Vogel

Er zijn een paar plekken die hier bekend zijn en erg geroemd worden omdat het er zo mooi is. Nu ben ik er op een aantal geweest en meestal klopte het. Gewoon buitenaards, voorzover dat gewoon kan zijn. Nu zijn er ook een aantal die enorm gehyped worden en veel tijd en moeite vragen van degene die erheen wil en dan toch tegenvallen. Variërend van tourist trap tot gewoon niks bijzonders in het midden van een hoop niks. Monkey Mia is zo’n plek aan de kust van West Australië waarover anderen je vragen of je er geweest bent, een must go bestemming. Vanwege natuur en interactie met dolfijnen zijn de meningen doorgaans enthousiast. Het zal aan mij liggen maar die ene dolfijn en de grote dure camping van de Australische Center Parks( G’day parks) deden het niet voor mij.

Gelukkig zijn er ook plekken waar je niks van verwacht, simpelweg omdat je niet wist van hun bestaan, die je volledig overrompelen. Door natuurschoon, door de dingen die ze er doen of door de rare vogels die er leven.

Aussies zelf zijn altijd een soort van bescheiden trots op zulke plekken. Een man die uitlegt dat zijn dorp(14 inwoners) volledig offgrid is qua water en energie gloeit zichtbaar van trots maar hij zegt slechts dat ze het hier meestal wel redden. Teksten van enige lengte zijn  niet hun sterke punt. Tenzij het om korte teksten op bordjes gaat. Een voorbeeld, vrij vertaald:

‘Je bent beter af als je je kont insmeert met kippenpate en in een kippenpak een leeuwenhok inloopt dan wanneer je probeert over dit hek te klimmen.’

We verblijven op een soort boerderij waar de eigenaar het zo goed als onbruikbare land omgetoverd heeft in een soort kampement waar veel off-road enthousiastelingen heen komen. Hij verkoopt praatjes en bijbehorende routekaartje voor veel teveel geld en de stedelingen vinden het geweldig. Je tekent een verklaring waarin staat dat alles wat je hier doet jouw eigen schuld is of in ieder geval niet de zijne en vervolgens mag je aftikken voor het verblijf. Tegen betaling komt hij je ook wegslepen van een berg als je je auto in de prak gereden hebt. Gezien zijn sleepwagen ben je de eerste niet. Hij leeft er goed van vermoed ik. Een rare vogel maar boerenslim. Ik leen een beetje slimheid om de starlink te repareren, die van rare vogel Musk inderdaad en laat me door dochterlief informeren over rare vogels. Ze zit in Borneo en leeft zich uit.

De gekste die tevoorschijn komt is de Grijskruinbabbelaar. Ik reageer door te melden dat ik me niet aangesproken voel maar weet dat dit anders ligt. Schoonzoon vindt het best een goede artiesten naam. 

Ik weet; ik ben een rare vogel.

Maat

In het land van het onbegrensde alles staat op eigenlijk niets een maat. Niet naar mijn maatstaven maar zeker ook niet naar de maten die hier gehanteerd worden. Het is een ding hier, de maat van iets. In een soort universele poging om de rest van dit continent de maat te nemen is er in bijna ieder oord van enige importantie wel van iets het grootste beeld waar je minimaal de regionale maar het liefst de landelijke pers mee wilt halen. Zo zag ik recentelijk een nieuwsbericht op ABC, landelijk dus, over  de grootste vrachtwagen die ergens gebouwd is en staat te pronken bij de gemeentelijke grens. Nu reist nieuws snel maar wij blijkbaar nog sneller want ik was er al een paar dagen eerder voorbijgereden. Ik herinner me dat er weinig woorden aan verspild zijn tijdens het passeren omdat ik er niet veel, zo niet, niets, van vond. Dat bleek een vergissing van kolossale afmetingen als ik het nieuwsitem van ABC mag geloven. De plaats in kwestie is me ontschoten maar de grote rode vrachtwagen dient tenminste in mijn geheugen gegrift te staan tot de dag dat mij de maat genomen wordt. Het zal me worst wezen.  Ik zag inmiddels de grootste garnaal, de grootste walibi, de grootste kikker, de grootste slang, de grootste krokodil, spin, fiets, kameel, mango, enzovoort. Nooit echter zag ik de grootste lul, alhoewel er zich al wel een paar kandidaten hebben aangeboden die weliswaar niet de landelijk pers gehaald hebben, maar toch. Ook de grootste billen of borsten worden dan toch weer niet publiekelijk aan de straat ten toon gesteld als beeld. Ook daarmee zag ik al menig eigenaresse rondzwieren in een winkelcentrum als ware het Sjoukje Dijkstra op de schaats toen ze nog de grootste prijzen won.

