Sorry

Het is nooit te laat voor een excuus. Ik zag een plaatje voorbijkomen op internet van een oude volkswagen met een bumpersticker. ‘Ik kocht dit voordat ik wist dat Hitler gek was’.  Alleen leuk wanneer je de Musk variant kent die op de Tesla zit. Hier, in Tasmanië, zijn ze nooit laat met excuses. Meestal, althans in mijn ogen, veel te vroeg, overbodig of volledig overdreven. Het lijkt een soort van Engels erfgoed dat te pas en te onpas gepraktiseerd wordt om welke valse wind dan ook uit de zeilen te nemen. 

Neem de rij. Je staat te wachten bij de bakker tot je een broodje en koffie kunt bestellen en het is druk. Van achter de toonbank vliegen de verontschuldigingen je al om de oren nog voor je ook maar iets hebt proberen te bestellen. Ze zijn so sorry dat het druk is en dat je even moest wachten dat het bijna irritant is. In de hele zaak is er niemand te vinden die zich daar ook maar een greintje aan stoort maar de bestellingen worden opgenomen, verwerkt en uitgeserveerd op een bedje van pardon. Zelfs de minimale hapering van het betaalapparaat leidt tot een uitgebreide opsomming van excuus superlatieven.

De bakker is maar één van de voorbeelden.

De kapitein van de veerboot verontschuldigt zich voor de golven( i’m so sorry but there’s a bit of a swell out here) wat me doet bedenken dat hij aan een merkwaardig soort grootheidswaanzin lijdt omdat hij denkt de zeeën te kunnen beheersen. Maar hij herpakt zich wel door ons te wijzen op de positie van de kotszakjes en of we ze, mits vol afgeleverd, wel mee naar huis willen nemen want hij hoeft ze niet.

Humor is dan weer iets waar ik hier nog nooit een excuus voor heb gehoord.

Ik schuif op de kappersstoel en kijk mezelf weer eens aan na een aantal maanden outback. De weerspiegeling van de kapster vraagt beleefd wat de bedoeling is en ik leg uit dat de baard er helemaal af mag zodat ik niet meer aangezien wordt voor de kerstman. ‘To be honest’, glimlacht ze,’I thought you where him when you entered this shop’.

Zonder na te denken zeg ik sorry voor het veroorzaken van dit misverstand waarop ze me niet begrijpend aankijkt.

Ik ben besmet, waarvoor mijn oprechte excuses.

Blikken

‘Deze smaakt goed, iets te zoutig maar oké.’

Hij draait zich op zijn rug, fatsoeneert zijn lange snorharen en krabt zichzelf over de strakgespannen huid van zijn bolle buik. Zijn favoriete eten, hij kan er geen genoeg van krijgen, drijft er met veel plezier in rond. De zon schijnt, hij voelt wel wat voor een dutje dus wacht hij de juiste deining af en vanuit de top van een hoge golf hupt hij ogenschijnlijk moeiteloos op een uitstekend stuk rots de zon in. Het  water sluit zich achter hem tot de azuurblauwe deken die de zee hier is.

‘Kijk!, een zeeleeuw. Zelfs de gids kijkt ervan op. Ze vindt het net circusartiesten, vragen alle aandacht alleen dan onbetaald. Ik zit in een kayak en peddel door het azuurblauw dat Tasmanië omringd. Ik vrees dat ik er niet de juiste woorden voor kan vinden maar goed. Beter een half woord dat niet genoeg is. Sinds Abel T. zijn heel wat medelanders mij voorgegaan en ook blijven hangen hier. Dat snap ik wel, wie, indien geestelijk gezond, gaat hier weer weg? Om elke bocht alweer een paradijs dat je betoverd met alle kleuren, geuren en geluiden die je kent van de allereerste bounty reclame. Ik droomde erbij weg en belandde weer op aarde door het gegiechel van mijn zussen die zaten te wachten tot Ad Visser en Penny de Jager hun zaterdagavond inkleurden.

Nu dobber ik hier. Onder me scheuren de zeeleeuwen en -honden het kelp uit de saladebar of dobberen volgevreten en tevreden naast me. Ik bekijk de hoge rotsen, scherp aftekenend tegen de wolkenloze lucht en zonlicht. Het woord blauw komt hiervoor kleur tekort. Afgesleten door wind en water steken de stenen pilaren elkaar als verticaal geordende legoblokken  naar de kroon. Dit stuk van de kust heeft een versleten jas aan van 30 duizend jaar en gaat nog wel een paar wasbeurten mee.

Er staat geen maat op ben ik bang. Dit eiland is de circustent waarin alle artiesten om aandacht schreeuwen en nog terecht ook. 

Er is een artiest die ik die aandacht graag ontzeg maar helaas behoort dat na 4,5 uur in de kayak niet meer tot de mogelijkheden.

Een blikken reet is als uitdrukking niet meer toereikend. Ik kom blikken tekort.