Vragen

‘Er werd mij op school geleerd dat de donkere mens, de aboriginal, op de wereld is gezet om de blanken te ondersteunen en te helpen’.  Een goed voorbeeld van het superioriteitsgevoel waarmee het Engelse onderwijs in de jaren vijftig/zestig doordrenkt was.

Ik schat haar een jaar of vijf ouder dan mezelf maar dat kan ook zijn omdat ik er niet zo goed aan kan wennen er net zo uit te zien als oudere mensen. 

Ze had een vriendin die Aboriginal was maar dat wist ze niet, of ze was zich er niet van bewust, tot haar 15e of zoiets. Ze weet veel over de oorspronkelijke bewoners van dit continent. Hoe ze trouwen en voorkomen dat er inteelt ontstaat. Hoe je zwangerschap  voorkomt door de juiste blaadjes te eten en hoeveel. Hoe ze voor elkaar moeten zorgen wanneer ze bij een andere stam zijn. 

Aboriginals reizen van het ene volk naar het andere. Ik kwam twee maanden geleden een stel tegen bij Eighty mile beach, overigens maar 14 mile of zo ( de rest is afgezet) maar dat terzijde, die vertelden dat ze echt, nee echt op vakantie waren. ‘We willen de wereld zien zoals hij echt is’. 

Ik snapte dat toen niet maar weet inmiddels dankzij de juf van nu dat ze niet meer telkens ergens op bezoek gingen bij een andere stam maar gewoon naar een camping. Daar zagen ze de wereld zoals ie was. Achteraf sla ik mezelf voor de kop dat ik niet de vraag gesteld heb wat ze dan zagen en wat ze ervan vonden. Maar goed.

De juf is nog niet klaar. Ze zegt dat de twee zoons had en nu een zoon en een dochter. Dat roept vragen op die wel gesteld worden. 

Een zoon blijkt getrouwd te zijn geweest met een vrouw van aboriginal afkomst. Ze heeft de vrouw in kwestie geadopteerd als dochter maar zoonlief verloren door een stomme familie ruzie. Hij wil haar niet meer zien maar de dochter is nieuw familielid geworden. 

Die ‘dochter’ had hem overigens wel voor de keuze gesteld: of je zorgt voor vrouw en kind, of je zorgt voor dat werkschuwe tuig dat alle boodschappen telkens meeneemt.

Mijn inzicht in hoe dat nou werkt bij de aboriginals is ontegenzeglijk toegenomen na de lessen van deze juf. Of ik hier de goeie vragen gesteld heb is wellicht nog een klap voor mijn kop waard.

Uniek

In de outback kom je ze wel tegen. Mensen gevormd door de omstandigheden waar ze in leven. Soms is daar maar een paar jaar voor nodig, een andere keer een heel leven.

De vrouwen en mannen in het grote niks; ze houden van vergezichten die hun weerga niet kennen, van stiltes die in de bewoonde wereld onvoorstelbaar zijn en van korte, ultrakorte gesprekken. Gesprek is eigenlijk al teveel gezegd, het is meer een duiding of de verkregen reactie de goede kant op gaat. Toch is het geen gebiedend ja of nee; het laat ruimte voor bezinning en inkeer. Wanneer ik wat woorden wissel met iemand die in de outback leeft en bekruipt me het gevoel dat ik een gesprek opgang moet brengen of, onmogelijker nog, opgang moet houden. Sleurend en trekkend aan de weinige woorden die mijn kant opkomen ben ik tot het inzicht gekomen dat ze er simpelweg niet zijn. Hier is woordgebruik als schilderen; een streek schetst een compleet beeld. De uitdrukking ‘weet je wel’( you reckon) veronderstelt de aanwezigheid van kennis die slechts zij bezitten die hun leven hier door de wind hebben zien weg eroderen. Uitleggen is een woord dat niet bestaat.

Dat verandert naarmate je een vorm van civilisatie nadert. In en om dorpskernen wordt kletsen volksvreugd nummer één. Iedereen is altijd bereid tot het maken van een praatje, of het nou bij de kassa is met achter je tien wachtenden, of wanneer je met de deurkruk van de wc in je hand wanhopig probeert je keutel in te houden.

