Regels

regels

Er gonzen regels door mijn hoofd. Ik probeer ze te dichten maar telkens bloeien ze weer open. Woorden, in volgorde van betekenis.
Vanuit mijn kamer overzie ik het terras van café Witteveen. Ik zou in bed moeten liggen, het is al donker maar ik kan de slaap, zoals zo vaak met deze hitte, niet vatten en sta dromerig te strijken.

Schuif de tijd voor me uit
en maak de toekomst terwijl
ik vasthoud wat er is

Sleep de tijd achter mij aan
en maak de toekomst terwijl
ik loslaat wat er was

Ik heb de tijd
en maak
de toekomst
terwijl
schuifelend en slepend
zich
heden en verleden
op een rijtje
laten zetten

Door het open raam golven geluiden naar binnen. Ze nemen discussies die buiten tussen wazige wolken rook en dikke tongen gevoerd worden met zich mee. Logica blijkt eens te meer een zwaar overgewaardeerd begrip. Onder de toenemende invloed van spiritualia groeit mijn plezier in het gladstrijken van kreukels en kronkels. In flarden bereiken Schumacher en prins Friso de hemelpoort waar ze mogen opwarmen van hun ijskoude noodlot. Zoete geuren van gedoogd rokersgenot dwarrelen langs mijn verlichte venster.

Ik smeed mijn ijzer omdat het heet is en leg een strak gestreken blouse op de zitting van de stoel.
Zoals gewoonlijk loopt het uit de hand buiten bij café Witteveen.
Als een ware stamgast dient ook deze vrijdagnacht de ME zich aan. Men is klaar met gedogen. Uit een donkerblauwe getraliede overvalwagen springt een enorme herdershond.
In plaats van de luidruchtige menigte toe te happen gaat het dier in een aanperkende tuin zijn blijkbaar hoognodige behoefte zitten doen.

Net als de bezoekers van nachtelijk café Witteveen; schijt aan alle regels.

Kamer 23.

Voor de zoveelste keer werd ze overvallen door dezelfde gedachte. Ze lag hier opgesloten in een long. Een muffe, slecht doorbloedde, zwartgeblakerde long. Zo een die de verpakking van zijn pakje Lucky Strike sierde, haar nachtwaker. Deze kamer deed gekke dingen met haar. Of misschien was het gewoon wel de wiet die ze samen rookten. In zijn armen voelde ze zich veilig en gewild.

Eenmaal losgelaten in de eenzaamheid van deze ruimte werd ze meegezogen door de long. De muffe, slecht doorbloedde, zwartgeblakerde long. De gordijnen werden tentakels en slingerden zich als slijmerige slierten weefsel om haar heen. Trokken haar met zich mee de kwaadaardig pulserende ruimte in. Dekens veranderden in een zwarte aanslag die zich aan haar hechtte. Het hoogpolig tapijt werd de bekleding van haar waanbeeld dat bij iedere gierende ademhaling kromp en daarna weer uitzette. Grijze vijandige rook likte onder de deur door.

Wanhopig probeerde ze haar opkomende hoestbui te bedwingen. Rood aangelopen van de ingehouden spanning zag ze lijdzaam toe hoe de deur steeds boller kwam te staan van de onstuitbaar drukkende rook erachter. Met een enorme kracht vloog hij open en door de druk werd ze uit bed geslingerd. Onbeheersbaar knalde de vaporeuze overval door de verstikkende ruimte. Haar cellen geselend tot in de kleinste uithoeken van de kamer waar bloedsporen langs de plinten drupten. Met de ogen angstig wijd open gesperd zocht ze zich ruggelings crawlend een weg tussen de resten van rottend weefsel dat zich via de poten van het bed een weg omhoog baande. Het beddengoed langzaam veranderend in een smeulende puinhoop. Het werd haar langzaam zwart voor ogen. Zijn armen en goddelijk lichaam leken verder weg dan ooit. Ze wist zeker dat hij zou komen. Hij zou haar redden. Met haar laatste krachten beroerde ze de knop.

lange-lege-het-ziekenhuisgang-9096510

Het rode lampje op het display lichtte op. Opkijkend uit zijn studieboek zuchtte hij zacht.  Kamer 23. Jezus, al de derde keer vannacht.

Dat ze van hem droomde vond hij op een of andere manier wel vleiend.Hij hield vaak haar hand even vast als ze er met rode koontjes over vertelde.  De wiet gaf haar de rust die ze nodig leek te hebben. Hij was er alleen nog niet achter waarom ze telkens uit bed viel. Stiekem fantaseerde hij daarover. Met zijn gebruinde linkerhand tikte hij het display tot rust en sjokte de lange kille gang in.

Eerst plassen, ze kon wel even wachten.