Dag en nacht

Als je in Nederland bent wanneer je dit leest is deze titel zo ongeveer het verschil tussen ons. Mijn heldere zonneschijn  is jouw pikkedonker. Bij jou zit er een deuk in de maan vanwege de schaduw van de zon en hier is ze bloedrood en helemaal verstopt. Veel van de omstandigheden waarin ik hier verkeer zijn zo ongeveer het tegenovergestelde van hoe zoiets in Nederland gaat. Wij, in de lage landen, zijn er nogal van overtuigd dat we weten hoe het er in de wereld aan toegaat terwijl ik me in een land bevind wat groter is dan Europa in zijn geheel waar een groot deel van de mensen niet eens wil weten hoe het er in de wereld aan toegaat. Ze hebben genoeg aan zichzelf en het kost al moeite genoeg om de omstandigheden waaronder ze leven het hoofd te bieden. En, mocht je het dan toch beter weten, ga gerust je goddelijke gang maar laat mij m’n eigen ding doen.

Niet alleen geografisch gezien worden de dingen hier dus van een andere kant bekeken. Moeder Theresa wordt hier een beetje met een glimlach bekeken omdat ze weliswaar voor de armen zorgde maar grinnikend ook gezien als iemand die en vergeet voor zichzelf te zorgen en ook nog een hand uitsteekt naar de armen die niet voor zichzelf kunnen zorgen. Dat is hier echt een  ding; waar je ook vandaan komt, wanneer je niet voor jezelf kunt zorgen verlies je het grootste deel van het respect dat de mensen hier zonder dat ze je kennen wel voor je hebben. In Nederland moeten we onszelf bewijzen, niet een keer maar constant zien is geloven terwijl er hier een soort van basis respect voor elkaar is dat wij kwijtgeraakt zijn.

Op de grootste 4×4 offroad beurs van Australië in Brisbane slenteren we wat rond met de mond los van verbazing omdat meer dan 300 exposanten alle facetten van rijden in de outback laten zien op een manier die de fantasie van het schooljongetje dat ik mij voel ver te boven gaat. Shows over rijden en redden  in de woestijn, konvooi vormen, gebruik van sleepkabels, honderden verschillende soorten profielen op banden, versnellingen, koeling, wateropslag en ga nog maar een stief kwartiertje door. Bij een lezing van de voorzitter van de Mitsubishi club over de Simpson woestijn lijkt zo’n reis ineens een onmogelijkheid en helemaal in je eentje, zo angstaanjagend en spannend wordt het verkocht. Op zijn Nederlands denk ik dat het sterk overdreven is omdat we inmiddels die Simpson van een paar kanten bedwongen hebben zonder al te grote kleerscheuren.

 Van alle tips en trucjes die er rondgestrooid worden is er een uitgangspunt dat me een beetje bevreemd. De Australische redenatie die zegt dat je voor jezelf moet kunnen zorgen blijkt toch iets moeder Theresa achtigs te hebben. Zorgen voor genoeg brandstof voor de auto waarin je meerijdt met het konvooi is natuurlijk een absolute must, zo zegt de voorzitter, vooral ook omdat je de andere konvooi genoten niet wilt ophouden en benadelen tijdens de gevaarlijke tocht door de woestijn want dat zou ertoe kunnen leiden dat niet alleen jij maar het hele konvooi tot stilstand komt en dat wil natuurlijk niemand. De oplossingen, mocht dit probleem tot je grote schaamte zich wel voordoen blijken een rekensom. De minimaal driehonderd kilometer die de sleepwagen door de woestijn moet rijden om je te komen redden kost klauwen met geld. Bovendien, de kosten die anderen maken door jouw toedoen gaan ze niet zelf betalen zo leert de woestijn etiquette tijdens konvooi reizen. Gelukkig is er een alternatief, per satelliet telefoon kun je in de helderste sterrennacht die je ooit gezien, hebt bellen naar een bedrijfje dat tegen een vet bedrag bij daglicht een helikopter de lucht in stuurt met een paar jerrycans brandstof die ze vervolgens bij jou in de buurt in het zand laten vallen om met een glimlach en een duim in de lucht weer aan de horizon te verdwijnen. Stuk goedkoper aldus de voorzitter die beschaamd en onder hoongelach moet toegeven dat het hem een keer overkomen is.

