St.Louis Blues

IMG_3519

Een onbekende reiziger, een onbekende soldaat. Het zijn mijn rollen als figurant in de Opera ‘St.Louis Blues’. Het verhaal over het droevig lot van bootvluchtelingen vlak voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog. Sla de informatie erop na en je beseft dat dit verhaal geen einde kent. Ze zijn er nog steeds, de verschoppelingen van onze wereld en ze zwerven eeuwig rond op hun bootjes over de oceaan zonder dat we er ons om bekommeren.

In een serie van zeven gedichten breng  ik verslag uit van mijn belevenissen als figurant in dit trieste verhaal. Van elke repetitiedag één, met de première als epiloog.

 

Op drift

 

Onderbroek en schoenen, portret van Pa en Ma,

Korte broek en lange rok,

zakdoek voor het wuiven

Ik kijk ze eeuwig na

Met mijn handen op de reling

Tranen in mijn oog

Korte broek en lange rok

Op zee hou je het niet droog

 

Ik ben gegaan vanwege vrede

Vrede in ons hart

Met negenhonderd zielen

Zakdoek voor het wuiven

Staren ze naar de kant

Die langzaam van hen wegdrijft

Met handen op de reling

Tranen in hun oog

Korte broek en lange rok

Op zee hou je het niet droog

 

Ik ben gegaan vanwege gekte

Gekte in het land

Het land waar ik vandaan kom

Het land dat staat in brand

Met haat tussen de regels

Schreef men een heel volk af

Een volk dat langzaam wegdrijft

Op een bootje naar hun graf

 

Dat was de gekte van een oorlog

Maar waar is die oorlog nu

Ik zie nog steeds dat bootje

Drijvend daar op zee

Negenhonderd of meer zielen

Niet iedereen kan mee

Met handen op de reling

Tranen in hun oog

Korte broek en lange rok

Op zee hou je het niet droog

 

En dan is daar de aankomst

Vroeger, nu en toen

Dan sluiten we de hekken

Dat is dus wat we doen

Nog steeds is niemand welkom

In al onze zotte rijkdom

Met  armoe in ons hart

De  handen op de reling

Tranen in hun oog

Korte broek en lange rok

Op zee hou je het niet droog

 

@Romheen St.Louis blues  dag 1  (04-09-2019)

Oneven

Oneven_2

Oneven, het nieuwste programma van Romheen met la Zona staat inmiddels als een huis. Diverse voorstellingen zijn enthousiast ontvangen door publiek.

Oneven is een multidisciplinaire samenwerking van Romheen met la Zona, de kunstenaar Peter Maria Rutten en de filmsters van Triggerfilm.nl. Vage omschrijving voor het antwoord op de vraag; Wat heeft de kunstenaar te vertellen? Hoe laat je de inhoud van weefwerken op het podium zien, horen, ruiken en proeven?

Over het antwoord kun je van mening verschillen. De makers zijn het erover eens.

Vanaf 3 februari 2020 zijn vijf van de zeven weefwerken permanent tentoongesteld in Nijmegen. Emonszaak biedt je de mogelijkheid om niet alleen de werken van dichtbij te bekijken maar ook te beluisteren. Hoe? ONEVEN. Ga kijken en luisteren!

CD KIER

Hij is er. De CD met alle zeven nummers uit de voorstelling ‘KIER’. Inclusief exclusieve foto’s van dans met LEF. Is dat een ding? Ja, dat is een ding! Te koop op de première van zondag 11 november in Brebl, Nijmegen vanaf 15.00u. Of via internet. Zie adressen in de shop. Moois voor een tientje(exclusief verzendkosten).

CDKIERfoto

Jezus redt(het niet)

Jezus redt

‘Ik deel met u
mijn woorden
van de eeuwigheid.
Ik deel mijn wijn,
al besef zelfs ik
dat er in deze tijden
wat water bij zal moeten.
Ik deel met u
mijn vis.
Ik deel met u
mijn brood
met teksten
voor de eeuwigheid
Daar kunt u
nog wat van leren.
elke les
die heeft haar
eigen tijd.’

‘Wij delen u, mijn beste man en daar kunt u dan wat van leren,
Een bon uit.
U mag hier niet parkeren.’