Kortom, gekkigheid. Het is een landelijk epidemie waar geen maat op staat. Stel je even voor dat we een dergelijk virus in Nederland opgelopen zouden hebben. Ik bedoel, ik woon in Balk, Friesland. Kun je je iets voorstellen bij de beeltenis die aan de gemeentegrens zou verrijzen? Om van de provinciale grens maar te zwijgen. Anderszins, nu ik erover nadenk. Het zou wel een aangename koerswijziging zijn te midden van wat van deze afstand een gekkenhuis lijkt waarin iedereen iedereen de maat neemt. Bijvoorbeeld, onschuldig van aard en goed voor de groen ambities van de stad: Den Haag. Gewaagder en ik denk goed om de landelijke pers mee te halen kan de beeltenis zijn aan de gemeentegrens van Gorinchem. Voor de rest laat ik het over aan uw eigen fantasie maar sla er vooral de Bosatlas nog even op na.

Iedereen is hier een maat. Mate(‘meet’) zoals ze hier zeggen. Dat maakt ze niet perse onmiddellijk jouw maat maar in ieder geval een maat hetgeen geen slecht begin is voor een praatje waarin ze graag willen uitvinden of je ook hun maat zou kunnen zijn. Meestal is het uitblijven van een vraag met Mate erin een veeg teken en is het niet uitgesloten dat zich geen enkele woordenwisseling gaat ontwikkelen. Bij buitenlanders is er ook nog altijd de grappig bedoelde vraag waar je vandaag komt, gevolgd door het eveneens ijs brekende, “ik dacht al dat ik iets hoorde”. Om vervolgens te vervallen in ellenlange verhalen over tantes, ooms, opa’s en oma’s uit jouw land van herkomst die ooit, lang geleden, de oversteek gemaakt hebben. Je begrijpt; de aandacht is tijdens deze monologen al dusdanig verzwakt dat van een maat in welke vorm dat ook geen sprake meer kan zijn. Mijn inschatting is dat je als mogelijke maat een heel eind komt wanneer je in een kort gesprek duidelijk kunt maken dat je van bier houdt en welk merk je drinkt(het is in dit geval van belang te weten wat de lokale brouwerij is en wat jouw favoriete soort ale is dat ze produceren). Dat je weet wat Footie is en tenminste drie Australische films of bands kunt opnoemen alsof je ze gisteren nog gezien hebt. En wanneer je eenmaal zover bent heb je een mate. 

Daar staat geen maat op.

Buiten beeld

Ik ben op reis in een land dat niet bestaat. Dat is niet alleen zo omdat het tegelijkertijd land en continent is maar ook omdat er, buiten een paar eigenaardigheden, niet mee gerekend wordt op wereldtoneel.

In Bakoe spreekt men dezer dagen over het behoud van moeder aarde en vermindering van fossiele brandstoffen. ‘Men’ is een alias voor de grote energie slurpers; Europa, USA, Rusland en China. Het streven is minder steenkool te verstoken maar ik lees dat het tegendeel bereikt is, er worden records in kolen stoken gebroken. Tot zover de wereld van het nieuws.

Buiten ons blikveld, die van mij dan toch tot nu toe, speelt zich iets af dat tenminste opzienbarend te noemen is. 

Hier, in Australia, vinden de wereldkampioenschappen graven, scheppen, afvoeren en mee naar huis nemen plaats met China als glorieus winnaar. Ik heb kilometers lange treinen met moeder aarde’s waardevolle inhoud voorbij zien rijden op weg naar de kust waar grote schepen met open bek lagen te wachten. Volledig economisch overgeleverd laat Australia zich uithollen alsof je een knapperig bolletje van de bakker ontdoet van haar zachte midden.

Er heeft veel niet bestaan in dit land. De aboriginals hebben er jaren over gedaan voordat erkent werd dat ze überhaupt bestonden. Dat heeft in een aantal gevallen tot bestaan geleid maar vaak toch ook niet.

