Regie

foto Regie

Het is nauwelijks voor te stellen
in onze vrije tijd
Over je eigen leven
je laten en je doen
raak je de regie nooit kwijt

Nou goed, je wordt hulpeloos geboren, gezoogd, gepamperd en gevoed
En terwijl je leven verder gaat dan leer je hoe dat werkt
Jouw eigen leven leiden, staan voor wat je denkt en aan iedereen vertellen
wat er fout is en wat goed

Zo ben je groot geworden en heb je geleerd waarvoor je staat
En dan ga je figureren in die ene opera waarvan je denkt te weten
waar die eigenlijk over gaat

Regie vertelt je alles
of je er nu naar luistert of toch niet
De noten van de dirigent bepalen echt
het ritme van jouw lied
Ook al wil je telkens weten waarom en hoe en wat en voel je soms machteloosheid
je wilt het wel maar kunt het niet

Heb je weleens nagedacht over wie jij eigenlijk bent?
Op dat vervloekte schip dat daar maar vaart en vaart en vaart
Heb jij al geluisterd naar de regisseur die de uitkomst allang kent
maar drama tot het laatst bewaard

Je hebt geleerd jezelf te zijn tegen alle stromen in
Maar nu zit je op die godvergeten boot waarvan script, ritme en muziek en alle golven eromheen
Je laten zien, dat regisseren van je leven
dat doe je niet alleen

Jij bent alleen degene met geluk
of noem het toeval, wat dan ook
Jij bent niet iemand op een bootje
Jij bent nergens voor gevlucht
Jij wordt nergens om vermoord
Omdat je anders bent of
Joods was in dit stuk

Het is dankzij iets waarvan je denkt
dat jij de oorzaak bent want
In onze vrije tijd
over je eigen leven
je laten en je doen
raak je de regie nooit kwijt

Dat is wat we hier vertellen
het is nauwelijks voor te stellen.
(Onthoud het goed
voor als jouw toekomst eens gaat knellen).

 
St.Louis Blues  dag 4 (07-09-2019)

@Romheen 

Vergeten groenten

Het grillige landschap weerspreekt de mathematica van geplaatste hekjes.
Wind gaat zijn eigen gang. De zon brandt bij tijd en wijlen gouden randjes aan de wolken als ze haar het schijnen beletten. Ondergaand beklimt ze de bomen en zet hun toppen in brand.
Ik zit aan de rand van een rivier. Ze stroomt, water duwt water in haar eeuwige perpetuum mobile als een, in breedte variërende, scheiding van landschappen. Het doet me denken aan autoritten die ik, de neus tegen het raam gedrukt, met mijn vader maakte. De lijnen die ik volgde in het voortrazende vergezicht meanderden op, neer, heen en weer. Slingerend, als het lange losse lint aan mijn vlieger, gegrepen door de wind.

Achter me zijn volkstuintjes, het budgettaire antwoord op de hedendaagse inkomensverschillen. Van mensen die vergeten groenten verbouwen. Of van mensen die zaaien maar hun groenten vergeten, aan de bruintinten in sommige perkjes te zien. Een vrouw van in de veertig met een fiets aan haar hand loopt mijn kant op. Ze komt uit de groentenafdeling in het landschap en haar fietstassen puilen uit van de opbrengst. Sla, snijbiet, schorseneer, het dienstmeidenverdriet, bietjes, meirapen. De bos peterselie in het mandje aan haar stuur ruikt sterk. Onder de snelbinders een grote bos sperziebonen, met struik en al gerooid.
‘De oogst valt niet tegen’, zeg ik, wijzend op haar karrenvracht gezondheid.
Ze glimlacht van achter haar grote zonnebril.
‘Klopt, je moet er wel wat voor doen, maar dan heb je ook wat. Ik sjouw me soms helemaal suf naar die tuintjes om ze thuis maar wat gezondheid te kunnen voeden hè.’

Ze neemt me mee naar mijn jeugd, waarvan ik dacht dat die tot het verleden behoorde. Dat blijkt alleen om mijn verleden te gaan want het is haar realiteit. De groenten uit mijn vaders moestuin kwamen in golven. Tsunami’s van sla, tomaten, witlof, bloemkool, snijbiet en boerenkool. We aten ze in periodes van drie weken achter elkaar en wat we niet opaten werd in wekpotten gestopt, vacuüm gekookt en met een datum erop in de kelder opgeslagen. Zo konden we in de winter, tussen de zure, rode en boerenkool door, ook een keer boontjes eten. Een luxe. Ik mocht met een spelt de pot ,die open plofte met een diepe zucht, ontgrendelen.

