Thee

Ik ben een koffiedrinker. Het pure spul zonder de suiker. Dat is op afgelegen plekken in Marokko geen sinecure want hier doen ze aan thee. Als je aankomt; een welkoms thee. Niet zomaar thee maar na drie keer opschenken verschijnt er met blaadjes die je weg kauwt een mierzoet mengsel met een lichte mint nasmaak. Ben je de toevoeging van zoet voor of hebben ze vaker met toeristen te doen gehad dan is zonder ook toegestaan. Dat is dan weer zo bitter dat je er dorst van krijgt. Maar goed, nu er toch bent, nog een bakkie dan maar dat vanuit grote hoogte je glas inklatert. Ik heb nog niemand een druppel zien knoeien. De thee wordt er niet lekkerder van maar toch, knap.

Wanneer je ergens een poosje bent wordt het hoogtijd voor nog een kopje thee en als je niet veel later verder dreigt te trekken moet er eerst een afscheidsbakkie natuurlijk. 

‘Wij zijn als de Sahara’, zegt een Marrokaans theeschenker, ‘ met een hart zo groot, er is ruimte voor iedereen. Daarover bij mij inmiddels geen twijfel meer.

Langs de weg staan soms kleine autootjes met een heuse barrista koffiemachine in de achterbak. Die vindt je ook bij benzinestations en aangezien dat prima plekken zijn om even te poepen doen we daar nog weleens een bakkie. Nou zou je denken; gezeur over thee er is immers koffie? Dat ligt dan weer iets genuanceerder. Het overkomt me dat ik relaxed een bakkie drink dat zo sterk is dat je er menig overleden dierbare mee tot leven zou kunnen wekken. Het effect bij de levenden, bij mij althans, is van dusdanig laxerend gehalte dat ik, alhoewel in de directe omgeving van een ommuurd gat in de grond, grote haast moet maken.

Om kort te gaan; kies maar. Thee of koffie.

Nog een bakkie?

Geluid

Ik trof een man die nog nooit van Ry Cooder gehoord had. Daar zijn er natuurlijk heel veel van maar in mijn beperkt blikveld was het op zijn zachtst gezegd opmerkelijk. Hij deed me aan iemand uit een mooie film denken.

Voor het geval je nu denkt: die Cooder, wie is dat, geen nood, uitleg volgt. De man die ik trof was een Italiaan in dienst als barman bij een afgelegen camping in Boudenip, Marokko. Hij draaide allerlei jazz muziek en wilde wel een potje stoeien met nieuwe muziek die hij nog niet kende. Hield erg van vrouwenstemmen vertelde hij alhoewel hij wel een erg lange pauze inlaste tussen vrouw en stemmen waarbij hij wellustig naar de eigenaresse van de camping keek. Een jonge inderdaad mooie Marokkaanse wiens man tijdens Covid overleden was dus dat was tot overduidelijke ontzetting van de jazz liefhebber een no go for the time being.

Er werd een wijntje geschonken, verre vanzelfsprekend in Marokko, het vuur in de kachel ontstoken en de volumeknop van de stereo een tikkie naar rechts.

Barman en hulp gingen uit de plaat van RomheenmetlaZona waarmee het ego van ondergetekende ruim opgepoetst werd maar dat terzijde. 

Ry Cooder dus, Amerikaans gitarist die veel projectmatig werkt. Beroemd met de Buena Vista Social club waarbij hij een aantal stokoude Cubaanse muzikanten meeneemt op tournee die vervolgens niet meer van het podium te slaan zijn. Maar ook, en daar gaat het me nu even om; filmmuziek. Speciaal die in Wim Wenders ‘Paris, Texas’ waarin Harry Dean Stanton de eenzaamheid, verlatenheid en desolaatheid zelve speelt. 

De man die veel van jazz houdt doet me aan hem denken. Ooit vertrokken uit Italië om welke reden dan ook en hier zijn hart verpand aan een land en verloren aan een onbereikbare liefde. Een soort van zwevend in een luchtledig zelfbewustzijn waarvan iedere buitenstaander kan zien dat het goed ruikende edoch gebakken lucht betreft. Gezien zijn intense blik richting de mooie Marokkaanse houdt hij hoop. Hoop is goed, soms tragisch en mooi om te zien tegelijk. Hoop doet leven. 

