven deel twee. De ander heup is aan de beurt. In Nederland dit keer. Met eenzelfde wedstrijdspanning in mijn lijf ben ik het ziekenhuis binnengelopen en heb een blauw te kort operatiejurkje aangetrokken. Het is negen uur in de morgen en ik wordt weggereden door twee verpleegsters naar de operatiekamer. Klim op de operatietafel en wordt als een soort liggende Jezus vastgesnoerd en aangesloten op allerlei systemen. Aan de muur hangt een lichtbak met een röntgenfoto  van mijn heupen . Een vernieuwde van metaal en een versleten van mijn eigen materiaal. De chirurg zet een kruis op het goede been en knikt. “Mooi roze”, is zijn commentaar. Als ik me lig af te vragen wat hij daar precies mee bedoeld slaat de anesthesist toe. Ik ben weg.
“Ha, hier wordt iemand een beetje wakker, hoort u mij?”
“Wilt u misschien een water ijsje? Welke smaak?”
Tussen de twee vragen zit minstens een half uur maar ik ben de anesthesie nog aan het verwerken. Het wordt bosvruchten. Het voelt lekker koel en vochtig.
“Wat is er met je been? En waarom is dat helemaal zo gedaan?” Ik kijk niet begrijpend naar mijn been en weet het antwoord niet. Over de gang zie ik mensen voorbijlopen met roze benen en krukken.
rozebeen
Vanuit de weelderige wereld van morfine voer ik een aan flarden geschoten gesprek met mijn partner die aan mijn bed staat. De nacht na de operatie is er een die ik deel met de nachtzuster. Elk uur komt ze als een vuurvlieg met een zaklamp de kamer binnen om te kijken of het goed met me gaat. In de vroege ochtend begin ik te beseffen dat alles gelukt is. Bevangen door de euforie van opluchting sta ik voorzichtig naast mijn bed en wordt er snel weer in terug gekieperd door een verpleger. Euforie is een gevoel, geen realiteit. Hij veegt het klamme zweet van mijn hoofd en kijkt naar een mededelingenbord aan de muur. Mijn buurman is opa en zijn kleindochter heeft iets liefs voor hem opgeschreven. De verpleger concludeert dat hij het niet eerlijk vindt dat ik zoiets niet heb. Ik protesteer dat ik geen opa hoef te worden.
“Wat dacht je van kunst, kun je het meenemen want ze betalen tegenwoordig miljoenen voor die dingen”. Hij doelt op de kunstaankoop van Nederland en Frankrijk wat zijn voorstellingsvermogen enigszins te boven gaat. “Volkomen inhoudsloos”, is zijn commentaar. Langzaam tekent hij zijn bijdrage op het bord.
“Hier heb je kunst met inhoud. Zal er de waarde bijzetten, dan heb je er nog wat aan als je weer kunt lopen”.

IJkelenburg
.

Poëzie op vrijdag

Haar

Het kletst

Het danst

Het waait

In ogen

Over hoofden

Langs gezichten

Haar

Het glimt soms

in afwezigheid

Het krult

Het lult

Verward,

Vet pluizend

rasta van de zee

Het staat rechtop

Haar

Stekelig

In scheiding

Platgeslagen

Afgezakt als baard

In stijl in staart

Het kleurt

Donker blond

Blauw grijs van verleden

Gitzwart in een spoeling

Dun

terug

van

weggeweest

alsjehaarmaargoedzit

Dikke vandalen

Stel, je bent een vluchteling.
Vanuit een oase van letters en woorden ben je beland in een woestijn van klanken waar geen touw aan vast te knopen is. Je bent hoogopgeleid, laten we zeggen ingenieur in het een of ander. Je vindt niet de baan, die er wel is omdat het even duurt voordat de woorden “Goedemorgen, hoe gaat het met u?”, tot je doordringen qua betekenis. Ze leren uitspreken is helemaal lastig en tijdrovend.
Of stel,  je bent een Nederlander.
Vanuit een oase van letters en woorden beland je in de dorre woestijn van jouw eigen taal waar geen touw aan vastgeknoopt wordt. Je bent hoogopgeleid, laten we zeggen ingenieur in het een of ander. Je hebt een baan maar er gaan veel morgens voorbij zonder dat je de woorden “Goedemorgen, hoe gaat het met u”, uitspreekt. Als je ze al uitspreekt is een antwoord altijd goed. We praten wel veel maar zeggen weinig.