Ontdekt rond 1620 door westerlingen, Nederlanders in dit geval die dachten dat het groot, kaal en leeg was, begon het bestaan van Australia pas echt nadat, 200 jaar later, een Engelsman zijn boot tegen de kust parkeerde aan de andere kant van het continent. Gelukkig bestaan er bloemrijke getuigenissen van Aboriginals die verwonderd toekeken wat de witte mens hier deed. 

Tegenwoordig lijkt het alsof het bestaan van dit continent op een laag pitje gedraaid is. Er zijn veel inwoners die strijden voor erkenning. Erkenning van hun bloed, zweet en tranen dat ze recht op bestaan zou moeten verschaffen. In dat streven speelt kleur of ras geen rol. Erkenning voor zijn of haar plek hier, dat wil iedereen. Toch lijkt er ook een deel van de mensen hier tevreden met wat het is. Er is geen oorlog, er vallen geen bommen op je bed, je kunt op veel manieren een goede boterham verdienen.

Het is zo gek nog niet, zo lijken ze stilzwijgend te zeggen. Afgezien van wat eigenaardigheden is het zo gek nog niet om op het wereldtoneel niet te bestaan.

Over de eigen aardigheden later meer.

Vragen

‘Er werd mij op school geleerd dat de donkere mens, de aboriginal, op de wereld is gezet om de blanken te ondersteunen en te helpen’.  Een goed voorbeeld van het superioriteitsgevoel waarmee het Engelse onderwijs in de jaren vijftig/zestig doordrenkt was.

Ik schat haar een jaar of vijf ouder dan mezelf maar dat kan ook zijn omdat ik er niet zo goed aan kan wennen er net zo uit te zien als oudere mensen. 

Ze had een vriendin die Aboriginal was maar dat wist ze niet, of ze was zich er niet van bewust, tot haar 15e of zoiets. Ze weet veel over de oorspronkelijke bewoners van dit continent. Hoe ze trouwen en voorkomen dat er inteelt ontstaat. Hoe je zwangerschap  voorkomt door de juiste blaadjes te eten en hoeveel. Hoe ze voor elkaar moeten zorgen wanneer ze bij een andere stam zijn. 

Aboriginals reizen van het ene volk naar het andere. Ik kwam twee maanden geleden een stel tegen bij Eighty mile beach, overigens maar 14 mile of zo ( de rest is afgezet) maar dat terzijde, die vertelden dat ze echt, nee echt op vakantie waren. ‘We willen de wereld zien zoals hij echt is’. 

Ik snapte dat toen niet maar weet inmiddels dankzij de juf van nu dat ze niet meer telkens ergens op bezoek gingen bij een andere stam maar gewoon naar een camping. Daar zagen ze de wereld zoals ie was. Achteraf sla ik mezelf voor de kop dat ik niet de vraag gesteld heb wat ze dan zagen en wat ze ervan vonden. Maar goed.

De juf is nog niet klaar. Ze zegt dat de twee zoons had en nu een zoon en een dochter. Dat roept vragen op die wel gesteld worden. 

Een zoon blijkt getrouwd te zijn geweest met een vrouw van aboriginal afkomst. Ze heeft de vrouw in kwestie geadopteerd als dochter maar zoonlief verloren door een stomme familie ruzie. Hij wil haar niet meer zien maar de dochter is nieuw familielid geworden. 

Die ‘dochter’ had hem overigens wel voor de keuze gesteld: of je zorgt voor vrouw en kind, of je zorgt voor dat werkschuwe tuig dat alle boodschappen telkens meeneemt.

Mijn inzicht in hoe dat nou werkt bij de aboriginals is ontegenzeglijk toegenomen na de lessen van deze juf. Of ik hier de goeie vragen gesteld heb is wellicht nog een klap voor mijn kop waard.

Typisch

Luie taalgebruikers, dat zijn het hier. Op het etiket van mijn flesje  bier staat iets dat ik op moet zoeken. Er zijn in veel plaatsen nogal wat lokale brouwerijen die wel een proeverij verdienen. Het bier van hier, Gage Roads’ Single Fin summer ale zegt ‘more refreshing than a face full of Freo Doctor’ te zijn. Nou ben ik hier al even en ken inmiddels wel wat uitdrukkingen maar deze doet me fronsen.