Delen

Hij gaat plukkend aan het betreffende kledingstuk het lijstje af; mijn jas komt uit Spanje, mijn broek uit Frankrijk en mijn schoenen uit Duitsland. Mijn vrouw maak een tajine, ik doe een tour met de mensen en we zijn erg blij met alle spullen die jullie niet meer kunnen gebruiken. Zo hebben we allemaal wat. Iets niet gedeeld stelt niks voor.  

Tot zover even de levensles van Ibrahim, vader van Yousef, gemaal van Anyallha en rijk man in wijsheid. Het ontbreekt hem aan van alles, ik geef weg wat ik kan en sla mezelf voor mijn kop dat ik niet meer om weg te geven meegenomen heb maar toch, we delen en zijn beiden tevreden. Het is in ons land een kunst geworden die niet iedereen beheerst realiseer ik me. Hier zou, behalve overheid, leger en grote plantagehouders, niemand erover peinzen om een bord ‘verboden voor onbevoegden’ te planten. Ibrahim heeft zijn huis gebouwd samen met twee buren. En net als de twee buren hebben zij ook hun eigen huis gebouwd samen met buur en Ibrahim. In mijn land heet dat uitzonderlijk, hier is het niet alleen gewoon maar ook een manier om iets te creëren en het hoofd boven water te houden.

Het is een soort van bizar; hoe armer de mensen zijn die je tegenkomt, deste gastvrijer ze worden. Zoete thee, smaakloze geitenkaas met droog brood en het laatste stuk geit in een tajine. Eten stelt niks voor als je het niet deelt. We doen verwoede pogingen in ons kikkerland om gastvrij te zijn maar komen niet in de buurt van waar ze me hier op trakteren. Een les om een flink tijdje op te kauwen.

Normaal

Je kunt jezelf over de wereld katapulteren alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Gisteren bevond ik me nog in Australië, in Nederland erkent als de andere kant van de wereld en vandaag loop ik rond in een nog groter land op de aardkloot, Canada. Hoewel, gisteren….de zestien uur durende vlucht van Brisbane naar Vancouver heeft iets geks gedaan met de tijd. Vertrokken op 30 maart om 10.00u in de ochtend en aangekomen om 6.30u in de ochtend op…30 maart. Bij vertrek lek gestoken door zoemend ongedierte bij een graad of 30, bij aankomst is de soort nog ingevroren. Ik laat even een witregel om dit te laten bezinken.

Het is een soort Groundhog day 2.0 denk ik. Zestien uur doe je niks van enige importantie, je kijkt films tot je in slaap valt, je leest tot je in slaap valt, je slaapt tot je weer in slaap valt. Er gaat zestien uur luchtledig voorbij en je raakt de grond weer als de tijd waarop je vertrok nog aan moet breken. Ik heb er simpelweg geen woorden voor. Tijdzones. Wie googelt vindt ongetwijfeld wie dit bedacht heeft en waarom maar dat is nu even van geen belang.

We hebben een kans laten liggen. In plaats van tientallen workshops te volgen die je allemaal hetzelfde vertellen; ‘laat het los, je moet vooruit, je kunt de tijd niet terugdraaien’, hadden we ook kunnen besluiten om een vlucht als deze wereldwijd gratis te maken om de geïnteresseerden de kans te bieden om dat wat mis ging nog eens over te doen met als resultaat wellicht een betere versie. De gemiddelde vliegreis is tegenwoordig een stuk goedkoper dan een therapeut of een paar workshops met een hoog hip gehalte dus in de ziektekostenverzekering met die hap. In de geestelijke prak wanneer je bij de incheckbalie probeert te glimlachen tegen de stewardessen en monter en on speaking terms  met de wereld, je partner, je baas of wie je dan ook maar meeneemt op die vliegreis, bij aankomst. 

Het lijkt erop dat veel van de huidige leiders en leidsters in de wereld het exorbitante gedrag van een paar van hun collega’s normaal zijn gaan vinden. De economische belangen zijn zo groot dat de menselijkheid en zeker de medemenselijkheid voor het aanschuiven aan de vergadertafel het raam uit gekegeld zijn. Een hele grote pot ver pissen die door niemand gewonnen kan worden maar slecht verliezers kent. En dan heb ik het niet over de mensen aan die vergadertafel.

