Klacht

Je denkt op onderzoek te gaan in een land waar de zon in de winter behaaglijk is en het landschap adembenemend. Dat laatste klopt maar verder heb je buiten de regen gerekend. Het regent vaak en vooral veel, zoveel dat wegen bevaarbaar worden en rivieren domme toeristen meesleuren die denken dat de natuur iets is dat je zelf maakt. Je overweegt je beklag te doen over het weer bij geen instantie in het bijzonder tot je erachter komt dat je rond rijdt op een plek waar het de afgelopen acht jaar niet, ik herhaal, de afgelopen acht jaar niet geregend heeft. De mensen die er proberen te overleven dansen nog net niet de hele dag in de hoeveelheid plens die uit de lucht valt maar zitten wel de hele dag met een enorme glimlach onder afdakjes. Ik spreek ze en zonder uitzondering verwelkomen ze het water. Hoopvol want er kan weer iets gaan groeien.

Verderop regent het al langer dan een week of twee en is alle grijs en bruin verandert in fris lichtgroen. Razendsnel alsof de gewassen bedacht hebben zich dubbel zo snel te ontwikkelen, nu het kan. Semi uitgedroogd heeft er een druppel water aangeklopt bij ieder zaadje en is alles ontaardt in een orgie van vijftig tinten groen.

Boven op een hoge berg staat een oud fort. Er omheen uitzicht met rivier en groen dat aan de loop van de Moezel doet denken. Ik ging daar vroeger met mijn vader en moeder heen op vakantie maar daarover ga ik nu niet klagen. Het fort heeft toevlucht geboden aan de koning van Marokko maar kan ook een militair fort geweest zijn, de gids heeft een rijke nogal ongelimiteerde fantasie. Slapen langs de buitenmuur kan, de gids regelt dat er tajine bezorgd wordt en wijst ons op de gevangenis binnen de muren van het fort. Een oneindig diep gegraven hol met hoog in het plafond een paar gaten waardoor je kunt zien of het dag of nacht is. De hoeveelste doet er niet toe want het complex wekt niet de indruk dat er meer dan alleen een ingang was.

Wanneer ik naar buiten loop begint het zachtjes te regenen. Wellicht dat ze de paar druppels die door de gaten boven hen vielen vroeger ook als zegening zagen.

Ik weet het nu echt zeker; ik mag niet klagen.

Nat

Wanneer ik wakker wordt is het donker terwijl de klok toch een tijd aangeeft waarbij je normaal gesproken hier een zonnetje verwacht. Het is acht uur in de ochtend en het is donker. Dat wordt niet alleen veroorzaakt door massieve regen die de ramen geselt onder gierende begeleiding van een windkracht heel veel die met de deur in huis waait maar vooral doordat de stroom uitgevallen is. Niet dat daar ook maar iemand van opkijkt hier. Mijn buurman loopt buiten in de regen en een doorweekt gesprekje leert mij dat bij hem de garage inmiddels een behoorlijk aquarium geworden is. Voor de rest een en al glimlach. Een soort van “kom op man, we leven nog”, die de laconieke houding van veel Aussies kenmerkt. Ik had er niet van opgekeken als hij een biertje in de hand had gehad maar die zullen wel niet meer koud hebben gestaan. Iedereen helpt zichzelf en anderen in de gemeenschap en zo doorstaat men een cycloon genaamd Alfred.

Ik ben wel bekend met flinke stormen en regen maar met een cycloon had ik nog nooit kennis gemaakt. Alfred is komen aanzeilen vanaf de oceaan met een cijfer. Ingedeeld in categorie drie wordt men in de omgeving van Brisbane enigszins nerveus, mede gezien het feit dat het om een tropische cycloon gaat die lijkt te landen in niet tropisch gebied. Zelfs voor hier een unieke gebeurtenis. Alfred is een treuzelaar, wacht een goeie week met aan land gaan en zwakt wat af maar dat verandert helemaal niks aan een hoop gevolgen; flinke schade door wind en vooral mega overstromingen in een gebied dat de afstand bestrijkt tussen Groningen en Parijs.

Ondertussen bekijkt men in het noorden van Queensland, waar zeg maar de eerstehands cycloon experts zich in de kroeg verzamelen voor welgemeend advies aan de onervaren staatgenoten in het rijke zuiden, het geheel met een apart soort neerbuigendheid. Natuurlijk ondersteunen ze de mensen in Brisbane met heel hun hart maar ondertussen gedragen ze zich als ervaren rotten die groentjes de kneepjes van het vak wel even zullen bijbrengen. De commentaren op van alles worden zelfs verpakt in filmpjes die hier als goedverkopende humor de ether in geslingerd worden. Ik bekijk ze met een lichte verbazing tot de stroom uitvalt.

Aussies hebben in tijden van, laten we het een ultieme uitdaging noemen, een levenshouding waar menig Nederlander, en ik dus ook, nog heel wat van kan leren. Ik zie bij overstromingen van de Geul, Maas, Waal of Rijn niet veel humor meedrijven in ons land. Hier duiken ze, nadat alle zandzakken voor de deur liggen, met zijn allen de zee in, glijden modderend van de vele doordrenkte heuvels, omhelzen vervolgens allemaal de dan nog kreukvrije reporter in een live uitzending om vervolgens van achter uit de 4×4 een kleine koelkast vol met bier leeg te drinken. Het is een stijl van omgang met onfortuinlijke gebeurtenissen en vooral een weerbaarheid die zijn weerga niet kent. Inmiddels zijn er drie uur verstreken, de stroomtoevoer is hersteld en het buurmeisje danst in haar zwempak in de regen. Ik neem in diepe bewondering en met een beetje jaloezie mijn hoed voor ze af.

Aussie zijn de leiders in tijden van lijden.