Ik heb weleens zonder benzine langs de snelweg in Nederland gestaan. De loopafstand naar een benzinestation was twee kilometer wat ik in al mijn wijsheid echt te ver en te gevaarlijk vond. Dus belde ik de ANWB die een half uurtje later met een flinke scheut benzine mijn auto weer tot leven bracht. Kostte helemaal niks want ik was lid.

Een verschil van dag en nacht.

Jenseits der Grenze

De vijftien foto’s, die ze van me namen, de Duitsers, liggen gestapeld op tafel. Als mijn geheugen in flarden beeld dat me, op het langzaam vergrijzend celluloid, meeneemt. Witte lokken brengen jouw naam naar boven. Christoff Werschkull. Dein partner von jenseits der grenze.

‘Hallo Jan, Christoff hier, wie get’s?’ Am Apparat een gedreven mens, flamboyant, aimabel en onberekenbaar. Zijn Deutsche gründlichkeit heb ik vaak voor onbehoorlijke bemoeizucht aangezien. Buitenaardse verkooptargets geïnterpreteerd als pogingen tot afpersing. Ik wil je daarover nog iets uitleggen, Christoff, een laatste woord wijden aan mijn misverstaan.

Met de groep verkopers lopen we langs de oevers van de Bodensee. Zwitserland kijkt toe vanaf de overkant. Je bent jarig en hebt, na teveel bier en schnitzel, eindelijk tijd gemaakt om het cadeau in ontvangst te nemen.

‘Na Jungs, kommt zeig es mir endlich!’ De stemming is jolig, jongensachtig en er hangt ongein in de lucht. Brallend over de promenade vervolgt de groep haar weg in de richting van waar ik slechts landerijen vermoed. Meegenomen naar de aangekondigde Überraschung die de boys voor je bedacht hebben. Binnen de groep mannen is het niet uitgesproken, maar de wereld is vannacht van hen. De nachten zijn hier anders, jenseits der Grenze. Er staat een huis, een huis alleen. Boven de voordeur schijnt het flauwe licht van een schommelende buitenlamp, die jou van bewegende schaduw voorziet wanneer je aanbelt. Op een meter of tien kijken we toe. In de deuropening verschijnt een oudere vrouw wiens gestalte contouren krijgt door het gekleurde licht, dat haar van achter beschijnt. Breed lachend kijk je om en steekt je middelvinger naar ons op terwijl je naar binnen loopt. Joelend en fluitend strompelen de dronken mannen rond het huis, als een roedel wolven in afwachting van het weerkeren van hun leider. Op de eerste verdieping gaat een raam open.

‘Verdammt nochmal, kommt rein oder haut ab!’

Als we, een uurtje later, terugwankelen naar een Kneipe die nog open is, kom je naast me lopen en slaat je hand om mijn schouder. De lantaarns langs de straat maken jouw lokken zwart-wit. Je informeert wanneer ik jarig ben, ik lieg erover omdat ik bang ben ook zo’n cadeau te krijgen. Je vraagt me naar de foto’s. Hoeveel er van mij gemaakt zijn.We hebben het er vaker over gehad met telkens hetzelfde resultaat; je werd er furieus over en raadde me aan ze gewoon weg te smijten.

‘Die Autobahn’, zei je altijd, ‘ist da zum fahren, nicht zum spazieren.’

boete-flits

Ik heb ze nooit weggegooid. Ze liggen hier voor me, de foto’s. Geportretteerd tijdens snelheidsovertredingen op de Duitse Autobahn. Ik zie mezelf, duidelijk zichtbaar achter het stuur, terwijl ik het gevoel probeer terug te halen. In de hoogste versnelling raas ik door de tijd dat ik je meemaakte. Sta stil, bij de auto’s die je versleet, je gouden kettingen, de vrouwen die je kaapte, jouw uitspraken, de ongekende levenslust waarmee je mij overviel.

‘Hallo Christoff, Jan hier, dein partner von jenseits der Grenze.’