Ik proef de bittere nasmaak van tot snot gekookte witlof.
‘Is het niet veel werk?’
Ik weet niets anders te zeggen.
‘Dat valt reuze mee als je het slim aanpakt’.
‘Mijn vader had vroeger ook een moestuin, ik moest altijd een uur onkruid wieden als ik uit school kwam. Vooral de kruidentuin was een ramp, vergiste me altijd tussen kruid en onkruid.
Ze lacht.
‘Ik heb daar ook zo mijn mensen voor, net als jouw vader. Dat wieden vind ik maar een vermoeiende bezigheid.’
‘Dat heeft u goed bekeken, ik heb er een soort moestuinfobie aan overgehouden.’
De vrouw kijkt om zich heen, buigt zich over haar stuur naar mij toe en spreekt zacht.
‘Het is niet anders in deze tijd, soms moet je inventief zijn om de monden thuis te voeden. Dag!’
Ik knik en kijk haar na terwijl ze de volgeladen fiets over het paadje langs de rivier voortduwt. Haar contouren worden omarmd door het tegenlicht van de ondergaande zon.
Water duwt water.

Als ik terugloop langs de volkstuintjes is er een kleine samenscholing van mensen. Ze leunen op harken, schoffels en scheppen. De verontwaardiging is groot.
‘Wat moet je eraan doen, in je tuin blijven slapen? Ze nemen gewoon alles mee, hier kijk dan, de sperziebonen weg. Met struik en al!’
Ik loop er stilzwijgend langs en probeer de woorden van de vrouw terug te halen.
Voel me een beetje Robin Hood.

volkstuintje

Geheugensteun

 

Om ons heen de contouren van zijn geboortegrond. Achter de dijk wekken de verzonken huizen de indruk van boven water. Molenwieken slaan zich slagen door de lucht. Verlaten land, bestippeld met schapen. Dikke zwarte grond kopt omhoog tussen zaaigoed, flinterdunne belofte van groen. De wind waait een stilte naar mij toe. Een wilg, een weg, een bord, een richting. Een streep door mijn blikveld houdt zorgvuldig de wolken bij het gras vandaan, de zon schijnt ze aan flarden. Soms lappen er zich een stel en gooien een deken met een gouden randje over haar heen. Winschoten, Delfzijl, Spijk, Uitwierde.
Plekken op zijn lijstje.

‘Hier gaan we heen en ik wil ook aan de haven kijken en een nieuwe haring eten.’
Hij heeft me een briefje gegeven, dat zijn vrouw voor hem maakte, waarop een aantal plaatsen staan genoteerd. Plekken in het Groninger land.
‘Ik ben er op mijn derde jaar vandaan gegaan maar ze zijn hier allemaal nog hoor, mijn familie. Als klein kind kwam ik er nog wel, twee keer per jaar met mijn vader en moeder in de auto. Ik heb mijn leven lang in de stad gewoond, ik hoef niet terug, ik ben een stadsmens. Coevorden is echt iets anders dan dit. Dit was vroeger allemaal water.’

Hij heeft een petje mee om de kwetsbare, flinterdunne huid op zijn hoofd te beschermen tegen de zon. Een wandelstok hersteld het wankele evenwicht dat zijn benen tegenwoordig meestal ontberen. Hij onthoudt niet alles meer, zijn geheugen lijkt hem vooruit te zijn gegaan naar de trillende einder. We doen een roadtrip, opzoek naar bevestiging van zijn eigen vergankelijkheid. In de mist van zijn herinnering aan flarden komen soms heldere dingen naar boven. Hij is trots, trots op zijn vader en moeder. Zijn vader had geen opleiding en leerde van zijn moeder lezen. Begon een winkeltje en legde zo de fundamenten van een familiegeschiedenis.
‘Hier links!’
Zijn schelle stem schrikt me op, ik kan niet links en parkeer de auto.
‘Een stukje terug, daar woonde ze. We hoefden niet op de fiets, ik mocht de auto van mijn vader lenen, dat vonden de meisjes wel leuk. Het was een mooie grote bak. Mijn vriend was een mooie jongen, blonde krullen, echt een mooie jongen. Hij kon ieder meisje krijgen dat hij wilde. Later is hij met haar getrouwd’.

