Warme handschoen

Schilder een landschap met woorden

maar uitzicht laat zich niet zeggen

Teken contouren met punten en komma’s

maar kijken laat zich niet onderbreken

Grijp woorden aan om waaien te verbeelden

maar wind laat zich niet betasten

Zeg wat ik zie en maak me gehoord

Water dat stroomt, grijze wolken verwaaien

Zeg dat alles wat ik zeg

een warme handschoen toebehoord

Het kille land met rechtgetrokken lijnen

Het stille land met kromgetrokken bomen

Het grillig land waar mensen elkaar mijden

Het nieuwe land waar ik nog thuis moet komen

Zeg wat ik zie en maak me gehoord

Water dat stroomt, grijze wolken verwaaien

Zeg dat alles wat ik zeg

een warme handschoen toebehoord

Alles voor later spoelt hier van me af

Woestijnen in mijn geestesoog

bestaan uit droog water

Horen, ruiken, proeven, alles is hier anders

Wind is hetzelfde

Mijn jas is niet dik genoeg

Voor een leven in twee helften

Zeg wat ik zie en maak me gehoord

Water dat stroomt, grijze wolken verwaaien

Zeg dat alles wat ik zeg

een warme handschoen toebehoord

Een dijk is een brug om een landschap te bouwen

Met grond die moet drogen voor ons om op te groeien

De handschoen moet uit om de hand te kunnen houden

Het hek dat moet om, om op jou te vertrouwen

Zeg wat ik zie en maak me gehoord

Water dat stroomt, wolken verwaaien

Zeg dat alles wat ik zeg

Een handschoen toebehoord

@romheen(n.a.v. het verhaal van gisteren (droog water))

Dikke vandalen

Stel, je bent een vluchteling.
Vanuit een oase van letters en woorden ben je beland in een woestijn van klanken waar geen touw aan vast te knopen is. Je bent hoogopgeleid, laten we zeggen ingenieur in het een of ander. Je vindt niet de baan, die er wel is omdat het even duurt voordat de woorden “Goedemorgen, hoe gaat het met u?”, tot je doordringen qua betekenis. Ze leren uitspreken is helemaal lastig en tijdrovend.
Of stel,  je bent een Nederlander.
Vanuit een oase van letters en woorden beland je in de dorre woestijn van jouw eigen taal waar geen touw aan vastgeknoopt wordt. Je bent hoogopgeleid, laten we zeggen ingenieur in het een of ander. Je hebt een baan maar er gaan veel morgens voorbij zonder dat je de woorden “Goedemorgen, hoe gaat het met u”, uitspreekt. Als je ze al uitspreekt is een antwoord altijd goed. We praten wel veel maar zeggen weinig.

We hebben daar een boek voor. Een opsomming van verklaringen, uitleg over woorden en uitspraken die onze taal, onze taal maken. De dikke van Dale. Met elk jaar nieuwe woorden, gekke woorden zoals de Beyoncévlieg(een groot goud geel achterwerk dat je kunt liken) en zelfs spookwoorden. Al zijn die bedoeld om het product van de uitgever tegen plagiaat te beschermen. Een boek voor puristen en wurmen. Een boek waar we mensen de woestijn mee insturen. Een dor verzinsel waar de woorden flora en fauna wel in voorkomen maar waar niets weelderigs uit wil groeien.
De dikke heeft het in dat boek van onze taal over de status van een vluchteling. Zo bestaat er een politiek vluchteling maar er is ook een klimaatvluchteling. Ze trekken in tegenovergestelde richting de Middellandse zee over. Onderweg komen ze elkaar niet tegen. De een mag blij zijn als hij het leven houdt in een bootje en de ander gaat comfortabel door de lucht.
De taal leeft, zo zegt men bij van Dale.

de weg

Ik heb mij aangemeld als vrijwilliger in een asielzoekers centrum. De contacten met de mensen daar gaan niet over taal. Niet over welk soort vluchteling dan ook. Laat staan over dat dikke boek. Ik heb er nog nooit “Goedemorgen, hoe gaat het met u?”gehoord. De woestijn van onze taal is er verandert in een florerende oase van contact met handen en voeten. Dat komt door het water wat gesprenkeld wordt. De taal van ons hart.