Zink met me weg

Een liedje

De activiteiten van Romheen met La Zona nemen astronomische vormen aan. Meer dan we ons vier maanden geleden hadden kunnen voorstellen in ieder geval. De festivals die we bezochten, de voorstellingen die we gaven geven richting aan de dingen die we doen. Waar we heen gaan? We bezinnen ons erop en gaan je verrassen. En onszelf.

zinkmetmewegAfb

Spetterende finale bij Poëziecafé Het Park Binnen!

Romheen met La Zona
Op dinsdag 16 mei is er alweer het laatste poëziecafé voor de grote vakantie. De organisatie gaat aan het werk voor een even spetterend festival Het Park Vertelt in Park Hartenstein op 27 augustus. Pas in oktober doen we de deur van het café weer open.
Een spetterende finale, want de band plus dichter ”Romheen en La Zona” treedt op, een uur lang nog wel. La Zona maakt muziek op gevoel, over gevoel en met gevoel. Jazzy grooves, Latijns Amerikaanse vleugjes, tinten van hardcore, freestyle, ze spelen het allemaal met hun band bestaande uit drummer Sander Roerdink, bassist Ronnie van Silfhout, gitarist Barend van der Pol en saxofonist/klarinettist Erik Laarman. Romheen, Jan Eikelenboom, schrijft. Teksten, verhalen, poëzie en proza. Op gevoel, over gevoel en met gevoel tussen de regels. Op het timbre van zijn stem wordt je weggevoerd naar de horizon van jouw voorstellingsvermogen. Met nummers uit het leven zoals ‘Misverstand’, uit de liefde zoals ‘Mijn hart’, uit de krochten van het bewustzijn zoals ‘Splinters’ laten ze zien en vooral horen dat muziek en teksten volledig in samenspraak zijn.
Verder: Jan Buunk, lid van het dichterscollectief ”de Omsmeders” uit de Achterhoek en in 2013 gekozen tot ”dichter des Achterhoeks”. Laatste dichtbundel is getiteld: ”Tussentaal en tegentijd”.
En Alfred Valstar uit Ermelo, dichter en taalkunstenaar. Gaf drie dichtbundels uit, de laatste heet ”Seizoensgebonden”. Plus Sander Essers die wij kennen als dichter-troubadour uit onze eigen gemeente Renkum en die zich herdoopt heeft als Doctor Anders. Hij is voedingskundige en doctor in de landbouw- en milieuwetenschappen. Hij kreeg na een reorganisatie bij de universiteit ongewild veel vrije tijd. Zingt, begeleidt zichzelf op de gitaar en volgde de Paul van Vliet Academie voor kleinkunst. Samen met jan Eikelenboom en Bianca Hendriks trad hij op tijdens de afsluitende avond in 2016 rond het thema ”humor”.
Natuurlijk een open podium en zeker en vast een drankje bij alle gezelligheid tussendoor. Klik hier voor agenda

Tuinfeest maXmo 10 jaar

maxmo10jaar1Ter gelegenheid van het tien jarig bestaan van het bedrijf maXmo mochten we, Romheen met la Zona, een akoestisch optreden verzorgen in het voorprogramma van niemand minder dan Lucas Hamming die optrad in het kader van Serious Request. 3FM belde nog even voor een kleine check! Mooi feest, lekkere barbecue en goeie muziek! Klik hier voor beeld en geluid.

maxmo10jaar

Check de Agenda voor volgende optredens van Romheen met La Zona. We raken op stoom!

 

Gelijk

schaamte

‘Wat is de wereld toch klein en wat en toeval dat ik je uitgerekend hier tegenkom!’
Vanuit zijn niemandsland kijkt hij me glunderend aan met zijn brede glimlach en heldere ogen.
Ik heb hem uitgenodigd maar dat is hij vergeten.
‘Riet, Riet, kijk eens wie hier ook is, wat is de wereld toch klein!’
Zijn vrouw kijkt me verontschuldigend aan en legt haar hand op mijn arm.
‘Hij weet het niet meer, ik ben alweer een week met hem thuis maar hij vraagt nog steeds waar zijn koffer is en wanneer we gaan. Waarheen? Hij heeft geen idee.’

