Je denkt op onderzoek te gaan in een land waar de zon in de winter behaaglijk is en het landschap adembenemend. Dat laatste klopt maar verder heb je buiten de regen gerekend. Het regent vaak en vooral veel, zoveel dat wegen bevaarbaar worden en rivieren domme toeristen meesleuren die denken dat de natuur iets is dat je zelf maakt. Je overweegt je beklag te doen over het weer bij geen instantie in het bijzonder tot je erachter komt dat je rond rijdt op een plek waar het de afgelopen acht jaar niet, ik herhaal, de afgelopen acht jaar niet geregend heeft. De mensen die er proberen te overleven dansen nog net niet de hele dag in de hoeveelheid plens die uit de lucht valt maar zitten wel de hele dag met een enorme glimlach onder afdakjes. Ik spreek ze en zonder uitzondering verwelkomen ze het water. Hoopvol want er kan weer iets gaan groeien.
Verderop regent het al langer dan een week of twee en is alle grijs en bruin verandert in fris lichtgroen. Razendsnel alsof de gewassen bedacht hebben zich dubbel zo snel te ontwikkelen, nu het kan. Semi uitgedroogd heeft er een druppel water aangeklopt bij ieder zaadje en is alles ontaardt in een orgie van vijftig tinten groen.
Boven op een hoge berg staat een oud fort. Er omheen uitzicht met rivier en groen dat aan de loop van de Moezel doet denken. Ik ging daar vroeger met mijn vader en moeder heen op vakantie maar daarover ga ik nu niet klagen. Het fort heeft toevlucht geboden aan de koning van Marokko maar kan ook een militair fort geweest zijn, de gids heeft een rijke nogal ongelimiteerde fantasie. Slapen langs de buitenmuur kan, de gids regelt dat er tajine bezorgd wordt en wijst ons op de gevangenis binnen de muren van het fort. Een oneindig diep gegraven hol met hoog in het plafond een paar gaten waardoor je kunt zien of het dag of nacht is. De hoeveelste doet er niet toe want het complex wekt niet de indruk dat er meer dan alleen een ingang was.
Wanneer ik naar buiten loop begint het zachtjes te regenen. Wellicht dat ze de paar druppels die door de gaten boven hen vielen vroeger ook als zegening zagen.
Ik ben een koffiedrinker. Het pure spul zonder de suiker. Dat is op afgelegen plekken in Marokko geen sinecure want hier doen ze aan thee. Als je aankomt; een welkoms thee. Niet zomaar thee maar na drie keer opschenken verschijnt er met blaadjes die je weg kauwt een mierzoet mengsel met een lichte mint nasmaak. Ben je de toevoeging van zoet voor of hebben ze vaker met toeristen te doen gehad dan is zonder ook toegestaan. Dat is dan weer zo bitter dat je er dorst van krijgt. Maar goed, nu er toch bent, nog een bakkie dan maar dat vanuit grote hoogte je glas inklatert. Ik heb nog niemand een druppel zien knoeien. De thee wordt er niet lekkerder van maar toch, knap.
Wanneer je ergens een poosje bent wordt het hoogtijd voor nog een kopje thee en als je niet veel later verder dreigt te trekken moet er eerst een afscheidsbakkie natuurlijk.
‘Wij zijn als de Sahara’, zegt een Marrokaans theeschenker, ‘ met een hart zo groot, er is ruimte voor iedereen. Daarover bij mij inmiddels geen twijfel meer.
Langs de weg staan soms kleine autootjes met een heuse barrista koffiemachine in de achterbak. Die vindt je ook bij benzinestations en aangezien dat prima plekken zijn om even te poepen doen we daar nog weleens een bakkie. Nou zou je denken; gezeur over thee er is immers koffie? Dat ligt dan weer iets genuanceerder. Het overkomt me dat ik relaxed een bakkie drink dat zo sterk is dat je er menig overleden dierbare mee tot leven zou kunnen wekken. Het effect bij de levenden, bij mij althans, is van dusdanig laxerend gehalte dat ik, alhoewel in de directe omgeving van een ommuurd gat in de grond, grote haast moet maken.