Grootste delinquent inzake kletspraat is met afstand de ietwat shabby uitziende gepensioneerde. Lastig te onderscheiden van de rest want zo zien ze er eigenlijk allemaal uit. Ze lijken zich doelloos voort te bewegen maar wanneer je goed oplet herken je de rondtrekkende patronen die jou van de rest isoleert. Er is dan geen weg meer terug, je hoeft geen gesprek opgang te brengen, het is er al voordat je een woord gewisseld heb. Je bent beslopen door een medemens die denkt dat hij alles over alles weet. Erger nog; hij heeft alle tijd van de wereld om het je allemaal haarfijn uit te leggen.

Never never

Hij ziet eruit alsof hij zelf een rol heeft vertolkt in de film. Lange grijs-witte haren, bruin gelaat dat tekenen van dehydratie vertoont, mager getaand lichaam met bierbuik, een grote bruine aussie outback hoed op de schedel en pretogen die een humoristische kijk op het leven verraden.

Runt een tourbedrijfje, Never never tours, samen met zijn dochter hier in Kakadu National park, Arnhem land en land van drie clans van de Aboriginals die hier voor onderhoud en behoud van veel rotstekeningen zorgen, zo vertelt hij. “Daar”, gaat hij verder, zei hij:”see that treeline up there? That’s where that croc nearly got the better of me.”

Hij strooit citaten uit de film rond bij ieder veranderend uitzicht en ik beluister het sprakeloos met een heel grote glimlach van herkenning.

Misschien toch even wat achtergrond informatie over bovenstaande ontmoeting.

De film kwam uit in 1986. Ik was toen in het land waar zich het verhaal afspeelt en had geen weet van de cultstatus die het zou bereiken. Ik denk dat ik hem twee jaar later voor het eerst bekeek en weggeblazen werd door het fantastische verhaal, de opgevoerde figuren en de overweldigende natuur vooral. Ik heb de film daarna nog minstens 19 keer gezien en ken vele beelden en gesprekken uit het hoofd. Nog nooit, tot gisteren, ontmoette ik iemand die een vergelijkbare gekte aan de film overgehouden heeft.

“And that”, zegt hij wijzend van west naar oost langs de horizon, “that’s never never”.

Kijkend tegen de ondergaande zon in weet ik niet meer zeker of ik naar onze gids of naar een van de figuren uit Crocodile Dundee luister. Hij ademt de film. Weet waar scenes zijn opgenomen( het café staat hier 1200 km vandaan so that’s a little lie), waar de crocodile uit de film in opgezette staat is gebleven( die scene is in Darwin opgenomen) en ook Charlie, de waterbuffel uit de film die magisch gehypnotiseerd werd door Mick Dundee weet hij te vinden in een roadhouse café waar wij inmiddels ook geweest zijn. Qua fan-schap bewijst hij zijn meesterschap door te vertellen dat Charlie, na een rijk en vol leven, opgezet werd zodat iedereen hem kon zien in dat genoemde roadhouse. Wat weinig mensen weten is dat bij plaatsing in de beoogde zaal bleek dat het plafond te laag was en hij er niet in paste. Charlie is daarop teruggegaan naar de chirurg die een twintigtal centimeters uit zijn onderbenen gezaagd heeft en de boel weer aan elkaar gemaakt. Het is me niet opgevallen toen ik voor het dier stond en poseerde alsof ik hem hypnotiseerde.

Geheel in stijl lacht onze gids zijn licht bruinend gebit bloot als hij dit verhaal vertelt. Ik heb de neiging om terug te rijden naar het roadhouse maar weet, net als deze Dundee adept; de waarheid is van weinig belang. Het is het verhaal dat er toe doet.

Lang gras

“We zitten momenteel helemaal zonder”, is het antwoord op haar vraag of ze misschien een beetje water kan krijgen. Ik zit in een kleine uitspanning bij een benzinestation een bakje koffie te drinken in afwachting van de servicebeurt die ons vervoersmiddel ondergaat. Buiten voor de deur, op straat, is een aboriginal familie gaan zitten rondom een bakje friet met burger dat een van hen net gekocht heeft. Een ander uit het gezelschap, een jonge vrouw, is naar binnen gelopen om haar telefoon op te laden en water te vragen. Dat is dus op.

We kunnen je niet wegsturen maar welkom ben je hier niet is de duidelijke boodschap. Weg gaan ze ook niet, ze zijn het geenszins van plan, de aboriginals rondom en in Darwin. Ze worden hier ‘the long grass people’ genoemd en zijn de blanken een doorn in het oog. Ik heb er een boekje over gekocht dat ik nog moet lezen maar een kopje koffie bij een benzinestation maakt de achterflap ervan volledig overbodig. 

