Voorstelling

Het scherm op de achtergrond toont een hand, een hand met een potlood. Tergend langzaam veranderen de abstracte lijntjes, in de contouren van een gezicht. Het is de hand van een jongen met het syndroom van Down. Zijn moeder staat voor het scherm en vertelt. Over zijn geboorte en opgroeien. Over de reacties van haar dierbaren en verplegend personeel. Over haar eigen reactie en die van haar man.

‘Het kind achter de ogen’, is een voorstelling van de Israëlische schrijfster Nava Semel,  in 1988 voor het eerst opgevoerd. Nu, in de reprise, in het kader van wereld Down dag, wederom op de planken gebracht. Ik bekijk het in de Zocherlounge te Haarlem, een klein, intiem podium dat een naam begint te ontwikkelen in het tonen van ‘dingen die ertoe doen’, zoals de eigenaren het zelf verwoorden.(klik hier voor de link).Gedateerd, is mijn eerste gedachte, bij het verkennen van de inhoud. Maar ik vergis me. In de zaal zitten mensen, ouders van kinderen met het Down syndroom, die de geschetste omstandigheden als zeer actueel betitelen. Met name de getoonde reacties van verplegend personeel en artsen blijken herkenbaar. Het gesprek achteraf toont, dat er in onze huidige maatschappij, steeds minder geld beschikbaar is voor de specialistische verzorging die deze kinderen en volwassenen nodig hebben. Onze overheid gaat nog een stukje verder en volgt de Denen en IJslanders in hun beleid, namelijk, het voorspellen chromosoomafwijkingen voor de geboorte. Er ligt een wetsvoorstel op tafel waarbij de Nipt test gebruikt gaat worden. De Nipt test is een eenvoudig bloedonderzoek; een prikje in je vingertop en je weet binnen 3 minuten of het ongeboren kind een chromosomen afwijking heeft. Ouders voelen dit als een ontkenning van levensrecht van hun kinderen. In de race, een betaalbaar gezondheidssysteem te ontwikkelen, gaat de overheid voor hen veel te ver. De voorstelling geeft mij een indruk van de omstandigheden waarin deze mensen zich bevinden. Van de liefde voor hun kind en vooral van de onvoorwaardelijke liefde en levensvreugde van hun kind.

Ik word overvallen door een gevoel van eenheidsworst; de machine in en er als gehakt weer uit. Lang leve de maatschappij zonder uitzonderingen. Allemaal samengepakt in een kleurloze middenlaag zonder al te grote afwijkingen. In dat kader zouden we, zeker gezien de maatschappelijke kosten die ze met zich mee brengen, een test moeten ontwikkelen die een voorspellende waarde heeft op het gebied van financiële expertise en morele ontwikkeling. Zodoende kunnen we wellicht voorkomen dat aanstaande bankdirecteuren het levenslicht zien. Een kostenbesparende variant waar de overheid mee uit de voeten kan, me dunkt (Joris Luyendijk, eat your heart out).

Een vader verwoord zijn woede door te stellen dat de overheid het ‘hem het maar uit laat zoeken’. Waarom doet hij dat eigenlijk niet? Het uitzoeken. Zijn deze ouders, net als velen van ons overigens, dusdanig gepamperd door overheidssubsidies,dat ze denken zich een recht verworven te hebben? Ze gedragen zich als verwende kinderen die vasthouden aan wat er altijd geweest is en kunnen niet vrij nadenken over hoe het anders kan. Ik kan, zeer generaliserend, de zorgwereld nog niet echt betrappen op ondernemersgeest en vernieuwingsdrang. Desalniettemin zijn er al veel voorbeelden van een andere insteek bij deze uitdaging. Er wordt vernieuwd en zelfstandig nagedacht over de uitdagingen, die de zuinige overheid met zich mee brengt, voor hulpbehoevende doelgroepen, waarvan de kinderen met Down er één zijn.

kindmetdown

De hand op het scherm heeft de tekening bijna af. Het gezicht heeft kleur gekregen. De jongen met het Downsyndroom een stem. Een stem die gehoord mag worden maar ook een stem die zichzelf opnieuw uit moet vinden. Omdat ‘het kind achter de ogen’ een aanwinst is, een verbreding van ons kleurenpalet, waardoor de vraag een uitdaging wordt. Ik maak me er een voorstelling van.

Voor ons allemaal.

Klik hier voor meer informatie

Jenseits der Grenze

De vijftien foto’s, die ze van me namen, de Duitsers, liggen gestapeld op tafel. Als mijn geheugen in flarden beeld dat me, op het langzaam vergrijzend celluloid, meeneemt. Witte lokken brengen jouw naam naar boven. Christoff Werschkull. Dein partner von jenseits der grenze.