De jongen komt binnen wandelen met een theepot met heet water in zijn ene hand en een emmertje met vergiet erop in de ander. Een droogdoek over zijn schouder en een fles afwasmiddel in de broekzak. Je weet; er staat iets te gebeuren. Kwak zeepsop op je hand en wassen boven het vergiet zodat het water uit de theepot weer opgevangen wordt. Afdrogen en klaar zijn de handen voor het avondeten. Dat wil zeggen; de rechterhand. In de tajine zit geitenvlees met olijven en een sausje waarin je brood doopt. De man naast mij, ik denk de opa van de familie, breekt een stuk af met alleen zijn rechterhand. Met links veeg je je gat af en dus eet je daar niet mee maar daarover later meer. Het opgediend stuk vlees wordt ook door hem in porties gesneden en voor de beoogde gebruiker in de tajine gelegd. Dit doet hij dan weer wel met twee handen, sterker nog, hij doet het met de overgave van een hongerig dier en zit inmiddels tot de polsen onder het vet. Maar het brood blijft hij in stukken scheuren met zijn rechterhand. Wat ik ook probeer, ik krijg het niet voor elkaar. We blijven vreemde snoeshanen denk ik want de rest van het gezelschap, een complete berber familie waar we verblijven ligt in een deuk over ons gebrek aan flexibiliteit. Kortom we hangen een beetje opgevouwen languit aan de lage tafel.
De linkerhand verdient zoals beloofd nog wat aandacht. Men veegt er hier de kont mee af met behulp van water. Bij de meeste wc’s hangt een waterslang die daartoe dient. Het vraagt wat oefening. Zo kan het zijn dat je in het donker de slang verkeerd om vast hebt en jezelf voor je kop spuit. Ook bestaat de variant van water over je broek die op je knieën hangt en weer onder de mensen met een ietwat wijdbeens loopje. Ik zal je verdere details besparen maar net als bij het brood breken met een hand, ik krijg het nog niet vlekkeloos voor elkaar.
Je kunt jezelf over de wereld katapulteren alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Gisteren bevond ik me nog in Australië, in Nederland erkent als de andere kant van de wereld en vandaag loop ik rond in een nog groter land op de aardkloot, Canada. Hoewel, gisteren….de zestien uur durende vlucht van Brisbane naar Vancouver heeft iets geks gedaan met de tijd. Vertrokken op 30 maart om 10.00u in de ochtend en aangekomen om 6.30u in de ochtend op…30 maart. Bij vertrek lek gestoken door zoemend ongedierte bij een graad of 30, bij aankomst is de soort nog ingevroren. Ik laat even een witregel om dit te laten bezinken.
Het is een soort Groundhog day 2.0 denk ik. Zestien uur doe je niks van enige importantie, je kijkt films tot je in slaap valt, je leest tot je in slaap valt, je slaapt tot je weer in slaap valt. Er gaat zestien uur luchtledig voorbij en je raakt de grond weer als de tijd waarop je vertrok nog aan moet breken. Ik heb er simpelweg geen woorden voor. Tijdzones. Wie googelt vindt ongetwijfeld wie dit bedacht heeft en waarom maar dat is nu even van geen belang.
We hebben een kans laten liggen. In plaats van tientallen workshops te volgen die je allemaal hetzelfde vertellen; ‘laat het los, je moet vooruit, je kunt de tijd niet terugdraaien’, hadden we ook kunnen besluiten om een vlucht als deze wereldwijd gratis te maken om de geïnteresseerden de kans te bieden om dat wat mis ging nog eens over te doen met als resultaat wellicht een betere versie. De gemiddelde vliegreis is tegenwoordig een stuk goedkoper dan een therapeut of een paar workshops met een hoog hip gehalte dus in de ziektekostenverzekering met die hap. In de geestelijke prak wanneer je bij de incheckbalie probeert te glimlachen tegen de stewardessen en monter en on speaking terms met de wereld, je partner, je baas of wie je dan ook maar meeneemt op die vliegreis, bij aankomst.
