Week van de poëzie

pleister-op-de-wonde

Als poëzie
iets zeggen mag
als pleisters
op de wonden
die ondanks
haar letters
jou niet
verbinden konden

Als poëzie
iets zeggen mag
met ongeschreven woorden
die tussen
al haar regels
zich niet
lieten vermoorden

Als poëzie
iets zeggen mag
iets schreeuwen mag
iets huilen mag
iets lachen mag

Als poëzie
iets fluistert
hoop ik
dat iemand
luistert

Geheugensteun

 

Om ons heen de contouren van zijn geboortegrond. Achter de dijk wekken de verzonken huizen de indruk van boven water. Molenwieken slaan zich slagen door de lucht. Verlaten land, bestippeld met schapen. Dikke zwarte grond kopt omhoog tussen zaaigoed, flinterdunne belofte van groen. De wind waait een stilte naar mij toe. Een wilg, een weg, een bord, een richting. Een streep door mijn blikveld houdt zorgvuldig de wolken bij het gras vandaan, de zon schijnt ze aan flarden. Soms lappen er zich een stel en gooien een deken met een gouden randje over haar heen. Winschoten, Delfzijl, Spijk, Uitwierde.
Plekken op zijn lijstje.

‘Hier gaan we heen en ik wil ook aan de haven kijken en een nieuwe haring eten.’
Hij heeft me een briefje gegeven, dat zijn vrouw voor hem maakte, waarop een aantal plaatsen staan genoteerd. Plekken in het Groninger land.
‘Ik ben er op mijn derde jaar vandaan gegaan maar ze zijn hier allemaal nog hoor, mijn familie. Als klein kind kwam ik er nog wel, twee keer per jaar met mijn vader en moeder in de auto. Ik heb mijn leven lang in de stad gewoond, ik hoef niet terug, ik ben een stadsmens. Coevorden is echt iets anders dan dit. Dit was vroeger allemaal water.’

Hij heeft een petje mee om de kwetsbare, flinterdunne huid op zijn hoofd te beschermen tegen de zon. Een wandelstok hersteld het wankele evenwicht dat zijn benen tegenwoordig meestal ontberen. Hij onthoudt niet alles meer, zijn geheugen lijkt hem vooruit te zijn gegaan naar de trillende einder. We doen een roadtrip, opzoek naar bevestiging van zijn eigen vergankelijkheid. In de mist van zijn herinnering aan flarden komen soms heldere dingen naar boven. Hij is trots, trots op zijn vader en moeder. Zijn vader had geen opleiding en leerde van zijn moeder lezen. Begon een winkeltje en legde zo de fundamenten van een familiegeschiedenis.
‘Hier links!’
Zijn schelle stem schrikt me op, ik kan niet links en parkeer de auto.
‘Een stukje terug, daar woonde ze. We hoefden niet op de fiets, ik mocht de auto van mijn vader lenen, dat vonden de meisjes wel leuk. Het was een mooie grote bak. Mijn vriend was een mooie jongen, blonde krullen, echt een mooie jongen. Hij kon ieder meisje krijgen dat hij wilde. Later is hij met haar getrouwd’.

De weg vanuit zijn woonplaats lijkt bezaaid met bommen en granaten uit de oorlog.
‘Met een vriendje gingen we kijken. Er was een bom gevallen in het land van een boer en niet ontploft. Wij op de fiets erheen. Het ding was opengescheurd en we pikten er zoveel kruit uit als we konden meenemen. Dat staken we aan en het gaf een mooie steekvlam, heel fel licht. Een keer deden we dat ’s avonds op straat en kregen een schop onder onze kont van een SS’er. Kwajongensstreken.’

We eten een haring. Als die op is stelt hij schaterlachend vast dat we voorlopig even geen meisjes hoeven te kussen. Zijn wangen krijgen een licht rode kleur en zijn ogen glimmen.
‘We hebben ook eens een taart gebakken, dat was heel wat. Het zal 1941 geweest zijn, er was niks. Ik had vier vrienden en we hadden allemaal iets meegenomen. Daar hebben we een taart van gebakken. In de kajuit van het vrachtschip van mijn vriendje’s vader hebben we dat opgepeuzeld. Dat was wat, dat was heel wat. Het was een goede plek want het schip lag ergens apart voor de wal’.
Op mijn vraag of ze het zo stiekem konden doen is het antwoord glashelder.
‘Nee, we deden het niet stiekem, we hebben het gewoon niet verteld’.

