Thee

Ik ben een koffiedrinker. Het pure spul zonder de suiker. Dat is op afgelegen plekken in Marokko geen sinecure want hier doen ze aan thee. Als je aankomt; een welkoms thee. Niet zomaar thee maar na drie keer opschenken verschijnt er met blaadjes die je weg kauwt een mierzoet mengsel met een lichte mint nasmaak. Ben je de toevoeging van zoet voor of hebben ze vaker met toeristen te doen gehad dan is zonder ook toegestaan. Dat is dan weer zo bitter dat je er dorst van krijgt. Maar goed, nu er toch bent, nog een bakkie dan maar dat vanuit grote hoogte je glas inklatert. Ik heb nog niemand een druppel zien knoeien. De thee wordt er niet lekkerder van maar toch, knap.

Wanneer je ergens een poosje bent wordt het hoogtijd voor nog een kopje thee en als je niet veel later verder dreigt te trekken moet er eerst een afscheidsbakkie natuurlijk. 

‘Wij zijn als de Sahara’, zegt een Marrokaans theeschenker, ‘ met een hart zo groot, er is ruimte voor iedereen. Daarover bij mij inmiddels geen twijfel meer.

Langs de weg staan soms kleine autootjes met een heuse barrista koffiemachine in de achterbak. Die vindt je ook bij benzinestations en aangezien dat prima plekken zijn om even te poepen doen we daar nog weleens een bakkie. Nou zou je denken; gezeur over thee er is immers koffie? Dat ligt dan weer iets genuanceerder. Het overkomt me dat ik relaxed een bakkie drink dat zo sterk is dat je er menig overleden dierbare mee tot leven zou kunnen wekken. Het effect bij de levenden, bij mij althans, is van dusdanig laxerend gehalte dat ik, alhoewel in de directe omgeving van een ommuurd gat in de grond, grote haast moet maken.

Om kort te gaan; kies maar. Thee of koffie.

Nog een bakkie?

Normaal

Je kunt jezelf over de wereld katapulteren alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Gisteren bevond ik me nog in Australië, in Nederland erkent als de andere kant van de wereld en vandaag loop ik rond in een nog groter land op de aardkloot, Canada. Hoewel, gisteren….de zestien uur durende vlucht van Brisbane naar Vancouver heeft iets geks gedaan met de tijd. Vertrokken op 30 maart om 10.00u in de ochtend en aangekomen om 6.30u in de ochtend op…30 maart. Bij vertrek lek gestoken door zoemend ongedierte bij een graad of 30, bij aankomst is de soort nog ingevroren. Ik laat even een witregel om dit te laten bezinken.

Het is een soort Groundhog day 2.0 denk ik. Zestien uur doe je niks van enige importantie, je kijkt films tot je in slaap valt, je leest tot je in slaap valt, je slaapt tot je weer in slaap valt. Er gaat zestien uur luchtledig voorbij en je raakt de grond weer als de tijd waarop je vertrok nog aan moet breken. Ik heb er simpelweg geen woorden voor. Tijdzones. Wie googelt vindt ongetwijfeld wie dit bedacht heeft en waarom maar dat is nu even van geen belang.

We hebben een kans laten liggen. In plaats van tientallen workshops te volgen die je allemaal hetzelfde vertellen; ‘laat het los, je moet vooruit, je kunt de tijd niet terugdraaien’, hadden we ook kunnen besluiten om een vlucht als deze wereldwijd gratis te maken om de geïnteresseerden de kans te bieden om dat wat mis ging nog eens over te doen met als resultaat wellicht een betere versie. De gemiddelde vliegreis is tegenwoordig een stuk goedkoper dan een therapeut of een paar workshops met een hoog hip gehalte dus in de ziektekostenverzekering met die hap. In de geestelijke prak wanneer je bij de incheckbalie probeert te glimlachen tegen de stewardessen en monter en on speaking terms  met de wereld, je partner, je baas of wie je dan ook maar meeneemt op die vliegreis, bij aankomst. 

Het lijkt erop dat veel van de huidige leiders en leidsters in de wereld het exorbitante gedrag van een paar van hun collega’s normaal zijn gaan vinden. De economische belangen zijn zo groot dat de menselijkheid en zeker de medemenselijkheid voor het aanschuiven aan de vergadertafel het raam uit gekegeld zijn. Een hele grote pot ver pissen die door niemand gewonnen kan worden maar slecht verliezers kent. En dan heb ik het niet over de mensen aan die vergadertafel.