Het lijkt erop dat veel van de huidige leiders en leidsters in de wereld het exorbitante gedrag van een paar van hun collega’s normaal zijn gaan vinden. De economische belangen zijn zo groot dat de menselijkheid en zeker de medemenselijkheid voor het aanschuiven aan de vergadertafel het raam uit gekegeld zijn. Een hele grote pot ver pissen die door niemand gewonnen kan worden maar slecht verliezers kent. En dan heb ik het niet over de mensen aan die vergadertafel.
Je voelt ‘m aankomen; de alles omvattende vliegreis. Wat nou als we al die gekozen mensen waarvan men vindt dat ze ons kunnen vertegenwoordigen in een gevleugelde vergaderruimte stoppen en het ding, klotsend van de kerosine tegen de tijd in laten vliegen. Net zolang tot de wereldleiders(m/v), wanneer ze uitstappen, doorhebben dat ze een tweede kans hebben. Een tweede kans waarbij ze wel op tijd tegen debiele collega’s kunnen zeggen dat ze normaal moeten doen en gaan staan voor de principes die ze hebben en waarvoor wij ze gekozen hebben. Misschien moet er tijdens de vlucht wel een nooddeur open om een en ander recht te zetten. Geen idee of we dit met het planten van een hele zooi bomen weer recht kunnen breien. Ik zou er persoonlijk de opgelopen milieuschade wel voor overhebben.
Het najaar laat op zich wachten. Queensland zucht een beetje onder de nog ongewoon hete zonnestralen die mijn laatste twee weken hier verwarmen. Nou doe ik enorm mijn best om niet oververhit te geraken, hetgeen een hele kunst is maar hoe men hier verkoeling zoekt, al dan niet in de hete zomer, is dan toch het benoemen waard. Ik vind de uitdrukking ”I am going freezer shopping” de leukste. Het houdt in dat je door de snikhitte in je auto naar de supermarkt rijdt, de Woolworths, beter bekend als de Woolies of de Coles, alias de Coolies en daar aangekomen gedurende een uurtje de afdeling frozen foods bezoekt, alle deuren opentrekt en doet alsof je iets wilt pakken waarna je de toegang tot verkoeling tergend langzaam sluit. Dit proces herhaalt zich zolang er freezers zijn die je nog niet gehad hebt of de lokale politie erbij gehaald wordt. Het effect varieert van 0,6 tot 3,6 graden vermindering van de lichaamstemperatuur. Bij thuiskomst ben je inmiddels wel weer in de buurt van oververhitting zodat een volgend supermarkt bezoek nakend is.
Aan zee, waar we staan, is er een verkoelend windje en wanneer je ver genoeg het zilte water inloopt( alleen voor de lefgasten of echt oververhitten) is de temperatuur onder water een beetje minder dan erboven. Lopend naar de kapper, waar ik heen ga om van mijn Sinterklaas imago af te komen, bouwt zich echter alweer een lichaamstemperatuur op die er wezen mag waardoor ik zwetend als een otter bij de kapper binnenkom. De hippe jongeman die de zaak runt heeft een airco en een flapper aan het plafond zodat het droogproces onmiddellijk intreed bij binnenkomst. De afgesproken tijd is met een “ish” erbij gedaan: twelfe-ish, hetgeen betekend dat ik een half uurtje wacht voor ik aan de beurt ben. Dat soort halve uurtjes zijn nooit verloren tijd. Ik leer dat hij de badkamer laat verbouwen en dat zijn vriendin, de misses, niet één maar persé twee kroonluchter aan het plafond wilde. De zucht die hij hoorbaar mee verteld doet vermoeden dat die badkamer nog niet af is. De vrouw van de man die geknipt wordt mengt zich in het gesprek en de heren worden net op tijd teruggeworpen op aarde voordat de gesproken woorden in een ega bashing ontaarden.