‘Hallo Jan, Christoff hier, wie get’s?’ Am Apparat een gedreven mens, flamboyant, aimabel en onberekenbaar. Zijn Deutsche gründlichkeit heb ik vaak voor onbehoorlijke bemoeizucht aangezien. Buitenaardse verkooptargets geïnterpreteerd als pogingen tot afpersing. Ik wil je daarover nog iets uitleggen, Christoff, een laatste woord wijden aan mijn misverstaan.

Met de groep verkopers lopen we langs de oevers van de Bodensee. Zwitserland kijkt toe vanaf de overkant. Je bent jarig en hebt, na teveel bier en schnitzel, eindelijk tijd gemaakt om het cadeau in ontvangst te nemen.

‘Na Jungs, kommt zeig es mir endlich!’ De stemming is jolig, jongensachtig en er hangt ongein in de lucht. Brallend over de promenade vervolgt de groep haar weg in de richting van waar ik slechts landerijen vermoed. Meegenomen naar de aangekondigde Überraschung die de boys voor je bedacht hebben. Binnen de groep mannen is het niet uitgesproken, maar de wereld is vannacht van hen. De nachten zijn hier anders, jenseits der Grenze. Er staat een huis, een huis alleen. Boven de voordeur schijnt het flauwe licht van een schommelende buitenlamp, die jou van bewegende schaduw voorziet wanneer je aanbelt. Op een meter of tien kijken we toe. In de deuropening verschijnt een oudere vrouw wiens gestalte contouren krijgt door het gekleurde licht, dat haar van achter beschijnt. Breed lachend kijk je om en steekt je middelvinger naar ons op terwijl je naar binnen loopt. Joelend en fluitend strompelen de dronken mannen rond het huis, als een roedel wolven in afwachting van het weerkeren van hun leider. Op de eerste verdieping gaat een raam open.

‘Verdammt nochmal, kommt rein oder haut ab!’

Als we, een uurtje later, terugwankelen naar een Kneipe die nog open is, kom je naast me lopen en slaat je hand om mijn schouder. De lantaarns langs de straat maken jouw lokken zwart-wit. Je informeert wanneer ik jarig ben, ik lieg erover omdat ik bang ben ook zo’n cadeau te krijgen. Je vraagt me naar de foto’s. Hoeveel er van mij gemaakt zijn.We hebben het er vaker over gehad met telkens hetzelfde resultaat; je werd er furieus over en raadde me aan ze gewoon weg te smijten.

‘Die Autobahn’, zei je altijd, ‘ist da zum fahren, nicht zum spazieren.’

boete-flits

Ik heb ze nooit weggegooid. Ze liggen hier voor me, de foto’s. Geportretteerd tijdens snelheidsovertredingen op de Duitse Autobahn. Ik zie mezelf, duidelijk zichtbaar achter het stuur, terwijl ik het gevoel probeer terug te halen. In de hoogste versnelling raas ik door de tijd dat ik je meemaakte. Sta stil, bij de auto’s die je versleet, je gouden kettingen, de vrouwen die je kaapte, jouw uitspraken, de ongekende levenslust waarmee je mij overviel.

‘Hallo Christoff, Jan hier, dein partner von jenseits der Grenze.’

Groningerland

Naar aanleiding van een weekend poëzie schrijven in Kloosterburen, op het Groningerland, een korte impressie.

 

waarneming

 

achter de dijk

wekken de verzonken huizen

de indruk van boven water

molenwieken slaan

zich slagen door de lucht

verlaten land bestippeld met schapen

dikke zwarte grond kopt omhoog

tussen zaaigoed, flinterdunne belofte van groen

oorverdovend waait de wind een stilte

naar mij toe

Westernieland met de Weem

een wilg, een weg, een bord, een richting

een streep door mijn blikveld

houdt zorgvuldig de wolken

bij het gras vandaan

de zon schijnt wolken aan flarden

soms verdapperen er zich een stel

en gooien een deken

met een gouden randje

over haar heen.

kleinehuisjes

 

Hotel ‘het klooster’

 

Kreukeldekens maken indruk op mijn been

Druppels rondom randen van het raamkozijn

Wind duwt en trekt willoze gordijnen

Zwarte sokken in een bruine vloerbedekkingzee

De wasbak van vroeger uit Vreeland

Mijn spullen als een buitenaards gelande boodschap

De gang  naar het verleden

 

