Week van de poëzie

pleister-op-de-wonde

Als poëzie
iets zeggen mag
als pleisters
op de wonden
die ondanks
haar letters
jou niet
verbinden konden

Als poëzie
iets zeggen mag
met ongeschreven woorden
die tussen
al haar regels
zich niet
lieten vermoorden

Als poëzie
iets zeggen mag
iets schreeuwen mag
iets huilen mag
iets lachen mag

Als poëzie
iets fluistert
hoop ik
dat iemand
luistert

Hello fresh

Hello Fresh, een vrijblijvende studie naar de mogelijkheden van het concept…

alsjehaarmaargoedzit

Hello fresh, diepvriesmaaltijden met een Eskimo als kok mede mogelijk gemaakt door Iglo.

Hello friends, Indonesische reistafelgerechten met Indonesiër want die past makkelijk in die doos en ook omdat ze op straat altijd hello friend tegen je roepen.

Hello mellow, met jaren ’60 gerechten en hashcake met hippiekok, man en vrouw( John en Yoko) die je uit bed moet halen om voor je te koken.

Hello green, card, groenteburger.

Hello ween, met kok uit Bangkok en gerechten waar je je dood van schrikt. Bijvoorbeeld herzhoornweegbree, brave hendrik, st.barbara’skruid.

Hello Spain, met toreador die spiesjes maakt en vergeten groente strooit die je moet oprapen: spaanse raapstelen.

Hello Germany, iets met Heinz in 58 smaken, bratwurst en bieten.

Hello goodbye, met alleen voorafjes en toetjes, o ja en Joris Linse als kok dus ook iets met linzen.

Hello vergeten groenten met.. Dat weten we niet meer en demente bejaarden als kok die door het te ruiken ineens weer weten wat het is.

Hello art, kunstenaars koken voor je. Ze doen maar wat, we weten niet eens of het eten is. Iets met artists jokken.

Geheugensteun

 

Om ons heen de contouren van zijn geboortegrond. Achter de dijk wekken de verzonken huizen de indruk van boven water. Molenwieken slaan zich slagen door de lucht. Verlaten land, bestippeld met schapen. Dikke zwarte grond kopt omhoog tussen zaaigoed, flinterdunne belofte van groen. De wind waait een stilte naar mij toe. Een wilg, een weg, een bord, een richting. Een streep door mijn blikveld houdt zorgvuldig de wolken bij het gras vandaan, de zon schijnt ze aan flarden. Soms lappen er zich een stel en gooien een deken met een gouden randje over haar heen. Winschoten, Delfzijl, Spijk, Uitwierde.
Plekken op zijn lijstje.

‘Hier gaan we heen en ik wil ook aan de haven kijken en een nieuwe haring eten.’
Hij heeft me een briefje gegeven, dat zijn vrouw voor hem maakte, waarop een aantal plaatsen staan genoteerd. Plekken in het Groninger land.
‘Ik ben er op mijn derde jaar vandaan gegaan maar ze zijn hier allemaal nog hoor, mijn familie. Als klein kind kwam ik er nog wel, twee keer per jaar met mijn vader en moeder in de auto. Ik heb mijn leven lang in de stad gewoond, ik hoef niet terug, ik ben een stadsmens. Coevorden is echt iets anders dan dit. Dit was vroeger allemaal water.’

Hij heeft een petje mee om de kwetsbare, flinterdunne huid op zijn hoofd te beschermen tegen de zon. Een wandelstok hersteld het wankele evenwicht dat zijn benen tegenwoordig meestal ontberen. Hij onthoudt niet alles meer, zijn geheugen lijkt hem vooruit te zijn gegaan naar de trillende einder. We doen een roadtrip, opzoek naar bevestiging van zijn eigen vergankelijkheid. In de mist van zijn herinnering aan flarden komen soms heldere dingen naar boven. Hij is trots, trots op zijn vader en moeder. Zijn vader had geen opleiding en leerde van zijn moeder lezen. Begon een winkeltje en legde zo de fundamenten van een familiegeschiedenis.
‘Hier links!’
Zijn schelle stem schrikt me op, ik kan niet links en parkeer de auto.
‘Een stukje terug, daar woonde ze. We hoefden niet op de fiets, ik mocht de auto van mijn vader lenen, dat vonden de meisjes wel leuk. Het was een mooie grote bak. Mijn vriend was een mooie jongen, blonde krullen, echt een mooie jongen. Hij kon ieder meisje krijgen dat hij wilde. Later is hij met haar getrouwd’.