Ik leun comfortabel achterover en laat me van de baard en ander gezichtshaar ontdoen. Terwijl een warme handdoek het geheel afsluit hoor ik eronder vandaan de kapper vragen aan de volgende wachtende of hij op het bord waar je je naam opzet voor de wachtrij wil schrijven dat de lijst voor vandaag vol is en hij geen ruimte meer heeft voor meer afspraken. Wel met een net handschift graag zodat iedereen het kan lezen. Na een welgemeend beautiful en you look 21 again mate glimlach ik naar de kapper. Met alle respect man, begin ik aan de zin waarvan ik de afloop nog niet precies weet, ik ben prima tevreden met het resultaat, mijn misses gaat er wat positiefs over zeggen denk ik maar 21? Zo goed ben je nou ook weer niet. De kapper glimlacht terug. Wanneer ik betaald heb en de warmte weer instap zie ik op het afsprakenbord onder de naam van de laatste klant in goed leesbaar handschrift staan: “Now, sod off, i wanna go swimming!”.
Als je in Nederland bent wanneer je dit leest is deze titel zo ongeveer het verschil tussen ons. Mijn heldere zonneschijn is jouw pikkedonker. Bij jou zit er een deuk in de maan vanwege de schaduw van de zon en hier is ze bloedrood en helemaal verstopt. Veel van de omstandigheden waarin ik hier verkeer zijn zo ongeveer het tegenovergestelde van hoe zoiets in Nederland gaat. Wij, in de lage landen, zijn er nogal van overtuigd dat we weten hoe het er in de wereld aan toegaat terwijl ik me in een land bevind wat groter is dan Europa in zijn geheel waar een groot deel van de mensen niet eens wil weten hoe het er in de wereld aan toegaat. Ze hebben genoeg aan zichzelf en het kost al moeite genoeg om de omstandigheden waaronder ze leven het hoofd te bieden. En, mocht je het dan toch beter weten, ga gerust je goddelijke gang maar laat mij m’n eigen ding doen.
Niet alleen geografisch gezien worden de dingen hier dus van een andere kant bekeken. Moeder Theresa wordt hier een beetje met een glimlach bekeken omdat ze weliswaar voor de armen zorgde maar grinnikend ook gezien als iemand die en vergeet voor zichzelf te zorgen en ook nog een hand uitsteekt naar de armen die niet voor zichzelf kunnen zorgen. Dat is hier echt een ding; waar je ook vandaan komt, wanneer je niet voor jezelf kunt zorgen verlies je het grootste deel van het respect dat de mensen hier zonder dat ze je kennen wel voor je hebben. In Nederland moeten we onszelf bewijzen, niet een keer maar constant zien is geloven terwijl er hier een soort van basis respect voor elkaar is dat wij kwijtgeraakt zijn.
Op de grootste 4×4 offroad beurs van Australië in Brisbane slenteren we wat rond met de mond los van verbazing omdat meer dan 300 exposanten alle facetten van rijden in de outback laten zien op een manier die de fantasie van het schooljongetje dat ik mij voel ver te boven gaat. Shows over rijden en redden in de woestijn, konvooi vormen, gebruik van sleepkabels, honderden verschillende soorten profielen op banden, versnellingen, koeling, wateropslag en ga nog maar een stief kwartiertje door. Bij een lezing van de voorzitter van de Mitsubishi club over de Simpson woestijn lijkt zo’n reis ineens een onmogelijkheid en helemaal in je eentje, zo angstaanjagend en spannend wordt het verkocht. Op zijn Nederlands denk ik dat het sterk overdreven is omdat we inmiddels die Simpson van een paar kanten bedwongen hebben zonder al te grote kleerscheuren.