Als schaduwmensen bewegen ze zich door het straatbeeld. Wanneer je erop let zie je bijna geen contact tussen blank en zwart, alsof ze in dezelfde straat door twee verschillende werelden lopen. Verzamelen zich rondom de hotels met een drankvergunning en zodra die open gaan veranderd het straatbeeld. De aan alcohol verslaafde aboriginals verdwijnen uit beeld om er na sluitingstijd schreeuwend en bezopen weer uit te komen.

Op de bushcamping waar we staan, net buiten Darwin treffen we Gordon, van origine Zuid Afrikaan. Als jongeling naar Engeland verhuisd en later naar Australia geëmigreerd. Hij omschrijft zijn wens om weg te gaan uit het land van apartheid als noodzakelijk voor zijn geestelijk welzijn en dat van de wereld. De haat en onderdrukking stonden alle vrijheid en vrolijkheid in de weg. Hier, in zijn beloofde land met eindeloze horizon is die vrijheid voelbaar en helemaal geweldig. Komend uit het land van duivels aanbeden apartheid en de Klerk kan ik me die gedachte nog wel voorstellen ook. Alles kan altijd nog groter, kleiner, beter of slechter. Ik denk dat er in de wereld nog heel wat te verbeteren valt wanneer het op gelijkheid aankomt. En dat Gordon niet eens zo heel ver hoeft te kijken om dat te zien. Rondom het bushcamp staat het in overvloed; heel lang gras.

Zien

Wat je ziet, correctie; wat ik zie, is niet direct iets waarvan ik de betekenis kan duiden. Ik bedoel; ik ben in West Australia en the Northern Territory en zie dingen die niet meteen volledig begrepen bij mij binnenkomen. Ik moet er af en toe een tijdje op kauwen om de smaak te kunnen duiden. 

Zo leerde ik vanmiddag iets over hobbels van een mevrouw bij de wasserette. NT is geen staat zoals andere gebieden in dit land en valt onder de centrale overheid vanuit Canberra. Dus, zei ze met een licht tevreden toon in haar stem, wanneer jij je afvraagt waarom de wegen hier in verhouding zo goed zijn dan is dat het. De centrale overheid geeft geld aan de regio’s voor wegenonderhoud en die voeren dat uit. Andere staten krijgen geld en kunnen ermee doen wat ze zelf willen. Dat geven ze dus niet uit aan het verbeteren van wegen zoals je waarschijnlijk wel gemerkt hebt. Terugdenkend aan legio hobbel ervaringen beaam ik wat ze zegt. Sommige wegen zijn echt het sluitstuk van de begroting en het begin van een begroting waarop menig nieuw auto onderdeel staat voor de mensen die erop rijden.

Over rijden gesproken, veel Australiërs ontvluchten het nu koude zuiden en gaan noordwaarts met terreinwagen en enorme offroad caravan erachter. Die dingen zijn drie keer zo duur als onze truck, die al niet goedkoop is en zijn voorzien van een interieur waar Jan de Bouvrie voor zou tekenen. Volgens een andere reiziger zijn die dingen na Covid de ware plaag. Half Aussieland heeft er een gekocht en daardoor zijn alle prijzen voor eten en kamperen verdubbeld. Je leert nog eens wat bij een biertje. De gesprekken die ik voer hebben vaak eenzelfde stramien: Waar kom je vandaan, waar ga je naartoe, waar ben je geweest en wat is je verdere plan. Het woord Nederland tovert vaak geëmigreerde grootouders tevoorschijn die na WO2 hierheen gegaan zijn voor een beter leven. De nazaten zijn zonder uitzondering zeer tevreden over die stap. De verre familie overzee is verwaterd, verdampt bijna en ze zijn zelf echte Aussies geworden. 

Die drinken dus behoorlijk wanneer er een feestje is alhoewel daar eigenlijk geen feest voor nodig is. Het drinken zelf wordt hier als feest ervaren geloof ik. Ongeacht de restricties op alcohol die er soms gelden. Die zijn goed voor de zwarte handel die welig tiert in letterlijk drooggelegde gebieden. Vlees wordt gegeten per kilo. Of het nu van kip, varken, rund, kangoeroe of krokodil komt. Via de barbecue worden er enorme lappen van weggewerkt in de outback. Ik neem aan dat het er in de steden wat anders en gematigd aan toe gaat maar weten doe ik het niet. Dit is hier de standaard zo lijkt het.