Je voelt ‘m aankomen; de alles omvattende vliegreis. Wat nou als we al die gekozen mensen waarvan men vindt dat ze ons kunnen vertegenwoordigen in een gevleugelde vergaderruimte stoppen en het ding, klotsend van de kerosine tegen de tijd in laten vliegen. Net zolang tot de wereldleiders(m/v), wanneer ze uitstappen, doorhebben dat ze een tweede kans hebben. Een tweede kans waarbij ze wel op tijd tegen debiele collega’s kunnen zeggen dat ze normaal moeten doen en gaan staan voor de principes die ze hebben en waarvoor wij ze gekozen hebben. Misschien moet er tijdens de vlucht wel een nooddeur open om een en ander recht te zetten. Geen idee of we dit met het planten van een hele zooi bomen weer recht kunnen breien. Ik zou er persoonlijk de opgelopen milieuschade wel voor overhebben.

 

Eiland

Ik ben op een eiland beland. Tasmanië. Twee keer zo groot als Nederland met iets meer dan een half miljoen inwoners. In de winter. In de zomer zijn het er een stuk meer maar dan nog is de ruimte om je heen enorm. Het relativeert de gedachte dat iets heel groot moet zijn om er ruimte in te kunnen vinden. Je kunt ook happy zijn met de paar vierkante meter die je je huis noemt. Dat heeft dan weer te maken met het feit dat je er meestal alleen maar in slaapt. Maar goed, terug naar dat eiland.

Alhoewel je zou denken dat het antwoord op de vraag: ‘Wat is het grootste eiland ter wereld?’, simpelweg Australië is, het klopt niet want dat is een continent. Oplopend in grootte was ik op Rottnest island hetgeen mooi was, maatje Texel maar vooral een toeristische attractie. Op Kangaroo Island wat al wat meer de grootte van een provincie in Nederland benaderde en waar de naamdragers opvallend in de minderheid waren ten opzichte van de, ik zeg DE knuffel van hier, Koala’s. Nodeloos te vermelden dat het ook hier spectaculair prachtig was.

Dit eiland, Tassie noemen ze het hier staat op plek 26 van de grootste eilanden lijst wereldwijd. Truck op de veerboot en na 11uur varen zijn de 450 kilometers water die het tot eiland maken overbrugd. De bediening van bars op de verschillende dekken kreeg een soort Shining achtige trekjes. Bij die op dek 9 bestelde ik een pinot Grigio van de lijst met naam, jaartal en toenaam. evenzo een Shiraz. Op het achterdek van verdieping 10 scheen de ondergaande zon en werd gedronken en genoten. Daar bleek ook een bar, de zon scheen nog lekker, de wijn smaakte dito dus ging ik opzoek naar een herhaalrecept. Daar aangekomen stond dezelfde juffrouw van de negende verdieping te glimlachen. ‘You want a refill’, stelde ze grijnzend vast. ‘I’ll get you your Pinot and Shiraz. Ze benoemde naam en geboortejaar van de te nuttigen vloeistof alsof ze het opgeschreven had. Op de vraag of ze dat bij alle bestellingen had antwoordde ze ontkennend. Maar, voegde ze eraan toe, het is zinloos om mij jouw naam te vertellen. Die ben ik in drie seconden weer vergeten’.

Op eilanden, zo weet ik, gebeuren gekke dingen. Hier ook. Het verhaal van een massamoord in 1979 maakt onderdeel uit van een rondleiding in Hobart waar men de naam van de moordenaar niet noemt omdat ze hem die eer niet gunnen. Een boot, zeker zo’n grote als deze is eigenlijk ook een soort varend eiland op zee. Het is zes uur in de ochtend wanneer we aankomen. Ik heb behoefte aan sterke koffie en bestel een bakkie bij de uitgang. Ze kijkt me glimlachend aan. Ik ben blij dat ik van boord mag.