Wat voorbeelden: Een service station alias benzinepomp heet hier een servo. Een kip heet een bushchook en een engels persoon een pommie. Ook bij die niet onbekende laatste term moest ik even zoeken. Staat voor ‘prisoner of motherland’ of prisoner of his Majesty’. Ze zeggen veel dingen recht voor zijn raap, dat dan weer wel.

Na wat navraag ontdekte ik dat de Freo op mijn bieretiket staat voor de plaats Fremantle, niet ver hiervandaan. Nou ja, alles is hier close to Perth maar ondertussen heb je van kop naar kont zo ongeveer 150 km afgelegd. Maar goed, terug naar het etiket. De Freo Doctor blijkt alleen praktijk te houden aan het eind van hete zomerse dagen; het is een ligt fris zeewindje dat opsteekt ter verlichting van de hitte. Dus…

Het geproefde bier is een zomers biertje dat frisser smaakt dan een frisse wind in je gezicht aan het eind van een warme dag in Fremantle.

Ik weet niet wat dit zegt. Misschien is het wel een slechte reclametekst, wanneer je weet dat het in Freo in de zomer zomaar 45 graden kan worden is er niet zo heel veel voor nodig om je biertje een frissere indruk te laten maken dan een door de natuur zelf aangemaakte warme zachte scheet.

Tot zover even over dat luie taalgebruik want het kan ook een stuk creatiever las ik. Je zou verwachten bij de afkorting servo (zie boven)dat er gesproken wordt over surfers in de golven. Dat bleek dus niet zo, voor de onervaren surfers hebben ze iets bedacht dat de directheid van het taalgebruik hier goed weergeeft; sharks biscuit. 

Smakelijk.

(voor de liefhebbers: esky, barbie, brekkie, stubby, garno, milko, trucky, polly en tenslotte mijn favoriet; blue heeler. Succes)

Uniek

In de outback kom je ze wel tegen. Mensen gevormd door de omstandigheden waar ze in leven. Soms is daar maar een paar jaar voor nodig, een andere keer een heel leven.

De vrouwen en mannen in het grote niks; ze houden van vergezichten die hun weerga niet kennen, van stiltes die in de bewoonde wereld onvoorstelbaar zijn en van korte, ultrakorte gesprekken. Gesprek is eigenlijk al teveel gezegd, het is meer een duiding of de verkregen reactie de goede kant op gaat. Toch is het geen gebiedend ja of nee; het laat ruimte voor bezinning en inkeer. Wanneer ik wat woorden wissel met iemand die in de outback leeft en bekruipt me het gevoel dat ik een gesprek opgang moet brengen of, onmogelijker nog, opgang moet houden. Sleurend en trekkend aan de weinige woorden die mijn kant opkomen ben ik tot het inzicht gekomen dat ze er simpelweg niet zijn. Hier is woordgebruik als schilderen; een streek schetst een compleet beeld. De uitdrukking ‘weet je wel’( you reckon) veronderstelt de aanwezigheid van kennis die slechts zij bezitten die hun leven hier door de wind hebben zien weg eroderen. Uitleggen is een woord dat niet bestaat.

Dat verandert naarmate je een vorm van civilisatie nadert. In en om dorpskernen wordt kletsen volksvreugd nummer één. Iedereen is altijd bereid tot het maken van een praatje, of het nou bij de kassa is met achter je tien wachtenden, of wanneer je met de deurkruk van de wc in je hand wanhopig probeert je keutel in te houden.

Grootste delinquent inzake kletspraat is met afstand de ietwat shabby uitziende gepensioneerde. Lastig te onderscheiden van de rest want zo zien ze er eigenlijk allemaal uit. Ze lijken zich doelloos voort te bewegen maar wanneer je goed oplet herken je de rondtrekkende patronen die jou van de rest isoleert. Er is dan geen weg meer terug, je hoeft geen gesprek opgang te brengen, het is er al voordat je een woord gewisseld heb. Je bent beslopen door een medemens die denkt dat hij alles over alles weet. Erger nog; hij heeft alle tijd van de wereld om het je allemaal haarfijn uit te leggen.

