Maat

In het land van het onbegrensde alles staat op eigenlijk niets een maat. Niet naar mijn maatstaven maar zeker ook niet naar de maten die hier gehanteerd worden. Het is een ding hier, de maat van iets. In een soort universele poging om de rest van dit continent de maat te nemen is er in bijna ieder oord van enige importantie wel van iets het grootste beeld waar je minimaal de regionale maar het liefst de landelijke pers mee wilt halen. Zo zag ik recentelijk een nieuwsbericht op ABC, landelijk dus, over  de grootste vrachtwagen die ergens gebouwd is en staat te pronken bij de gemeentelijke grens. Nu reist nieuws snel maar wij blijkbaar nog sneller want ik was er al een paar dagen eerder voorbijgereden. Ik herinner me dat er weinig woorden aan verspild zijn tijdens het passeren omdat ik er niet veel, zo niet, niets, van vond. Dat bleek een vergissing van kolossale afmetingen als ik het nieuwsitem van ABC mag geloven. De plaats in kwestie is me ontschoten maar de grote rode vrachtwagen dient tenminste in mijn geheugen gegrift te staan tot de dag dat mij de maat genomen wordt. Het zal me worst wezen.  Ik zag inmiddels de grootste garnaal, de grootste walibi, de grootste kikker, de grootste slang, de grootste krokodil, spin, fiets, kameel, mango, enzovoort. Nooit echter zag ik de grootste lul, alhoewel er zich al wel een paar kandidaten hebben aangeboden die weliswaar niet de landelijk pers gehaald hebben, maar toch. Ook de grootste billen of borsten worden dan toch weer niet publiekelijk aan de straat ten toon gesteld als beeld. Ook daarmee zag ik al menig eigenaresse rondzwieren in een winkelcentrum als ware het Sjoukje Dijkstra op de schaats toen ze nog de grootste prijzen won.

Kortom, gekkigheid. Het is een landelijk epidemie waar geen maat op staat. Stel je even voor dat we een dergelijk virus in Nederland opgelopen zouden hebben. Ik bedoel, ik woon in Balk, Friesland. Kun je je iets voorstellen bij de beeltenis die aan de gemeentegrens zou verrijzen? Om van de provinciale grens maar te zwijgen. Anderszins, nu ik erover nadenk. Het zou wel een aangename koerswijziging zijn te midden van wat van deze afstand een gekkenhuis lijkt waarin iedereen iedereen de maat neemt. Bijvoorbeeld, onschuldig van aard en goed voor de groen ambities van de stad: Den Haag. Gewaagder en ik denk goed om de landelijke pers mee te halen kan de beeltenis zijn aan de gemeentegrens van Gorinchem. Voor de rest laat ik het over aan uw eigen fantasie maar sla er vooral de Bosatlas nog even op na.

Iedereen is hier een maat. Mate(‘meet’) zoals ze hier zeggen. Dat maakt ze niet perse onmiddellijk jouw maat maar in ieder geval een maat hetgeen geen slecht begin is voor een praatje waarin ze graag willen uitvinden of je ook hun maat zou kunnen zijn. Meestal is het uitblijven van een vraag met Mate erin een veeg teken en is het niet uitgesloten dat zich geen enkele woordenwisseling gaat ontwikkelen. Bij buitenlanders is er ook nog altijd de grappig bedoelde vraag waar je vandaag komt, gevolgd door het eveneens ijs brekende, “ik dacht al dat ik iets hoorde”. Om vervolgens te vervallen in ellenlange verhalen over tantes, ooms, opa’s en oma’s uit jouw land van herkomst die ooit, lang geleden, de oversteek gemaakt hebben. Je begrijpt; de aandacht is tijdens deze monologen al dusdanig verzwakt dat van een maat in welke vorm dat ook geen sprake meer kan zijn. Mijn inschatting is dat je als mogelijke maat een heel eind komt wanneer je in een kort gesprek duidelijk kunt maken dat je van bier houdt en welk merk je drinkt(het is in dit geval van belang te weten wat de lokale brouwerij is en wat jouw favoriete soort ale is dat ze produceren). Dat je weet wat Footie is en tenminste drie Australische films of bands kunt opnoemen alsof je ze gisteren nog gezien hebt. En wanneer je eenmaal zover bent heb je een mate. 

Daar staat geen maat op.

Buiten beeld

Ik ben op reis in een land dat niet bestaat. Dat is niet alleen zo omdat het tegelijkertijd land en continent is maar ook omdat er, buiten een paar eigenaardigheden, niet mee gerekend wordt op wereldtoneel.