Maat

In het land van het onbegrensde alles staat op eigenlijk niets een maat. Niet naar mijn maatstaven maar zeker ook niet naar de maten die hier gehanteerd worden. Het is een ding hier, de maat van iets. In een soort universele poging om de rest van dit continent de maat te nemen is er in bijna ieder oord van enige importantie wel van iets het grootste beeld waar je minimaal de regionale maar het liefst de landelijke pers mee wilt halen. Zo zag ik recentelijk een nieuwsbericht op ABC, landelijk dus, over  de grootste vrachtwagen die ergens gebouwd is en staat te pronken bij de gemeentelijke grens. Nu reist nieuws snel maar wij blijkbaar nog sneller want ik was er al een paar dagen eerder voorbijgereden. Ik herinner me dat er weinig woorden aan verspild zijn tijdens het passeren omdat ik er niet veel, zo niet, niets, van vond. Dat bleek een vergissing van kolossale afmetingen als ik het nieuwsitem van ABC mag geloven. De plaats in kwestie is me ontschoten maar de grote rode vrachtwagen dient tenminste in mijn geheugen gegrift te staan tot de dag dat mij de maat genomen wordt. Het zal me worst wezen.  Ik zag inmiddels de grootste garnaal, de grootste walibi, de grootste kikker, de grootste slang, de grootste krokodil, spin, fiets, kameel, mango, enzovoort. Nooit echter zag ik de grootste lul, alhoewel er zich al wel een paar kandidaten hebben aangeboden die weliswaar niet de landelijk pers gehaald hebben, maar toch. Ook de grootste billen of borsten worden dan toch weer niet publiekelijk aan de straat ten toon gesteld als beeld. Ook daarmee zag ik al menig eigenaresse rondzwieren in een winkelcentrum als ware het Sjoukje Dijkstra op de schaats toen ze nog de grootste prijzen won.

Kortom, gekkigheid. Het is een landelijk epidemie waar geen maat op staat. Stel je even voor dat we een dergelijk virus in Nederland opgelopen zouden hebben. Ik bedoel, ik woon in Balk, Friesland. Kun je je iets voorstellen bij de beeltenis die aan de gemeentegrens zou verrijzen? Om van de provinciale grens maar te zwijgen. Anderszins, nu ik erover nadenk. Het zou wel een aangename koerswijziging zijn te midden van wat van deze afstand een gekkenhuis lijkt waarin iedereen iedereen de maat neemt. Bijvoorbeeld, onschuldig van aard en goed voor de groen ambities van de stad: Den Haag. Gewaagder en ik denk goed om de landelijke pers mee te halen kan de beeltenis zijn aan de gemeentegrens van Gorinchem. Voor de rest laat ik het over aan uw eigen fantasie maar sla er vooral de Bosatlas nog even op na.

Iedereen is hier een maat. Mate(‘meet’) zoals ze hier zeggen. Dat maakt ze niet perse onmiddellijk jouw maat maar in ieder geval een maat hetgeen geen slecht begin is voor een praatje waarin ze graag willen uitvinden of je ook hun maat zou kunnen zijn. Meestal is het uitblijven van een vraag met Mate erin een veeg teken en is het niet uitgesloten dat zich geen enkele woordenwisseling gaat ontwikkelen. Bij buitenlanders is er ook nog altijd de grappig bedoelde vraag waar je vandaag komt, gevolgd door het eveneens ijs brekende, “ik dacht al dat ik iets hoorde”. Om vervolgens te vervallen in ellenlange verhalen over tantes, ooms, opa’s en oma’s uit jouw land van herkomst die ooit, lang geleden, de oversteek gemaakt hebben. Je begrijpt; de aandacht is tijdens deze monologen al dusdanig verzwakt dat van een maat in welke vorm dat ook geen sprake meer kan zijn. Mijn inschatting is dat je als mogelijke maat een heel eind komt wanneer je in een kort gesprek duidelijk kunt maken dat je van bier houdt en welk merk je drinkt(het is in dit geval van belang te weten wat de lokale brouwerij is en wat jouw favoriete soort ale is dat ze produceren). Dat je weet wat Footie is en tenminste drie Australische films of bands kunt opnoemen alsof je ze gisteren nog gezien hebt. En wanneer je eenmaal zover bent heb je een mate. 

Daar staat geen maat op.