Je voelt ‘m aankomen; de alles omvattende vliegreis. Wat nou als we al die gekozen mensen waarvan men vindt dat ze ons kunnen vertegenwoordigen in een gevleugelde vergaderruimte stoppen en het ding, klotsend van de kerosine tegen de tijd in laten vliegen. Net zolang tot de wereldleiders(m/v), wanneer ze uitstappen, doorhebben dat ze een tweede kans hebben. Een tweede kans waarbij ze wel op tijd tegen debiele collega’s kunnen zeggen dat ze normaal moeten doen en gaan staan voor de principes die ze hebben en waarvoor wij ze gekozen hebben. Misschien moet er tijdens de vlucht wel een nooddeur open om een en ander recht te zetten. Geen idee of we dit met het planten van een hele zooi bomen weer recht kunnen breien. Ik zou er persoonlijk de opgelopen milieuschade wel voor overhebben.

 

Alleen maar zwemmen

Het najaar laat op zich wachten. Queensland zucht een beetje onder de nog ongewoon hete zonnestralen die mijn laatste twee weken hier verwarmen. Nou doe ik enorm mijn best om niet oververhit te geraken, hetgeen een hele kunst is maar hoe men hier verkoeling zoekt, al dan niet in de hete zomer, is dan toch het benoemen waard. Ik vind de uitdrukking ”I am going freezer shopping” de leukste. Het houdt in dat je door de snikhitte in je auto naar de supermarkt rijdt, de Woolworths, beter bekend als de Woolies of de Coles, alias de Coolies en daar aangekomen gedurende een uurtje de afdeling frozen foods bezoekt, alle deuren opentrekt en doet alsof je iets wilt pakken waarna je de toegang tot verkoeling tergend langzaam sluit. Dit proces herhaalt zich zolang er freezers zijn die je nog niet gehad hebt of de lokale politie erbij gehaald wordt. Het effect varieert van 0,6 tot 3,6 graden vermindering van de lichaamstemperatuur. Bij thuiskomst ben je inmiddels wel weer in de buurt van oververhitting zodat een volgend supermarkt bezoek nakend is.

Aan zee, waar we staan, is er een verkoelend windje en wanneer je ver genoeg het zilte water inloopt( alleen voor de lefgasten of echt oververhitten) is de temperatuur onder water een beetje minder dan erboven. Lopend naar de kapper, waar ik heen ga om van mijn Sinterklaas imago af te komen, bouwt zich echter alweer een lichaamstemperatuur op die er wezen mag waardoor ik zwetend als een otter bij de kapper binnenkom. De hippe jongeman die de zaak runt heeft een airco en een flapper aan het plafond zodat het droogproces onmiddellijk intreed bij binnenkomst. De afgesproken tijd is met een “ish” erbij gedaan: twelfe-ish, hetgeen betekend dat ik een half uurtje wacht voor ik aan de beurt ben. Dat soort halve uurtjes zijn nooit verloren tijd. Ik leer dat hij de badkamer laat verbouwen en dat zijn vriendin, de misses, niet één maar persé twee kroonluchter aan het plafond wilde. De zucht die hij hoorbaar mee verteld doet vermoeden dat die badkamer nog niet af is. De vrouw van de man die geknipt wordt mengt zich in het gesprek en de heren worden net op tijd teruggeworpen op aarde voordat de gesproken woorden in een ega bashing ontaarden.

Ik leun comfortabel achterover en laat me van de baard en ander gezichtshaar ontdoen. Terwijl een warme handdoek het geheel afsluit hoor ik eronder vandaan de kapper vragen aan de volgende wachtende of hij op het bord waar je je naam opzet voor de wachtrij wil schrijven dat de lijst voor vandaag vol is en hij geen ruimte meer heeft voor meer afspraken. Wel met een net handschift graag zodat iedereen het kan lezen. Na een welgemeend beautiful en you look 21 again mate glimlach ik naar de kapper. Met alle respect man, begin ik aan de zin waarvan ik de afloop nog niet precies weet, ik ben prima tevreden met het resultaat, mijn misses gaat er wat positiefs over zeggen denk ik maar 21? Zo goed ben je nou ook weer niet. De kapper glimlacht terug. Wanneer ik betaald heb en de warmte weer instap zie ik op het afsprakenbord onder de naam van de laatste klant in goed leesbaar handschrift staan: “Now, sod off, i wanna go swimming!”.