In Bakoe spreekt men dezer dagen over het behoud van moeder aarde en vermindering van fossiele brandstoffen. ‘Men’ is een alias voor de grote energie slurpers; Europa, USA, Rusland en China. Het streven is minder steenkool te verstoken maar ik lees dat het tegendeel bereikt is, er worden records in kolen stoken gebroken. Tot zover de wereld van het nieuws.

Buiten ons blikveld, die van mij dan toch tot nu toe, speelt zich iets af dat tenminste opzienbarend te noemen is. 

Hier, in Australia, vinden de wereldkampioenschappen graven, scheppen, afvoeren en mee naar huis nemen plaats met China als glorieus winnaar. Ik heb kilometers lange treinen met moeder aarde’s waardevolle inhoud voorbij zien rijden op weg naar de kust waar grote schepen met open bek lagen te wachten. Volledig economisch overgeleverd laat Australia zich uithollen alsof je een knapperig bolletje van de bakker ontdoet van haar zachte midden.

Er heeft veel niet bestaan in dit land. De aboriginals hebben er jaren over gedaan voordat erkent werd dat ze überhaupt bestonden. Dat heeft in een aantal gevallen tot bestaan geleid maar vaak toch ook niet.

Ontdekt rond 1620 door westerlingen, Nederlanders in dit geval die dachten dat het groot, kaal en leeg was, begon het bestaan van Australia pas echt nadat, 200 jaar later, een Engelsman zijn boot tegen de kust parkeerde aan de andere kant van het continent. Gelukkig bestaan er bloemrijke getuigenissen van Aboriginals die verwonderd toekeken wat de witte mens hier deed. 

Tegenwoordig lijkt het alsof het bestaan van dit continent op een laag pitje gedraaid is. Er zijn veel inwoners die strijden voor erkenning. Erkenning van hun bloed, zweet en tranen dat ze recht op bestaan zou moeten verschaffen. In dat streven speelt kleur of ras geen rol. Erkenning voor zijn of haar plek hier, dat wil iedereen. Toch lijkt er ook een deel van de mensen hier tevreden met wat het is. Er is geen oorlog, er vallen geen bommen op je bed, je kunt op veel manieren een goede boterham verdienen.

Het is zo gek nog niet, zo lijken ze stilzwijgend te zeggen. Afgezien van wat eigenaardigheden is het zo gek nog niet om op het wereldtoneel niet te bestaan.

Over de eigen aardigheden later meer.

Vragen

‘Er werd mij op school geleerd dat de donkere mens, de aboriginal, op de wereld is gezet om de blanken te ondersteunen en te helpen’.  Een goed voorbeeld van het superioriteitsgevoel waarmee het Engelse onderwijs in de jaren vijftig/zestig doordrenkt was.

Ik schat haar een jaar of vijf ouder dan mezelf maar dat kan ook zijn omdat ik er niet zo goed aan kan wennen er net zo uit te zien als oudere mensen. 

Ze had een vriendin die Aboriginal was maar dat wist ze niet, of ze was zich er niet van bewust, tot haar 15e of zoiets. Ze weet veel over de oorspronkelijke bewoners van dit continent. Hoe ze trouwen en voorkomen dat er inteelt ontstaat. Hoe je zwangerschap  voorkomt door de juiste blaadjes te eten en hoeveel. Hoe ze voor elkaar moeten zorgen wanneer ze bij een andere stam zijn. 

Aboriginals reizen van het ene volk naar het andere. Ik kwam twee maanden geleden een stel tegen bij Eighty mile beach, overigens maar 14 mile of zo ( de rest is afgezet) maar dat terzijde, die vertelden dat ze echt, nee echt op vakantie waren. ‘We willen de wereld zien zoals hij echt is’. 

Ik snapte dat toen niet maar weet inmiddels dankzij de juf van nu dat ze niet meer telkens ergens op bezoek gingen bij een andere stam maar gewoon naar een camping. Daar zagen ze de wereld zoals ie was. Achteraf sla ik mezelf voor de kop dat ik niet de vraag gesteld heb wat ze dan zagen en wat ze ervan vonden. Maar goed.

De juf is nog niet klaar. Ze zegt dat de twee zoons had en nu een zoon en een dochter. Dat roept vragen op die wel gesteld worden. 