Buiten beeld

Ik ben op reis in een land dat niet bestaat. Dat is niet alleen zo omdat het tegelijkertijd land en continent is maar ook omdat er, buiten een paar eigenaardigheden, niet mee gerekend wordt op wereldtoneel.

In Bakoe spreekt men dezer dagen over het behoud van moeder aarde en vermindering van fossiele brandstoffen. ‘Men’ is een alias voor de grote energie slurpers; Europa, USA, Rusland en China. Het streven is minder steenkool te verstoken maar ik lees dat het tegendeel bereikt is, er worden records in kolen stoken gebroken. Tot zover de wereld van het nieuws.

Buiten ons blikveld, die van mij dan toch tot nu toe, speelt zich iets af dat tenminste opzienbarend te noemen is. 

Hier, in Australia, vinden de wereldkampioenschappen graven, scheppen, afvoeren en mee naar huis nemen plaats met China als glorieus winnaar. Ik heb kilometers lange treinen met moeder aarde’s waardevolle inhoud voorbij zien rijden op weg naar de kust waar grote schepen met open bek lagen te wachten. Volledig economisch overgeleverd laat Australia zich uithollen alsof je een knapperig bolletje van de bakker ontdoet van haar zachte midden.

Er heeft veel niet bestaan in dit land. De aboriginals hebben er jaren over gedaan voordat erkent werd dat ze überhaupt bestonden. Dat heeft in een aantal gevallen tot bestaan geleid maar vaak toch ook niet.

Ontdekt rond 1620 door westerlingen, Nederlanders in dit geval die dachten dat het groot, kaal en leeg was, begon het bestaan van Australia pas echt nadat, 200 jaar later, een Engelsman zijn boot tegen de kust parkeerde aan de andere kant van het continent. Gelukkig bestaan er bloemrijke getuigenissen van Aboriginals die verwonderd toekeken wat de witte mens hier deed. 

Tegenwoordig lijkt het alsof het bestaan van dit continent op een laag pitje gedraaid is. Er zijn veel inwoners die strijden voor erkenning. Erkenning van hun bloed, zweet en tranen dat ze recht op bestaan zou moeten verschaffen. In dat streven speelt kleur of ras geen rol. Erkenning voor zijn of haar plek hier, dat wil iedereen. Toch lijkt er ook een deel van de mensen hier tevreden met wat het is. Er is geen oorlog, er vallen geen bommen op je bed, je kunt op veel manieren een goede boterham verdienen.

Het is zo gek nog niet, zo lijken ze stilzwijgend te zeggen. Afgezien van wat eigenaardigheden is het zo gek nog niet om op het wereldtoneel niet te bestaan.

Over de eigen aardigheden later meer.

Lang gras

“We zitten momenteel helemaal zonder”, is het antwoord op haar vraag of ze misschien een beetje water kan krijgen. Ik zit in een kleine uitspanning bij een benzinestation een bakje koffie te drinken in afwachting van de servicebeurt die ons vervoersmiddel ondergaat. Buiten voor de deur, op straat, is een aboriginal familie gaan zitten rondom een bakje friet met burger dat een van hen net gekocht heeft. Een ander uit het gezelschap, een jonge vrouw, is naar binnen gelopen om haar telefoon op te laden en water te vragen. Dat is dus op.

We kunnen je niet wegsturen maar welkom ben je hier niet is de duidelijke boodschap. Weg gaan ze ook niet, ze zijn het geenszins van plan, de aboriginals rondom en in Darwin. Ze worden hier ‘the long grass people’ genoemd en zijn de blanken een doorn in het oog. Ik heb er een boekje over gekocht dat ik nog moet lezen maar een kopje koffie bij een benzinestation maakt de achterflap ervan volledig overbodig. 

Als schaduwmensen bewegen ze zich door het straatbeeld. Wanneer je erop let zie je bijna geen contact tussen blank en zwart, alsof ze in dezelfde straat door twee verschillende werelden lopen. Verzamelen zich rondom de hotels met een drankvergunning en zodra die open gaan veranderd het straatbeeld. De aan alcohol verslaafde aboriginals verdwijnen uit beeld om er na sluitingstijd schreeuwend en bezopen weer uit te komen.