 

Dag en nacht

Als je in Nederland bent wanneer je dit leest is deze titel zo ongeveer het verschil tussen ons. Mijn heldere zonneschijn  is jouw pikkedonker. Bij jou zit er een deuk in de maan vanwege de schaduw van de zon en hier is ze bloedrood en helemaal verstopt. Veel van de omstandigheden waarin ik hier verkeer zijn zo ongeveer het tegenovergestelde van hoe zoiets in Nederland gaat. Wij, in de lage landen, zijn er nogal van overtuigd dat we weten hoe het er in de wereld aan toegaat terwijl ik me in een land bevind wat groter is dan Europa in zijn geheel waar een groot deel van de mensen niet eens wil weten hoe het er in de wereld aan toegaat. Ze hebben genoeg aan zichzelf en het kost al moeite genoeg om de omstandigheden waaronder ze leven het hoofd te bieden. En, mocht je het dan toch beter weten, ga gerust je goddelijke gang maar laat mij m’n eigen ding doen.

Niet alleen geografisch gezien worden de dingen hier dus van een andere kant bekeken. Moeder Theresa wordt hier een beetje met een glimlach bekeken omdat ze weliswaar voor de armen zorgde maar grinnikend ook gezien als iemand die en vergeet voor zichzelf te zorgen en ook nog een hand uitsteekt naar de armen die niet voor zichzelf kunnen zorgen. Dat is hier echt een  ding; waar je ook vandaan komt, wanneer je niet voor jezelf kunt zorgen verlies je het grootste deel van het respect dat de mensen hier zonder dat ze je kennen wel voor je hebben. In Nederland moeten we onszelf bewijzen, niet een keer maar constant zien is geloven terwijl er hier een soort van basis respect voor elkaar is dat wij kwijtgeraakt zijn.

Op de grootste 4×4 offroad beurs van Australië in Brisbane slenteren we wat rond met de mond los van verbazing omdat meer dan 300 exposanten alle facetten van rijden in de outback laten zien op een manier die de fantasie van het schooljongetje dat ik mij voel ver te boven gaat. Shows over rijden en redden  in de woestijn, konvooi vormen, gebruik van sleepkabels, honderden verschillende soorten profielen op banden, versnellingen, koeling, wateropslag en ga nog maar een stief kwartiertje door. Bij een lezing van de voorzitter van de Mitsubishi club over de Simpson woestijn lijkt zo’n reis ineens een onmogelijkheid en helemaal in je eentje, zo angstaanjagend en spannend wordt het verkocht. Op zijn Nederlands denk ik dat het sterk overdreven is omdat we inmiddels die Simpson van een paar kanten bedwongen hebben zonder al te grote kleerscheuren.

 Van alle tips en trucjes die er rondgestrooid worden is er een uitgangspunt dat me een beetje bevreemd. De Australische redenatie die zegt dat je voor jezelf moet kunnen zorgen blijkt toch iets moeder Theresa achtigs te hebben. Zorgen voor genoeg brandstof voor de auto waarin je meerijdt met het konvooi is natuurlijk een absolute must, zo zegt de voorzitter, vooral ook omdat je de andere konvooi genoten niet wilt ophouden en benadelen tijdens de gevaarlijke tocht door de woestijn want dat zou ertoe kunnen leiden dat niet alleen jij maar het hele konvooi tot stilstand komt en dat wil natuurlijk niemand. De oplossingen, mocht dit probleem tot je grote schaamte zich wel voordoen blijken een rekensom. De minimaal driehonderd kilometer die de sleepwagen door de woestijn moet rijden om je te komen redden kost klauwen met geld. Bovendien, de kosten die anderen maken door jouw toedoen gaan ze niet zelf betalen zo leert de woestijn etiquette tijdens konvooi reizen. Gelukkig is er een alternatief, per satelliet telefoon kun je in de helderste sterrennacht die je ooit gezien, hebt bellen naar een bedrijfje dat tegen een vet bedrag bij daglicht een helikopter de lucht in stuurt met een paar jerrycans brandstof die ze vervolgens bij jou in de buurt in het zand laten vallen om met een glimlach en een duim in de lucht weer aan de horizon te verdwijnen. Stuk goedkoper aldus de voorzitter die beschaamd en onder hoongelach moet toegeven dat het hem een keer overkomen is.