Een zoon blijkt getrouwd te zijn geweest met een vrouw van aboriginal afkomst. Ze heeft de vrouw in kwestie geadopteerd als dochter maar zoonlief verloren door een stomme familie ruzie. Hij wil haar niet meer zien maar de dochter is nieuw familielid geworden. 

Die ‘dochter’ had hem overigens wel voor de keuze gesteld: of je zorgt voor vrouw en kind, of je zorgt voor dat werkschuwe tuig dat alle boodschappen telkens meeneemt.

Mijn inzicht in hoe dat nou werkt bij de aboriginals is ontegenzeglijk toegenomen na de lessen van deze juf. Of ik hier de goeie vragen gesteld heb is wellicht nog een klap voor mijn kop waard.

Lang gras

“We zitten momenteel helemaal zonder”, is het antwoord op haar vraag of ze misschien een beetje water kan krijgen. Ik zit in een kleine uitspanning bij een benzinestation een bakje koffie te drinken in afwachting van de servicebeurt die ons vervoersmiddel ondergaat. Buiten voor de deur, op straat, is een aboriginal familie gaan zitten rondom een bakje friet met burger dat een van hen net gekocht heeft. Een ander uit het gezelschap, een jonge vrouw, is naar binnen gelopen om haar telefoon op te laden en water te vragen. Dat is dus op.

We kunnen je niet wegsturen maar welkom ben je hier niet is de duidelijke boodschap. Weg gaan ze ook niet, ze zijn het geenszins van plan, de aboriginals rondom en in Darwin. Ze worden hier ‘the long grass people’ genoemd en zijn de blanken een doorn in het oog. Ik heb er een boekje over gekocht dat ik nog moet lezen maar een kopje koffie bij een benzinestation maakt de achterflap ervan volledig overbodig. 

Als schaduwmensen bewegen ze zich door het straatbeeld. Wanneer je erop let zie je bijna geen contact tussen blank en zwart, alsof ze in dezelfde straat door twee verschillende werelden lopen. Verzamelen zich rondom de hotels met een drankvergunning en zodra die open gaan veranderd het straatbeeld. De aan alcohol verslaafde aboriginals verdwijnen uit beeld om er na sluitingstijd schreeuwend en bezopen weer uit te komen.

Op de bushcamping waar we staan, net buiten Darwin treffen we Gordon, van origine Zuid Afrikaan. Als jongeling naar Engeland verhuisd en later naar Australia geëmigreerd. Hij omschrijft zijn wens om weg te gaan uit het land van apartheid als noodzakelijk voor zijn geestelijk welzijn en dat van de wereld. De haat en onderdrukking stonden alle vrijheid en vrolijkheid in de weg. Hier, in zijn beloofde land met eindeloze horizon is die vrijheid voelbaar en helemaal geweldig. Komend uit het land van duivels aanbeden apartheid en de Klerk kan ik me die gedachte nog wel voorstellen ook. Alles kan altijd nog groter, kleiner, beter of slechter. Ik denk dat er in de wereld nog heel wat te verbeteren valt wanneer het op gelijkheid aankomt. En dat Gordon niet eens zo heel ver hoeft te kijken om dat te zien. Rondom het bushcamp staat het in overvloed; heel lang gras.

Vitamine Zee

Zodra de westkust van Australia ter sprake komt roept iedere Aussie dat daar he-le-maal niks is. Nou vind ik dat er in het grootste deel van Australia waar ik tot nu toe was helemaal niks is maar ze menen dat dus echt. Niks. Beetje graven in de wederzijdse belevingswereld leert me dat dezelfde hoeveelheid kleine gehuchten en bezienswaardigheden maar met meer, heel veel meer, afstand ertussen ervaren wordt als he-le-maal niks. Er moet gezegd; dat van die afstand klopt. Dodelijk saai hetzelfde, uitgesmeerd over honderden kilometers gravel, asfalt en nauwelijks wisselende begroeiing. Denk de Terschellinger duinen alleen dan tussen West Terschelling en Hoek van Holland met her en der een doorsteek naar de kust waar je in een natuurgebied kunt kamperen. Je snapt; het terrein is ongeveer zo groot als half Terschelling en met alleen het strand voor de deur leg je lachend een kringetje om een van onze eilanden. Ik blijf me verbazen over begrippen als afstand, ruimte, groot/klein, vol en leeg maar zal er voor nu even over ophouden.