(foto: Martin Stor)

De krappe stad

De krappe stad

Er was woestijn
men zette er een hek omheen
Daarbinnen
werd gekeken
of het niet geordend kon

Het werd een stad
zei men
en bouwde muren
met mensen
er tussenin

Er kwam een straat
en steeds meer mensen
die niets wisten
van die woestijn,
laat staan het hek

Er kwamen duizend huizen,
honderd straten,
tientallen stegen
die
bestemmingen verbonden,
behalve mensen.

Alsof hun opgepropte eenzaamheid
de woestijn
naar de kroon wilde steken.

De krappe stad

Foto: Martin Stor.

Zand van goud

Er komt een man naar me toe.
‘Hoe gaat het met je?’
‘Met mij gaat het goed en met jou?’
‘Met mij gaat het ook goed, ik wens dat het jouw familie en vrienden ook goed gaat.’
‘Ik wens jou toe ook dat het je familie en vrienden goed gaat.’
‘Wil je thee?’
‘Natuurlijk, graag. Aardig van je.’
‘Kom, we drinken thee, insjallah.’
DSC_0081
De kreukels van zijn zwarte tulband vallen in de plooi met zijn gezicht. Uit zijn ogen puilt vriendschap en nieuwsgierigheid. Hij neemt me mee naar zijn tent en ik doe mijn schoenen uit. Een nomade familie duikt op uit de wedervragen die ik hem stel als hij mij bevraagd over mijn thuis. Hij beheert een Kashbah die dienst doet als museum. Het hangt er vol met oude gebruiksvoorwerpen van vroeger zegt hij maar ik zie ze met enige regelmaat nog op de droge akkers gebruikt worden. Het is winter in de woestijn. Rondom de Palmerya wordt de grond met rust gelaten. Het water uit de bron wordt mondjesmaat verdeeld door middel van een kopje met een gat erin dat in een volle bak met water drijft. Als het kopje volgelopen is, is er een uur voorbij en wisselt de bewatering van kanaal zodat iedereen zijn deel ontvangt. Eerlijker dan een horloge, zegt hij.
Zijn vader hangt op een foto aan de muur. Met de haren woest waaiend staat een door de wind gegroefd man tussen twee anderen naar zijn toekomst te staren. Een tafereel uit de vijftiger jaren dat verwezen is naar het museum. De man die me thee schenkt ziet er eender uit. De tijd verstrijkt hier per kopje. Hij is blij dat ik er ben, zegt hij. Zo kan hij leren over de wereld buiten de zijne. Ik vertel hem over het museum waar ik gewerkt heb en hij begrijpt vooral de dingen die over landbouw gaan. We herkennen elkaars instrumenten. Er is meer dat we in elkaar herkennen maar dat brengen we niet onder woorden. Zeventig kilometer verderop de woestijn in woont zijn familie die hij eens in de twee weken een weekend ziet. Dan runt zijn neef voor een weekend de Kashbah en kan hij heen en weer. Soms kan hij geen lift vinden en duurt de tocht langer, zo lang dat het bij samen eten blijft voor hij terug moet.
Hij geeft me van alles teveel. Teveel thee, teveel suiker erin, teveel vragen, teveel lachen, teveel van hem. Zo zijn wij, zegt hij. We geven onszelf weg zonder onszelf te verliezen en jij mag zelf uitmaken wat je er voor teruggeeft. Dat is een ding, besef ik, iets van jezelf geven zonder er iets voor terug te willen. We hebben hier allemaal de tijd, de liefde en elkaar, glimlacht hij me toe. Gisteren is er niet meer en morgen kennen we nog niet. We hebben alleen vandaag.
‘Vandaag drink ik thee met jou.’
Bij het afscheid omhelzen en kussen we elkaar. De gewoonte maakt woorden overbodig maar we zeggen het toch.
‘Ik wens dat het jou, je vrienden en familie voor altijd goed gaat.’
‘Ik wens jou ook dat het jou, jouw familie en vrienden voor altijd goed gaat.’
‘Insjallah.’
Als ik door het zand in de woestijn verder loop bedenk ik dat morgen nog niet bestaat. Vandaag bestaat uit een groot hart. Een groot hart van goud.