Vragen

‘Er werd mij op school geleerd dat de donkere mens, de aboriginal, op de wereld is gezet om de blanken te ondersteunen en te helpen’.  Een goed voorbeeld van het superioriteitsgevoel waarmee het Engelse onderwijs in de jaren vijftig/zestig doordrenkt was.

Ik schat haar een jaar of vijf ouder dan mezelf maar dat kan ook zijn omdat ik er niet zo goed aan kan wennen er net zo uit te zien als oudere mensen. 

Ze had een vriendin die Aboriginal was maar dat wist ze niet, of ze was zich er niet van bewust, tot haar 15e of zoiets. Ze weet veel over de oorspronkelijke bewoners van dit continent. Hoe ze trouwen en voorkomen dat er inteelt ontstaat. Hoe je zwangerschap  voorkomt door de juiste blaadjes te eten en hoeveel. Hoe ze voor elkaar moeten zorgen wanneer ze bij een andere stam zijn. 

Aboriginals reizen van het ene volk naar het andere. Ik kwam twee maanden geleden een stel tegen bij Eighty mile beach, overigens maar 14 mile of zo ( de rest is afgezet) maar dat terzijde, die vertelden dat ze echt, nee echt op vakantie waren. ‘We willen de wereld zien zoals hij echt is’. 

Ik snapte dat toen niet maar weet inmiddels dankzij de juf van nu dat ze niet meer telkens ergens op bezoek gingen bij een andere stam maar gewoon naar een camping. Daar zagen ze de wereld zoals ie was. Achteraf sla ik mezelf voor de kop dat ik niet de vraag gesteld heb wat ze dan zagen en wat ze ervan vonden. Maar goed.

De juf is nog niet klaar. Ze zegt dat de twee zoons had en nu een zoon en een dochter. Dat roept vragen op die wel gesteld worden. 

Een zoon blijkt getrouwd te zijn geweest met een vrouw van aboriginal afkomst. Ze heeft de vrouw in kwestie geadopteerd als dochter maar zoonlief verloren door een stomme familie ruzie. Hij wil haar niet meer zien maar de dochter is nieuw familielid geworden. 

Die ‘dochter’ had hem overigens wel voor de keuze gesteld: of je zorgt voor vrouw en kind, of je zorgt voor dat werkschuwe tuig dat alle boodschappen telkens meeneemt.

Mijn inzicht in hoe dat nou werkt bij de aboriginals is ontegenzeglijk toegenomen na de lessen van deze juf. Of ik hier de goeie vragen gesteld heb is wellicht nog een klap voor mijn kop waard.

Typisch

Luie taalgebruikers, dat zijn het hier. Op het etiket van mijn flesje  bier staat iets dat ik op moet zoeken. Er zijn in veel plaatsen nogal wat lokale brouwerijen die wel een proeverij verdienen. Het bier van hier, Gage Roads’ Single Fin summer ale zegt ‘more refreshing than a face full of Freo Doctor’ te zijn. Nou ben ik hier al even en ken inmiddels wel wat uitdrukkingen maar deze doet me fronsen.

Wat voorbeelden: Een service station alias benzinepomp heet hier een servo. Een kip heet een bushchook en een engels persoon een pommie. Ook bij die niet onbekende laatste term moest ik even zoeken. Staat voor ‘prisoner of motherland’ of prisoner of his Majesty’. Ze zeggen veel dingen recht voor zijn raap, dat dan weer wel.

Na wat navraag ontdekte ik dat de Freo op mijn bieretiket staat voor de plaats Fremantle, niet ver hiervandaan. Nou ja, alles is hier close to Perth maar ondertussen heb je van kop naar kont zo ongeveer 150 km afgelegd. Maar goed, terug naar het etiket. De Freo Doctor blijkt alleen praktijk te houden aan het eind van hete zomerse dagen; het is een ligt fris zeewindje dat opsteekt ter verlichting van de hitte. Dus…

Het geproefde bier is een zomers biertje dat frisser smaakt dan een frisse wind in je gezicht aan het eind van een warme dag in Fremantle.

Ik weet niet wat dit zegt. Misschien is het wel een slechte reclametekst, wanneer je weet dat het in Freo in de zomer zomaar 45 graden kan worden is er niet zo heel veel voor nodig om je biertje een frissere indruk te laten maken dan een door de natuur zelf aangemaakte warme zachte scheet.

Tot zover even over dat luie taalgebruik want het kan ook een stuk creatiever las ik. Je zou verwachten bij de afkorting servo (zie boven)dat er gesproken wordt over surfers in de golven. Dat bleek dus niet zo, voor de onervaren surfers hebben ze iets bedacht dat de directheid van het taalgebruik hier goed weergeeft; sharks biscuit. 

Smakelijk.

(voor de liefhebbers: esky, barbie, brekkie, stubby, garno, milko, trucky, polly en tenslotte mijn favoriet; blue heeler. Succes)

Uniek

In de outback kom je ze wel tegen. Mensen gevormd door de omstandigheden waar ze in leven. Soms is daar maar een paar jaar voor nodig, een andere keer een heel leven.

