Ertoe doen

Het is hier een omstreden onderwerp. Dat wil zeggen, je kunt overal over beginnen maar hier hebben ze het liever echt niet over. Terwijl het ze niet onderscheidt van andere westerse landen. Net als elke westerse, oosterse of wat voor grootmacht dan ook zijn we op zijn zachts uitgedrukt de vriendelijkste niet wanneer het gaat over minderheden. Ik bedoel de mensen die het land waar blanken zijn komen wonen gedurende duizenden jaren al bewoond hebben maar, bij aankomst van de blanken, verdreven en uitgemoord werden omdat ze simpelweg in de weg zaten en niet als mensen beschouwd werden en nog steeds niet worden.

Let wel, dit is geen beschuldigende vinger. De mijne is al net zo schuldig als de jouwe. We hebben allemaal eenzelfde verleden. Wel is er verschil in hoe ermee omgegaan wordt. Hier in het midden van Australia is er, rondom de heilige rots van de Aboriginals veel aandacht voor hun cultuur. Veel land is van hen en je hebt vergunningen nodig om erop te mogen komen of je komt er gewoon niet in.

Terwijl we er naartoe rijden begint de brandstofmeter ondervoedinsverschijnselen te vertonen en besluiten we te tanken bij een kleine nederzetting waar alleen aboriginals wonen. De weg er naartoe heeft meerdere snelheidsdrempels en in de nederzetting mag je tien kilometer per uur rijden. Er bekruipt mij een gevoel dat ik eerder had toen ik in 1985 the Bronx in fietste. In tegenstelling tot nu was dat toen een ghetto.

Er is een benzinepomp ingekapseld in een hoop metaal waar je door het ijzerwerk heen de creditcard in frummelt en tankt. Er is een politiebureau , een winkel en een cafe. Op grote borden staat vermeld dat drinken en rijden een dodelijke combinatie is. Over straat sjokken tenminste tien honden, tien kinderen en tien ouderen. De honden kijken of er iets te halen valt, de kinderen zwaaien, de ouderen houden dat voor gezien.

Op een bord bij de winkel staan de openingstijden vermeld. Van maandag tot zondag behalve wanneer er een begrafenis is. Dan vermeld men op een apart briefje of ze open zijn. Deze hele nederzetting komt op mij als ten dode opgeschreven over. Of de winkel dichtgaat heeft blijkbaar te maken met of je ertoe gedaan hebt. Dat lijkt me hier een hele kunst.

Foto: Ineke de Boer

Het is zover

Zover weg van alles dat het lijkt of het er alleen exotisch is. Tropische stranden, rivieren vol krokodillen, woestijnen vol termieten heuvels groter dan mijzelf, rustplaatsen langs de highway met het grootste fruit uit de omgeving.

Dat alles ver weg is klopt wel. Behalve de realiteit van veel mensen die ik zie. We staan op een camping bij Mackay omdat er wat geklust moet worden. Het voertuig heeft wat kuren. Er gaat zo vaak een snerpend alarm af waar we ons kapot van schrikken dat we even langs een terzake kundige garage moeten. Het blijkt een foutief ingesteld hoogte alarm. Niks aan het handje.

Dat zou ik niet willen beweren over de mensen op de camping. Ik gok dat hier zeker twee derde van de bewoners geen huis meer heeft en in een caravan woont die achter een auto hangt waarvan ik me afvraag of er genoeg brandstof in zit. Het geheel ziet er zonder uitzondering armoedig uit. Ik las hier eerder artikelen over en kom het geschrevene in de praktijk tegen. En dan heb ik het alleen nog maar over het blanke deel van de bevolking.

De gemeenschappelijke keuken heeft een dak( fijn want het regent nogal eens) en een televisie. Gisteren niemand te zien maar vandaag duiken er twee fans op van de Bronco’s. Die spelen Footie of Australian football zo je wilt en zij vragen meer dan beleeft of ze mogen kijken. Natuurlijk mogen ze kijken, ik bedoel, go your goddelijke gang man. Ze verontschuldigen zich vele malen, zuipen de man tig bier op tijdens de wedstrijd en zijn blij want hun team wint.

