Groen licht

Er loopt een klasje

over straat

De juf voorop

In de klas loopt

Ferdinand

Ferdinand luistert

naar de geluiden van de stad

naar het suizen van de wind

naar het kraken van hagelslag

in zijn hoofd

Hij vind de juf wel aardig

maar ook een beetje dom

Ze loopt al de hele weg

te roepen

kijk voor je uit

kijk uit

kijk voor je

Ferdinand denk dat de juf

eigenlijk tegen zichzelf spreekt

zijzelf ziet haar toekomst

niet meer

maar herinnert zich

nog wel

dat ze er eentje had

Hij wil de juf graag helpen

als ze weer begint over vooruitkijken

geeft hij antwoord

U moet zelf eens meer vooruitkijken

zegt Ferdinand

De juf zwijgt

en kijkt hem aan

het licht springt op groen

niemand in de rij beweegt

groenlicht

Ferdinand kijkt om zich heen

twee toeristen kijken naar hem

ze zijn verzot op elkaar

dat ziet hij zo

Een Amsterdams terras

ysbreeker

Eten met mijn schrijfclub. We zijn neergestreken op het terras van de Ysbreeker aan de Amstel. Oevers met herenhuizen uit een rijk verleden met elkaar verbonden door een magere brug. Tweewielers slingeren zich een weg door het verkeer. De route van veel sloepjes die door mijn blikveld varen lijkt alcoholcontroles op het water te rechtvaardigen.
Het Amsterdam van nu fietst en vaart.

Onze cursus is al op vakantie maar wij hebben afgesproken om elkaar blijvend te stimuleren in onze liefdevolle worsteling met de letteren. We spreken de waarheid over de kwaliteit van elkaars schrijven. Daarna schenken we nog eens bij om te overleggen hoeveel we hiervan aankunnen. In de avondzon hoor ik ze soms praten, mijn schrijfgenoten.

Aan het eind van de grote tafel waaraan we zitten hebben drie vrouwen plaatsgenomen. De meer dan middelbare leeftijd wordt bestreden door frivole mantelpakjes, veel decolleté ,make-up en lippenstift maar bovenal door brillen. Een van de vrouwen draagt een bril met een dik roze montuur en zet hier overheen haar fel blauwe zonnebril op als ze de menukaart probeert te lezen. Het past niet goed waardoor ze een soort dubbel glas-in-lood venster op haar hippe oude hoofd heeft. Ze is het grootste gedeelte van de tijd bezig om de brillen in de goede volgorde van en op haar hoofd te zetten en ze daar te houden. Het gebrek aan varifocus houdt haar fit.

Ik heb een hamburger besteld. Net als op een reguliere cursusdag wanneer ik met mijn dochter eet bij Burgerzaken. Macht der gewoonte. Als ik mijn kaken in de sappige dode koe zet komt er een mannetje aanlopen. Zijn uiterlijk, kleding en voorkomen doen me ineens beseffen hoe goed ik het heb. Ik veeg de ketchup uit mijn mondhoek wanneer hij langzaam langs de tafel dichterbij komt. Ik heb wat kleingeld in mijn zak. Opborrelende gedachten over de daklozen opvang hier in de hoofdstad en het gebrek aan adequate middelen om hier op een menselijke manier uitvoering aan te geven spelen door mijn hoofd. Met uitgestoken hand loopt hij naar een van mijn tafelgenoten en vraagt: “Is deze vrij?” Hij pakt de stoel en gaat naast ons aan de grote tafel zitten. Besteld een hamburger en een Belgisch biertje, neemt de krant en verdiept zich in de waanzin van de dag.
‘Gezonde leefstijl voorkomt dementie’, kopt het dagblad.

Ik denk na over de bril die ik opzet als ik in Amsterdam ben.
Een beetje meer varifocus kan geen kwaad geloof ik.

Schuilen

Ik bevind me in het mooiste gebouw van Arnhem.

Zegt de man van de Gelderlander.

Het auditorium op de hoogste verdieping

is het toneel van Thomas Verbogt.

Het uitzicht is een brug tever.

Verbogt praat er geïnspireerd doorheen.

Herbouwd oorlogsverleden in mijn blikveld doet

me verlangen naar bescherming.

Wegkruipen of armen om mij heen.

Iets in mij wil schuilen.

Voor bommen en granaten,

voor verleden zonder toekomst,

voor Charly , pennenvruchten en  voor hartzeer.

Toen ik bij het gebouw Rozet aankwam bleek ook

de bibliotheek geopend.

Voor de deur wijst een jongetje van een jaar of tien,

aan de hand van zijn vader, op het grote roze aardvarken.

Het ligt er, hufterproof, aan de overkant van de straat.

“Als het oorlog is”, zegt het jongetje,”is dat echt de beste plek om te schuilen.

Onder zijn linkeroor, daar ben je veilig. Daar kan je echt niets gebeuren”.

Zijn vader beschermd hem tegen de gevaren van de draaideur en loodst hem naar binnen.

Kort wachtend in de regen tot ze binnen zijn en kijk naar het grote roze oor.

Ik vermoed een kleine boekenwurm die zojuist ‘Oorlogswinter’ gelezen heeft.sneeuwfietser-900