Van eigen grond is ook zo’n ding dat op elke verpakking in de winkel staat. De aardappels waar de chips van gemaakt is groeiden groot en sterk in Aussie grond net als de sla, appels, mango’s, mayo, soyasaus, boontjes, enzovoort. Alles komt hier vandaan en dus is het goed en het beste. Culinair gezien levert dit een hoop vette hap op op plaatsen die je niet perse met lekker eten in verband brengt, de roadhouses. Maar goed, wat je eet, mits nog herkenbaar na een uurtje frituurtje, komt wel uit Australia.

Zoals gezegd, ik kan niet alles direct doorgronden. Maar goed dat ik hier nog langer ben. Wellicht begint mij ooit te dagen wat voor deze mensen hier gesneden koek is. Aussie made.

Vitamine Zee

Zodra de westkust van Australia ter sprake komt roept iedere Aussie dat daar he-le-maal niks is. Nou vind ik dat er in het grootste deel van Australia waar ik tot nu toe was helemaal niks is maar ze menen dat dus echt. Niks. Beetje graven in de wederzijdse belevingswereld leert me dat dezelfde hoeveelheid kleine gehuchten en bezienswaardigheden maar met meer, heel veel meer, afstand ertussen ervaren wordt als he-le-maal niks. Er moet gezegd; dat van die afstand klopt. Dodelijk saai hetzelfde, uitgesmeerd over honderden kilometers gravel, asfalt en nauwelijks wisselende begroeiing. Denk de Terschellinger duinen alleen dan tussen West Terschelling en Hoek van Holland met her en der een doorsteek naar de kust waar je in een natuurgebied kunt kamperen. Je snapt; het terrein is ongeveer zo groot als half Terschelling en met alleen het strand voor de deur leg je lachend een kringetje om een van onze eilanden. Ik blijf me verbazen over begrippen als afstand, ruimte, groot/klein, vol en leeg maar zal er voor nu even over ophouden.

Naast ons, dwz op een afstand waar op een willekeurig Nederlands eiland de volgende camping begint staan een man en vrouw die hier zijn omdat ze een andere leefstijl wilden. Zij is begeleidster van verslaafden en depressieve medeburgers en hij is coach in bedrijfsleven waar mensen zich op persoonlijk vlak dienen te ontwikkelen. Beide doelgroepen laten zich online bedienen dus is ver weg of dichtbij geen punt van discussie. Hij wil zo snel mogelijk een netwerk opbouwen dat ook zonder hem kan en dan hier met zijn voeten in het zand blijven zitten. Zij laat zich nog niet uit over de toekomst.

Beiden wandelen regelmatig met de hond, Izzie, een speels mengsel van herder en ridgeback die soms de indruk geeft dat hij zich iets aantrekt van de gasten die hem eten geven. Voor de rest wil hij alleen maar rennen, zwemmen en blaffen. Mijn inschatting is dat zijn bazen, net als de halve camping hier dat juist kwijt willen. Weggerukt uit een van Australia’s grote steden willen ze ophouden met rennen, geen blaffende bazen meer horen en alleen maar zwemmen.

In een gebied met he-le-maal niks blijkt er dan van iets toch zoveel dat er voor iedereen genoeg is. Ik geniet er ook van mee.

Vitamine zee.

Dagen als deze

Achteraf denk je soms dat je het had kunnen weten, zien aankomen op zijn minst. Niets is minder waar. Het is gewoon wat het is geweest.

West Australia, waar we nu zijn, is recordhouder loze ruimte van alle staten hier. Veel ruimte en niets loos.

Vanuit een meer dan prachtig kampeerplekje in de buurt van Meekatharra start de dag fris met zon en koffie. Tot zover niks aan de hand.

Er is na een honderdtal kilometers rijden een zijweg met iets te zien die niet te vinden is.

Er is na nog een honderdtal kilometers een oude boerderij die wel te vinden is maar geen bezienswaardigheid blijkt te zijn.

Er is na het derde honderdtal kilometers een kampeerplek die zo weggerukt lijkt uit een b-film met een hoop oude roestige olievaten, autowrakken, dubbelloops jachtgeweren en een bloederige slotscène.

We rijden vijfhonderd kilometer over de Great Northern highway en echt beter wordt het niet. Wind tegen, de roadtrains zorgen ervoor dat je net niet van de weg aflazert en omdat er niets te zien valt qua landschap vallen de lijken van doodgereden koeien en kangoeroes ineens extra op.