Ik bedenk dat dit precies is wat ik hier exotisch aan vind. Het is iets wat ik niet meer gewend ben in het land waar ik vandaan kom. Ondanks alles; alle ruimte voor een ander.

Vis

Je kunt hier vissen maar dat lijkt toch een soort van absoluut niet de bedoeling. De kleur en soort in veelvoud beschouwend flipper ik over het grote, wacht, the great barrier reef. Vertalen kent zo zijn beperkingen.

Zelfs een kleurenblind persoon zou zich hier uit zijn kwallen werende pak wurmen onder het uitroepen van bewonderende kreten. De kleuren zie je niet alleen, je voelt ze, je ruikt ze. Alles onder water ademt kleur.

In Nederland, een paar dagen geleden nog maar, zag ik een reportage over het grote rif hier. Alles is dood, huilde een professor in de leer. Niet meer te redden. Vrijwilligers deden wat ze konden maar er restte slechts een wit in vijftig tinten van ontreddering.

Morsdood.

In die reportage dus.

Nu ligt dat rif uitgesmeten over 900 kilometer dus er zal vast wat afstand gezeten hebben tussen mij en die professor.

Maar toch, ik ben in Aussieland voor een jaar en er moet me iets van het hart over de berichtgeving in Nederland, nou ja, aangaande dit rif dan.

Ik drijf hier rond, heb de waarheid niet in pacht maar dit is wat ik bedacht heb na wat geklets zo her en der.

Het rif, als in HET rif , bestaat niet.

Het is zo groot dat er veel verschillende mededelingen over te doen zijn. Op sommige plekken huilen professoren terecht tranen en tuiten hun lippen, op andere plekken juichen bezoekers, beheerders en professoren om een bruisend en levendig koraalrif. O ja, en lokale ondernemers ook.

In Nederland kun je vissen naar de waarheid.

Wat je vangt is dan aan jou.

Foto: Justin Timmer

Vergeten groenten

Het grillige landschap weerspreekt de mathematica van geplaatste hekjes.
Wind gaat zijn eigen gang. De zon brandt bij tijd en wijlen gouden randjes aan de wolken als ze haar het schijnen beletten. Ondergaand beklimt ze de bomen en zet hun toppen in brand.
Ik zit aan de rand van een rivier. Ze stroomt, water duwt water in haar eeuwige perpetuum mobile als een, in breedte variërende, scheiding van landschappen. Het doet me denken aan autoritten die ik, de neus tegen het raam gedrukt, met mijn vader maakte. De lijnen die ik volgde in het voortrazende vergezicht meanderden op, neer, heen en weer. Slingerend, als het lange losse lint aan mijn vlieger, gegrepen door de wind.

Achter me zijn volkstuintjes, het budgettaire antwoord op de hedendaagse inkomensverschillen. Van mensen die vergeten groenten verbouwen. Of van mensen die zaaien maar hun groenten vergeten, aan de bruintinten in sommige perkjes te zien. Een vrouw van in de veertig met een fiets aan haar hand loopt mijn kant op. Ze komt uit de groentenafdeling in het landschap en haar fietstassen puilen uit van de opbrengst. Sla, snijbiet, schorseneer, het dienstmeidenverdriet, bietjes, meirapen. De bos peterselie in het mandje aan haar stuur ruikt sterk. Onder de snelbinders een grote bos sperziebonen, met struik en al gerooid.
‘De oogst valt niet tegen’, zeg ik, wijzend op haar karrenvracht gezondheid.
Ze glimlacht van achter haar grote zonnebril.
‘Klopt, je moet er wel wat voor doen, maar dan heb je ook wat. Ik sjouw me soms helemaal suf naar die tuintjes om ze thuis maar wat gezondheid te kunnen voeden hè.’