Ik heb weleens zonder benzine langs de snelweg in Nederland gestaan. De loopafstand naar een benzinestation was twee kilometer wat ik in al mijn wijsheid echt te ver en te gevaarlijk vond. Dus belde ik de ANWB die een half uurtje later met een flinke scheut benzine mijn auto weer tot leven bracht. Kostte helemaal niks want ik was lid.

Een verschil van dag en nacht.

Sorry

Het is nooit te laat voor een excuus. Ik zag een plaatje voorbijkomen op internet van een oude volkswagen met een bumpersticker. ‘Ik kocht dit voordat ik wist dat Hitler gek was’.  Alleen leuk wanneer je de Musk variant kent die op de Tesla zit. Hier, in Tasmanië, zijn ze nooit laat met excuses. Meestal, althans in mijn ogen, veel te vroeg, overbodig of volledig overdreven. Het lijkt een soort van Engels erfgoed dat te pas en te onpas gepraktiseerd wordt om welke valse wind dan ook uit de zeilen te nemen. 

Neem de rij. Je staat te wachten bij de bakker tot je een broodje en koffie kunt bestellen en het is druk. Van achter de toonbank vliegen de verontschuldigingen je al om de oren nog voor je ook maar iets hebt proberen te bestellen. Ze zijn so sorry dat het druk is en dat je even moest wachten dat het bijna irritant is. In de hele zaak is er niemand te vinden die zich daar ook maar een greintje aan stoort maar de bestellingen worden opgenomen, verwerkt en uitgeserveerd op een bedje van pardon. Zelfs de minimale hapering van het betaalapparaat leidt tot een uitgebreide opsomming van excuus superlatieven.

De bakker is maar één van de voorbeelden.

De kapitein van de veerboot verontschuldigt zich voor de golven( i’m so sorry but there’s a bit of a swell out here) wat me doet bedenken dat hij aan een merkwaardig soort grootheidswaanzin lijdt omdat hij denkt de zeeën te kunnen beheersen. Maar hij herpakt zich wel door ons te wijzen op de positie van de kotszakjes en of we ze, mits vol afgeleverd, wel mee naar huis willen nemen want hij hoeft ze niet.

Humor is dan weer iets waar ik hier nog nooit een excuus voor heb gehoord.

Ik schuif op de kappersstoel en kijk mezelf weer eens aan na een aantal maanden outback. De weerspiegeling van de kapster vraagt beleefd wat de bedoeling is en ik leg uit dat de baard er helemaal af mag zodat ik niet meer aangezien wordt voor de kerstman. ‘To be honest’, glimlacht ze,’I thought you where him when you entered this shop’.

Zonder na te denken zeg ik sorry voor het veroorzaken van dit misverstand waarop ze me niet begrijpend aankijkt.

Ik ben besmet, waarvoor mijn oprechte excuses.

Eiland

Ik ben op een eiland beland. Tasmanië. Twee keer zo groot als Nederland met iets meer dan een half miljoen inwoners. In de winter. In de zomer zijn het er een stuk meer maar dan nog is de ruimte om je heen enorm. Het relativeert de gedachte dat iets heel groot moet zijn om er ruimte in te kunnen vinden. Je kunt ook happy zijn met de paar vierkante meter die je je huis noemt. Dat heeft dan weer te maken met het feit dat je er meestal alleen maar in slaapt. Maar goed, terug naar dat eiland.

Alhoewel je zou denken dat het antwoord op de vraag: ‘Wat is het grootste eiland ter wereld?’, simpelweg Australië is, het klopt niet want dat is een continent. Oplopend in grootte was ik op Rottnest island hetgeen mooi was, maatje Texel maar vooral een toeristische attractie. Op Kangaroo Island wat al wat meer de grootte van een provincie in Nederland benaderde en waar de naamdragers opvallend in de minderheid waren ten opzichte van de, ik zeg DE knuffel van hier, Koala’s. Nodeloos te vermelden dat het ook hier spectaculair prachtig was.