Om mij heen een afgegraven Australia dat zijn schatten uit de bodem op grote schaal en in hoog tempo naar het buitenland exporteert. Deprimerend is het enige woord dat weliswaar tekort schiet maar in de buurt komt.

Het rijden is voor deze dag genoeg in een plaats die Newman heet. Bij binnenkomst een bordje met een eervolle vermelding voor schoonste stad in West Australia. Niets is wat het lijkt. De kampeerplek is een terrein waar men hier grootste bijeenkomsten en feesten organiseert. Volledig geasfalteerd met rondom enorme hekken en schijnwerpers. Als ik kort moet gaan; een rangeerterrein waar in de nacht kilometers lange treinen vol ijzererts, tientallen meters lange vrachtwagens vol ijzererts en alle mensen die met deze werkzaamheden hun geld verdienen mij behoorlijk uit de slaap houden.

Dat zie je dus niet aankomen. De een heeft een slechte dag omdat er niks te zien is. De ander heeft een slechte nacht omdat er veel te veel te horen is.

Er schiet mij een lied van Van Morrison te binnen; my mamma told me there’d be days like this.

Netjes

Ik geloof dat het ergens in de buurt van een plaats was die Winton heet, in het midzuiden van Queensland, dat het erop begon te lijken dat we voorlopig niet meer alleen zouden zijn in de Outback. De reclameborden langs de stoffige gravelweg maakten duidelijk wie er hier meekeken.

14 billion flies can’t be wrong: Winton.

Vliegen dus. Je passeert zonder het te beseffen een onzichtbare grens in het landschap dat langzaam stoffig rood wordt alsof je een zonsondergang inrijdt. Geen idee wat de criteria zijn voor die 14 biljoen om er vanaf hier ineens te zijn maar dat het een supergoed vestigingsklimaat is lijkt me helder. Op sommige plekken komen ze in een keer, allemaal tegelijk, op mijn hoofd zitten en verdringen zich rond neus, ogen en mond. Elders zijn het meer sluipers die zich langzaam maar zeker over mijn aangezicht ontfermen.

De Aboriginals hier blijven gewoon een tijd stilstaan wanneer ze door zo’n horde vliegen besprongen worden. Ze noemen het de grote schoonmaak en zeggen dat de vliegen daarna vanzelf weer weggaan.

Ik heb niet die ervaring. Enerzijds niet omdat ik niet het geduld heb voor een grote schoonmaak en anderzijds omdat ik inmiddels een oplossing op mijn kop heb in de vorm van een vliegennetje. Grote cowboyhoed, netje erover( merk Wotflies?) en het irritante gekriebel op je gezicht is verdwenen. Er zijn de diehards die niet aan netjes doen maar die zien er dan toch de halve dag uit als bevangen door een soort spasme dat maaibewegingen van de armen veroorzaakt voor het gezicht langs.

De dracht van netjes kent vele variaties en bijverschijnselen weet ik inmiddels. Zo vergeet je soms dat je er een op hebt en probeert een handje chips door het netje heen naar binnen te proppen. Om van de chaotische schuimzooi die het netje van een slok bier maakt maar te zwijgen. Maar toch altijd beter dan met je armen maaien terwijl je vergeten bent dat je een glas bier ter hand had genomen.

Bekijken hoe mensen hier de netjes dragen blijft een absoluut favoriete bezigheid. Van direct op het hoofd tot waaiend en wapperend in de wind op grote zonnehoeden zonder enig effect. Beginners en gevorderden zijn gemakkelijk te onderscheiden. Gister stormde tijdens een wandeling iemand met stip de top tien van gekke netjesdracht binnen. U begrijpt; er bestaat inmiddels een klassement. Hij had het vliegennetje zo strak over zijn hoofd getrokken dat hij eruit zag als een stereotype bankrover met nylonkous. Zijn lippen zo vervormd dat hij ter plekke had door kunnen gaan voor blanke zoeloe en van een oogopslag kon geen sprake meer zijn, simpelweg omdat het net zich gesloten had en elke gelaatsuitdrukking en beweging voorkwam. Ik had een overval door hem wel geaccepteerd maar hij was daarna de pisang omdat ik me doodgelachen had.

De fantasie gaat op de loop hier maar we houden het netjes. Ik mep er nog een paar uit mijn gezicht. U hoort van mij.