Ze neemt me mee naar mijn jeugd, waarvan ik dacht dat die tot het verleden behoorde. Dat blijkt alleen om mijn verleden te gaan want het is haar realiteit. De groenten uit mijn vaders moestuin kwamen in golven. Tsunami’s van sla, tomaten, witlof, bloemkool, snijbiet en boerenkool. We aten ze in periodes van drie weken achter elkaar en wat we niet opaten werd in wekpotten gestopt, vacuüm gekookt en met een datum erop in de kelder opgeslagen. Zo konden we in de winter, tussen de zure, rode en boerenkool door, ook een keer boontjes eten. Een luxe. Ik mocht met een spelt de pot ,die open plofte met een diepe zucht, ontgrendelen.

Ik proef de bittere nasmaak van tot snot gekookte witlof.
‘Is het niet veel werk?’
Ik weet niets anders te zeggen.
‘Dat valt reuze mee als je het slim aanpakt’.
‘Mijn vader had vroeger ook een moestuin, ik moest altijd een uur onkruid wieden als ik uit school kwam. Vooral de kruidentuin was een ramp, vergiste me altijd tussen kruid en onkruid.
Ze lacht.
‘Ik heb daar ook zo mijn mensen voor, net als jouw vader. Dat wieden vind ik maar een vermoeiende bezigheid.’
‘Dat heeft u goed bekeken, ik heb er een soort moestuinfobie aan overgehouden.’
De vrouw kijkt om zich heen, buigt zich over haar stuur naar mij toe en spreekt zacht.
‘Het is niet anders in deze tijd, soms moet je inventief zijn om de monden thuis te voeden. Dag!’
Ik knik en kijk haar na terwijl ze de volgeladen fiets over het paadje langs de rivier voortduwt. Haar contouren worden omarmd door het tegenlicht van de ondergaande zon.
Water duwt water.

Als ik terugloop langs de volkstuintjes is er een kleine samenscholing van mensen. Ze leunen op harken, schoffels en scheppen. De verontwaardiging is groot.
‘Wat moet je eraan doen, in je tuin blijven slapen? Ze nemen gewoon alles mee, hier kijk dan, de sperziebonen weg. Met struik en al!’
Ik loop er stilzwijgend langs en probeer de woorden van de vrouw terug te halen.
Voel me een beetje Robin Hood.

volkstuintje

Regie

foto Regie

Het is nauwelijks voor te stellen
in onze vrije tijd
Over je eigen leven
je laten en je doen
raak je de regie nooit kwijt

Nou goed, je wordt hulpeloos geboren, gezoogd, gepamperd en gevoed
En terwijl je leven verder gaat dan leer je hoe dat werkt
Jouw eigen leven leiden, staan voor wat je denkt en aan iedereen vertellen
wat er fout is en wat goed

Zo ben je groot geworden en heb je geleerd waarvoor je staat
En dan ga je figureren in die ene opera waarvan je denkt te weten
waar die eigenlijk over gaat

Regie vertelt je alles
of je er nu naar luistert of toch niet
De noten van de dirigent bepalen echt
het ritme van jouw lied
Ook al wil je telkens weten waarom en hoe en wat en voel je soms machteloosheid
je wilt het wel maar kunt het niet

Heb je weleens nagedacht over wie jij eigenlijk bent?
Op dat vervloekte schip dat daar maar vaart en vaart en vaart
Heb jij al geluisterd naar de regisseur die de uitkomst allang kent
maar drama tot het laatst bewaard

Je hebt geleerd jezelf te zijn tegen alle stromen in
Maar nu zit je op die godvergeten boot waarvan script, ritme en muziek en alle golven eromheen
Je laten zien, dat regisseren van je leven
dat doe je niet alleen

Jij bent alleen degene met geluk
of noem het toeval, wat dan ook
Jij bent niet iemand op een bootje
Jij bent nergens voor gevlucht
Jij wordt nergens om vermoord
Omdat je anders bent of
Joods was in dit stuk

Het is dankzij iets waarvan je denkt
dat jij de oorzaak bent want
In onze vrije tijd
over je eigen leven
je laten en je doen
raak je de regie nooit kwijt

Dat is wat we hier vertellen
het is nauwelijks voor te stellen.
(Onthoud het goed
voor als jouw toekomst eens gaat knellen).