Op de bushcamping waar we staan, net buiten Darwin treffen we Gordon, van origine Zuid Afrikaan. Als jongeling naar Engeland verhuisd en later naar Australia geëmigreerd. Hij omschrijft zijn wens om weg te gaan uit het land van apartheid als noodzakelijk voor zijn geestelijk welzijn en dat van de wereld. De haat en onderdrukking stonden alle vrijheid en vrolijkheid in de weg. Hier, in zijn beloofde land met eindeloze horizon is die vrijheid voelbaar en helemaal geweldig. Komend uit het land van duivels aanbeden apartheid en de Klerk kan ik me die gedachte nog wel voorstellen ook. Alles kan altijd nog groter, kleiner, beter of slechter. Ik denk dat er in de wereld nog heel wat te verbeteren valt wanneer het op gelijkheid aankomt. En dat Gordon niet eens zo heel ver hoeft te kijken om dat te zien. Rondom het bushcamp staat het in overvloed; heel lang gras.

Zien

Wat je ziet, correctie; wat ik zie, is niet direct iets waarvan ik de betekenis kan duiden. Ik bedoel; ik ben in West Australia en the Northern Territory en zie dingen die niet meteen volledig begrepen bij mij binnenkomen. Ik moet er af en toe een tijdje op kauwen om de smaak te kunnen duiden. 

Zo leerde ik vanmiddag iets over hobbels van een mevrouw bij de wasserette. NT is geen staat zoals andere gebieden in dit land en valt onder de centrale overheid vanuit Canberra. Dus, zei ze met een licht tevreden toon in haar stem, wanneer jij je afvraagt waarom de wegen hier in verhouding zo goed zijn dan is dat het. De centrale overheid geeft geld aan de regio’s voor wegenonderhoud en die voeren dat uit. Andere staten krijgen geld en kunnen ermee doen wat ze zelf willen. Dat geven ze dus niet uit aan het verbeteren van wegen zoals je waarschijnlijk wel gemerkt hebt. Terugdenkend aan legio hobbel ervaringen beaam ik wat ze zegt. Sommige wegen zijn echt het sluitstuk van de begroting en het begin van een begroting waarop menig nieuw auto onderdeel staat voor de mensen die erop rijden.

Over rijden gesproken, veel Australiërs ontvluchten het nu koude zuiden en gaan noordwaarts met terreinwagen en enorme offroad caravan erachter. Die dingen zijn drie keer zo duur als onze truck, die al niet goedkoop is en zijn voorzien van een interieur waar Jan de Bouvrie voor zou tekenen. Volgens een andere reiziger zijn die dingen na Covid de ware plaag. Half Aussieland heeft er een gekocht en daardoor zijn alle prijzen voor eten en kamperen verdubbeld. Je leert nog eens wat bij een biertje. De gesprekken die ik voer hebben vaak eenzelfde stramien: Waar kom je vandaan, waar ga je naartoe, waar ben je geweest en wat is je verdere plan. Het woord Nederland tovert vaak geëmigreerde grootouders tevoorschijn die na WO2 hierheen gegaan zijn voor een beter leven. De nazaten zijn zonder uitzondering zeer tevreden over die stap. De verre familie overzee is verwaterd, verdampt bijna en ze zijn zelf echte Aussies geworden. 

Die drinken dus behoorlijk wanneer er een feestje is alhoewel daar eigenlijk geen feest voor nodig is. Het drinken zelf wordt hier als feest ervaren geloof ik. Ongeacht de restricties op alcohol die er soms gelden. Die zijn goed voor de zwarte handel die welig tiert in letterlijk drooggelegde gebieden. Vlees wordt gegeten per kilo. Of het nu van kip, varken, rund, kangoeroe of krokodil komt. Via de barbecue worden er enorme lappen van weggewerkt in de outback. Ik neem aan dat het er in de steden wat anders en gematigd aan toe gaat maar weten doe ik het niet. Dit is hier de standaard zo lijkt het.

Van eigen grond is ook zo’n ding dat op elke verpakking in de winkel staat. De aardappels waar de chips van gemaakt is groeiden groot en sterk in Aussie grond net als de sla, appels, mango’s, mayo, soyasaus, boontjes, enzovoort. Alles komt hier vandaan en dus is het goed en het beste. Culinair gezien levert dit een hoop vette hap op op plaatsen die je niet perse met lekker eten in verband brengt, de roadhouses. Maar goed, wat je eet, mits nog herkenbaar na een uurtje frituurtje, komt wel uit Australia.