Dit eiland, Tassie noemen ze het hier staat op plek 26 van de grootste eilanden lijst wereldwijd. Truck op de veerboot en na 11uur varen zijn de 450 kilometers water die het tot eiland maken overbrugd. De bediening van bars op de verschillende dekken kreeg een soort Shining achtige trekjes. Bij die op dek 9 bestelde ik een pinot Grigio van de lijst met naam, jaartal en toenaam. evenzo een Shiraz. Op het achterdek van verdieping 10 scheen de ondergaande zon en werd gedronken en genoten. Daar bleek ook een bar, de zon scheen nog lekker, de wijn smaakte dito dus ging ik opzoek naar een herhaalrecept. Daar aangekomen stond dezelfde juffrouw van de negende verdieping te glimlachen. ‘You want a refill’, stelde ze grijnzend vast. ‘I’ll get you your Pinot and Shiraz. Ze benoemde naam en geboortejaar van de te nuttigen vloeistof alsof ze het opgeschreven had. Op de vraag of ze dat bij alle bestellingen had antwoordde ze ontkennend. Maar, voegde ze eraan toe, het is zinloos om mij jouw naam te vertellen. Die ben ik in drie seconden weer vergeten’.

Op eilanden, zo weet ik, gebeuren gekke dingen. Hier ook. Het verhaal van een massamoord in 1979 maakt onderdeel uit van een rondleiding in Hobart waar men de naam van de moordenaar niet noemt omdat ze hem die eer niet gunnen. Een boot, zeker zo’n grote als deze is eigenlijk ook een soort varend eiland op zee. Het is zes uur in de ochtend wanneer we aankomen. Ik heb behoefte aan sterke koffie en bestel een bakkie bij de uitgang. Ze kijkt me glimlachend aan. Ik ben blij dat ik van boord mag.

Vogel

Er zijn een paar plekken die hier bekend zijn en erg geroemd worden omdat het er zo mooi is. Nu ben ik er op een aantal geweest en meestal klopte het. Gewoon buitenaards, voorzover dat gewoon kan zijn. Nu zijn er ook een aantal die enorm gehyped worden en veel tijd en moeite vragen van degene die erheen wil en dan toch tegenvallen. Variërend van tourist trap tot gewoon niks bijzonders in het midden van een hoop niks. Monkey Mia is zo’n plek aan de kust van West Australië waarover anderen je vragen of je er geweest bent, een must go bestemming. Vanwege natuur en interactie met dolfijnen zijn de meningen doorgaans enthousiast. Het zal aan mij liggen maar die ene dolfijn en de grote dure camping van de Australische Center Parks( G’day parks) deden het niet voor mij.

Gelukkig zijn er ook plekken waar je niks van verwacht, simpelweg omdat je niet wist van hun bestaan, die je volledig overrompelen. Door natuurschoon, door de dingen die ze er doen of door de rare vogels die er leven.

Aussies zelf zijn altijd een soort van bescheiden trots op zulke plekken. Een man die uitlegt dat zijn dorp(14 inwoners) volledig offgrid is qua water en energie gloeit zichtbaar van trots maar hij zegt slechts dat ze het hier meestal wel redden. Teksten van enige lengte zijn  niet hun sterke punt. Tenzij het om korte teksten op bordjes gaat. Een voorbeeld, vrij vertaald:

‘Je bent beter af als je je kont insmeert met kippenpate en in een kippenpak een leeuwenhok inloopt dan wanneer je probeert over dit hek te klimmen.’

We verblijven op een soort boerderij waar de eigenaar het zo goed als onbruikbare land omgetoverd heeft in een soort kampement waar veel off-road enthousiastelingen heen komen. Hij verkoopt praatjes en bijbehorende routekaartje voor veel teveel geld en de stedelingen vinden het geweldig. Je tekent een verklaring waarin staat dat alles wat je hier doet jouw eigen schuld is of in ieder geval niet de zijne en vervolgens mag je aftikken voor het verblijf. Tegen betaling komt hij je ook wegslepen van een berg als je je auto in de prak gereden hebt. Gezien zijn sleepwagen ben je de eerste niet. Hij leeft er goed van vermoed ik. Een rare vogel maar boerenslim. Ik leen een beetje slimheid om de starlink te repareren, die van rare vogel Musk inderdaad en laat me door dochterlief informeren over rare vogels. Ze zit in Borneo en leeft zich uit.

De gekste die tevoorschijn komt is de Grijskruinbabbelaar. Ik reageer door te melden dat ik me niet aangesproken voel maar weet dat dit anders ligt. Schoonzoon vindt het best een goede artiesten naam. 

Ik weet; ik ben een rare vogel.