 
St.Louis Blues  dag 4 (07-09-2019)

@Romheen 

Durf je

Er was geen glasvezel
voor verbinding
die sneller dan het licht
jouw gemoedstoestand teleporteert
of iets als een gedicht
door de ether slingert
als had het geen gewicht

Er is de traagheid van een boot
die deinend op de golven
het dwingend ritme volgt
van een naderende dood
nog verre van geaccepteerd
want hoop doet immers leven
en leven dat is hoop

Hoop weerklinkt uit deze stem
die tussen hoop en vrees
hoorbaar moet zijn geweest
die tussen angst en beven
daar klonk met lef
als enkelvoud van leven
een stem, die zegt, die roept, die schreeuwt:

Durf je?

foto durf je

Durf je te dromen als je wakker bent
Durf je, durf je of toch niet
Durf je te zien wat jij alleen ziet
Durf je, groter, gekker dan je kent.

Kan iets langer dan de langste adem
Kan iets groter zijn dan groot
Kan iets duren als het duurste
Kan iets kapot maar nooit meer dood

Durf je te dromen als je wakker bent
Durf je, durf je of toch niet
Durf je te zien wat jij alleen ziet
Durf je, groter, gekker dan je kent.

Mag je iets zeggen maar niet vertellen
Mag je iets horen maar niet verstaan
Mag iets wringen maar niet knellen
Mag je niet komen maar nooit meer gaan

Durf je te dromen als je wakker bent
Durf je, durf je of toch niet
Durf je te zien wat jij alleen ziet
Durf je, groter, gekker dan je kent.

Wil je drinken maar je dorst niet lessen
Wil je roken als een sigaret
Wil je weg maar niets verpesten
Wil je vrij zijn en bezet

Durf je te dromen als je wakker bent
Durf je, durf je of toch niet
Durf je te zien wat jij alleen ziet
Durf je, groter, gekker dan je kent.
Durf je.
Durf je?

St.Louis Blues dag 3 (06-09-2019)
@Romheen

 

Herhaling

St-Louis

Ik wacht op het einde
van een voorstelling
die geen einde kent
Iedereen die wacht weleens
op andermans horizon
Niet dat je die kunt zien
maar wachten went

Telkens als ik kijk
dient zich
de herhaling aan
van wat
op toekomst lijkt

Maar wat vooral veel moeite kost:
de horizon van het lot

Stap eens op een boot
En stel je dan eens voor:

Je vaart zo naar jouw toekomst toe
en die gaat dan teloor

Telkens als ik kijk
dient zich de herhaling aan
van wat op toekomst lijkt

Die toekomst die je maken kunt
Die toekomst jou gegund
Die toekomst met als einde slechts
jouw eigen droevig lot
Die toekomst die
als jij gelooft
in handen van een God

En telkens als ik kijk
dient zich de herhaling aan
van wat op toekomst lijkt

Ik wacht een nieuwe toekomst af
van een verhaal dat ik al ken
Maar ook een nieuwe horizon
verandert niets want
telkens als ik kijk
dient zich de herhaling aan
van wat op toekomst lijkt
Telkens als ik kijk
dient zich de herhaling aan
van wat op toekomst lijkt.

 

@Romheen  St.Louis Blues  dag 2 (05-09-2019).

de onbeminde soldaat

De vrouw die in zijn verhaal figureert is van gedaante veranderd gedurende de twee uur die ik naar hem luister. Van frisse, mooie, welgevormde leuke jonge vrouw afgegleden naar een omschrijving die waarschijnlijk meer zijn gevoel weergeeft dan de werkelijkheid. Alhoewel zijn relaas doet vermoeden dat er alle reden is om zijn frustraties op haar bot te vieren. Ik kan haar er niet meer naar vragen, ze is dood.