Van alle tips en trucjes die er rondgestrooid worden is er een uitgangspunt dat me een beetje bevreemd. De Australische redenatie die zegt dat je voor jezelf moet kunnen zorgen blijkt toch iets moeder Theresa achtigs te hebben. Zorgen voor genoeg brandstof voor de auto waarin je meerijdt met het konvooi is natuurlijk een absolute must, zo zegt de voorzitter, vooral ook omdat je de andere konvooi genoten niet wilt ophouden en benadelen tijdens de gevaarlijke tocht door de woestijn want dat zou ertoe kunnen leiden dat niet alleen jij maar het hele konvooi tot stilstand komt en dat wil natuurlijk niemand. De oplossingen, mocht dit probleem tot je grote schaamte zich wel voordoen blijken een rekensom. De minimaal driehonderd kilometer die de sleepwagen door de woestijn moet rijden om je te komen redden kost klauwen met geld. Bovendien, de kosten die anderen maken door jouw toedoen gaan ze niet zelf betalen zo leert de woestijn etiquette tijdens konvooi reizen. Gelukkig is er een alternatief, per satelliet telefoon kun je in de helderste sterrennacht die je ooit gezien, hebt bellen naar een bedrijfje dat tegen een vet bedrag bij daglicht een helikopter de lucht in stuurt met een paar jerrycans brandstof die ze vervolgens bij jou in de buurt in het zand laten vallen om met een glimlach en een duim in de lucht weer aan de horizon te verdwijnen. Stuk goedkoper aldus de voorzitter die beschaamd en onder hoongelach moet toegeven dat het hem een keer overkomen is.
Ik heb weleens zonder benzine langs de snelweg in Nederland gestaan. De loopafstand naar een benzinestation was twee kilometer wat ik in al mijn wijsheid echt te ver en te gevaarlijk vond. Dus belde ik de ANWB die een half uurtje later met een flinke scheut benzine mijn auto weer tot leven bracht. Kostte helemaal niks want ik was lid.
Wanneer ik wakker wordt is het donker terwijl de klok toch een tijd aangeeft waarbij je normaal gesproken hier een zonnetje verwacht. Het is acht uur in de ochtend en het is donker. Dat wordt niet alleen veroorzaakt door massieve regen die de ramen geselt onder gierende begeleiding van een windkracht heel veel die met de deur in huis waait maar vooral doordat de stroom uitgevallen is. Niet dat daar ook maar iemand van opkijkt hier. Mijn buurman loopt buiten in de regen en een doorweekt gesprekje leert mij dat bij hem de garage inmiddels een behoorlijk aquarium geworden is. Voor de rest een en al glimlach. Een soort van “kom op man, we leven nog”, die de laconieke houding van veel Aussies kenmerkt. Ik had er niet van opgekeken als hij een biertje in de hand had gehad maar die zullen wel niet meer koud hebben gestaan. Iedereen helpt zichzelf en anderen in de gemeenschap en zo doorstaat men een cycloon genaamd Alfred.
Ik ben wel bekend met flinke stormen en regen maar met een cycloon had ik nog nooit kennis gemaakt. Alfred is komen aanzeilen vanaf de oceaan met een cijfer. Ingedeeld in categorie drie wordt men in de omgeving van Brisbane enigszins nerveus, mede gezien het feit dat het om een tropische cycloon gaat die lijkt te landen in niet tropisch gebied. Zelfs voor hier een unieke gebeurtenis. Alfred is een treuzelaar, wacht een goeie week met aan land gaan en zwakt wat af maar dat verandert helemaal niks aan een hoop gevolgen; flinke schade door wind en vooral mega overstromingen in een gebied dat de afstand bestrijkt tussen Groningen en Parijs.
Ondertussen bekijkt men in het noorden van Queensland, waar zeg maar de eerstehands cycloon experts zich in de kroeg verzamelen voor welgemeend advies aan de onervaren staatgenoten in het rijke zuiden, het geheel met een apart soort neerbuigendheid. Natuurlijk ondersteunen ze de mensen in Brisbane met heel hun hart maar ondertussen gedragen ze zich als ervaren rotten die groentjes de kneepjes van het vak wel even zullen bijbrengen. De commentaren op van alles worden zelfs verpakt in filmpjes die hier als goedverkopende humor de ether in geslingerd worden. Ik bekijk ze met een lichte verbazing tot de stroom uitvalt.
Aussies hebben in tijden van, laten we het een ultieme uitdaging noemen, een levenshouding waar menig Nederlander, en ik dus ook, nog heel wat van kan leren. Ik zie bij overstromingen van de Geul, Maas, Waal of Rijn niet veel humor meedrijven in ons land. Hier duiken ze, nadat alle zandzakken voor de deur liggen, met zijn allen de zee in, glijden modderend van de vele doordrenkte heuvels, omhelzen vervolgens allemaal de dan nog kreukvrije reporter in een live uitzending om vervolgens van achter uit de 4×4 een kleine koelkast vol met bier leeg te drinken. Het is een stijl van omgang met onfortuinlijke gebeurtenissen en vooral een weerbaarheid die zijn weerga niet kent. Inmiddels zijn er drie uur verstreken, de stroomtoevoer is hersteld en het buurmeisje danst in haar zwempak in de regen. Ik neem in diepe bewondering en met een beetje jaloezie mijn hoed voor ze af.