Naast ons, dwz op een afstand waar op een willekeurig Nederlands eiland de volgende camping begint staan een man en vrouw die hier zijn omdat ze een andere leefstijl wilden. Zij is begeleidster van verslaafden en depressieve medeburgers en hij is coach in bedrijfsleven waar mensen zich op persoonlijk vlak dienen te ontwikkelen. Beide doelgroepen laten zich online bedienen dus is ver weg of dichtbij geen punt van discussie. Hij wil zo snel mogelijk een netwerk opbouwen dat ook zonder hem kan en dan hier met zijn voeten in het zand blijven zitten. Zij laat zich nog niet uit over de toekomst.

Beiden wandelen regelmatig met de hond, Izzie, een speels mengsel van herder en ridgeback die soms de indruk geeft dat hij zich iets aantrekt van de gasten die hem eten geven. Voor de rest wil hij alleen maar rennen, zwemmen en blaffen. Mijn inschatting is dat zijn bazen, net als de halve camping hier dat juist kwijt willen. Weggerukt uit een van Australia’s grote steden willen ze ophouden met rennen, geen blaffende bazen meer horen en alleen maar zwemmen.

In een gebied met he-le-maal niks blijkt er dan van iets toch zoveel dat er voor iedereen genoeg is. Ik geniet er ook van mee.

Vitamine zee.

Dagen als deze

Achteraf denk je soms dat je het had kunnen weten, zien aankomen op zijn minst. Niets is minder waar. Het is gewoon wat het is geweest.

West Australia, waar we nu zijn, is recordhouder loze ruimte van alle staten hier. Veel ruimte en niets loos.

Vanuit een meer dan prachtig kampeerplekje in de buurt van Meekatharra start de dag fris met zon en koffie. Tot zover niks aan de hand.

Er is na een honderdtal kilometers rijden een zijweg met iets te zien die niet te vinden is.

Er is na nog een honderdtal kilometers een oude boerderij die wel te vinden is maar geen bezienswaardigheid blijkt te zijn.

Er is na het derde honderdtal kilometers een kampeerplek die zo weggerukt lijkt uit een b-film met een hoop oude roestige olievaten, autowrakken, dubbelloops jachtgeweren en een bloederige slotscène.

We rijden vijfhonderd kilometer over de Great Northern highway en echt beter wordt het niet. Wind tegen, de roadtrains zorgen ervoor dat je net niet van de weg aflazert en omdat er niets te zien valt qua landschap vallen de lijken van doodgereden koeien en kangoeroes ineens extra op.

Om mij heen een afgegraven Australia dat zijn schatten uit de bodem op grote schaal en in hoog tempo naar het buitenland exporteert. Deprimerend is het enige woord dat weliswaar tekort schiet maar in de buurt komt.

Het rijden is voor deze dag genoeg in een plaats die Newman heet. Bij binnenkomst een bordje met een eervolle vermelding voor schoonste stad in West Australia. Niets is wat het lijkt. De kampeerplek is een terrein waar men hier grootste bijeenkomsten en feesten organiseert. Volledig geasfalteerd met rondom enorme hekken en schijnwerpers. Als ik kort moet gaan; een rangeerterrein waar in de nacht kilometers lange treinen vol ijzererts, tientallen meters lange vrachtwagens vol ijzererts en alle mensen die met deze werkzaamheden hun geld verdienen mij behoorlijk uit de slaap houden.

Dat zie je dus niet aankomen. De een heeft een slechte dag omdat er niks te zien is. De ander heeft een slechte nacht omdat er veel te veel te horen is.

Er schiet mij een lied van Van Morrison te binnen; my mamma told me there’d be days like this.

Netjes

Ik geloof dat het ergens in de buurt van een plaats was die Winton heet, in het midzuiden van Queensland, dat het erop begon te lijken dat we voorlopig niet meer alleen zouden zijn in de Outback. De reclameborden langs de stoffige gravelweg maakten duidelijk wie er hier meekeken.

14 billion flies can’t be wrong: Winton.

Vliegen dus. Je passeert zonder het te beseffen een onzichtbare grens in het landschap dat langzaam stoffig rood wordt alsof je een zonsondergang inrijdt. Geen idee wat de criteria zijn voor die 14 biljoen om er vanaf hier ineens te zijn maar dat het een supergoed vestigingsklimaat is lijkt me helder. Op sommige plekken komen ze in een keer, allemaal tegelijk, op mijn hoofd zitten en verdringen zich rond neus, ogen en mond. Elders zijn het meer sluipers die zich langzaam maar zeker over mijn aangezicht ontfermen.