Zoals gezegd, ik kan niet alles direct doorgronden. Maar goed dat ik hier nog langer ben. Wellicht begint mij ooit te dagen wat voor deze mensen hier gesneden koek is. Aussie made.

Ertoe doen

Het is hier een omstreden onderwerp. Dat wil zeggen, je kunt overal over beginnen maar hier hebben ze het liever echt niet over. Terwijl het ze niet onderscheidt van andere westerse landen. Net als elke westerse, oosterse of wat voor grootmacht dan ook zijn we op zijn zachts uitgedrukt de vriendelijkste niet wanneer het gaat over minderheden. Ik bedoel de mensen die het land waar blanken zijn komen wonen gedurende duizenden jaren al bewoond hebben maar, bij aankomst van de blanken, verdreven en uitgemoord werden omdat ze simpelweg in de weg zaten en niet als mensen beschouwd werden en nog steeds niet worden.

Let wel, dit is geen beschuldigende vinger. De mijne is al net zo schuldig als de jouwe. We hebben allemaal eenzelfde verleden. Wel is er verschil in hoe ermee omgegaan wordt. Hier in het midden van Australia is er, rondom de heilige rots van de Aboriginals veel aandacht voor hun cultuur. Veel land is van hen en je hebt vergunningen nodig om erop te mogen komen of je komt er gewoon niet in.

Terwijl we er naartoe rijden begint de brandstofmeter ondervoedinsverschijnselen te vertonen en besluiten we te tanken bij een kleine nederzetting waar alleen aboriginals wonen. De weg er naartoe heeft meerdere snelheidsdrempels en in de nederzetting mag je tien kilometer per uur rijden. Er bekruipt mij een gevoel dat ik eerder had toen ik in 1985 the Bronx in fietste. In tegenstelling tot nu was dat toen een ghetto.

Er is een benzinepomp ingekapseld in een hoop metaal waar je door het ijzerwerk heen de creditcard in frummelt en tankt. Er is een politiebureau , een winkel en een cafe. Op grote borden staat vermeld dat drinken en rijden een dodelijke combinatie is. Over straat sjokken tenminste tien honden, tien kinderen en tien ouderen. De honden kijken of er iets te halen valt, de kinderen zwaaien, de ouderen houden dat voor gezien.

Op een bord bij de winkel staan de openingstijden vermeld. Van maandag tot zondag behalve wanneer er een begrafenis is. Dan vermeld men op een apart briefje of ze open zijn. Deze hele nederzetting komt op mij als ten dode opgeschreven over. Of de winkel dichtgaat heeft blijkbaar te maken met of je ertoe gedaan hebt. Dat lijkt me hier een hele kunst.

Foto: Ineke de Boer

Rondje Romheen

Onder deze titel kun je de komende twaalf maanden een aantal teksten, gedichten, schrijfsels lezen die onderweg ontstaan. Onderweg in een jaar Australia waar ik in een truck(je) doorheen reis met Ineke. Het laat zich dus niet voorspellen, dat jaar, de schrijfsels, de belevenissen. Het enige dat vaststaat is dat ze er zullen zijn, dat ze uit alle hoeken en gaten tevoorschijn komen, hoe dan ook.

Dus, riemen vast, flipflops aan, insmeren en hoeden en petten op en no worries mate!

Plopplopplop

er is een sleepboot

die zegt plopplopplopplopplop

verbazing bij de mensen houdt niet op

want hij zet alles op zijn kop

menig schandaal dat gaat niet door

daar stak dus die sleepboot een stokje voor

oorlog werd vrede

op een plek van haat

alleen maar liefde

het werd de wereld op zijn kop

golvend door een boot

met plopplopplop

door verhitte landen

varend als een koele bries

voer daar dus die sleepboot

een frisse wind

door iedereen zijn kop

wat dan wel weer jammer is

dat ik soms die sleepboot mis

bekijk de wereld en denk

kom op sleepboot waarben je

met je plopplopplopplopplop

zet de wereld op zijn kop plopplopplop

zet de wereld op zijn kop.

@romheen met la zona.