Ze ontmoetten elkaar een leven geleden en deelden dat wat lief heet en ook dat wat voor leed door moet gaan. Pas nu, aan de andere kant van het spectrum, komen ze elkaar tegen. De zorg voor hem valt haar zwaar. Ze zijn mijn buren en aangeschoven bij een try out van mijn voorstelling. Achter hen zitten mijn schoonouders, hun situatie lijkt een kloon van de mensen die voor hen zitten. Hij is inmiddels ook meer dan twee derde van zijn leven vergeten en het juk dat op haar schouders rust is soms verpletterend. In een gesprek tussen de twee mannen is de een 64 en weet de ander zijn leeftijd helemaal niet meer. Een tip helpt, beide weten ze hun geboortedatum nog; 1928.
De dementie van beide mannen maakt het tastbaar; dat we onderweg zijn naar een einde. ‘Allemaal!’, zou Adelheid Roosen met een theatraal gebaar zeggen. Deze mannen leven nog, weliswaar in een steeds kleiner wordende wereld die hen keer op keer verrast, maar ze leven nog. Niet dat ze er enorm aan vast houden, ze hoeven gewoon niet zoveel meer dus ook niet dood. Om hen heen neemt de wereld een vorm aan waarin ze de velden of wegen niet meer herkennen. De een zoekt constant zijn geld dat in een film op repeat maar blijft verdwijnen. De ander stapt relaxt thuis het trapgat in omdat hij in een ver verleden gelijkvloers gewoond heeft. Hoe breekbaar ook, slechts een blauwe buil op zijn voorhoofd is zijn deel. De kaarten zijn geschud en dat blijven ze.
We spelen een nummer dat gaat over stilstaan bij het idee dat we ergens heengaan. Terwijl ik de woorden uitspreek vormen zich andere gedachten. In mijn blikveld zit de een zich nog zichtbaar te verkneukelen over het feit dat we elkaar hier toevallig tegengekomen zijn terwijl de ander een dutje doet. Een venijnige saxofoonsolo maakt hem wakker en ik weet het.

Ik weet dat als je alles vergeet er niets meer is om bij stil te staan.
Ik weet dat je verloren bent als achter elke deur die open gaat de wereld zich om je heen sluit in plaats van je omarmt.
Ik weet dat er geen houvast meer is als elke stap, elk woord en elke gedachte die je hebt toevallig is. De letters van het scrabble spel waarmee je eerst het leven kon verwoorden liggen permanent omgekeerd voor je neus. Er schiet je geen maakbare volgorde meer te binnen. De wereld is niet groot.

Het is het gelijk van mijn buurman.

Agenda

2019-10-18 10.38.02

Let op: dit is een voorlopige agenda en aan verandering onderhevig door de huidige omstandigheden. Genoemde data zijn niet zeker. We houden je op de hoogte van eventuele veranderingen. 

In verband met de Covid-19 omstandigheden is deze agenda leeg.

We vullen ‘m zodra het weer kan!

Be safe!

Informatie en boekingen:           Jan Eikelenboom       0653935137

Getuige

getuigeGetuige

 

Hoe vaak heb jij

je kop al niet gestoten

tegen

voorschriften

en wetten

onvermurwbaar

al vanaf de tijd dat

mammie ‘mag niet’

tegen je begon te blèren

 

als voorloper der handhavers

van richting, snelheid en hokjesgeest

 

soms echter kan

een simpel bord

getuigen

van de vrije denker

die er is geweest

Week van de poëzie

pleister-op-de-wonde

Als poëzie
iets zeggen mag
als pleisters
op de wonden
die ondanks
haar letters
jou niet
verbinden konden

Als poëzie
iets zeggen mag
met ongeschreven woorden
die tussen
al haar regels
zich niet
lieten vermoorden

Als poëzie
iets zeggen mag
iets schreeuwen mag
iets huilen mag
iets lachen mag

Als poëzie
iets fluistert
hoop ik
dat iemand
luistert

Krijtstreep

Deze nacht kent geen horizon. Zee en lucht smelten samen aan de donkere einder. Slechts een dikke witte krijtstreep in het zwarte water markeert de vooruitgang. Achterop dit varend flatgebouw, turend naar haar kielzog, schiet mij het verhaal te binnen. Brommer op zee. Een verstekeling beleeft een nautisch avontuur aan de hand van meester Biesheuvel. Het zou me verbazen als er hier een was, een verstekeling. De buzz is binnenstebuiten gekeerd voordat ik haar de opengesperde kaken van deze boot opstuurde. De jonge marechaussee kon, behalve mijn honden, geen levend wezen ontdekken en wenste me een fijne overtocht.

brommeropzee

The sundeck heet het hier. Er zijn niet veel zonaanbidders hetgeen gezien het tijdstip niet verwonderlijk is. Roken is toegestaan en sommige van mijn mede-verstekelingen trotseren, net als ik, een fris briesje om de adviezen van het ministerie van volksgezondheid in de wind te slaan. Het aantal Duitse verstekelingen aan boord brengt me in de verleiding dit vlot tot das Boot om te dopen. The UK bereidt zich voor op een nieuwe invasie. Een van hen wil twee sigaretten van mij kopen. Ik sla zijn aanbod af en geef ze hem. Na een vuurtje inhaleert hij dankbaar zijn vermindert vermogen tot vruchtbaarheid.