De weg vanuit zijn woonplaats lijkt bezaaid met bommen en granaten uit de oorlog.
‘Met een vriendje gingen we kijken. Er was een bom gevallen in het land van een boer en niet ontploft. Wij op de fiets erheen. Het ding was opengescheurd en we pikten er zoveel kruit uit als we konden meenemen. Dat staken we aan en het gaf een mooie steekvlam, heel fel licht. Een keer deden we dat ’s avonds op straat en kregen een schop onder onze kont van een SS’er. Kwajongensstreken.’

We eten een haring. Als die op is stelt hij schaterlachend vast dat we voorlopig even geen meisjes hoeven te kussen. Zijn wangen krijgen een licht rode kleur en zijn ogen glimmen.
‘We hebben ook eens een taart gebakken, dat was heel wat. Het zal 1941 geweest zijn, er was niks. Ik had vier vrienden en we hadden allemaal iets meegenomen. Daar hebben we een taart van gebakken. In de kajuit van het vrachtschip van mijn vriendje’s vader hebben we dat opgepeuzeld. Dat was wat, dat was heel wat. Het was een goede plek want het schip lag ergens apart voor de wal’.
Op mijn vraag of ze het zo stiekem konden doen is het antwoord glashelder.
‘Nee, we deden het niet stiekem, we hebben het gewoon niet verteld’.

Het geboortehuis van zijn moeder, in Spijk. We kunnen het niet echt meer vinden.
‘Mijn opa was turfschipper, mijn vader woonde als kind op dat schip. Mensen vroegen altijd waarom oma het schip moest trekken, ze vonden opa lui. Dat was niet zo, oma wilde dat het liefst. Ze liet haar gewicht in het leer, waarmee ze trok, voorover leunen en zette dan een stap om niet te vallen. Het kostte zo geen kracht, zo hield ze het vol. Ze wilde niet sturen, ze kon zonder de verantwoordelijkheid. Dit moet het huis zijn,’ zegt hij, het zoeken beu.

Drie keer vragen we de weg naar het gehucht Uitwierde, een in het landschap gesmeten terp met een paar huisjes en een kerk met grafstenen eromheen.
‘Hier links!’
Wederom heeft zijn geheugen hem niet in de steek gelaten. Het blijkt de begraafplaats van zijn voorouders. Trientje Toxopeus en Jan de Boer. Cornelis de Boer, oom Kees, ligt er ook net als andere familieleden.  Met een traditionele ronde om de kerk, waardoor de duivel uitgedreven werd, zijn ze hier begraven. Graven gedolven in 1939 en 1948, van mensen,geboren in 1866. Hij loopt drie keer heen en weer tussen de stenen voordat zijn geheugen terug is. Hij weet het weer en snuit zachtjes zijn neus. Een confrontatie met zijn eigen eindigheid.
‘Het is wat’, zegt hij, voorzichtig zijn stok tussen de zerken plaatsend.
‘Het is wat’.

Ergens, op de terugweg, komt zijn toekomst naderbij.
‘Het maakt mij niet uit hoe ik begraven wordt, ik vind het allemaal wel best. Je krijgt dit lichaam toch niet terug. Je krijgt een ander lichaam, als je dat tenminste gelooft. Er zijn mensen die dat geloven.’
Ik geloof het niet en zeg hem dat hoe je iemand begraaft me vooral belangrijk lijkt voor de nabestaanden. Het antwoord liegt er niet om.
‘Ze zoeken het maar uit. Je hebt het gezien op die stenen. Als ze sterven, en er een tekst op het graf moet, zijn ze allemaal ineens weer in de Heer. Hoe ze leefden, dat is een ander verhaal.’

geheugensteun

Leeftijd

Bij de geboorte van een neefje, Leo IJsbrand Earle, een gedicht over de ongeborenen.

zaad

Leeftijd

 

Je kunt alleen maar hopen

want zeker weten

doe je niet

dat jouw lancering

echt een feest was

als aanstormend spermatozoïde

 

Je denkt na over verwachting

niet van mamma

maar van de rest

van wat ervan zal komen

en of dat het feest

niet snel verpest

 

Wat in diegene ligt besloten

van die jouw afschiet, met een zucht

nog voor je verder bent gekropen

zijn jouw problemen

niet van de lucht

 

Je had veel langer kunnen leven

dan slechts dat wervelende schot

die korte reis,

dat even

je schrikt je echt kapot

 

