Nat

Wanneer ik wakker wordt is het donker terwijl de klok toch een tijd aangeeft waarbij je normaal gesproken hier een zonnetje verwacht. Het is acht uur in de ochtend en het is donker. Dat wordt niet alleen veroorzaakt door massieve regen die de ramen geselt onder gierende begeleiding van een windkracht heel veel die met de deur in huis waait maar vooral doordat de stroom uitgevallen is. Niet dat daar ook maar iemand van opkijkt hier. Mijn buurman loopt buiten in de regen en een doorweekt gesprekje leert mij dat bij hem de garage inmiddels een behoorlijk aquarium geworden is. Voor de rest een en al glimlach. Een soort van “kom op man, we leven nog”, die de laconieke houding van veel Aussies kenmerkt. Ik had er niet van opgekeken als hij een biertje in de hand had gehad maar die zullen wel niet meer koud hebben gestaan. Iedereen helpt zichzelf en anderen in de gemeenschap en zo doorstaat men een cycloon genaamd Alfred.

Ik ben wel bekend met flinke stormen en regen maar met een cycloon had ik nog nooit kennis gemaakt. Alfred is komen aanzeilen vanaf de oceaan met een cijfer. Ingedeeld in categorie drie wordt men in de omgeving van Brisbane enigszins nerveus, mede gezien het feit dat het om een tropische cycloon gaat die lijkt te landen in niet tropisch gebied. Zelfs voor hier een unieke gebeurtenis. Alfred is een treuzelaar, wacht een goeie week met aan land gaan en zwakt wat af maar dat verandert helemaal niks aan een hoop gevolgen; flinke schade door wind en vooral mega overstromingen in een gebied dat de afstand bestrijkt tussen Groningen en Parijs.

Ondertussen bekijkt men in het noorden van Queensland, waar zeg maar de eerstehands cycloon experts zich in de kroeg verzamelen voor welgemeend advies aan de onervaren staatgenoten in het rijke zuiden, het geheel met een apart soort neerbuigendheid. Natuurlijk ondersteunen ze de mensen in Brisbane met heel hun hart maar ondertussen gedragen ze zich als ervaren rotten die groentjes de kneepjes van het vak wel even zullen bijbrengen. De commentaren op van alles worden zelfs verpakt in filmpjes die hier als goedverkopende humor de ether in geslingerd worden. Ik bekijk ze met een lichte verbazing tot de stroom uitvalt.

Aussies hebben in tijden van, laten we het een ultieme uitdaging noemen, een levenshouding waar menig Nederlander, en ik dus ook, nog heel wat van kan leren. Ik zie bij overstromingen van de Geul, Maas, Waal of Rijn niet veel humor meedrijven in ons land. Hier duiken ze, nadat alle zandzakken voor de deur liggen, met zijn allen de zee in, glijden modderend van de vele doordrenkte heuvels, omhelzen vervolgens allemaal de dan nog kreukvrije reporter in een live uitzending om vervolgens van achter uit de 4×4 een kleine koelkast vol met bier leeg te drinken. Het is een stijl van omgang met onfortuinlijke gebeurtenissen en vooral een weerbaarheid die zijn weerga niet kent. Inmiddels zijn er drie uur verstreken, de stroomtoevoer is hersteld en het buurmeisje danst in haar zwempak in de regen. Ik neem in diepe bewondering en met een beetje jaloezie mijn hoed voor ze af.

Aussie zijn de leiders in tijden van lijden.

Blikken

‘Deze smaakt goed, iets te zoutig maar oké.’

Hij draait zich op zijn rug, fatsoeneert zijn lange snorharen en krabt zichzelf over de strakgespannen huid van zijn bolle buik. Zijn favoriete eten, hij kan er geen genoeg van krijgen, drijft er met veel plezier in rond. De zon schijnt, hij voelt wel wat voor een dutje dus wacht hij de juiste deining af en vanuit de top van een hoge golf hupt hij ogenschijnlijk moeiteloos op een uitstekend stuk rots de zon in. Het  water sluit zich achter hem tot de azuurblauwe deken die de zee hier is.