De Aboriginals hier blijven gewoon een tijd stilstaan wanneer ze door zo’n horde vliegen besprongen worden. Ze noemen het de grote schoonmaak en zeggen dat de vliegen daarna vanzelf weer weggaan.

Ik heb niet die ervaring. Enerzijds niet omdat ik niet het geduld heb voor een grote schoonmaak en anderzijds omdat ik inmiddels een oplossing op mijn kop heb in de vorm van een vliegennetje. Grote cowboyhoed, netje erover( merk Wotflies?) en het irritante gekriebel op je gezicht is verdwenen. Er zijn de diehards die niet aan netjes doen maar die zien er dan toch de halve dag uit als bevangen door een soort spasme dat maaibewegingen van de armen veroorzaakt voor het gezicht langs.

De dracht van netjes kent vele variaties en bijverschijnselen weet ik inmiddels. Zo vergeet je soms dat je er een op hebt en probeert een handje chips door het netje heen naar binnen te proppen. Om van de chaotische schuimzooi die het netje van een slok bier maakt maar te zwijgen. Maar toch altijd beter dan met je armen maaien terwijl je vergeten bent dat je een glas bier ter hand had genomen.

Bekijken hoe mensen hier de netjes dragen blijft een absoluut favoriete bezigheid. Van direct op het hoofd tot waaiend en wapperend in de wind op grote zonnehoeden zonder enig effect. Beginners en gevorderden zijn gemakkelijk te onderscheiden. Gister stormde tijdens een wandeling iemand met stip de top tien van gekke netjesdracht binnen. U begrijpt; er bestaat inmiddels een klassement. Hij had het vliegennetje zo strak over zijn hoofd getrokken dat hij eruit zag als een stereotype bankrover met nylonkous. Zijn lippen zo vervormd dat hij ter plekke had door kunnen gaan voor blanke zoeloe en van een oogopslag kon geen sprake meer zijn, simpelweg omdat het net zich gesloten had en elke gelaatsuitdrukking en beweging voorkwam. Ik had een overval door hem wel geaccepteerd maar hij was daarna de pisang omdat ik me doodgelachen had.

De fantasie gaat op de loop hier maar we houden het netjes. Ik mep er nog een paar uit mijn gezicht. U hoort van mij.

Ertoe doen

Het is hier een omstreden onderwerp. Dat wil zeggen, je kunt overal over beginnen maar hier hebben ze het liever echt niet over. Terwijl het ze niet onderscheidt van andere westerse landen. Net als elke westerse, oosterse of wat voor grootmacht dan ook zijn we op zijn zachts uitgedrukt de vriendelijkste niet wanneer het gaat over minderheden. Ik bedoel de mensen die het land waar blanken zijn komen wonen gedurende duizenden jaren al bewoond hebben maar, bij aankomst van de blanken, verdreven en uitgemoord werden omdat ze simpelweg in de weg zaten en niet als mensen beschouwd werden en nog steeds niet worden.

Let wel, dit is geen beschuldigende vinger. De mijne is al net zo schuldig als de jouwe. We hebben allemaal eenzelfde verleden. Wel is er verschil in hoe ermee omgegaan wordt. Hier in het midden van Australia is er, rondom de heilige rots van de Aboriginals veel aandacht voor hun cultuur. Veel land is van hen en je hebt vergunningen nodig om erop te mogen komen of je komt er gewoon niet in.

Terwijl we er naartoe rijden begint de brandstofmeter ondervoedinsverschijnselen te vertonen en besluiten we te tanken bij een kleine nederzetting waar alleen aboriginals wonen. De weg er naartoe heeft meerdere snelheidsdrempels en in de nederzetting mag je tien kilometer per uur rijden. Er bekruipt mij een gevoel dat ik eerder had toen ik in 1985 the Bronx in fietste. In tegenstelling tot nu was dat toen een ghetto.

Er is een benzinepomp ingekapseld in een hoop metaal waar je door het ijzerwerk heen de creditcard in frummelt en tankt. Er is een politiebureau , een winkel en een cafe. Op grote borden staat vermeld dat drinken en rijden een dodelijke combinatie is. Over straat sjokken tenminste tien honden, tien kinderen en tien ouderen. De honden kijken of er iets te halen valt, de kinderen zwaaien, de ouderen houden dat voor gezien.

Op een bord bij de winkel staan de openingstijden vermeld. Van maandag tot zondag behalve wanneer er een begrafenis is. Dan vermeld men op een apart briefje of ze open zijn. Deze hele nederzetting komt op mij als ten dode opgeschreven over. Of de winkel dichtgaat heeft blijkbaar te maken met of je ertoe gedaan hebt. Dat lijkt me hier een hele kunst.