Van consequenties van verschijnen

geboren en getogen zijn

dan lijkt je kort en bondig leven

als spermatozoïde fijn

Het waren slechts 3 seconden

voor je bent omgekeerd

tegen de stroom en ingebonden

door alleman gepasseerd

 

Je weet het nu

hebt geen bestaansrecht

maar geen vuiltje aan de lucht

je had een kort en bondig leven

was dik tevreden

met die zucht

 

©Romheen

Natte scheet

‘Wat moeten mensen eigenlijk met elkaar, wat zoeken ze?’
De spreekster van deze woorden zit naast me op een boomstam. Ik ken haar niet en weet, net als haar vriendin die aan de andere kant van haar heeft plaatsgenomen, het antwoord niet.
‘Houvast?’, probeer ik voorzichtig.
‘Het is net alsof, als je er twee ziet lopen, de een altijd gelukkiger is dan de ander. Eentje straalt en lacht en de ander loopt er maar een beetje bij met zo’n blik van, mwoa…’
Er loopt een innig gearmd,glimmend stel voorbij.
‘En die dan?’, vraagt haar vriendin.
‘Misschien ligt het gewoon aan mij, ik twijfel tegenwoordig aan alles, wellicht ben ik niet gemaakt voor relaties.’

Ik ben op een relaxed festival met een hoop alternatieve mensen. Als dat iets zegt tenminste. Uiterlijke kenmerken verraden uitgestelde kappers, regelmatig tattoo shop bezoek, losse kledingvoorschriften en een lichte voorliefde voor hennepproducten. Ik ben op een festival waar alles morgen ook nog kan: MañanaMañana. Een weekend vrijhaven op een landgoed in de Achterhoek met veel onbekende muzikanten die soms prachtig, soms afschuwelijk spelen.

mananamanana

‘Het is een kwestie van persoonlijke voorkeur’, zeg ik.
Ze kijkt me aan.
‘Je bent geloof ik je leven lang bezig met de keuzes te maken die echt bij je passen. Je doet er soms lang over jezelf te worden’.
De vrouw begint te vertellen. Ik zit minstens een uur naast haar en luister. Haal een biertje en bied haar een sigaretje aan. Haar geschiedenis is er een waar ik wat vragen bij kan stellen die haar op het spoor van haar verhaal houden. Ze is opzoek naar zichzelf, haar vrienden, haar mogelijkheden en onmogelijkheden. Ze heeft geleerd dat het niet zo eenvoudig is jezelf te worden als je een leven lang alleen maar naar anderen gekeken hebt. We delen overeenkomsten en bevragen elkaar over de verschillen. Ik hoor in haar twijfels meer wijsheid dan in de zekerheden die andere mensen af en toe over mij heen denken te moeten smijten. We balanceren op de boomstam, als op een slap koord waaromheen de ruimte zo oneindig veel groter is dan het stuk touw. De kleine handreiking die we elkaar geven is voldoende om het evenwicht te bewaren. Twijfelen is het begin van alle wijsheid.

‘Gadverdamme, heb jij dat weleens gedaan?’
Achter ons is een drietal jongelingen neergestreken en de afschuw van het meisje in het drietal geldt een van de jongens.
‘Ja, dat heb ik weleens gedaan, jij niet dan?
‘Nee, natuurlijk niet, dat is gewoon goor’.
‘Ik kijk daar anders tegen aan’, zegt de jongen peinzend terwijl hij een lange langzame hijs van zijn jointje neemt.
‘Kijk, als je diarree hebt is het gewoon een teken van lef dat je een scheet durft te laten, ook al weet je dat ie nat gaat zijn’.
De vrouw naast me heeft het ook gehoord en tikt me aan.
‘Over wijsheid gesproken.’

Woorden

woorden

er zijn altijd
woorden

woorden
om te vangen
woorden
om te vinden
om verband
om wonden te verbinden

woorden
om te zoeken
wanhopig
in geval van liefde

woorden om, als je niet oplet
gevonden door te worden
woorden
die je tegenstaan
woorden
die je terug wilt nemen
woorden
om in te slikken
als ze comfortabel
bungelen
aan het puntje van je tong

woorden om te spellen
te ontdekken
wat letters je vertellen
woorden
die je heel soms duiden
welke zin
het leven is.

Schrijversbuzz.com

 

buzz3

Daar is hij dan. De schrijversbuzz. Een mobiele plek om de woorden proberen te vangen, woorden die jou bezighouden. Of om de woorden te leren kennen die je gaan bezighouden. Wil je alleen, of in gezelschap van anderen, je bezighouden met proza, poëzie of andere vormen van geletterde uitingen en zoek je hier een unieke gelegenheid en plek voor? De schrijversbuzz is in voor vele vormen van het hanteren van de pen. Laat weten wat je wilt en we bespreken de mogelijkheden!