Applaus

Ik tref een muzikant. Dat weet ik dan nog niet maar kom er snel achter. Hij eet zijn bammetje aan een picknick tafel met uitzicht over een betoverende baai bij Broome.

Vanavond is het de avond, zo schetst hij de belangrijkste gebeurtenis sinds jaren voor hem. Hij heeft, na lang oefenen zijn eerste live optreden in de RSL club in Broome en we zijn van harte uitgenodigd. Om kort te gaan, we gaan. Het optreden is, met alle respect, nog niet helemaal uitgekristalliseerd maar de show wordt gestolen door de club.

Het blijkt een veteranenclub gevuld met veel bier drinkende en vette hap etende halve en hele oorlogsslachtoffers inclusief rolstoelen die op barhoogte afgesteld zijn. Nou ja, gevuld is teveel gezegd; er is een lange tafel waaraan een man of tien naar elkaar zit te schreeuwen en twee van de andere dertig tafeltjes zijn bezet door een fotograaf en door ons. In de hoek, vlak bij de deur, de muzikant. Tot zover.

Een oudere man met een gitaar op het podium in de outback. Hij is aboriginal maar dat doet er niet toe. Hij bezingt zijn liefde voor zijn vriendin die tussen een aantal vriendinnen luistert naar zijn teksten. Ze giechelen wat af, onwennig als ze zijn aan de onverhulde liefdesbetuigingen die de man de ether inzingt. Hij vertelt en houdt telkens even zijn mond wanneer het ritme van zijn gitaar haar eigen gang gaat. Ik herken dat.

Hij blijkt uitgenodigd door de hoofdact van de avond. Ze staat tegen een tropische achtergrond haar ding te doen. Bezingt leven en liefde alsof ze ervoor geboren is. Wonderschone stem, prachtige covers en eigen werk. Zo iemand waarvan je niet snapt dat ze niet het lef uit de liedteksten op zichzelf toepast. Ga weg naar de stad !, wil ik roepen. Je verdient een carrière! Misschien is ze juist hier wel happy. Wat weet ik nou.

Een straatartiest in Fremantle blijkt ooit opgetreden te hebben op Oerol te Terschelling. Als ik zijn act bekijk snap ik dat wel. Deze wereldburger kent de mensheid, snapt zijn publiek en speelt onverholen met de mensen die hij eruit pikt. Uitdagend, verontschuldigend en tegelijkertijd superieur veegt hij met iedereen de vloer aan. De toespraak over hoe hij aan zijn geld komt duurt te lang maar is helder; alleen mijn publiek zorgt ervoor dat ik kan leven, geen overheid die mij bijstaat. Een kolfje naar Australische hand.

Vanaf het balkon van het pand aan de andere kant van de straat komen wat muntjes richting hoed naar beneden. Of het bier zo goedkoop is daarboven is zijn reactie die beantwoord wordt met een langzaam naar beneden zwevend briefje van twintig dollar. De artiest blijft ook na de voorstelling messcherp: you missed the hat, try again!

Ik vind het leven een grote voorstelling: je hoeft geen artiest te zijn om applaus te oogsten. Zo kom ik een opaal winkel binnengelopen in Coober Pedy om wat te struinen en de man achter de toonbank lacht me vermoeid toe dat alles te koop is. Eigenlijk echt alles inclusief zijn huis, zijn hele zaak en zijn auto. En als ik hem nou echt een plezier zou willen doen, neem dan ‘the misses’ ook maar mee. Kan hij terug naar Kroatië. 

Niet alle artiesten krijgen applaus hoezeer ze het ook verdienen.

Never never

Hij ziet eruit alsof hij zelf een rol heeft vertolkt in de film. Lange grijs-witte haren, bruin gelaat dat tekenen van dehydratie vertoont, mager getaand lichaam met bierbuik, een grote bruine aussie outback hoed op de schedel en pretogen die een humoristische kijk op het leven verraden.

Runt een tourbedrijfje, Never never tours, samen met zijn dochter hier in Kakadu National park, Arnhem land en land van drie clans van de Aboriginals die hier voor onderhoud en behoud van veel rotstekeningen zorgen, zo vertelt hij. “Daar”, gaat hij verder, zei hij:”see that treeline up there? That’s where that croc nearly got the better of me.”