De weg vanuit zijn woonplaats lijkt bezaaid met bommen en granaten uit de oorlog.
‘Met een vriendje gingen we kijken. Er was een bom gevallen in het land van een boer en niet ontploft. Wij op de fiets erheen. Het ding was opengescheurd en we pikten er zoveel kruit uit als we konden meenemen. Dat staken we aan en het gaf een mooie steekvlam, heel fel licht. Een keer deden we dat ’s avonds op straat en kregen een schop onder onze kont van een SS’er. Kwajongensstreken.’

We eten een haring. Als die op is stelt hij schaterlachend vast dat we voorlopig even geen meisjes hoeven te kussen. Zijn wangen krijgen een licht rode kleur en zijn ogen glimmen.
‘We hebben ook eens een taart gebakken, dat was heel wat. Het zal 1941 geweest zijn, er was niks. Ik had vier vrienden en we hadden allemaal iets meegenomen. Daar hebben we een taart van gebakken. In de kajuit van het vrachtschip van mijn vriendje’s vader hebben we dat opgepeuzeld. Dat was wat, dat was heel wat. Het was een goede plek want het schip lag ergens apart voor de wal’.
Op mijn vraag of ze het zo stiekem konden doen is het antwoord glashelder.
‘Nee, we deden het niet stiekem, we hebben het gewoon niet verteld’.

Het geboortehuis van zijn moeder, in Spijk. We kunnen het niet echt meer vinden.
‘Mijn opa was turfschipper, mijn vader woonde als kind op dat schip. Mensen vroegen altijd waarom oma het schip moest trekken, ze vonden opa lui. Dat was niet zo, oma wilde dat het liefst. Ze liet haar gewicht in het leer, waarmee ze trok, voorover leunen en zette dan een stap om niet te vallen. Het kostte zo geen kracht, zo hield ze het vol. Ze wilde niet sturen, ze kon zonder de verantwoordelijkheid. Dit moet het huis zijn,’ zegt hij, het zoeken beu.

Drie keer vragen we de weg naar het gehucht Uitwierde, een in het landschap gesmeten terp met een paar huisjes en een kerk met grafstenen eromheen.
‘Hier links!’
Wederom heeft zijn geheugen hem niet in de steek gelaten. Het blijkt de begraafplaats van zijn voorouders. Trientje Toxopeus en Jan de Boer. Cornelis de Boer, oom Kees, ligt er ook net als andere familieleden.  Met een traditionele ronde om de kerk, waardoor de duivel uitgedreven werd, zijn ze hier begraven. Graven gedolven in 1939 en 1948, van mensen,geboren in 1866. Hij loopt drie keer heen en weer tussen de stenen voordat zijn geheugen terug is. Hij weet het weer en snuit zachtjes zijn neus. Een confrontatie met zijn eigen eindigheid.
‘Het is wat’, zegt hij, voorzichtig zijn stok tussen de zerken plaatsend.
‘Het is wat’.

Ergens, op de terugweg, komt zijn toekomst naderbij.
‘Het maakt mij niet uit hoe ik begraven wordt, ik vind het allemaal wel best. Je krijgt dit lichaam toch niet terug. Je krijgt een ander lichaam, als je dat tenminste gelooft. Er zijn mensen die dat geloven.’
Ik geloof het niet en zeg hem dat hoe je iemand begraaft me vooral belangrijk lijkt voor de nabestaanden. Het antwoord liegt er niet om.
‘Ze zoeken het maar uit. Je hebt het gezien op die stenen. Als ze sterven, en er een tekst op het graf moet, zijn ze allemaal ineens weer in de Heer. Hoe ze leefden, dat is een ander verhaal.’

geheugensteun

Schrijversbuzz.com

 

buzz3

Daar is hij dan. De schrijversbuzz. Een mobiele plek om de woorden proberen te vangen, woorden die jou bezighouden. Of om de woorden te leren kennen die je gaan bezighouden. Wil je alleen, of in gezelschap van anderen, je bezighouden met proza, poëzie of andere vormen van geletterde uitingen en zoek je hier een unieke gelegenheid en plek voor? De schrijversbuzz is in voor vele vormen van het hanteren van de pen. Laat weten wat je wilt en we bespreken de mogelijkheden!

Zoek je de stilte en tijd om zelf te kunnen schrijven aan je eigen werk? In overleg voorzien we je van unieke plekjes om dit te doen, staan je bij als je dat wilt en zorgen ervoor dat je jouw tijd nuttig kunt besteden.