Zoek je de stilte en tijd om zelf te kunnen schrijven aan je eigen werk? In overleg voorzien we je van unieke plekjes om dit te doen, staan je bij als je dat wilt en zorgen ervoor dat je jouw tijd nuttig kunt besteden.

Wil je uiting geven aan jouw initiatief of de opleiding die je vertegenwoordigt in de picture zetten? De schrijversbuzz staat op festivals, congressen en bijeenkomsten met het doel van die woorden een ‘buzz’ te maken. Bespreek het gewoon, we zijn in voor een uitdaging!

De Schrijversbuzz is een initiatief van Romheen.com

Te vinden via schrijversbuzz.com en bereiken via eromheen@gmail.com

direct naar de schrijversbuzz

 

Jenseits der Grenze

De vijftien foto’s, die ze van me namen, de Duitsers, liggen gestapeld op tafel. Als mijn geheugen in flarden beeld dat me, op het langzaam vergrijzend celluloid, meeneemt. Witte lokken brengen jouw naam naar boven. Christoff Werschkull. Dein partner von jenseits der grenze.

‘Hallo Jan, Christoff hier, wie get’s?’ Am Apparat een gedreven mens, flamboyant, aimabel en onberekenbaar. Zijn Deutsche gründlichkeit heb ik vaak voor onbehoorlijke bemoeizucht aangezien. Buitenaardse verkooptargets geïnterpreteerd als pogingen tot afpersing. Ik wil je daarover nog iets uitleggen, Christoff, een laatste woord wijden aan mijn misverstaan.

Met de groep verkopers lopen we langs de oevers van de Bodensee. Zwitserland kijkt toe vanaf de overkant. Je bent jarig en hebt, na teveel bier en schnitzel, eindelijk tijd gemaakt om het cadeau in ontvangst te nemen.

‘Na Jungs, kommt zeig es mir endlich!’ De stemming is jolig, jongensachtig en er hangt ongein in de lucht. Brallend over de promenade vervolgt de groep haar weg in de richting van waar ik slechts landerijen vermoed. Meegenomen naar de aangekondigde Überraschung die de boys voor je bedacht hebben. Binnen de groep mannen is het niet uitgesproken, maar de wereld is vannacht van hen. De nachten zijn hier anders, jenseits der Grenze. Er staat een huis, een huis alleen. Boven de voordeur schijnt het flauwe licht van een schommelende buitenlamp, die jou van bewegende schaduw voorziet wanneer je aanbelt. Op een meter of tien kijken we toe. In de deuropening verschijnt een oudere vrouw wiens gestalte contouren krijgt door het gekleurde licht, dat haar van achter beschijnt. Breed lachend kijk je om en steekt je middelvinger naar ons op terwijl je naar binnen loopt. Joelend en fluitend strompelen de dronken mannen rond het huis, als een roedel wolven in afwachting van het weerkeren van hun leider. Op de eerste verdieping gaat een raam open.

‘Verdammt nochmal, kommt rein oder haut ab!’

Als we, een uurtje later, terugwankelen naar een Kneipe die nog open is, kom je naast me lopen en slaat je hand om mijn schouder. De lantaarns langs de straat maken jouw lokken zwart-wit. Je informeert wanneer ik jarig ben, ik lieg erover omdat ik bang ben ook zo’n cadeau te krijgen. Je vraagt me naar de foto’s. Hoeveel er van mij gemaakt zijn.We hebben het er vaker over gehad met telkens hetzelfde resultaat; je werd er furieus over en raadde me aan ze gewoon weg te smijten.

‘Die Autobahn’, zei je altijd, ‘ist da zum fahren, nicht zum spazieren.’

boete-flits

Ik heb ze nooit weggegooid. Ze liggen hier voor me, de foto’s. Geportretteerd tijdens snelheidsovertredingen op de Duitse Autobahn. Ik zie mezelf, duidelijk zichtbaar achter het stuur, terwijl ik het gevoel probeer terug te halen. In de hoogste versnelling raas ik door de tijd dat ik je meemaakte. Sta stil, bij de auto’s die je versleet, je gouden kettingen, de vrouwen die je kaapte, jouw uitspraken, de ongekende levenslust waarmee je mij overviel.

‘Hallo Christoff, Jan hier, dein partner von jenseits der Grenze.’