Hij werd geboren in een nonnenklooster in Den Haag. Het is 1946, Nederland is vrij en de goede rekenaars onder u begrijpen dat zijn verwekking het gevolg is geweest van een bevrijdingsfeest. In zijn geval een feest tussen een Canadese soldaat en een frisse, mooie, welgevormde leuke jonge vrouw. Ze heeft hem drie weken gekend voordat hij uit beeld verdwenen is. De geldende mores deed haar vanuit Naarden verkassen naar het westen des lands. Ongetrouwd en kinderen krijgen waren twee begrippen die niet samengingen in die tijd en dus droeg ze het droevig lot dat veel jonge moeders ondergingen. Na de geboorte stond ze hem af en hij groeide op in een pleeggezin in de gemeente Renkum. Een mooie en fijne warme tijd, zegt hij er zelf over.

Door omstandigheden moest hij na verloop van jaren echter weg bij het pleeggezin en begon aan een lange rondtocht langs opvanghuizen die hem geen goed hebben gedaan. Contactpogingen met het pleeggezin, zijn broers en zussen noemt hij ze, strandden. Net als die met zijn moeder, ze wenste, ook op latere leeftijd, geen contact meer met hem. Hij bestond niet voor haar.

‘Ik ben er naartoe gegaan hoor, om te kijken, om zijn graf te zien’. Hij spreekt over vele jaren later wanneer hij ontdekt heeft dat zijn vader, de Canadees van het feest der bevrijding, overleden is. Foto’s van de familie daar leren hem dat hij op ‘m lijkt. En dat hij nog een halfbroer heeft in Duitsland. Geboren ten gevolge van een bevrijdingsfeest van zijn moeder met een ander. Joop, zo heet zijn broer, heeft het contact inmiddels verbroken. Herinneringen kunnen ook teveel pijn met zich mee dragen. Dat doen ze voor mijn verteller ook maar hij heeft de behoefte hierover te spreken.

‘Ik hoef niet ineens belangrijk te zijn, maar ik kan het gewoon niet begrijpen’.
Zijn magere gestalte schokt als hij de tranen de vrije loop laat. De donkerblauwe aderen steken schril af bij de grauwe huidskleur op zijn tengere gerimpelde handen die hij open op tafel voor zich gelegd heeft. Af en toe trommelt hij ongeduldig met zijn vingers op het houten blad en soms slaat hij erop om zijn frustratie kracht bij te zetten. Tegenover mij zit een man van 73 jaar oud die zijn leven verwoest ziet door ‘omstandigheden’. Hij is getrouwd geweest, heeft kinderen gekregen maar ook daar is het niet goed gegaan. Er is geen contact meer.

‘Waarom ben je hier?’, vraag ik hem.
Hij blijkt zo naar een plek te gaan die hij fijn vindt, waar hij zich een beetje vertrouwd en geborgen voelt. Hij gaat zo naar zijn vader zegt hij.
Verward vraag ik hem naar het graf in Canada.
Zijn vader blijkt twee graven te hebben, één bij de familie en één tussen zijn maten uit de oorlog op de begraafplaats in Oosterbeek. Voor hem maakt het niet uit waar hij echt ligt.

Hij is blij iemand in de buurt te hebben.

download

Jezus redt(het niet)

Jezus redt

‘Ik deel met u
mijn woorden
van de eeuwigheid.
Ik deel mijn wijn,
al besef zelfs ik
dat er in deze tijden
wat water bij zal moeten.
Ik deel met u
mijn vis.
Ik deel met u
mijn brood
met teksten
voor de eeuwigheid
Daar kunt u
nog wat van leren.
elke les
die heeft haar
eigen tijd.’

‘Wij delen u, mijn beste man en daar kunt u dan wat van leren,
Een bon uit.
U mag hier niet parkeren.’

(foto: Martin Stor)