Wil je uiting geven aan jouw initiatief of de opleiding die je vertegenwoordigt in de picture zetten? De schrijversbuzz staat op festivals, congressen en bijeenkomsten met het doel van die woorden een ‘buzz’ te maken. Bespreek het gewoon, we zijn in voor een uitdaging!

De Schrijversbuzz is een initiatief van Romheen.com

Te vinden via schrijversbuzz.com en bereiken via eromheen@gmail.com

direct naar de schrijversbuzz

 

Poëzie op vrijdag

In het midden van de jaren tachtig reisde ik over de wereld en schreef gedachten en bevindingen op. Kijk ze nu terug en kom tot de conclusie dat er veel, maar ook heel weinig verandert is.

Aan mij en aan de wereld.

snelweg to heaven

17/9/’83
Bij de dood van Prinses Gracia van Monaco.

even maar
was het stil
een prinses
was dood
had gered kunnen worden

toen
ging alles verder

treinen reden
kroegen los
bakkers bakten
kappers knipten
en

1500 Palestijnen
werden
afgeslacht

 

27/2/’84
Geloof

Als de waterleiding
van Pontius Pilatus
net zo vaak
afgesloten
zou zijn geweest
als die
van mij
hadden
we
nooit
beter
geweten

 

5/10/’84
Moederkoek

walkman!
op noten
vol vuur

walkman!
in
crescendo

walkman!
muziek is
leven

walkman!
in je moederkoek
met oordoppen

walkman!
leven is
je
walkman!

 

7/10/’84
Pas(romheen in spé)

het bewandelen
van
rechte wegen
brengt
je
snel
bij doelen

afwijken
kan ook
je pas
versnellen

Popupshop

“De NS wenst u een prettige voortzetting van uw reis”.
Galmend klonk het staccato van de omroeper door de stationshal van Utrecht Centraal. Hakken geselden de traverse om op tijd de trein te halen die van een ander perron vertrok dan aanvankelijk was aangekondigd. Changement du decor.

popupshop

“En wat nou als ik dat gouden klokkie wil laten vermaken?”
De vraag bleef hinderlijk hangen in de slow motion van bedenktijd.
“Nog groter?”, siste Aaron tussen zijn tanden terwijl hij de omgeving goed in de gaten hield. Zijn ogen schoten schichtig heen en weer.
“Dan zoek je me maar weer op.”
Het is bijna onvoorstelbaar, bedacht hij vol afschuw. Knoesten van handen aan polsen die de omvang hadden van een stevige berk. Kon hij niet gewoon wat minder gaan eten en drinken? De vetzak vrat in een maand waarschijnlijk het bruto nationaal product van een gemiddeld ontwikkelingsland bij elkaar. De dikke man gaf echter niet de indruk genoegen te nemen met Aaron’s oplossing.
“En wat nou als ik je niet kan vinden?”
Vertwijfelt om zich heen kijkend hupte Aaron van de ene voet op de andere.
“Luister, luister,luister!, ik ben altijd hier te vinden op de traverse. Eerste herenplee rechts. Iedereen kent me. Ik ben gewoon straight man”.
De dikke man leunde amechtig hijgend tegen de deurpost van de toiletingang. Zweet drupte van zijn hoofd en het boord van zijn gekreukte witte overhemd kleurde langzaam donker. Hij had een bundeltje geld in zijn linkerhand, beduimeld door zijn bezwete handen.
“Ik heb geen klokkie maar ik heb de tijd,” zei de dikke man, “ik wil een betere prijs.”
Als door een adder gebeten veerde Aaron op.
“Dan koop je maar wat minder eten. Of ga bewegen in plaats van mij te stalken. Houdt je meer over, jij vuile afknijper. En ik ook.”
“Ik wil dit als aanmoedigingscadeautje voor mezelf”, sprak de dikke man gejaagd ademend.“Maar sinds ik opgehouden ben met roken komen de kilo’s er echter aan als een gek.”

Aaron was het zat. Hij walgde van de dikke man. En van zichzelf.
Zijn geldgebrek was het enige dat hem hier in deze vunzig vieze omgeving bracht.
Hij had hier niet op gerekend. De deal was immers rond, de dikke man had ja gezegd. Geen tijd voor fratsen of gedoe. De prijs was ernaar. Zijn gejatte goedje was het zeker waard.
“Als ik zo lang moet wachten gaat de prijs omhoog in plaats van naar beneden”.

Het bundeltje geld wisselde van hand maar niet van eigenaar.
Iemand moest hem adviseren in godsnaam weer te gaan roken.