Het is nooit te laat voor een excuus. Ik zag een plaatje voorbijkomen op internet van een oude volkswagen met een bumpersticker. ‘Ik kocht dit voordat ik wist dat Hitler gek was’. Alleen leuk wanneer je de Musk variant kent die op de Tesla zit. Hier, in Tasmanië, zijn ze nooit laat met excuses. Meestal, althans in mijn ogen, veel te vroeg, overbodig of volledig overdreven. Het lijkt een soort van Engels erfgoed dat te pas en te onpas gepraktiseerd wordt om welke valse wind dan ook uit de zeilen te nemen.
Neem de rij. Je staat te wachten bij de bakker tot je een broodje en koffie kunt bestellen en het is druk. Van achter de toonbank vliegen de verontschuldigingen je al om de oren nog voor je ook maar iets hebt proberen te bestellen. Ze zijn so sorry dat het druk is en dat je even moest wachten dat het bijna irritant is. In de hele zaak is er niemand te vinden die zich daar ook maar een greintje aan stoort maar de bestellingen worden opgenomen, verwerkt en uitgeserveerd op een bedje van pardon. Zelfs de minimale hapering van het betaalapparaat leidt tot een uitgebreide opsomming van excuus superlatieven.
De bakker is maar één van de voorbeelden.
De kapitein van de veerboot verontschuldigt zich voor de golven( i’m so sorry but there’s a bit of a swell out here) wat me doet bedenken dat hij aan een merkwaardig soort grootheidswaanzin lijdt omdat hij denkt de zeeën te kunnen beheersen. Maar hij herpakt zich wel door ons te wijzen op de positie van de kotszakjes en of we ze, mits vol afgeleverd, wel mee naar huis willen nemen want hij hoeft ze niet.
Humor is dan weer iets waar ik hier nog nooit een excuus voor heb gehoord.
Ik schuif op de kappersstoel en kijk mezelf weer eens aan na een aantal maanden outback. De weerspiegeling van de kapster vraagt beleefd wat de bedoeling is en ik leg uit dat de baard er helemaal af mag zodat ik niet meer aangezien wordt voor de kerstman. ‘To be honest’, glimlacht ze,’I thought you where him when you entered this shop’.
Zonder na te denken zeg ik sorry voor het veroorzaken van dit misverstand waarop ze me niet begrijpend aankijkt.
Hij draait zich op zijn rug, fatsoeneert zijn lange snorharen en krabt zichzelf over de strakgespannen huid van zijn bolle buik. Zijn favoriete eten, hij kan er geen genoeg van krijgen, drijft er met veel plezier in rond. De zon schijnt, hij voelt wel wat voor een dutje dus wacht hij de juiste deining af en vanuit de top van een hoge golf hupt hij ogenschijnlijk moeiteloos op een uitstekend stuk rots de zon in. Het water sluit zich achter hem tot de azuurblauwe deken die de zee hier is.
‘Kijk!, een zeeleeuw. Zelfs de gids kijkt ervan op. Ze vindt het net circusartiesten, vragen alle aandacht alleen dan onbetaald. Ik zit in een kayak en peddel door het azuurblauw dat Tasmanië omringd. Ik vrees dat ik er niet de juiste woorden voor kan vinden maar goed. Beter een half woord dat niet genoeg is. Sinds Abel T. zijn heel wat medelanders mij voorgegaan en ook blijven hangen hier. Dat snap ik wel, wie, indien geestelijk gezond, gaat hier weer weg? Om elke bocht alweer een paradijs dat je betoverd met alle kleuren, geuren en geluiden die je kent van de allereerste bounty reclame. Ik droomde erbij weg en belandde weer op aarde door het gegiechel van mijn zussen die zaten te wachten tot Ad Visser en Penny de Jager hun zaterdagavond inkleurden.