‘Kijk!, een zeeleeuw. Zelfs de gids kijkt ervan op. Ze vindt het net circusartiesten, vragen alle aandacht alleen dan onbetaald. Ik zit in een kayak en peddel door het azuurblauw dat Tasmanië omringd. Ik vrees dat ik er niet de juiste woorden voor kan vinden maar goed. Beter een half woord dat niet genoeg is. Sinds Abel T. zijn heel wat medelanders mij voorgegaan en ook blijven hangen hier. Dat snap ik wel, wie, indien geestelijk gezond, gaat hier weer weg? Om elke bocht alweer een paradijs dat je betoverd met alle kleuren, geuren en geluiden die je kent van de allereerste bounty reclame. Ik droomde erbij weg en belandde weer op aarde door het gegiechel van mijn zussen die zaten te wachten tot Ad Visser en Penny de Jager hun zaterdagavond inkleurden.

Nu dobber ik hier. Onder me scheuren de zeeleeuwen en -honden het kelp uit de saladebar of dobberen volgevreten en tevreden naast me. Ik bekijk de hoge rotsen, scherp aftekenend tegen de wolkenloze lucht en zonlicht. Het woord blauw komt hiervoor kleur tekort. Afgesleten door wind en water steken de stenen pilaren elkaar als verticaal geordende legoblokken  naar de kroon. Dit stuk van de kust heeft een versleten jas aan van 30 duizend jaar en gaat nog wel een paar wasbeurten mee.

Er staat geen maat op ben ik bang. Dit eiland is de circustent waarin alle artiesten om aandacht schreeuwen en nog terecht ook. 

Er is een artiest die ik die aandacht graag ontzeg maar helaas behoort dat na 4,5 uur in de kayak niet meer tot de mogelijkheden.

Een blikken reet is als uitdrukking niet meer toereikend. Ik kom blikken tekort.

Zelfspo(r)t 3

Vanuit een met alcohol en nicotine doordrenkt verleden was het een bizar idee. Ik liet me meeslepen door vrienden en liep een nieuwe verslaving op. Over de bijdrage hiervan aan de gezondheid valt te twisten. In mijn geval dan tenminste. We zijn allemaal, altijd wel verslaafd aan iets.

Tijdens mijn eerste triatlon op Texel stormt het. Het zwemparkoers is verlegd van linéa recta de zee in naar langs de kust. De golven zijn zó hoog dat je ertussenin over de bodem van de zee kan lopen. Anders was ik zeker verdronken. Ik kan niet goed zwemmen.
Als kleine jongen ging ik op mijn fiets naar de verplichte zwemles, we waren langs het water gaan wonen en mijn vader liet me geen keus. Ik spijbelde vaak.
“Kun je me vertellen waar je geweest bent, vanochtend?”
“Euhhh, naar zwemles pap”.
“Hebben jullie les gehad tussen de kikkers?”
Ik kon me niet voorstellen waar deze vraag vandaan kwam totdat bleek dat ik eendenkroos in mijn haar had. Mijn vader ontdekte dat ik mijn zwembroek natmaakte in de sloot en boven mijn hoofd uitkneep. Na afdrogen met de handdoek wachtte ik het einde van de zwemles in het bos af en fietste huiswaarts . Ten gevolge van deze ontdekking kreeg ik in de winter bijzwemles in het verwarmde binnenbad van de Lomschool met de debielenklas.
Ik heb een hekel aan zwemmen.

Er bestaan foto’s van mij tijdens wedstrijden waarop het lijkt alsof ik rek- en strekoefeningen aan het doen ben tijdens het zwemonderdeel. Met zijwaarts gestrekte armen attaqueer ik het water.
Ik oefende eens met mijn vriend Rini in het plaatselijke bad. Het tussen de middag uurtje leek ons ideaal. Bejaarden zwemmen, dus lekker rustig.
We maaiden met onze armen de oudjes aan de kant en kregen zo vrijbaan.
De straf hiervoor was echter ongenadig. Vanwege diezelfde oudjes was de watertemperatuur 35 graden en kregen wij na de training last van zware hoofdpijn en diarree omdat we door gebrek aan techniek hadden geprobeerd het bad leeg te drinken.

