Boom

Het koude regenwoud om mij heen ziet eruit als een de paddestoel van een atoom ontploffing in slow motion. In een freeze frame van tijd golven de bomen naar het licht. 

In het noord westen van Tasmania doen ze daar niet aan; tijd. Het is licht of het is donker, nat of droog. Alles verandert altijd en verder niet moeilijk doen. Pragmatisch is geloof ik het woord dat hierbij hoort.

Zie daar Ludo. Tot zijn zeventiende opgegroeid in Nederland maar dat bleek toen toch echt te klein en verhuisd naar Tassie. Dertien ambachten, veel meer ongelukken brachten hem hier. Hier is Sheffield maar in Tasmanië dus. Hij trok door Australië met zijn vrouw en maakte zelf leren riemen die ze verkochten. Nou ja, zijn vrouw toonde interesse in een riem die Ludo zojuist aan de winkelier had laten zien en die vroeg dan snel aan hem wat het moest kosten. Klinkend resultaat van pragmatische; vrouw kocht hun eigen riem maar Ludo verkocht een dozijn riemen aan de nietsvermoedende zelfstandige ondernemer. Als Bonny&Clyde verlieten ze de plek des vertiers.

Ik zit naast hem voor een koffietentje en hij is van wal gestoken voor ik het door heb. Ik ben namelijk nogal afgeleid door zijn hond. Tenminste, ik dacht aanvankelijk dat het een hele grote geschoren poedel was maar dat lag anders. Ludo heeft een Alpaca afgericht en zit ermee op het terras zoals ieder ander met zijn of haar hond zou doen. Voorbijgangers gaan ermee op de foto, aaien mag maar alleen de voorkant en wie je ook bent, je komt er niet vanaf zonder scherp, nederlands getint commentaar. De student uit China krijgt de vraag of haar ouders heel veel geld hebben zodat ze hier kan studeren en de Indiërs die met Pedro de poser op de foto gaan moeten het doen met ‘How’s that for a holy cow folks’.

Ludo is inmiddels 84 jaar jong en heeft het prima naar zijn zin hier. Een mevrouw die voorbij loopt blijkt zijn dochter en de volgende zijn eigen vrouw en hij stelt ze in het voorbijgaan netjes aan ons voor. Je snapt; Ludo is een icoon in Sheffield en misschien wel in heel Tasmanië. Naast de vele prachtige muurschilderingen die er hier zijn is ook hij met Pedro vereeuwigd op de muur tegenover zijn terras.

Men gunt het hem hier. 

Ik zou willen dat ik kon afsluiten met het begin.  Het is licht of het is donker, nat of droog. Alles verandert altijd en verder niet moeilijk doen maar de gereformeerden geëmigreerden gooien roet in het eten: Ludo blijkt vroeger op het terras aan de overkant gezeten te hebben maar de buren maakten bezwaar tegen het beest dat voor overlast zorgde.

Hij doet er niet moeilijk over.

Zo, zegt hij, ben toch altijd nog een beetje in Nederland.

Vragen

‘Er werd mij op school geleerd dat de donkere mens, de aboriginal, op de wereld is gezet om de blanken te ondersteunen en te helpen’.  Een goed voorbeeld van het superioriteitsgevoel waarmee het Engelse onderwijs in de jaren vijftig/zestig doordrenkt was.

Ik schat haar een jaar of vijf ouder dan mezelf maar dat kan ook zijn omdat ik er niet zo goed aan kan wennen er net zo uit te zien als oudere mensen. 

Ze had een vriendin die Aboriginal was maar dat wist ze niet, of ze was zich er niet van bewust, tot haar 15e of zoiets. Ze weet veel over de oorspronkelijke bewoners van dit continent. Hoe ze trouwen en voorkomen dat er inteelt ontstaat. Hoe je zwangerschap  voorkomt door de juiste blaadjes te eten en hoeveel. Hoe ze voor elkaar moeten zorgen wanneer ze bij een andere stam zijn. 

Aboriginals reizen van het ene volk naar het andere. Ik kwam twee maanden geleden een stel tegen bij Eighty mile beach, overigens maar 14 mile of zo ( de rest is afgezet) maar dat terzijde, die vertelden dat ze echt, nee echt op vakantie waren. ‘We willen de wereld zien zoals hij echt is’. 

Ik snapte dat toen niet maar weet inmiddels dankzij de juf van nu dat ze niet meer telkens ergens op bezoek gingen bij een andere stam maar gewoon naar een camping. Daar zagen ze de wereld zoals ie was. Achteraf sla ik mezelf voor de kop dat ik niet de vraag gesteld heb wat ze dan zagen en wat ze ervan vonden. Maar goed.