We hebben daar een boek voor. Een opsomming van verklaringen, uitleg over woorden en uitspraken die onze taal, onze taal maken. De dikke van Dale. Met elk jaar nieuwe woorden, gekke woorden zoals de Beyoncévlieg(een groot goud geel achterwerk dat je kunt liken) en zelfs spookwoorden. Al zijn die bedoeld om het product van de uitgever tegen plagiaat te beschermen. Een boek voor puristen en wurmen. Een boek waar we mensen de woestijn mee insturen. Een dor verzinsel waar de woorden flora en fauna wel in voorkomen maar waar niets weelderigs uit wil groeien.
De dikke heeft het in dat boek van onze taal over de status van een vluchteling. Zo bestaat er een politiek vluchteling maar er is ook een klimaatvluchteling. Ze trekken in tegenovergestelde richting de Middellandse zee over. Onderweg komen ze elkaar niet tegen. De een mag blij zijn als hij het leven houdt in een bootje en de ander gaat comfortabel door de lucht.
De taal leeft, zo zegt men bij van Dale.

de weg

Ik heb mij aangemeld als vrijwilliger in een asielzoekers centrum. De contacten met de mensen daar gaan niet over taal. Niet over welk soort vluchteling dan ook. Laat staan over dat dikke boek. Ik heb er nog nooit “Goedemorgen, hoe gaat het met u?”gehoord. De woestijn van onze taal is er verandert in een florerende oase van contact met handen en voeten. Dat komt door het water wat gesprenkeld wordt. De taal van ons hart.

Zelfspo(r)t 2

Ik ben meedogenloos voor mezelf. Verleg de grens van de pijngrijns in de hoop die van anderen te kunnen overtreffen. Dat is niet altijd het geval maar pijn lijden blijkt trainbaar als je er aanleg voor hebt.
De trainingsfaciliteiten zijn geweldig rondom de Colorado State University in Boulder en al gauw verdwijnt de voorgenomen studie wat naar de achtergrond. Trainen met de groten der aarde van dat moment heeft een ongelofelijke aantrekkingskracht maar frustreert soms hopeloos.
Mijn baantjes in het vijftig meter bad worden door de wedstrijdzwemmers, als ik hard door zwem, anderhalf keer gedaan in de tijd die ik ervoor nodig heb.Ik wordt met gemak gedubbeld door die maffe Mexicaan op de hardloopbaan die uit de bergen komt rennen met zijn baanschoenen onder zijn arm.
“Kan die man niet weg of aan een andere training meedoen waar we hem niet zien?”, vraag ik aan de coach van de Boulder Roadrunners.
“Just let Arturo go about his business and don’t pay any attention to him”.
Later kom ik erachter dat hij Barrios van zijn achternaam heet en wereldrecordhouder op de tien kilometer is. Sprintkanon Phyllis spant de kroon door me bovenaan Left Hand Canyon met de fiets aan zijn hand op te wachten en me te complimenteren met mijn techniek en kracht. Dit nadat hij me met beurtelings alleen zijn linker- en zijn rechtervoet op het pedaal een aantal keren voorbij gefietst is.

-10 Brightness +5 Saturation for 7600 Prints

Overweldigd door de aanblik van de Rocky Mountains in Colorado leer ik wat een jetlag is. Vermoeid van de wedstrijden in Nederland ben ik hier aan de slag gegaan zonder een poosje rust te nemen en de overgang te verwerken. Overhaast beklim ik de steilste bergen die ik kan vinden en meet me met de atleten om mij heen. Tijdens een eerste proeve van bekwaamheid wordt ik direct tweede in de triatlon in Englewood. Dat helpt ook al niet om mijn gestel te laten rusten. Alsof de duivel me op de hielen zit ga ik tot het uiterste zonder dit zelf goed te beseffen. Op een ochtend doe ik een lange rustige duurloop met Chuck How. Hij is de 65-jarige hoogleraar en stagebegeleider van mijn vriendin en in het bezit van een ijzeren gestel. Gedurende een groot deel van de avond zit hij met een glas witte wijn en zijn vrouw in de jacuzzi uit te kijken over de magistrale flat iron rocks. In de vroege ochtend springt hij stram in zijn hardloopschoenen en loopt grote parels zwetend alle losbandigheid er weer uit. Langzaam maar zeer gestaag. Ik kan Chuck niet bijhouden. Alsof ik leeggelopen ben strompel ik achter hem aan en ik krijg eindelijk door waar ik mee bezig ben. Een week absolute rust doet wonderen.