Maat

In het land van het onbegrensde alles staat op eigenlijk niets een maat. Niet naar mijn maatstaven maar zeker ook niet naar de maten die hier gehanteerd worden. Het is een ding hier, de maat van iets. In een soort universele poging om de rest van dit continent de maat te nemen is er in bijna ieder oord van enige importantie wel van iets het grootste beeld waar je minimaal de regionale maar het liefst de landelijke pers mee wilt halen. Zo zag ik recentelijk een nieuwsbericht op ABC, landelijk dus, over  de grootste vrachtwagen die ergens gebouwd is en staat te pronken bij de gemeentelijke grens. Nu reist nieuws snel maar wij blijkbaar nog sneller want ik was er al een paar dagen eerder voorbijgereden. Ik herinner me dat er weinig woorden aan verspild zijn tijdens het passeren omdat ik er niet veel, zo niet, niets, van vond. Dat bleek een vergissing van kolossale afmetingen als ik het nieuwsitem van ABC mag geloven. De plaats in kwestie is me ontschoten maar de grote rode vrachtwagen dient tenminste in mijn geheugen gegrift te staan tot de dag dat mij de maat genomen wordt. Het zal me worst wezen.  Ik zag inmiddels de grootste garnaal, de grootste walibi, de grootste kikker, de grootste slang, de grootste krokodil, spin, fiets, kameel, mango, enzovoort. Nooit echter zag ik de grootste lul, alhoewel er zich al wel een paar kandidaten hebben aangeboden die weliswaar niet de landelijk pers gehaald hebben, maar toch. Ook de grootste billen of borsten worden dan toch weer niet publiekelijk aan de straat ten toon gesteld als beeld. Ook daarmee zag ik al menig eigenaresse rondzwieren in een winkelcentrum als ware het Sjoukje Dijkstra op de schaats toen ze nog de grootste prijzen won.

Kortom, gekkigheid. Het is een landelijk epidemie waar geen maat op staat. Stel je even voor dat we een dergelijk virus in Nederland opgelopen zouden hebben. Ik bedoel, ik woon in Balk, Friesland. Kun je je iets voorstellen bij de beeltenis die aan de gemeentegrens zou verrijzen? Om van de provinciale grens maar te zwijgen. Anderszins, nu ik erover nadenk. Het zou wel een aangename koerswijziging zijn te midden van wat van deze afstand een gekkenhuis lijkt waarin iedereen iedereen de maat neemt. Bijvoorbeeld, onschuldig van aard en goed voor de groen ambities van de stad: Den Haag. Gewaagder en ik denk goed om de landelijke pers mee te halen kan de beeltenis zijn aan de gemeentegrens van Gorinchem. Voor de rest laat ik het over aan uw eigen fantasie maar sla er vooral de Bosatlas nog even op na.

Iedereen is hier een maat. Mate(‘meet’) zoals ze hier zeggen. Dat maakt ze niet perse onmiddellijk jouw maat maar in ieder geval een maat hetgeen geen slecht begin is voor een praatje waarin ze graag willen uitvinden of je ook hun maat zou kunnen zijn. Meestal is het uitblijven van een vraag met Mate erin een veeg teken en is het niet uitgesloten dat zich geen enkele woordenwisseling gaat ontwikkelen. Bij buitenlanders is er ook nog altijd de grappig bedoelde vraag waar je vandaag komt, gevolgd door het eveneens ijs brekende, “ik dacht al dat ik iets hoorde”. Om vervolgens te vervallen in ellenlange verhalen over tantes, ooms, opa’s en oma’s uit jouw land van herkomst die ooit, lang geleden, de oversteek gemaakt hebben. Je begrijpt; de aandacht is tijdens deze monologen al dusdanig verzwakt dat van een maat in welke vorm dat ook geen sprake meer kan zijn. Mijn inschatting is dat je als mogelijke maat een heel eind komt wanneer je in een kort gesprek duidelijk kunt maken dat je van bier houdt en welk merk je drinkt(het is in dit geval van belang te weten wat de lokale brouwerij is en wat jouw favoriete soort ale is dat ze produceren). Dat je weet wat Footie is en tenminste drie Australische films of bands kunt opnoemen alsof je ze gisteren nog gezien hebt. En wanneer je eenmaal zover bent heb je een mate. 

Daar staat geen maat op.