 

mozaïek

 

glasscherven van geluk

spatten nauwgezet uiteen

als de tijd opeens

het denken wreed ontwricht

zoeken wij

scherf na scherf

geduld

voor evenwicht

Groen licht

Er loopt een klasje

over straat

De juf voorop

In de klas loopt

Ferdinand

Ferdinand luistert

naar de geluiden van de stad

naar het suizen van de wind

naar het kraken van hagelslag

in zijn hoofd

Hij vind de juf wel aardig

maar ook een beetje dom

Ze loopt al de hele weg

te roepen

kijk voor je uit

kijk uit

kijk voor je

Ferdinand denk dat de juf

eigenlijk tegen zichzelf spreekt

zijzelf ziet haar toekomst

niet meer

maar herinnert zich

nog wel

dat ze er eentje had

Hij wil de juf graag helpen

als ze weer begint over vooruitkijken

geeft hij antwoord

U moet zelf eens meer vooruitkijken

zegt Ferdinand

De juf zwijgt

en kijkt hem aan

het licht springt op groen

niemand in de rij beweegt

groenlicht

Ferdinand kijkt om zich heen

twee toeristen kijken naar hem

ze zijn verzot op elkaar

dat ziet hij zo

Een Amsterdams terras

ysbreeker

Eten met mijn schrijfclub. We zijn neergestreken op het terras van de Ysbreeker aan de Amstel. Oevers met herenhuizen uit een rijk verleden met elkaar verbonden door een magere brug. Tweewielers slingeren zich een weg door het verkeer. De route van veel sloepjes die door mijn blikveld varen lijkt alcoholcontroles op het water te rechtvaardigen.
Het Amsterdam van nu fietst en vaart.

Onze cursus is al op vakantie maar wij hebben afgesproken om elkaar blijvend te stimuleren in onze liefdevolle worsteling met de letteren. We spreken de waarheid over de kwaliteit van elkaars schrijven. Daarna schenken we nog eens bij om te overleggen hoeveel we hiervan aankunnen. In de avondzon hoor ik ze soms praten, mijn schrijfgenoten.

Aan het eind van de grote tafel waaraan we zitten hebben drie vrouwen plaatsgenomen. De meer dan middelbare leeftijd wordt bestreden door frivole mantelpakjes, veel decolleté ,make-up en lippenstift maar bovenal door brillen. Een van de vrouwen draagt een bril met een dik roze montuur en zet hier overheen haar fel blauwe zonnebril op als ze de menukaart probeert te lezen. Het past niet goed waardoor ze een soort dubbel glas-in-lood venster op haar hippe oude hoofd heeft. Ze is het grootste gedeelte van de tijd bezig om de brillen in de goede volgorde van en op haar hoofd te zetten en ze daar te houden. Het gebrek aan varifocus houdt haar fit.

Ik heb een hamburger besteld. Net als op een reguliere cursusdag wanneer ik met mijn dochter eet bij Burgerzaken. Macht der gewoonte. Als ik mijn kaken in de sappige dode koe zet komt er een mannetje aanlopen. Zijn uiterlijk, kleding en voorkomen doen me ineens beseffen hoe goed ik het heb. Ik veeg de ketchup uit mijn mondhoek wanneer hij langzaam langs de tafel dichterbij komt. Ik heb wat kleingeld in mijn zak. Opborrelende gedachten over de daklozen opvang hier in de hoofdstad en het gebrek aan adequate middelen om hier op een menselijke manier uitvoering aan te geven spelen door mijn hoofd. Met uitgestoken hand loopt hij naar een van mijn tafelgenoten en vraagt: “Is deze vrij?” Hij pakt de stoel en gaat naast ons aan de grote tafel zitten. Besteld een hamburger en een Belgisch biertje, neemt de krant en verdiept zich in de waanzin van de dag.
‘Gezonde leefstijl voorkomt dementie’, kopt het dagblad.

Ik denk na over de bril die ik opzet als ik in Amsterdam ben.
Een beetje meer varifocus kan geen kwaad geloof ik.

Schuilen

Ik bevind me in het mooiste gebouw van Arnhem.

Zegt de man van de Gelderlander.

Het auditorium op de hoogste verdieping

is het toneel van Thomas Verbogt.

Het uitzicht is een brug tever.

Verbogt praat er geïnspireerd doorheen.

Herbouwd oorlogsverleden in mijn blikveld doet

me verlangen naar bescherming.

Wegkruipen of armen om mij heen.

Iets in mij wil schuilen.

Voor bommen en granaten,

voor verleden zonder toekomst,

voor Charly , pennenvruchten en  voor hartzeer.

Toen ik bij het gebouw Rozet aankwam bleek ook

de bibliotheek geopend.

Voor de deur wijst een jongetje van een jaar of tien,

aan de hand van zijn vader, op het grote roze aardvarken.

Het ligt er, hufterproof, aan de overkant van de straat.

“Als het oorlog is”, zegt het jongetje,”is dat echt de beste plek om te schuilen.

Onder zijn linkeroor, daar ben je veilig. Daar kan je echt niets gebeuren”.

Zijn vader beschermd hem tegen de gevaren van de draaideur en loodst hem naar binnen.

Kort wachtend in de regen tot ze binnen zijn en kijk naar het grote roze oor.

Ik vermoed een kleine boekenwurm die zojuist ‘Oorlogswinter’ gelezen heeft.sneeuwfietser-900