Hij strooit citaten uit de film rond bij ieder veranderend uitzicht en ik beluister het sprakeloos met een heel grote glimlach van herkenning.

Misschien toch even wat achtergrond informatie over bovenstaande ontmoeting.

De film kwam uit in 1986. Ik was toen in het land waar zich het verhaal afspeelt en had geen weet van de cultstatus die het zou bereiken. Ik denk dat ik hem twee jaar later voor het eerst bekeek en weggeblazen werd door het fantastische verhaal, de opgevoerde figuren en de overweldigende natuur vooral. Ik heb de film daarna nog minstens 19 keer gezien en ken vele beelden en gesprekken uit het hoofd. Nog nooit, tot gisteren, ontmoette ik iemand die een vergelijkbare gekte aan de film overgehouden heeft.

“And that”, zegt hij wijzend van west naar oost langs de horizon, “that’s never never”.

Kijkend tegen de ondergaande zon in weet ik niet meer zeker of ik naar onze gids of naar een van de figuren uit Crocodile Dundee luister. Hij ademt de film. Weet waar scenes zijn opgenomen( het café staat hier 1200 km vandaan so that’s a little lie), waar de crocodile uit de film in opgezette staat is gebleven( die scene is in Darwin opgenomen) en ook Charlie, de waterbuffel uit de film die magisch gehypnotiseerd werd door Mick Dundee weet hij te vinden in een roadhouse café waar wij inmiddels ook geweest zijn. Qua fan-schap bewijst hij zijn meesterschap door te vertellen dat Charlie, na een rijk en vol leven, opgezet werd zodat iedereen hem kon zien in dat genoemde roadhouse. Wat weinig mensen weten is dat bij plaatsing in de beoogde zaal bleek dat het plafond te laag was en hij er niet in paste. Charlie is daarop teruggegaan naar de chirurg die een twintigtal centimeters uit zijn onderbenen gezaagd heeft en de boel weer aan elkaar gemaakt. Het is me niet opgevallen toen ik voor het dier stond en poseerde alsof ik hem hypnotiseerde.

Geheel in stijl lacht onze gids zijn licht bruinend gebit bloot als hij dit verhaal vertelt. Ik heb de neiging om terug te rijden naar het roadhouse maar weet, net als deze Dundee adept; de waarheid is van weinig belang. Het is het verhaal dat er toe doet.

Lang gras

“We zitten momenteel helemaal zonder”, is het antwoord op haar vraag of ze misschien een beetje water kan krijgen. Ik zit in een kleine uitspanning bij een benzinestation een bakje koffie te drinken in afwachting van de servicebeurt die ons vervoersmiddel ondergaat. Buiten voor de deur, op straat, is een aboriginal familie gaan zitten rondom een bakje friet met burger dat een van hen net gekocht heeft. Een ander uit het gezelschap, een jonge vrouw, is naar binnen gelopen om haar telefoon op te laden en water te vragen. Dat is dus op.

We kunnen je niet wegsturen maar welkom ben je hier niet is de duidelijke boodschap. Weg gaan ze ook niet, ze zijn het geenszins van plan, de aboriginals rondom en in Darwin. Ze worden hier ‘the long grass people’ genoemd en zijn de blanken een doorn in het oog. Ik heb er een boekje over gekocht dat ik nog moet lezen maar een kopje koffie bij een benzinestation maakt de achterflap ervan volledig overbodig. 

Als schaduwmensen bewegen ze zich door het straatbeeld. Wanneer je erop let zie je bijna geen contact tussen blank en zwart, alsof ze in dezelfde straat door twee verschillende werelden lopen. Verzamelen zich rondom de hotels met een drankvergunning en zodra die open gaan veranderd het straatbeeld. De aan alcohol verslaafde aboriginals verdwijnen uit beeld om er na sluitingstijd schreeuwend en bezopen weer uit te komen.