Foto: Ineke de Boer

Koud

Het ligt niet voor de hand, of beter, het is niet het eerste dat je bedenkt wanneer Aussieland ter sprake komt maar toch; ik heb het koud.

De twintig graden die ik hier voorgeschoteld krijg vallen in het niet bij de dertig van de afgelopen periode. Je went eraan, et voila, je hebt het koud bij een temperatuur waarbij in Nederland om rokjesdag geroepen wordt.

Ik ben in Boulia, zuidwest Queensland. De outback zoals dat heet. De weg hierheen bood een absolute overdosis niks. Niks aan luchten, wolken, rood, geel, grijs en bruin aan stofwolken achter de auto. Borden met waarschuwingen voor een veerooster, een onoverzichtelijke helling of een hek. Twee kangoeroes waarvan eentje probeerde tussen de voorwielen door te skipieen, drie emu’s en koeien die hier meer vierkante meters ter beschikking hebben dan wij met zijn allen in kikkerland. Niks dus.

In Boulia zelf is een museum. Er liggen resten van beesten die 95 miljoen jaar geleden de scepter zwaaiden over dit gebied. Er was een enorme binnenzee en nu nog gebruikt men hier de wateren onder de grond. Ik dacht dat het hier gortdroog was maar niets is wat het lijkt. Het museum wordt gerund door een mevrouw van 70 jaar die voor de gelegenheid uitleg geeft over een aantal foto’s aan de muur en ingerichte kamers. Het blijkt haar eigen familie te zijn die hier, net als zijzelf wortel geschoten hebben. Ze is zo vergroeid met het leven in deze streek dat het haar drie keer teveel wordt tijdens haar uitleg. Haar man, haar moeder en haar broers en zussen passeren niet zonder tranen de revue.

Ze vertelt over zandstormen waardoor ze elke dag hun bed moesten uitkloppen, schapen die met duizend tegelijk dood gingen, kostschoolbezoek vanaf haar achtste in Townsville wat de dichtstbijzijnde stad is op 1000km. Ligt gewoon ook in Queensland. Verder woonde ze haar hele leven op de boerderijen hier in de buurt. Ze kwam nooit ergens. Dertig kilometer gravelweg zorgde ervoor dat ze alleen eind december met zijn allen naar deze stad gingen om naar de kerstboom te kijken.

Als je luistert naar de mensen hier gebeurt er natuurlijk van alles. En al lijkt het niks, van sommige verhalen krijg ik het koud.

Het is zover

Zover weg van alles dat het lijkt of het er alleen exotisch is. Tropische stranden, rivieren vol krokodillen, woestijnen vol termieten heuvels groter dan mijzelf, rustplaatsen langs de highway met het grootste fruit uit de omgeving.

Dat alles ver weg is klopt wel. Behalve de realiteit van veel mensen die ik zie. We staan op een camping bij Mackay omdat er wat geklust moet worden. Het voertuig heeft wat kuren. Er gaat zo vaak een snerpend alarm af waar we ons kapot van schrikken dat we even langs een terzake kundige garage moeten. Het blijkt een foutief ingesteld hoogte alarm. Niks aan het handje.

Dat zou ik niet willen beweren over de mensen op de camping. Ik gok dat hier zeker twee derde van de bewoners geen huis meer heeft en in een caravan woont die achter een auto hangt waarvan ik me afvraag of er genoeg brandstof in zit. Het geheel ziet er zonder uitzondering armoedig uit. Ik las hier eerder artikelen over en kom het geschrevene in de praktijk tegen. En dan heb ik het alleen nog maar over het blanke deel van de bevolking.

De gemeenschappelijke keuken heeft een dak( fijn want het regent nogal eens) en een televisie. Gisteren niemand te zien maar vandaag duiken er twee fans op van de Bronco’s. Die spelen Footie of Australian football zo je wilt en zij vragen meer dan beleeft of ze mogen kijken. Natuurlijk mogen ze kijken, ik bedoel, go your goddelijke gang man. Ze verontschuldigen zich vele malen, zuipen de man tig bier op tijdens de wedstrijd en zijn blij want hun team wint.

Ik bedenk dat dit precies is wat ik hier exotisch aan vind. Het is iets wat ik niet meer gewend ben in het land waar ik vandaan kom. Ondanks alles; alle ruimte voor een ander.