Ertoe doen

Het is hier een omstreden onderwerp. Dat wil zeggen, je kunt overal over beginnen maar hier hebben ze het liever echt niet over. Terwijl het ze niet onderscheidt van andere westerse landen. Net als elke westerse, oosterse of wat voor grootmacht dan ook zijn we op zijn zachts uitgedrukt de vriendelijkste niet wanneer het gaat over minderheden. Ik bedoel de mensen die het land waar blanken zijn komen wonen gedurende duizenden jaren al bewoond hebben maar, bij aankomst van de blanken, verdreven en uitgemoord werden omdat ze simpelweg in de weg zaten en niet als mensen beschouwd werden en nog steeds niet worden.

Let wel, dit is geen beschuldigende vinger. De mijne is al net zo schuldig als de jouwe. We hebben allemaal eenzelfde verleden. Wel is er verschil in hoe ermee omgegaan wordt. Hier in het midden van Australia is er, rondom de heilige rots van de Aboriginals veel aandacht voor hun cultuur. Veel land is van hen en je hebt vergunningen nodig om erop te mogen komen of je komt er gewoon niet in.

Terwijl we er naartoe rijden begint de brandstofmeter ondervoedinsverschijnselen te vertonen en besluiten we te tanken bij een kleine nederzetting waar alleen aboriginals wonen. De weg er naartoe heeft meerdere snelheidsdrempels en in de nederzetting mag je tien kilometer per uur rijden. Er bekruipt mij een gevoel dat ik eerder had toen ik in 1985 the Bronx in fietste. In tegenstelling tot nu was dat toen een ghetto.

Er is een benzinepomp ingekapseld in een hoop metaal waar je door het ijzerwerk heen de creditcard in frummelt en tankt. Er is een politiebureau , een winkel en een cafe. Op grote borden staat vermeld dat drinken en rijden een dodelijke combinatie is. Over straat sjokken tenminste tien honden, tien kinderen en tien ouderen. De honden kijken of er iets te halen valt, de kinderen zwaaien, de ouderen houden dat voor gezien.

Op een bord bij de winkel staan de openingstijden vermeld. Van maandag tot zondag behalve wanneer er een begrafenis is. Dan vermeld men op een apart briefje of ze open zijn. Deze hele nederzetting komt op mij als ten dode opgeschreven over. Of de winkel dichtgaat heeft blijkbaar te maken met of je ertoe gedaan hebt. Dat lijkt me hier een hele kunst.

Foto: Ineke de Boer

Regie

foto Regie

Het is nauwelijks voor te stellen
in onze vrije tijd
Over je eigen leven
je laten en je doen
raak je de regie nooit kwijt

Nou goed, je wordt hulpeloos geboren, gezoogd, gepamperd en gevoed
En terwijl je leven verder gaat dan leer je hoe dat werkt
Jouw eigen leven leiden, staan voor wat je denkt en aan iedereen vertellen
wat er fout is en wat goed

Zo ben je groot geworden en heb je geleerd waarvoor je staat
En dan ga je figureren in die ene opera waarvan je denkt te weten
waar die eigenlijk over gaat

Regie vertelt je alles
of je er nu naar luistert of toch niet
De noten van de dirigent bepalen echt
het ritme van jouw lied
Ook al wil je telkens weten waarom en hoe en wat en voel je soms machteloosheid
je wilt het wel maar kunt het niet

Heb je weleens nagedacht over wie jij eigenlijk bent?
Op dat vervloekte schip dat daar maar vaart en vaart en vaart
Heb jij al geluisterd naar de regisseur die de uitkomst allang kent
maar drama tot het laatst bewaard

Je hebt geleerd jezelf te zijn tegen alle stromen in
Maar nu zit je op die godvergeten boot waarvan script, ritme en muziek en alle golven eromheen
Je laten zien, dat regisseren van je leven
dat doe je niet alleen

Jij bent alleen degene met geluk
of noem het toeval, wat dan ook
Jij bent niet iemand op een bootje
Jij bent nergens voor gevlucht
Jij wordt nergens om vermoord
Omdat je anders bent of
Joods was in dit stuk

Het is dankzij iets waarvan je denkt
dat jij de oorzaak bent want
In onze vrije tijd
over je eigen leven
je laten en je doen
raak je de regie nooit kwijt

Dat is wat we hier vertellen
het is nauwelijks voor te stellen.
(Onthoud het goed
voor als jouw toekomst eens gaat knellen).

 
St.Louis Blues  dag 4 (07-09-2019)

@Romheen