Het geboortehuis van zijn moeder, in Spijk. We kunnen het niet echt meer vinden.
‘Mijn opa was turfschipper, mijn vader woonde als kind op dat schip. Mensen vroegen altijd waarom oma het schip moest trekken, ze vonden opa lui. Dat was niet zo, oma wilde dat het liefst. Ze liet haar gewicht in het leer, waarmee ze trok, voorover leunen en zette dan een stap om niet te vallen. Het kostte zo geen kracht, zo hield ze het vol. Ze wilde niet sturen, ze kon zonder de verantwoordelijkheid. Dit moet het huis zijn,’ zegt hij, het zoeken beu.

Drie keer vragen we de weg naar het gehucht Uitwierde, een in het landschap gesmeten terp met een paar huisjes en een kerk met grafstenen eromheen.
‘Hier links!’
Wederom heeft zijn geheugen hem niet in de steek gelaten. Het blijkt de begraafplaats van zijn voorouders. Trientje Toxopeus en Jan de Boer. Cornelis de Boer, oom Kees, ligt er ook net als andere familieleden.  Met een traditionele ronde om de kerk, waardoor de duivel uitgedreven werd, zijn ze hier begraven. Graven gedolven in 1939 en 1948, van mensen,geboren in 1866. Hij loopt drie keer heen en weer tussen de stenen voordat zijn geheugen terug is. Hij weet het weer en snuit zachtjes zijn neus. Een confrontatie met zijn eigen eindigheid.
‘Het is wat’, zegt hij, voorzichtig zijn stok tussen de zerken plaatsend.
‘Het is wat’.

Ergens, op de terugweg, komt zijn toekomst naderbij.
‘Het maakt mij niet uit hoe ik begraven wordt, ik vind het allemaal wel best. Je krijgt dit lichaam toch niet terug. Je krijgt een ander lichaam, als je dat tenminste gelooft. Er zijn mensen die dat geloven.’
Ik geloof het niet en zeg hem dat hoe je iemand begraaft me vooral belangrijk lijkt voor de nabestaanden. Het antwoord liegt er niet om.
‘Ze zoeken het maar uit. Je hebt het gezien op die stenen. Als ze sterven, en er een tekst op het graf moet, zijn ze allemaal ineens weer in de Heer. Hoe ze leefden, dat is een ander verhaal.’

geheugensteun

Leeftijd

Bij de geboorte van een neefje, Leo IJsbrand Earle, een gedicht over de ongeborenen.

zaad

Leeftijd

 

Je kunt alleen maar hopen

want zeker weten

doe je niet

dat jouw lancering

echt een feest was

als aanstormend spermatozoïde

 

Je denkt na over verwachting

niet van mamma

maar van de rest

van wat ervan zal komen

en of dat het feest

niet snel verpest

 

Wat in diegene ligt besloten

van die jouw afschiet, met een zucht

nog voor je verder bent gekropen

zijn jouw problemen

niet van de lucht

 

Je had veel langer kunnen leven

dan slechts dat wervelende schot

die korte reis,

dat even

je schrikt je echt kapot

 

Van consequenties van verschijnen

geboren en getogen zijn

dan lijkt je kort en bondig leven

als spermatozoïde fijn

Het waren slechts 3 seconden

voor je bent omgekeerd

tegen de stroom en ingebonden

door alleman gepasseerd

 

Je weet het nu

hebt geen bestaansrecht

maar geen vuiltje aan de lucht

je had een kort en bondig leven

was dik tevreden

met die zucht

 

©Romheen

Woorden

woorden

er zijn altijd
woorden

woorden
om te vangen
woorden
om te vinden
om verband
om wonden te verbinden

woorden
om te zoeken
wanhopig
in geval van liefde

woorden om, als je niet oplet
gevonden door te worden
woorden
die je tegenstaan
woorden
die je terug wilt nemen
woorden
om in te slikken
als ze comfortabel
bungelen
aan het puntje van je tong

woorden om te spellen
te ontdekken
wat letters je vertellen
woorden
die je heel soms duiden
welke zin
het leven is.

