Gemalen bonen

Kantoor. Iedereen druppelt binnen in een vakantiesfeertje. Het merendeel der collega’s is al vertrokken met de kinderen richting de zon en er heerst een vrije lossere sfeer. Het lijkt of er ruimte is voor andere dingen dan de stand van zaken in de dagelijkse ratrace.

“Kom even zitten, wil je koffie?” Iedereen verlangt naar de koffie op maandagmorgen. Alsof een paar slokken ons doen inzien dat het ontdekken van cafeïne de grootste zegening voor de gejaagde mensheid is. Geurige gemalen bonen als duiding van levensstandaard en comfort.
De conciërge is ook op vakantie maar heeft een briefje achtergelaten.
‘Koffiemaken voor dummies’, heeft hij bovenaan geschreven. Volgens instructie zet ik de koffiemachine aan en vraag me af waarom die dingen geen apparaat meer heten. De lichtjes gaan branden, het vertrouwde geluidje van de spoeling weerklinkt.
‘Periodieke schoonmaak apparaat’, verschijnt er in een klein schermpje. Dus toch een apparaat. De handleiding voor dummies voorziet niet in de schoonmaak instructies dus ik ga, licht chagrijnig van deze rauwe onderbreking van het vakantiegevoel, opzoek naar de echte handleiding.

Het is maandagochtend. Ik slaap nog. Mijn verstandelijke vermogens nemen in rasse schreden af. Ik weet het niet. Wat ik ook bedenk als oorzaak van mijn onvermogen, ik snap niets van de koffiemachine. Ik lees de handleiding en begrijp niet waar de fabrikant het over heeft. De logische volgorde van water bijvullen, kalktabletten toevoegen, spoelen en knopjes indrukken ontgaat mij. Het ‘In een handomdraai’, gaat niet over mijn bemoeienis met dit apparaat. De collega’s worden ongeduldig en ik steeds chagrijniger. Het is ernstig. De vakantiesfeer verpest. De weekendverhalen worden al verteld met de regenbuien erin en mijn humeur is ontdaan van de zonsopgang die voor de koffie nog gloorde aan de horizon.
Een uur later doet ie het. Lekkere, heerlijke, geurige gemalen bonen koffie. Iedereen is het erover eens. Geen zonnige weekend belevenis op maandagmorgen zonder koffie. Goudbruin gebrande verhalen. Ik voel me een held en een sukkel tegelijk. De huldiging blijft uit.

Rond tienen komt de werkster binnen. Ze draagt een pruik vanwege haar chemo behandelingen en ziet er vermoeid uit. Ik denk na over een handleiding voor dummies en vraag haar hoe het gaat.
“Met mij wel goed, maar met mijn broer niet. Hij heeft vliegende kanker en neemt van de week een spuitje. Of volgende week, hij wil zijn kinderen nog zien”.
“Kom even zitten, wil je koffie?”

gemalen bonen