“Go see your doctor”, zegt het fitness meetapparaat in de hal van het sportcentrum dat in Boulder, Colorado staat.  Mijn vriendin vermoed dat het om de geestelijke gezondheid gaat maar dat zegt meer over hoe ze tegen mijn maniakale sportgedrag aankijkt. Het is de avond voor een wedstrijd en ik doe de test voor de grap om te zien hoe fysieke superioriteit eruit ziet in een grafiekje.
Ik voel me goed en denk deze wedstrijd te kunnen winnen. De wedstrijd bestaat uit 5 mijl hardlopen, 50 mijl fietsen en ter afsluiting weer 5 mijl hardlopen. Het is een wedstrijd zonder zwemmen. Ik heb de afgelopen weken de concurrentie eens goed bekeken en ruik mijn kansen. Uit mijn ooghoek bezie ik hoe op het startpodium een soort rockster geïnterviewd wordt die voor de gelegenheid een trainingspak van de sponsor heeft aangetrokken. Hij lijkt erg op de zanger van Bon Jovi en ik luister maar half naar het gesprek dat uit de luidspeakers weergalmt.
“Ken, it is an absolute pleasure to see you here, what is it gonna be today?”
“Oh well, I’m only here to earn a little down payment on the house”.
Ik verdiep me in de veters van mijn schoenen en negeer de rockster en de hele bende. Ik ben gespannen. Zodra het startschot klinkt sprint er een klein mannetje met wapperende lokken en een minuscuul geel zwembroekje aan tussen ons vandaan. Verdwaasd kijk ik hem na terwijl hij het op een lopen zet. Ik kan hem met geen mogelijkheid bijhouden en kom tot bezinning. Het is een heen en weer parkoers en ik kan na het keerpunt vaststellen wat de schade is. Die moet ik op de fiets gaan inhalen. Terwijl ik de ommekeer nader komen de wapperende haren me alweer tegemoet. Vanachter de grote gestroomlijnde zonnebril gunt hij mij geen blik waardig. Het is de rockster. Hij verdwijnt gedurende de wedstrijd zover uit beeld dat ik niet meer kan lezen wat er achterop zijn broekje staat. Ik eindig als tweede.

Ken Souza

Zelfspo(r)t 2

Ik ben meedogenloos voor mezelf. Verleg de grens van de pijngrijns in de hoop die van anderen te kunnen overtreffen. Dat is niet altijd het geval maar pijn lijden blijkt trainbaar als je er aanleg voor hebt.
De trainingsfaciliteiten zijn geweldig rondom de Colorado State University in Boulder en al gauw verdwijnt de voorgenomen studie wat naar de achtergrond. Trainen met de groten der aarde van dat moment heeft een ongelofelijke aantrekkingskracht maar frustreert soms hopeloos.
Mijn baantjes in het vijftig meter bad worden door de wedstrijdzwemmers, als ik hard door zwem, anderhalf keer gedaan in de tijd die ik ervoor nodig heb.Ik wordt met gemak gedubbeld door die maffe Mexicaan op de hardloopbaan die uit de bergen komt rennen met zijn baanschoenen onder zijn arm.
“Kan die man niet weg of aan een andere training meedoen waar we hem niet zien?”, vraag ik aan de coach van de Boulder Roadrunners.
“Just let Arturo go about his business and don’t pay any attention to him”.
Later kom ik erachter dat hij Barrios van zijn achternaam heet en wereldrecordhouder op de tien kilometer is. Sprintkanon Phyllis spant de kroon door me bovenaan Left Hand Canyon met de fiets aan zijn hand op te wachten en me te complimenteren met mijn techniek en kracht. Dit nadat hij me met beurtelings alleen zijn linker- en zijn rechtervoet op het pedaal een aantal keren voorbij gefietst is.

-10 Brightness +5 Saturation for 7600 Prints

Overweldigd door de aanblik van de Rocky Mountains in Colorado leer ik wat een jetlag is. Vermoeid van de wedstrijden in Nederland ben ik hier aan de slag gegaan zonder een poosje rust te nemen en de overgang te verwerken. Overhaast beklim ik de steilste bergen die ik kan vinden en meet me met de atleten om mij heen. Tijdens een eerste proeve van bekwaamheid wordt ik direct tweede in de triatlon in Englewood. Dat helpt ook al niet om mijn gestel te laten rusten. Alsof de duivel me op de hielen zit ga ik tot het uiterste zonder dit zelf goed te beseffen. Op een ochtend doe ik een lange rustige duurloop met Chuck How. Hij is de 65-jarige hoogleraar en stagebegeleider van mijn vriendin en in het bezit van een ijzeren gestel. Gedurende een groot deel van de avond zit hij met een glas witte wijn en zijn vrouw in de jacuzzi uit te kijken over de magistrale flat iron rocks. In de vroege ochtend springt hij stram in zijn hardloopschoenen en loopt grote parels zwetend alle losbandigheid er weer uit. Langzaam maar zeer gestaag. Ik kan Chuck niet bijhouden. Alsof ik leeggelopen ben strompel ik achter hem aan en ik krijg eindelijk door waar ik mee bezig ben. Een week absolute rust doet wonderen.