Je realiseert het je niet zo terwijl je reist maar alles aan en in het lijf vertelt je hoe het ervoor staat wanneer je even pauze houdt. Even pauze is in dit geval een verblijf van een dag of twee in een Bed & Breakfast met als belangrijkste item: een goede airconditioning en ruimte om binnen te kunnen zitten. Na alweer een aantal weken in de Outback gewoon in een klein stadje beland waar je niet hoeft na te denken over wind, felle zon, water, stof en hoe dat te bestrijden of juist niet. Het is deze dagen rond de veertig graden alhier en de ervaring leert dat ik dan ophoud met normaal functioneren. Zeg maar gerust dat ik ophoud met functioneren in het geheel. Ik ben er niet voor gemaakt, die hitte. Vandaar de zeer gewaardeerde schuilplaats in een rustig buitenwijkje van MIldura aan de grens tussen New South Wales en Victoria. Er is hier weer water in rivierenvorm( de Murray en de Darling river komen een stukje noordwaarts samen) en de omgeving is groen. Da’s even wennen na een poos stofhappen maar zeker fijn. Zit je ineens een middag en avond buiten in het gras aan de rivier met tig vogels, vissen en miljoenen sterren. Voordat de hitte toeslaat dan. Men is het hier wel gewend alhoewel het wel extreem en vroeg is dit jaar. Overal is de weerkaart lichtelijk anders ingekleurd dat eerder en het is of natter, warmer of droger, het waait meer en harder of juist niet kortom, geen pijl op te trekken. De Aussies verdwijnen gewoon uit het straatbeeld om zich slechts omhult door rijdend blik te vertonen onderweg naar de shopping mall waar de airco staat te loeien. Zeg maar Nederland in een koude winter met veel regen maar dan andersom qua warmte/koude regeling.
Ik wen er wel een beetje aan, die warmte. Vond ik een aantal maanden geleden de dertig graden al een ding, daar stap ik nu moeiteloos overheen om pas een graad of vijf verder lusteloos neer te ploffen. Je past je aan in meerdere opzichten. Zo is mijn garderobe meer gaan lijken op die van de gemiddelde outback bewoner doordat korte broek en t-shirt zijn doordrongen van het stof, zand en zweet die zich niet meer laten wegjagen door wat voor wasmachine dan ook. Na overschrijding van de vuil en/of gaten grens doen ze nog even dienst als poetslap alvorens in de vuilnisbak te verdwijnen. Koop ik weer een nieuw shirtje voor een herhaling van zetten. Je begrijpt; afgezien van een sporadisch gedragen shirt lange mouw, een vest en een lange broek en flipflops heeft de garderobe niet veel om het lijf.
Ook uiterlijk verandert er een en ander. Ik doel hier op de haardracht en bijbehorend onderhoud. Het groeit als vanzelf door maar wat meer onderaan het hoofd dan er bovenop. Door veel stof en gebrek aan borstelen moet er bij tijd en wijlen een klit uitgeknipt maar voor de rest valt het mij niet zo op. Totdat je een keer ergens bent waar een kapper is. In dit geval was het een grote relaxte Maori met bijbehorend imposant lijf en grote handen die hij door mijn haren haalde alsof hij bezig was de hoeveelheid scalp in te schatten die er nodig was om het bosschage bij elkaar te houden. Niets was minder waar. Op mijn opmerking dat het wat korter mocht en dat het gezichtshaar helemaal weg moest keek hij me een soort geschrokken aan. ‘Alles?’, vroeg hij, waarop ik bevestigend knikte. Na nog wat aaien door mijn haar leek hij te berusten in de keuze van de klant en ging aan het werk. Blijkbaar gaf het verwijderen van de inmiddels imposante baard hem vleugels want de rest van de haardracht leed er behoorlijk onder. Het moet ongeveer in mijn twaalfde levensjaar geweest zijn dat ik zo kaalgeknipt ben. En dat was toen nog onder supervisie van mijn vader en met een kapper die een bloempot op je kop zette waaromheen hij de rest weg knipte. Maar goed, na drie keer kijken herkende mijn lief me weer en zoals bij alle haar; het groeit in no time weer aan. Daar werd ik onlangs aan herinnerd toen ik een keer beeld belde met de door mij geliefde bandleden van la Zona die bier dronken na een oefenavond terwijl ik aan de andere kant van de wereld net mijn bed uitgekropen was. Omdat het hier niet gevierd wordt was ik gewoon vergeten dat ik vlak na 5 december belde. De baard was inmiddels nog dikker, groter en langer geworden omdat ook het kapper bezoek alweer lang geleden was. Blij als ik was ze in goede gezondheid te zien en stiekem genietend van een spervuur domme grappen van de drummer was hij het toch die het beklijvende toetje produceerde. Ik ga ervan uit dat het hier om wederzijds genoegen gaat met dit nieuwigheidje. Het gebeurt je tenslotte niet iedere dag dat je mag beeldbellen met Sint Jan.


