Geluid

Ik trof een man die nog nooit van Ry Cooder gehoord had. Daar zijn er natuurlijk heel veel van maar in mijn beperkt blikveld was het op zijn zachtst gezegd opmerkelijk. Hij deed me aan iemand uit een mooie film denken.

Voor het geval je nu denkt: die Cooder, wie is dat, geen nood, uitleg volgt. De man die ik trof was een Italiaan in dienst als barman bij een afgelegen camping in Boudenip, Marokko. Hij draaide allerlei jazz muziek en wilde wel een potje stoeien met nieuwe muziek die hij nog niet kende. Hield erg van vrouwenstemmen vertelde hij alhoewel hij wel een erg lange pauze inlaste tussen vrouw en stemmen waarbij hij wellustig naar de eigenaresse van de camping keek. Een jonge inderdaad mooie Marokkaanse wiens man tijdens Covid overleden was dus dat was tot overduidelijke ontzetting van de jazz liefhebber een no go for the time being.

Er werd een wijntje geschonken, verre vanzelfsprekend in Marokko, het vuur in de kachel ontstoken en de volumeknop van de stereo een tikkie naar rechts.

Barman en hulp gingen uit de plaat van RomheenmetlaZona waarmee het ego van ondergetekende ruim opgepoetst werd maar dat terzijde. 

Ry Cooder dus, Amerikaans gitarist die veel projectmatig werkt. Beroemd met de Buena Vista Social club waarbij hij een aantal stokoude Cubaanse muzikanten meeneemt op tournee die vervolgens niet meer van het podium te slaan zijn. Maar ook, en daar gaat het me nu even om; filmmuziek. Speciaal die in Wim Wenders ‘Paris, Texas’ waarin Harry Dean Stanton de eenzaamheid, verlatenheid en desolaatheid zelve speelt. 

De man die veel van jazz houdt doet me aan hem denken. Ooit vertrokken uit Italië om welke reden dan ook en hier zijn hart verpand aan een land en verloren aan een onbereikbare liefde. Een soort van zwevend in een luchtledig zelfbewustzijn waarvan iedere buitenstaander kan zien dat het goed ruikende edoch gebakken lucht betreft. Gezien zijn intense blik richting de mooie Marokkaanse houdt hij hoop. Hoop is goed, soms tragisch en mooi om te zien tegelijk. Hoop doet leven. 

Beschermende kleding

Beschermende kleding.

De deur sloeg achter hem dicht. Bewegingloos nam hij de ruimte in zich op. Langs het plafond en de muren zag hij het vage schijnsel van blauwe zwaailichten. De Bijenkorf was leeg. Hij luisterde naar de stilte. Sieraden lichtten op onder halogeenlampen, stropdassen kleurden de kledingrekken. Zomerjurkjes die je aan twee kanten kon dragen deden hem denken aan wulpse meisjes paraderend langs terrassen. Het merk was hem ontschoten.

Voorzichtig kwam hij in beweging en bedacht dat deze opdracht veel tijd zou gaan vergen. Vanaf de linkerzijde van de ruimte werkte hij systematisch speurend de uitstallingen af. Zweet gutste langs de binnenkant van zijn vizier. Tegen de regels in zette hij zijn helm af. Men had de airco uitgezet en ondanks het ontbreken van de gebruikelijke drukte stond de bedompte ruimte hem tegen. Onplezierig om in rond te lopen. Hij had een hekel aan winkelen. Zijn vrouw zou zich in de hemel wanen.

Nadat hij de herenafdeling gecontroleerd had ging hij even zitten.Twee in Armani gehulde mannen staarden hem bewegingsloos aan. Zo’n shirt, daar was hij al een hele tijd naar opzoek. Hij trok zijn beschermende kleding uit en ontdeed de man van zijn textiel. Als gegoten. Om zich heen kijkend viel zijn oog op Hugo Boss. Prachtige pantalons. Zonder erbij na te denken pakte hij zijn maat uit het rek en liep naar de paskamer. Tevreden met het weerkaatste resultaat riep hij ‘Tadaah!’ tegen niemand in het bijzonder en schaatste op zijn sokken naar de schoenenafdeling. Lichtbruine van Buuls. Maat 43. Puntgaaf.

Goedkeurend genoot hij van zijn spiegelbeeld toen hem een tikkend geluid opviel.
Hij realiseerde zich dat er nog een mooi passend polshorloge bij moest zoeken. Dan zou hij strak en goed gekleed naar buiten lopen. Zijn vrouw zou opkijken van zijn tijdloze keuze.
De gedachte deed hem glimlachen. Het zou inslaan als een bom.

beschermende kleding