Stem

Iets een stem geven is in Nederland zo simpel nog niet. Of iemand, daar geldt eigenlijk hetzelfde voor. In het stemhokje stond ik daar nog even over na te denken vandaag. Murw gebeukt door partijbonzen die me vooral maanden mijn idealen een stem te geven.

Mijn idealen hebben al een stem, die heb ik zelf. Ik ken een Syrisch chirurg die al zeven jaar van het ene opvangcentrum naar het andere verplaatst wordt. Onderweg komt hij zeven ziekenhuizen tegen waar ze schreeuwen om gekwalificeerd personeel.

Hij kan het maar het mag niet. In Nederland. Hij heeft geen stem.

Zo ken ik ook miskend talent in de zorg, in de bouw, op het land. Om maar te zwijgen van dieren, gewassen, oceanen, zeespiegels. Niet gehoord, niet gezien. Hoe geef ik hen een stem? Niet iedereen is nou eenmaal bij stem. Of niet meer. Enfin, ik heb gestemd en een idee mijn stem gegeven.

Het idee is dat die stem de Syrisch chirurg en ander miskend talent een stem geeft.

Er zijn in Nederland veel mensen die dat geluid van die stem niet willen horen. Ik denk dat wanneer je luisteren kunt, want daar ontbreekt het aan, je er niet omheen kunt. Die stem die je, wanneer je naar de kleurloze muur van het stemhokje staart, verteld wat jouw hart je ingeeft.

Misschien is dat wat ik daar deed. Mijn hart een stem geven. Ik ben benieuwd wiens geluid we morgen horen.

Perkamenten schil

Je kunt me nog wel meer vertellen over glasscherven in de gang,

over losgetrilde schilderijtjes van opa, oma en hun onverschrokken hond.

Over de plekken waar je met hen geweest bent toen ze er nog waren,

hoe jullie samen huilden om een kogelgat in bloemetjes behang.

over de benen van de buurman die verdwenen in het niets.

Over zijn kleine kind dat lag te lachen in de goot,

rond haar de resten van bescherming die de kinderwagen bood.

Je kunt me nog wel meer vertellen over de mensen in de straat.

Hoe ze naar hun huizen keken die nergens meer op leken,

over de perkamenten schil die hun vrijheid is gebleken.

Over waaiende papieren waar hun geschreven leven nog op staat.

Je kunt me nog wel meer vertellen over dat je niet meer weet

wie niet van wijken wilde weten, wie niet wilde gaan.

Wie daar in de kelders onder gebouwen nog kon denken

aan het weerbericht van morgen en de rest van hun bestaan.

Je kunt me nog wel meer vertellen over de leiders in jouw land.

Over hoe ze jouw vertrouwen wonnen met in hun hand jouw hand.

Over gouden speldjes die ze prikten in jouw stijf gestreken blouse

en de eretitels die vanwege landsgedichten bij jou zijn beland.

Je kunt me nog veel meer vertellen over gedichten uit verleden.

Over de zin die mensen erin zagen als reden om maar door te gaan.

Over weidse witte woorden die puinhopen versneden

alsof ze er nooit zijn geweest, niet echt hebben bestaan.

Je kunt me nog veel meer vertellen over jouw vers dat niet meer klopt

omdat het hart eruit gerukt is, al het leven is gestopt.

Van opa’s, oma’s, onbekende ouders met hun kapotgeschoten kind.

Je moet me nog veel meer vertellen,

je moet me nog veel meer vertellen,

je moet me nog veel meer vertellen

zodat ik jouw woorden vind.

@romheen