Nu dobber ik hier. Onder me scheuren de zeeleeuwen en -honden het kelp uit de saladebar of dobberen volgevreten en tevreden naast me. Ik bekijk de hoge rotsen, scherp aftekenend tegen de wolkenloze lucht en zonlicht. Het woord blauw komt hiervoor kleur tekort. Afgesleten door wind en water steken de stenen pilaren elkaar als verticaal geordende legoblokken naar de kroon. Dit stuk van de kust heeft een versleten jas aan van 30 duizend jaar en gaat nog wel een paar wasbeurten mee.
Er staat geen maat op ben ik bang. Dit eiland is de circustent waarin alle artiesten om aandacht schreeuwen en nog terecht ook.
Er is een artiest die ik die aandacht graag ontzeg maar helaas behoort dat na 4,5 uur in de kayak niet meer tot de mogelijkheden.
Een blikken reet is als uitdrukking niet meer toereikend. Ik kom blikken tekort.
Het koude regenwoud om mij heen ziet eruit als een de paddestoel van een atoom ontploffing in slow motion. In een freeze frame van tijd golven de bomen naar het licht.
In het noord westen van Tasmania doen ze daar niet aan; tijd. Het is licht of het is donker, nat of droog. Alles verandert altijd en verder niet moeilijk doen. Pragmatisch is geloof ik het woord dat hierbij hoort.
Zie daar Ludo. Tot zijn zeventiende opgegroeid in Nederland maar dat bleek toen toch echt te klein en verhuisd naar Tassie. Dertien ambachten, veel meer ongelukken brachten hem hier. Hier is Sheffield maar in Tasmanië dus. Hij trok door Australië met zijn vrouw en maakte zelf leren riemen die ze verkochten. Nou ja, zijn vrouw toonde interesse in een riem die Ludo zojuist aan de winkelier had laten zien en die vroeg dan snel aan hem wat het moest kosten. Klinkend resultaat van pragmatische; vrouw kocht hun eigen riem maar Ludo verkocht een dozijn riemen aan de nietsvermoedende zelfstandige ondernemer. Als Bonny&Clyde verlieten ze de plek des vertiers.
Ik zit naast hem voor een koffietentje en hij is van wal gestoken voor ik het door heb. Ik ben namelijk nogal afgeleid door zijn hond. Tenminste, ik dacht aanvankelijk dat het een hele grote geschoren poedel was maar dat lag anders. Ludo heeft een Alpaca afgericht en zit ermee op het terras zoals ieder ander met zijn of haar hond zou doen. Voorbijgangers gaan ermee op de foto, aaien mag maar alleen de voorkant en wie je ook bent, je komt er niet vanaf zonder scherp, nederlands getint commentaar. De student uit China krijgt de vraag of haar ouders heel veel geld hebben zodat ze hier kan studeren en de Indiërs die met Pedro de poser op de foto gaan moeten het doen met ‘How’s that for a holy cow folks’.
Ludo is inmiddels 84 jaar jong en heeft het prima naar zijn zin hier. Een mevrouw die voorbij loopt blijkt zijn dochter en de volgende zijn eigen vrouw en hij stelt ze in het voorbijgaan netjes aan ons voor. Je snapt; Ludo is een icoon in Sheffield en misschien wel in heel Tasmanië. Naast de vele prachtige muurschilderingen die er hier zijn is ook hij met Pedro vereeuwigd op de muur tegenover zijn terras.
Men gunt het hem hier.
Ik zou willen dat ik kon afsluiten met het begin. Het is licht of het is donker, nat of droog. Alles verandert altijd en verder niet moeilijk doen maar de gereformeerden geëmigreerden gooien roet in het eten: Ludo blijkt vroeger op het terras aan de overkant gezeten te hebben maar de buren maakten bezwaar tegen het beest dat voor overlast zorgde.
Hij doet er niet moeilijk over.
Zo, zegt hij, ben toch altijd nog een beetje in Nederland.