Regie

foto Regie

Het is nauwelijks voor te stellen
in onze vrije tijd
Over je eigen leven
je laten en je doen
raak je de regie nooit kwijt

Nou goed, je wordt hulpeloos geboren, gezoogd, gepamperd en gevoed
En terwijl je leven verder gaat dan leer je hoe dat werkt
Jouw eigen leven leiden, staan voor wat je denkt en aan iedereen vertellen
wat er fout is en wat goed

Zo ben je groot geworden en heb je geleerd waarvoor je staat
En dan ga je figureren in die ene opera waarvan je denkt te weten
waar die eigenlijk over gaat

Regie vertelt je alles
of je er nu naar luistert of toch niet
De noten van de dirigent bepalen echt
het ritme van jouw lied
Ook al wil je telkens weten waarom en hoe en wat en voel je soms machteloosheid
je wilt het wel maar kunt het niet

Heb je weleens nagedacht over wie jij eigenlijk bent?
Op dat vervloekte schip dat daar maar vaart en vaart en vaart
Heb jij al geluisterd naar de regisseur die de uitkomst allang kent
maar drama tot het laatst bewaard

Je hebt geleerd jezelf te zijn tegen alle stromen in
Maar nu zit je op die godvergeten boot waarvan script, ritme en muziek en alle golven eromheen
Je laten zien, dat regisseren van je leven
dat doe je niet alleen

Jij bent alleen degene met geluk
of noem het toeval, wat dan ook
Jij bent niet iemand op een bootje
Jij bent nergens voor gevlucht
Jij wordt nergens om vermoord
Omdat je anders bent of
Joods was in dit stuk

Het is dankzij iets waarvan je denkt
dat jij de oorzaak bent want
In onze vrije tijd
over je eigen leven
je laten en je doen
raak je de regie nooit kwijt

Dat is wat we hier vertellen
het is nauwelijks voor te stellen.
(Onthoud het goed
voor als jouw toekomst eens gaat knellen).

 
St.Louis Blues  dag 4 (07-09-2019)

@Romheen 

Durf je

Er was geen glasvezel
voor verbinding
die sneller dan het licht
jouw gemoedstoestand teleporteert
of iets als een gedicht
door de ether slingert
als had het geen gewicht

Er is de traagheid van een boot
die deinend op de golven
het dwingend ritme volgt
van een naderende dood
nog verre van geaccepteerd
want hoop doet immers leven
en leven dat is hoop

Hoop weerklinkt uit deze stem
die tussen hoop en vrees
hoorbaar moet zijn geweest
die tussen angst en beven
daar klonk met lef
als enkelvoud van leven
een stem, die zegt, die roept, die schreeuwt:

Durf je?

foto durf je

Durf je te dromen als je wakker bent
Durf je, durf je of toch niet
Durf je te zien wat jij alleen ziet
Durf je, groter, gekker dan je kent.

Kan iets langer dan de langste adem
Kan iets groter zijn dan groot
Kan iets duren als het duurste
Kan iets kapot maar nooit meer dood

Durf je te dromen als je wakker bent
Durf je, durf je of toch niet
Durf je te zien wat jij alleen ziet
Durf je, groter, gekker dan je kent.

Mag je iets zeggen maar niet vertellen
Mag je iets horen maar niet verstaan
Mag iets wringen maar niet knellen
Mag je niet komen maar nooit meer gaan

Durf je te dromen als je wakker bent
Durf je, durf je of toch niet
Durf je te zien wat jij alleen ziet
Durf je, groter, gekker dan je kent.

Wil je drinken maar je dorst niet lessen
Wil je roken als een sigaret
Wil je weg maar niets verpesten
Wil je vrij zijn en bezet

Durf je te dromen als je wakker bent
Durf je, durf je of toch niet
Durf je te zien wat jij alleen ziet
Durf je, groter, gekker dan je kent.
Durf je.
Durf je?

St.Louis Blues dag 3 (06-09-2019)
@Romheen

 

Jezus redt(het niet)

Jezus redt

‘Ik deel met u
mijn woorden
van de eeuwigheid.
Ik deel mijn wijn,
al besef zelfs ik
dat er in deze tijden
wat water bij zal moeten.
Ik deel met u
mijn vis.
Ik deel met u
mijn brood
met teksten
voor de eeuwigheid
Daar kunt u
nog wat van leren.
elke les
die heeft haar
eigen tijd.’