Stoof

Ronddolend in de ruimtes van mijn bovenkamer kom ik hem ineens tegen.
Daan.
Hij zit in een grote bruine stoel met brede armen. Er hangt een gehaakt groezelig wit kleedje over de rugleuning. De scheuren en vlekken in het vaal verweerde leer weerspiegelen het geluid van de grote staande klok naast hem. De tijd wordt meedogenloos weg getikt. Zijn minuten gaan sneller dan de mijne. De zwarte kolenkachel in de hoek van de kamer heeft een gloeiend opengesperde glazen mond. De muffe dampen gemixt met het aroma van draadjesvlees en andijvie uit de keuken. Zijn benen gestrekt voor zich uit. De voeten op een vierkant kistje waar je een schaaltje met hete kooltjes in kan doen. In de bovenkant uitgesneden hartjes. Thermostaat avant la lettre.

“Kom jongen, te paard,” zei hij wanneer hij iets te vertellen had.
Ik klom op zijn schoot en liet me meevoeren naar de wereld die hij me voorschotelde. De wereld van een man die een stuiver vond. Ergens op het land van zijn boerderij. De ene keer vond hij hem sneller dan de andere. Een gouden stuiver. Hij ging ermee naar de markt en kocht een varken. Maar het varken was niet vooruit te krijgen. Het dier wilde niet gaan. Toen ging de man naar de hond.
“Hond, wil je varken bijten want het varken wil niet gaan.”
“Nee,” zei de hond. “Ik wil niet varken bijten.”
De man ging naar de stok.
“Stok, wil je hond slaan want de hond wil niet varken bijten en het varken wil niet gaan.”
“Nee”, zei de stok. “Ik wil niet hond slaan.”
De man keek om zich heen en zag het vuur.
“Vuur”, sprak de man, “Vuur, wil je stok branden want de stok wil niet hond slaan, de hond wil niet varken bijten en varken wil niet gaan.”
Vol verwachting keek ik naar Daan’s gezicht. Hij kon vertellen en zingen tegelijk. Ik had deze melodie al duizend keer gehoord maar dacht telkens weer dat er misschien een verrassend ander slot zou volgen. Tot mijn grote vreugde veranderde het verhaal nooit. Hij pakte me bij mijn middel vast en zette zich schrap in de stoel met mij op zijn knieën. Ik wist wat er komen ging en gierde van het lachen voor de laatste zin zijn lippen verlaten had.
“Ja”, sprak het vuur en brandde de stok. De stok sloeg de hond, de hond beet het varken en het varken ging lopen, lopen, lopen, lopen, lopen!
Ik wipte op zijn knieën op en neer alsof ik daadwerkelijk een op hol geslagen varken bereed. Geen pretpark kon de vrije val aan het einde van de rit evenaren. Met een enorme boog belandde ik met een gecontroleerde bonk op het kistje met de warme kooltjes.
Gierend van de lach klauterde ik overeind en besprong hem. “Nog en keer opa, nog een keer!”
stoof
Nadenkend over dat ding kom ik een advertentie tegen. ‘Antiek voetstoofje, inclusief brikettenbakje’, staat erboven.’Vaste prijs: Twintig euro. Het stoofje heeft een kleine reparatie gehad. Op te halen of te verzenden(kosten voor de koper).’
Ik zou er geen stuiver voor geven.

Poëzie op vrijdag

Haal me op uit de morgen

met ronkende motor

tussen knisperende bladeren

onder een glasheldere koepel

van het blauwste blauw

Scheur met me door de middag

parkeer een dutje in de warme zon

gras groeiend op verre plekken

waaiend langs de wind, getint

door groteske groene geuren

Trilhos de trem ficaram tortos após os tremores em Christchurch, na Nova Zelândia

Ontmoet me in de avond

race mij tegemoet

onder een vervagende deken

van flarden regenboog

versplinterd aan de hemel

Leid me dan de nacht in

omarm me in het zwart

spreek me toe in stilte

totdat ik verdronken ben

in de armen van jouw morgen

Goldrushzus

romheen

neilyoung“Neem jij ‘m maar, ik hoef ‘m niet meer.” Telkens hoor ik je weer in mijn hoofd. Dit keer zijn het de klanken uit de autoradio die het je laten zeggen. Dan geef je ‘m aan mij. 

Neil Young’s LP, After the Goldrush. 

Mijn beeld van vrijheid op de voorkant. Neil in zijn oude groezelige jas met cowboylaarzen en een hoed die je niet kunt zien. Hij loop zijn wilde toekomst tegemoet. Mijn leven in. Ik ben Neil Young. 

Je bent het huis uitgegaan en laat je kamer aan mij na. Thuis wordt dit ‘het hok’ genoemd. Ik ben vijftien en denk dat vrijheid, behalve Neil Young, uit vierkante meters bestaat die je van jezelf kunt maken door een deur achter je te sluiten. Tot dan heb ik altijd het kleinste kamertje gehad. ‘Het hok’ is een verbouwde volière waar een eindeloze zee in schuilt.  

Denk ik.  

Het bastion…

View original post 178 woorden meer