De juf is nog niet klaar. Ze zegt dat de twee zoons had en nu een zoon en een dochter. Dat roept vragen op die wel gesteld worden. 

Een zoon blijkt getrouwd te zijn geweest met een vrouw van aboriginal afkomst. Ze heeft de vrouw in kwestie geadopteerd als dochter maar zoonlief verloren door een stomme familie ruzie. Hij wil haar niet meer zien maar de dochter is nieuw familielid geworden. 

Die ‘dochter’ had hem overigens wel voor de keuze gesteld: of je zorgt voor vrouw en kind, of je zorgt voor dat werkschuwe tuig dat alle boodschappen telkens meeneemt.

Mijn inzicht in hoe dat nou werkt bij de aboriginals is ontegenzeglijk toegenomen na de lessen van deze juf. Of ik hier de goeie vragen gesteld heb is wellicht nog een klap voor mijn kop waard.

Weg

Ergens langs een lang rood lint van een onverharde weg staat

bestand tegen permanent stof dat haar bekruipt

een klein wit metalen kruis versierd

met plastic bloemen zoals mijn oma

in haar glazen kast

aan Jezus’ voeten had liggen

De weg is genoemd naar een witte man

die hier doorheen geploeterd is en zo een weg gevonden heeft die ergens

heen moet zijn gegaan

Van zijn gezelschap overleefde alleen hij;

de paarden, de kok, de metgezellen liggen

ergens hier verspreid onder steen en stof.

Niemand weet waar maar alle 16 inwoners van Kulgera,NT weten van het restje hek waar gedenken hier van gemaakt is.

Zo verteld lijkt een klein wit kruis aan een lange stoffige weg vernoemd naar een beroemde witte man versierd met de bloemen van mijn oma

al heel wat voor een meisje

dat hier tragisch aan haar einde kwam

Op doorreis

Ik ging op avontuur door een gat in de heg. Via de achtertuin opzoek naar mijn buurmeisje Nelleke. Gehavend vond ik haar. Mijn schrammen werden liefdevol schoongemaakt en beplakt met Mickey Mouse pleisters door haar moeder. Mijn huilen gesmoord in ranja met een rietje en mijn tranen gedroogd met een schaaltje Nibbits. Daarna ging ik door de voortuin weer naar huis.
Ik sprak Nelleke vijfenveertig jaar later bij de tachtigste verjaardag van mijn moeder. Ze was samen met haar dement geworden moeder en kwam een taartje eten. We haalden verhalen uit een oude doos. Als ik bij haar logeerde moest ik om mijn moeder huilen. Ik wilde altijd naar huis maar ben gek genoeg nooit door het gat in de heg terug gekropen.
Ze zei: “Ik woon alweer een aantal jaren in datzelfde huis, bij mijn moeder, de heg is weg. Er staat een degelijke houten schutting. We hebben niet zoveel contact meer met de buren. Maar we kwamen er weleens”. Giechelend wees ze op haar moeder en kneep in mijn arm.
“ Moeder had het gat in de heg gevonden”.

Ik ben zes jaar en mijn vader gaat dood. Alles is zwart, de gordijnen zijn dicht en ik gluur door een kier naar de kist die opgeslokt wordt door een grote zwarte auto. Ik ben ’s avonds in bed bij de buren. Ik huil. Ik huil om mijn moeder.
Ik ben twaalf en ga met de zeeverkenners op kamp naar Nigtevecht. Een volle dertienkommazeven kilometer van ons huis. Zeilen, eigen potje koken, slapen in boten. Nog voor de eerste avond valt wordt ik opgehaald door mijn nieuwe vader. Ik heb heimwee. Ik huil. Ik huil om mijn moeder.
Ik ben vierentwintig en stap in een vliegtuig. Ik laat alles achter me en ga op wereldreis.
Ik weet niet waarheen. Ik ga fietsen.
Ik weet niet voor hoelang. Ik ga fietsen.
Ik weet niet of ik terugkom. Ik ga fietsen.
Ik zit in New York op een stoeprand en eet een hotdog. Die stond op mijn to do lijst voor als ik er eens zou zijn. Mijn tranen smaken zout in the big zure appel.

bigapple2

Na bijna twee jaar en een heleboel wereld fiets ik weer naar huis.
Het gevoel ergens vandaan te moeten komen om ergens heen te kunnen gaan.
Onrust tot in het diepst van mijn vezels. De status quo vermijdend.
Ik reis van hier naar daar en van daar naar daarginder. Ik wil niet naar mijn moeder. Permanent op doorreis. Soms met heimwee naar waar ik vandaan kom.
Maar nooit genoeg om om te keren.

(je kunt de volledige versie van deze spoken word tekst ook beluisteren).