Humor

schaamte

Poëziecafé Het Park Binnen op 17 mei 2016
Locatie : Cultureel Centrum De Kreek,
Weverstraat 24, Oosterbeek.
Aanvang 20:00 uur tot 22:15 uur.
Entree 3 euro.

Beste belangstellende van het Poëzie Café.
Spetterende Finale!!!

”Humor in de poëzie’’

Op 17 mei is het laatste dichters café van het Park Binnen voor de vakantieperiode.
Als altijd in cultureel centrum De Kreek.
Het thema deze avond is “humor in de poëzie”.
Voor de pauze treedt een keur aan dichters die het afgelopen jaar voorgedragen hebben, met gedichten op die op de lachspieren moeten werken.
Na de pauze treedt het voor deze avond nieuw gevormde poëzietrio ”Dichter bij U” op met gedichten, verhalen en liedjes die elkaar tegenspreken, versterken of niets met elkaar te maken hebben.
Dorpsdichter Bianca Hendriks laat zich horen, dorpstroubadour  Dr.Anders speelt en zingt en dichter Jan Eikelenboom praat alles aan elkaar op basis van humoristische thema’s die zowel actueel als verjaard kunnen zijn.

Ze hebben één ding gemeen: ze willen dichter bij U zijn.

Ingekopt nieuws

(Naar aanleiding van de kopteksten in de Gelderlander van vandaag(3-12-2015) ontstaat de volgende poëzie.)

 

Broertje terrorist wil wraak

Miljarden te verdienen in Libië

Opeens een krasje op onkreukbaarheid

Wolf in schaapskleren mist nog de finesse

Hij krijgt gewoon een blauwe envelop

 

Winkelen zonder te betalen

Boef steeds vaker een 50-plusser

Opeens een krasje op onkreukbaarheid

Wolf in schaapskleren mist nog de finesse

Hij krijgt gewoon een blauwe envelop

 

De koning drinkt een cocktail

terwijl België een aanslag vreest

Opeens een krasje op onkreukbaarheid

Wolf in schaapskleren mist nog de finesse

Hij krijgt gewoon een blauwe envelop

 

Held met witte helm

rukt uit na hartaanval

Opeens een krasje op onkreukbaarheid

Wolf in schaapskleren mist nog de finesse

Hij krijgt gewoon een blauwe envelop

schaamte

 

 

Groningerland

Naar aanleiding van een weekend poëzie schrijven in Kloosterburen, op het Groningerland, een korte impressie.

 

waarneming

 

achter de dijk

wekken de verzonken huizen

de indruk van boven water

molenwieken slaan

zich slagen door de lucht

verlaten land bestippeld met schapen

dikke zwarte grond kopt omhoog

tussen zaaigoed, flinterdunne belofte van groen

oorverdovend waait de wind een stilte

naar mij toe

Westernieland met de Weem

een wilg, een weg, een bord, een richting

een streep door mijn blikveld

houdt zorgvuldig de wolken

bij het gras vandaan

de zon schijnt wolken aan flarden

soms verdapperen er zich een stel

en gooien een deken

met een gouden randje

over haar heen.

kleinehuisjes

 

Hotel ‘het klooster’

 

Kreukeldekens maken indruk op mijn been

Druppels rondom randen van het raamkozijn

Wind duwt en trekt willoze gordijnen

Zwarte sokken in een bruine vloerbedekkingzee

De wasbak van vroeger uit Vreeland

Mijn spullen als een buitenaards gelande boodschap

De gang  naar het verleden

 

 

mozaïek

 

glasscherven van geluk

spatten nauwgezet uiteen

als de tijd opeens

het denken wreed ontwricht

zoeken wij

scherf na scherf

geduld

voor evenwicht