Op de bushcamping waar we staan, net buiten Darwin treffen we Gordon, van origine Zuid Afrikaan. Als jongeling naar Engeland verhuisd en later naar Australia geëmigreerd. Hij omschrijft zijn wens om weg te gaan uit het land van apartheid als noodzakelijk voor zijn geestelijk welzijn en dat van de wereld. De haat en onderdrukking stonden alle vrijheid en vrolijkheid in de weg. Hier, in zijn beloofde land met eindeloze horizon is die vrijheid voelbaar en helemaal geweldig. Komend uit het land van duivels aanbeden apartheid en de Klerk kan ik me die gedachte nog wel voorstellen ook. Alles kan altijd nog groter, kleiner, beter of slechter. Ik denk dat er in de wereld nog heel wat te verbeteren valt wanneer het op gelijkheid aankomt. En dat Gordon niet eens zo heel ver hoeft te kijken om dat te zien. Rondom het bushcamp staat het in overvloed; heel lang gras.

Zien

Wat je ziet, correctie; wat ik zie, is niet direct iets waarvan ik de betekenis kan duiden. Ik bedoel; ik ben in West Australia en the Northern Territory en zie dingen die niet meteen volledig begrepen bij mij binnenkomen. Ik moet er af en toe een tijdje op kauwen om de smaak te kunnen duiden. 

Zo leerde ik vanmiddag iets over hobbels van een mevrouw bij de wasserette. NT is geen staat zoals andere gebieden in dit land en valt onder de centrale overheid vanuit Canberra. Dus, zei ze met een licht tevreden toon in haar stem, wanneer jij je afvraagt waarom de wegen hier in verhouding zo goed zijn dan is dat het. De centrale overheid geeft geld aan de regio’s voor wegenonderhoud en die voeren dat uit. Andere staten krijgen geld en kunnen ermee doen wat ze zelf willen. Dat geven ze dus niet uit aan het verbeteren van wegen zoals je waarschijnlijk wel gemerkt hebt. Terugdenkend aan legio hobbel ervaringen beaam ik wat ze zegt. Sommige wegen zijn echt het sluitstuk van de begroting en het begin van een begroting waarop menig nieuw auto onderdeel staat voor de mensen die erop rijden.

Over rijden gesproken, veel Australiërs ontvluchten het nu koude zuiden en gaan noordwaarts met terreinwagen en enorme offroad caravan erachter. Die dingen zijn drie keer zo duur als onze truck, die al niet goedkoop is en zijn voorzien van een interieur waar Jan de Bouvrie voor zou tekenen. Volgens een andere reiziger zijn die dingen na Covid de ware plaag. Half Aussieland heeft er een gekocht en daardoor zijn alle prijzen voor eten en kamperen verdubbeld. Je leert nog eens wat bij een biertje. De gesprekken die ik voer hebben vaak eenzelfde stramien: Waar kom je vandaan, waar ga je naartoe, waar ben je geweest en wat is je verdere plan. Het woord Nederland tovert vaak geëmigreerde grootouders tevoorschijn die na WO2 hierheen gegaan zijn voor een beter leven. De nazaten zijn zonder uitzondering zeer tevreden over die stap. De verre familie overzee is verwaterd, verdampt bijna en ze zijn zelf echte Aussies geworden. 

Die drinken dus behoorlijk wanneer er een feestje is alhoewel daar eigenlijk geen feest voor nodig is. Het drinken zelf wordt hier als feest ervaren geloof ik. Ongeacht de restricties op alcohol die er soms gelden. Die zijn goed voor de zwarte handel die welig tiert in letterlijk drooggelegde gebieden. Vlees wordt gegeten per kilo. Of het nu van kip, varken, rund, kangoeroe of krokodil komt. Via de barbecue worden er enorme lappen van weggewerkt in de outback. Ik neem aan dat het er in de steden wat anders en gematigd aan toe gaat maar weten doe ik het niet. Dit is hier de standaard zo lijkt het.

Van eigen grond is ook zo’n ding dat op elke verpakking in de winkel staat. De aardappels waar de chips van gemaakt is groeiden groot en sterk in Aussie grond net als de sla, appels, mango’s, mayo, soyasaus, boontjes, enzovoort. Alles komt hier vandaan en dus is het goed en het beste. Culinair gezien levert dit een hoop vette hap op op plaatsen die je niet perse met lekker eten in verband brengt, de roadhouses. Maar goed, wat je eet, mits nog herkenbaar na een uurtje frituurtje, komt wel uit Australia.

Zoals gezegd, ik kan niet alles direct doorgronden. Maar goed dat ik hier nog langer ben. Wellicht begint mij ooit te dagen wat voor deze mensen hier gesneden koek is. Aussie made.