De vrouwen en mannen in het grote niks; ze houden van vergezichten die hun weerga niet kennen, van stiltes die in de bewoonde wereld onvoorstelbaar zijn en van korte, ultrakorte gesprekken. Gesprek is eigenlijk al teveel gezegd, het is meer een duiding of de verkregen reactie de goede kant op gaat. Toch is het geen gebiedend ja of nee; het laat ruimte voor bezinning en inkeer. Wanneer ik wat woorden wissel met iemand die in de outback leeft en bekruipt me het gevoel dat ik een gesprek opgang moet brengen of, onmogelijker nog, opgang moet houden. Sleurend en trekkend aan de weinige woorden die mijn kant opkomen ben ik tot het inzicht gekomen dat ze er simpelweg niet zijn. Hier is woordgebruik als schilderen; een streek schetst een compleet beeld. De uitdrukking ‘weet je wel’( you reckon) veronderstelt de aanwezigheid van kennis die slechts zij bezitten die hun leven hier door de wind hebben zien weg eroderen. Uitleggen is een woord dat niet bestaat.

Dat verandert naarmate je een vorm van civilisatie nadert. In en om dorpskernen wordt kletsen volksvreugd nummer één. Iedereen is altijd bereid tot het maken van een praatje, of het nou bij de kassa is met achter je tien wachtenden, of wanneer je met de deurkruk van de wc in je hand wanhopig probeert je keutel in te houden.

Grootste delinquent inzake kletspraat is met afstand de ietwat shabby uitziende gepensioneerde. Lastig te onderscheiden van de rest want zo zien ze er eigenlijk allemaal uit. Ze lijken zich doelloos voort te bewegen maar wanneer je goed oplet herken je de rondtrekkende patronen die jou van de rest isoleert. Er is dan geen weg meer terug, je hoeft geen gesprek opgang te brengen, het is er al voordat je een woord gewisseld heb. Je bent beslopen door een medemens die denkt dat hij alles over alles weet. Erger nog; hij heeft alle tijd van de wereld om het je allemaal haarfijn uit te leggen.

Applaus

Ik tref een muzikant. Dat weet ik dan nog niet maar kom er snel achter. Hij eet zijn bammetje aan een picknick tafel met uitzicht over een betoverende baai bij Broome.

Vanavond is het de avond, zo schetst hij de belangrijkste gebeurtenis sinds jaren voor hem. Hij heeft, na lang oefenen zijn eerste live optreden in de RSL club in Broome en we zijn van harte uitgenodigd. Om kort te gaan, we gaan. Het optreden is, met alle respect, nog niet helemaal uitgekristalliseerd maar de show wordt gestolen door de club.

Het blijkt een veteranenclub gevuld met veel bier drinkende en vette hap etende halve en hele oorlogsslachtoffers inclusief rolstoelen die op barhoogte afgesteld zijn. Nou ja, gevuld is teveel gezegd; er is een lange tafel waaraan een man of tien naar elkaar zit te schreeuwen en twee van de andere dertig tafeltjes zijn bezet door een fotograaf en door ons. In de hoek, vlak bij de deur, de muzikant. Tot zover.

Een oudere man met een gitaar op het podium in de outback. Hij is aboriginal maar dat doet er niet toe. Hij bezingt zijn liefde voor zijn vriendin die tussen een aantal vriendinnen luistert naar zijn teksten. Ze giechelen wat af, onwennig als ze zijn aan de onverhulde liefdesbetuigingen die de man de ether inzingt. Hij vertelt en houdt telkens even zijn mond wanneer het ritme van zijn gitaar haar eigen gang gaat. Ik herken dat.

Hij blijkt uitgenodigd door de hoofdact van de avond. Ze staat tegen een tropische achtergrond haar ding te doen. Bezingt leven en liefde alsof ze ervoor geboren is. Wonderschone stem, prachtige covers en eigen werk. Zo iemand waarvan je niet snapt dat ze niet het lef uit de liedteksten op zichzelf toepast. Ga weg naar de stad !, wil ik roepen. Je verdient een carrière! Misschien is ze juist hier wel happy. Wat weet ik nou.

Een straatartiest in Fremantle blijkt ooit opgetreden te hebben op Oerol te Terschelling. Als ik zijn act bekijk snap ik dat wel. Deze wereldburger kent de mensheid, snapt zijn publiek en speelt onverholen met de mensen die hij eruit pikt. Uitdagend, verontschuldigend en tegelijkertijd superieur veegt hij met iedereen de vloer aan. De toespraak over hoe hij aan zijn geld komt duurt te lang maar is helder; alleen mijn publiek zorgt ervoor dat ik kan leven, geen overheid die mij bijstaat. Een kolfje naar Australische hand.

Vanaf het balkon van het pand aan de andere kant van de straat komen wat muntjes richting hoed naar beneden. Of het bier zo goedkoop is daarboven is zijn reactie die beantwoord wordt met een langzaam naar beneden zwevend briefje van twintig dollar. De artiest blijft ook na de voorstelling messcherp: you missed the hat, try again!

Ik vind het leven een grote voorstelling: je hoeft geen artiest te zijn om applaus te oogsten. Zo kom ik een opaal winkel binnengelopen in Coober Pedy om wat te struinen en de man achter de toonbank lacht me vermoeid toe dat alles te koop is. Eigenlijk echt alles inclusief zijn huis, zijn hele zaak en zijn auto. En als ik hem nou echt een plezier zou willen doen, neem dan ‘the misses’ ook maar mee. Kan hij terug naar Kroatië. 

Niet alle artiesten krijgen applaus hoezeer ze het ook verdienen.