In de reflectie van het raam waar ik doorheen probeer te turen zie ik, te midden van waar ik het zwarte water weet, de beelden van een televisie die achterop het sundeck aanstaat. Als een verstekeling in mijn geestesoog reist een vrouw met me mee die, telkens als haar tegenspeler iets tegen haar zegt, de ogen neerslaat. Het lijkt alsof ze hem niet horen wil. Haar gezichtsuitdrukkingen verraden ongenoegen. Ik wil haar doorgronden maar de muziek op het verduisterd zonnige dek overstemd haar geluid. Ze is mijn verstekeling die niet gehoord wordt. Ik zou de ober kunnen vragen haar een stem te geven maar ik doe het niet. Ze heeft zich de woede van haar medespelers op de hals gehaald. Ik heb geen idee waarom, de muziek die ik hoor biedt geen uitsluitsel. De ober schrobt de bar. Een krijtstreep sleept zich voort achter het schip. In de verte, aan de donkere einder, ontwaar ik een man op een brommer.

Vergeten groenten

Het grillige landschap weerspreekt de mathematica van geplaatste hekjes.
Wind gaat zijn eigen gang. De zon brandt bij tijd en wijlen gouden randjes aan de wolken als ze haar het schijnen beletten. Ondergaand beklimt ze de bomen en zet hun toppen in brand.
Ik zit aan de rand van een rivier. Ze stroomt, water duwt water in haar eeuwige perpetuum mobile als een, in breedte variërende, scheiding van landschappen. Het doet me denken aan autoritten die ik, de neus tegen het raam gedrukt, met mijn vader maakte. De lijnen die ik volgde in het voortrazende vergezicht meanderden op, neer, heen en weer. Slingerend, als het lange losse lint aan mijn vlieger, gegrepen door de wind.

Achter me zijn volkstuintjes, het budgettaire antwoord op de hedendaagse inkomensverschillen. Van mensen die vergeten groenten verbouwen. Of van mensen die zaaien maar hun groenten vergeten, aan de bruintinten in sommige perkjes te zien. Een vrouw van in de veertig met een fiets aan haar hand loopt mijn kant op. Ze komt uit de groentenafdeling in het landschap en haar fietstassen puilen uit van de opbrengst. Sla, snijbiet, schorseneer, het dienstmeidenverdriet, bietjes, meirapen. De bos peterselie in het mandje aan haar stuur ruikt sterk. Onder de snelbinders een grote bos sperziebonen, met struik en al gerooid.
‘De oogst valt niet tegen’, zeg ik, wijzend op haar karrenvracht gezondheid.
Ze glimlacht van achter haar grote zonnebril.
‘Klopt, je moet er wel wat voor doen, maar dan heb je ook wat. Ik sjouw me soms helemaal suf naar die tuintjes om ze thuis maar wat gezondheid te kunnen voeden hè.’

Ze neemt me mee naar mijn jeugd, waarvan ik dacht dat die tot het verleden behoorde. Dat blijkt alleen om mijn verleden te gaan want het is haar realiteit. De groenten uit mijn vaders moestuin kwamen in golven. Tsunami’s van sla, tomaten, witlof, bloemkool, snijbiet en boerenkool. We aten ze in periodes van drie weken achter elkaar en wat we niet opaten werd in wekpotten gestopt, vacuüm gekookt en met een datum erop in de kelder opgeslagen. Zo konden we in de winter, tussen de zure, rode en boerenkool door, ook een keer boontjes eten. Een luxe. Ik mocht met een spelt de pot ,die open plofte met een diepe zucht, ontgrendelen.

Ik proef de bittere nasmaak van tot snot gekookte witlof.
‘Is het niet veel werk?’
Ik weet niets anders te zeggen.
‘Dat valt reuze mee als je het slim aanpakt’.
‘Mijn vader had vroeger ook een moestuin, ik moest altijd een uur onkruid wieden als ik uit school kwam. Vooral de kruidentuin was een ramp, vergiste me altijd tussen kruid en onkruid.
Ze lacht.
‘Ik heb daar ook zo mijn mensen voor, net als jouw vader. Dat wieden vind ik maar een vermoeiende bezigheid.’
‘Dat heeft u goed bekeken, ik heb er een soort moestuinfobie aan overgehouden.’
De vrouw kijkt om zich heen, buigt zich over haar stuur naar mij toe en spreekt zacht.
‘Het is niet anders in deze tijd, soms moet je inventief zijn om de monden thuis te voeden. Dag!’
Ik knik en kijk haar na terwijl ze de volgeladen fiets over het paadje langs de rivier voortduwt. Haar contouren worden omarmd door het tegenlicht van de ondergaande zon.
Water duwt water.

Als ik terugloop langs de volkstuintjes is er een kleine samenscholing van mensen. Ze leunen op harken, schoffels en scheppen. De verontwaardiging is groot.
‘Wat moet je eraan doen, in je tuin blijven slapen? Ze nemen gewoon alles mee, hier kijk dan, de sperziebonen weg. Met struik en al!’
Ik loop er stilzwijgend langs en probeer de woorden van de vrouw terug te halen.
Voel me een beetje Robin Hood.

volkstuintje