‘Wij delen u, mijn beste man en daar kunt u dan wat van leren,
Een bon uit.
U mag hier niet parkeren.’

(foto: Martin Stor)

De krappe stad

De krappe stad

Er was woestijn
men zette er een hek omheen
Daarbinnen
werd gekeken
of het niet geordend kon

Het werd een stad
zei men
en bouwde muren
met mensen
er tussenin

Er kwam een straat
en steeds meer mensen
die niets wisten
van die woestijn,
laat staan het hek

Er kwamen duizend huizen,
honderd straten,
tientallen stegen
die
bestemmingen verbonden,
behalve mensen.

Alsof hun opgepropte eenzaamheid
de woestijn
naar de kroon wilde steken.

De krappe stad

Foto: Martin Stor.

Zand van goud

Er komt een man naar me toe.
‘Hoe gaat het met je?’
‘Met mij gaat het goed en met jou?’
‘Met mij gaat het ook goed, ik wens dat het jouw familie en vrienden ook goed gaat.’
‘Ik wens jou toe ook dat het je familie en vrienden goed gaat.’
‘Wil je thee?’
‘Natuurlijk, graag. Aardig van je.’
‘Kom, we drinken thee, insjallah.’
DSC_0081
De kreukels van zijn zwarte tulband vallen in de plooi met zijn gezicht. Uit zijn ogen puilt vriendschap en nieuwsgierigheid. Hij neemt me mee naar zijn tent en ik doe mijn schoenen uit. Een nomade familie duikt op uit de wedervragen die ik hem stel als hij mij bevraagd over mijn thuis. Hij beheert een Kashbah die dienst doet als museum. Het hangt er vol met oude gebruiksvoorwerpen van vroeger zegt hij maar ik zie ze met enige regelmaat nog op de droge akkers gebruikt worden. Het is winter in de woestijn. Rondom de Palmerya wordt de grond met rust gelaten. Het water uit de bron wordt mondjesmaat verdeeld door middel van een kopje met een gat erin dat in een volle bak met water drijft. Als het kopje volgelopen is, is er een uur voorbij en wisselt de bewatering van kanaal zodat iedereen zijn deel ontvangt. Eerlijker dan een horloge, zegt hij.
Zijn vader hangt op een foto aan de muur. Met de haren woest waaiend staat een door de wind gegroefd man tussen twee anderen naar zijn toekomst te staren. Een tafereel uit de vijftiger jaren dat verwezen is naar het museum. De man die me thee schenkt ziet er eender uit. De tijd verstrijkt hier per kopje. Hij is blij dat ik er ben, zegt hij. Zo kan hij leren over de wereld buiten de zijne. Ik vertel hem over het museum waar ik gewerkt heb en hij begrijpt vooral de dingen die over landbouw gaan. We herkennen elkaars instrumenten. Er is meer dat we in elkaar herkennen maar dat brengen we niet onder woorden. Zeventig kilometer verderop de woestijn in woont zijn familie die hij eens in de twee weken een weekend ziet. Dan runt zijn neef voor een weekend de Kashbah en kan hij heen en weer. Soms kan hij geen lift vinden en duurt de tocht langer, zo lang dat het bij samen eten blijft voor hij terug moet.
Hij geeft me van alles teveel. Teveel thee, teveel suiker erin, teveel vragen, teveel lachen, teveel van hem. Zo zijn wij, zegt hij. We geven onszelf weg zonder onszelf te verliezen en jij mag zelf uitmaken wat je er voor teruggeeft. Dat is een ding, besef ik, iets van jezelf geven zonder er iets voor terug te willen. We hebben hier allemaal de tijd, de liefde en elkaar, glimlacht hij me toe. Gisteren is er niet meer en morgen kennen we nog niet. We hebben alleen vandaag.
‘Vandaag drink ik thee met jou.’
Bij het afscheid omhelzen en kussen we elkaar. De gewoonte maakt woorden overbodig maar we zeggen het toch.
‘Ik wens dat het jou, je vrienden en familie voor altijd goed gaat.’
‘Ik wens jou ook dat het jou, jouw familie en vrienden voor altijd goed gaat.’
‘Insjallah.’
Als ik door het zand in de woestijn verder loop bedenk ik dat morgen nog niet bestaat. Vandaag bestaat uit een groot hart. Een groot hart van goud.